Ad Valvas 1971-1972 - pagina 235
AD VALVAS
10 MAART 1972
9
Schema 3 voorstellen C ie. Andriessen Dit schema een artikel
is een oversicht plaatsten van
van de voorstellen in het rapport van de Commissie Andriessen, de nijmeegse studentendekaanmr. A, A. M. Oomen.
over welk rapport
wij vorige
week
MEDEDELINGEM in Ad
Valvas
I. Stelsel met koUegegelden, a a n v u l lende financiering en voor meerder jarige studenten fakultatieve le ningmogelijkheden
II. Integrale studiefinanciering m e t t e rugbetaling, afhankelijk van h e t inkomen later
III. Stelsel met een beperkt basisstudie loon
onderwijs — kultuuroverdracht onderwas is in hoofdzaak een indi vidueel konsumptiegoed • studenten ervaren het als investering in vaardigheden en in kennis secundair (en bepalend voor over heidsbijdrage) zijn de zgn. 'ultstra llngseffekten' op de maatschappij ^economische groei) de 'sociaalkultiuele' betekenis van h e t onderwijs is een individuele bate 'immateriële externe' effekten voor de gemeenschap zijn op zichzelf geen voorwaarde tot gemeenschapsfinan eiering
onderwijs dient de ontplooiing van h e t individu en de samenleving (tendens n a a r kultuurinnovatie bij een deel van de kommissie) een deel van groep I I nijgt n a a r een emancipatoire visie op h e t onderwijs gebeuren een ander deel spreekt zich hierover niet uit. doch neemt a a n d a t ' i m m a teriële externe' effekten aanwezig zijn
onderwijs in een belangrijke faktor in h e t proces van zelfontplooiing van mensen en de humanisering van de samenleving ieder individu moet zich overeenkom stig zijn kapaclteiten kunnen ontwik kelen studeren is een vorm van m a a t s c h a p pelijk relevante arbeid
Visie op externe demokra tisering van h e t onderwqs
— Prijsvorming voor wo. hoeft een ex t e r n e demokratisering niet in de weg te s t a a n ; het scheppen van gelijke kansen wordt hierdoor niet belem merd, Indien een stelsel van studie toelagen voldoende gerichte facilitei ten biedt — dmv aanpassingen door het prijs mechanisme kan onvoldoende door stroming worden gereguleerd
een deel van deze groep wil niet h e t risico lopen d a t h e t vragen van een prijs voor h e t te volgen onderwijs de externe demokratisering frustreert
een prijs voor w.o. wordt afgewezen; 'loon' voor arbeid zal Juist de sociaal en financieel minder 'sterke' milieus (mede) stimuleren tot deelname a a n onderwijs Imimers Juist uit deze milieus komen relatief gezien veel te weinig poten tiële kandidaten a a n bod
C. Financieel ekonomi sehe over weringen (makro)
— ter bevordering van een optimale welzijnsontwikkeling moet i.h.a. de aankoop van individuele goederen worden overgelaten a a n de eigen wensen van de gebruikers zonder i n grijpen m e t overheidsheffingen en prijssubsidies (het allokatiebeginsel) — een bevordering van een zo r e c h t vaardig mogelijke inkomensverdeling leidt tot de wenselijkheid een prijs t e vragen voor h e t w.o., omdat een a k a demicus later een belangrijk hoger inkomen krijgt d a n zonder die oplei ding; zodoende hoeven de lager b e taalden (de gemiddelde bela.stingbe taler) niet met een deel van h u n in komen de faciliteiten te betalen, waardoor die academici d a t hogere inkomen hebben verworven.
een deel van deze groep vindt dat het onderwijs een 'meritgoöd' karakter bezit en s<x;iaalkulturele u i t s t r a lingseffekten, waardoor een heffing van kollegegeld in ieder geval niet gerechtvaardigd wordt Het ts onge wenst voor zulk een belangrijke voor ziening een prijs te vragen een ander deel acht kollegegeld Juist gewenst (de argumenten zijn onge veer die van IC)
A. OnderwUs visie
een ander deel legt meer de n a d r u k op een mogelijk gevaar voor een t e gering gebruik van onderwijsdiensten n a a s t de erkenning d a t er gevaar be staat voor de externe democratisering indien de studiekosten t e hoog zou den oplopen
een volledig studieloon is t h a n s niet te realiseren en zou uit sociale over wegingen ( = bestaande inkomenson gelijkheid) niet billijk zijn Hoge studieschulden zullen echter een toeloop geven n a a r de best gehono reerde beroepen (opleidingen) h t ^ e studieschulden zullen worden doorberekend, zodat toch de kon sument ( = de gemiddelde belasting betaler) later er weer voor op moet draaien inkomensnivellering dient dmv in komstenbelasting en prijspolitiek te geschieden
D.
SocKiie positie van de student
— de student en zijn ouders beslissen over het al dan niet volgen van on derwijs __ d a a r o m : allereerst zoeken n a a r fi ïianciële middelen in omgeving van de student en zijn ouders — d a a r n a a s t : gemeensehapsfinanciering indien die middelen in eigen omge ving ontbreken 'iet huidige stelsel d a a r o m hantJha ven, doch vereenvoudigen om kontl nuïteit en rechtszekerheid te bevor deren — indien ouders wel in s t a a t zijn om te betalen doch niet bereid daartoe, dan financiering door rentedragende le ningen, echter alleen voor meerder Jarigen
— de student is zelfstandig. Hij is een volwassen individu, d a t zelf zijn be slissingen moet kunnen nemen — integrale financiering van de studie moet mogelijk zijn, los van de beslis sing van de ouders — slechts onderwtJ,skundige argumenten zijn van belang — de studerende zal in een min of meer vergelijkbare positie moeten komen tov zijn ree<fe 'werkende' leeftijd genoten — in beginsel dient de sociale wetgeving van toepassing te zijn op studenten
de student is zelfstandig en zijn groei n a a r volwassendheid dient te worden bevorderd onafhankelijkheid tov zijn gezins situatie zal de studiekeuze beter ge motiveerd doen zijn; zijn positie zal zoveel mogelijk gelijk dienen te zijn a a n die van zijn 'wer kende' leeftijdgenoten, zodat studie arbeid wordt en sociale wetgeving op hem van toepas sing gaat worden
E.
K e r n van öe Toorstellen
a. onderwijskosten: — een n a a r fakulteiten gedifferentieerd kollegegeld gelijk gesteld a a n onge veer de helft van de marginale a p p a raatskosten op langere termijn per ingeschreven student (ƒ 2000,— tot ƒ 6000,— per Jaar n a a r huidige krlteria) b. tegemoetkoming in de onderwijskosten en kosten van levensonderhoud: ouders in eerste instantie v e r a n t woordelijk; aanvullend toelagestelsel met dezelfde uitgangspunten als thans, dwz kollegegeld als lening en de rest als gemengde toelage (60%40%);
— iedere student heeft ongeacht zijn leeftijd of financiële positie van ziJn ouders recht op integrale studiefinanciering; y — onderwijsgeschiktheid is h e t enige fcriterium om geld ter beschikking t e stellen; dit wordt gekoppeld a a n de normatieve studieduiu: — de student betaalt hetgeen hij a a n middelen heeft ontvangen terug, n a a r gelang het inkomen d a t hij later verdient (b.v. 15% van h e t inkomensdeel, d a t de aanslaggi'ens v. d. inkomstenbelasting te boven gaat) — het bedrag van de totale schuld h a n g t af van de studieduur en van h e t in rekening te brengen kollegegeld — over h e t uitstaande bedrag van de studieschuld wordt n a afloop van de studie Jaarlijks 5% rente in rekening gebracht — de kosten van levensonderhoud moeten geheel door de student worden gedragen — wat h e t kollegegeld betreft zijn er twee stromingen: de een wenst afschaffing de andere wenst een beperkt kollegegeld (tot max. ƒ 1500,—) — afschaffing klnderbyslag en h a n d having kinderaftrek voor hen die toch zelf willen financieren
- geen kollegegeld - integrale studiefmancierlng door: 1. basis-studieloon van b.v. ƒ 1.000,— voor het eerste studiejaar, dat h o ger wordt n a a r m a t e de studie vordert, zolang voldaan wordt a a n de per studierichting vastgestelde en gepubliceerde minimum-studieeisen 2. aanvullende leningen tot een max. bedrag per studie; renteloos en slechts aangepast aan optredende prijsstijgingen 3. toekenning op basis van onderwijsgeschiktheid, los van het ouderlijk inkomen en vanaf datum van intrede bii universiteit 4. terugbetaling van de lening met een progressief heffingspercentage over dat gedeelte van het inkomen dat de aanslaggrens voor de inkomstenbelasting te boven g a a t 5. de uitvoering dient te worden geregeld in een wet, die de mogelijkheid schept tot liet sluiten van een overeenkomst tot studiefinanciering en die onder meer regelt, dat aldus studerenden onder bepaalde sociale wetten vallen 6. kinderbijslag vervalt, kinderaftrek blijft mogelijk
—
daarnaast: — een fakultatief leningenstelsel met rentedragende lenmgen (marktrente) — toekenning van toelagen of leningen is afhankelijk van de genormeerde studieduur — terugbetaling in vaste Jaarlijkse t e r mijnen a) voor r.v. gedeelte v. d. aanvullende toelage 8-12 Jaar b) leningvariant: 18-22 Jaar — kinderbijslag wordt afgeschaft; kinderaftrek blijft bestaan Financiële gevolgen TOOT
»fge«tadcerden
A. Aanvullend stelsel — voor de enkele student k a n de schuld bedragen ƒ 25.000,— (max.) voor 'goedkope' studies en f 55.000,— (max.) voor 'dure' studies (n.b. voor echtparen van ƒ 50.000,— tot ƒ 110.000,—). Dit zijn d a n de kinderen van 'arme' ouders — terugbetaling van ƒ 3000,— t o t ƒ 5000,— per j a a r over 8 ä 11 Jaar (echtparen: ƒ 6000,— tot ƒ 10.000,—) B, licningstelsel — schuld: ƒ 35.000,— tot ƒ 65.000,— (voor echtparen tot het dubbele) — terugbetaling in annuïteiten ƒ 3000,— tot ƒ 5000,— (resp. ƒ 6000,— tot ƒ 10.000,—) per Jaar over 18-22 Jaar
A. Schuld met kollegeld ad ƒ 1.500,— per Jaar: 5-jarige studie: 5 X (ƒ 6.000,— + ƒ 1.500,—) = ƒ 37.500.— (voor echtparen tot h e t dubbele) 6-jarige studie: 6 X ƒ 7.500.— = ƒ 45.000,— (voor echtparen tot h e t dubbele) B. Terugbetaling n a a r gelang inkomen met 5% rente; Jaarbedrag k a n oplopen van ± f 2.000,— direct n a de studie tot ƒ 12.000.— a a n het einde van een 20-Jarige periode
A. Schuld — ƒ 25.000,— tot ƒ 30.000,— (voor echtparen evt. het dubbele) B. terugbetalingen b.v. over 12 j a a r van ± ƒ 600,— per Jaar tot ƒ 3.200.— per Jaar (max aan het einde)
Mededelingen kunnen tot donderdagmorgen 10 uur worden ingeleverd voor opname in het n u m mer van de week daarop. De tekst moet getypt zijn op speciaal kopö-papier, d a t verstrekt wordt door het redaktiesekretariaat, hoofdgebouw lD-02. Ekstra verzoek: men houde de berichten kort en bondig.
SENAAT VRIJDAG 10 MAART 13.30 u. Promotie R. de Jong (wisen natuurkvmde). Promotor prof. dr. K. H. Voous. 15.30 u. Inaugurele oratie dr. B. C3oudzwaard (soc. wet.). DONDERDAG 16 MAART 13.30 u. Promotie J. Greve (wlsen n a t u u r k u n d e ) . Promotor wof. dr. Joh. Blok. 15.30 u. Promotie H. B r e m a n (wlsen n a t u u r k i m d e ) . Promotor prol. dr. Joh. Blok. VRIJDAG 17 MAART 15.30 u. Inaugurele oratie dr. D. M. Schenkeveld (letteren), WOENSDAG 22 MAART 15.30 u. Promotie A. Wessels (theologie). Promotor prof. dr. D. S. Attema.
FAKULTEITEN ALGEMEEN INSTITUUT VOOR MILIEUVRAAGSTUKKEN Onderzoeksplan MAN AND B I O SPERE-kommissie Op de Algemene Vergadermg van Unesco in 1970 werd besloten d a t een internationale kommissie een plan van onderzoek zou opstellen. Deze kommissie — die MAB oftewel Man a n d Biosphere kommissie heet — m a a k t e kortgeleden een 15-tal onderwerpen bekend. Voor onderzoek op deze gebieden mag gerekend worden op subsidies van de nationale overheden. De koördinatie in Nederland berust bij de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. De Instituutsraad van het Instituut voor Milieuvraagstukken stelt zich voor subsidie aan te vragen voor h e t Groene H a r t p r o jekt. Indien bij anderen belangstelling bestaat voor deze onderwerpen is h e t Instituut bereid bemiddelend en organiserend op te treden. De 15 onderwerpen bestaan uit 13 speurwerk-thema's en nog 2 t h e m a ' s die voor opleidlngs- en voorlichtingswerk bestemd z\jn. Het zijn de volgende: 1. Ekologische gevolgen van toenemende menselijke bedrij- ^ vigheid in tropische en s u b tropische bosgebieden. 2. Ekologische gevolgen van beheer en landgebruik in gematigde en mediterrane boslandschappen. 3. De inwerking van menselijke bedrijvigheid en landgebruik in grazige gebieden: savannen, graslanden (van gematigde tot in de droge gebieden) en toendra's. 4. Invloed van de mens op het gebeuren in aride en semiaride ekosysteraen, in het bijzonder gelet op de uitwerking van bevloeiing. 5. Ekologische gevolgen van menselijke bedrijvigheid m stedelijke, industriële en l a n delijke gebieden voor de hoedanigheid van meren, moerassen, rivieren, delta's, estuariën en kustgebieden wat betreft h u n waarde voor voedselwinning en voor algemeen nut, recreatie en wildbescherming. 6. De inwerking van menselijke bedrijvigheid op ekosystemen in gebergten. 7. De Ökologie en h e t rationele gebruik van geïsoleerde eiland-ekosystemen. 8. Belioud van natuurgebieden en h u n genenmateriaal. 9. Ekologische toetsing van de uitwerking van bestrydmgsen bemestingsmaatregelen op ekosystemen te land en in het water. 10. Uitwerking van grote technische werken op de mens en zijn milieu. 11. ecologische aspekten van energieverbruik in stedelijke en industriële systemen. 12. Cievolgen voor h e t milieu door demografische veranderingen. 13. De waardering en belevmg van milieukwaliteit (leefbaarheid). (14. Opleiding van deskundigen, specialisten en technici voor de uitvoering van milieugerichte Projekten ia het kader van MAB, in het bijzonder ook gericht op de ontwikkeUngslanden). (15. Milieugerichte opvoeding en voorlichting binnen het onderwijs en buitenschools i perm a n e n t e milieu-scholmgi via 'massamedia). Het plan beoogt interdlscipli-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's