Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1971-1972 - pagina 268

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1971-1972 - pagina 268

5 minuten leestijd

14 APRIL 1972

AD VAL VAS

2

Misverstanden en gezond verstand Rond de demokratisering dreigt langzamerhand een soort jungle van misverstanden te ontstaan, waarin nog m a a r weinigen de juiste weg weten te vinden. Het navolgende is bedoeld om daarvan zoveel t e kappen, d a t er weer voldoende licht komt om gezamenlijk verder t e kunnen gaan.

moest brengen d a t a a n h e t oordeel van alle geledingen eenzelfde gewicht werd toegekend en hebben, op die basis voortbouwende op h e t werk van de bestuursgroep, de universiteitsraad 1971 in h e t leven geroepen, w a a r a a n de t a a k werd toevertrouwd een nieuw bestuursreglement op te stellen.

Een enkele opmerking vooraf: Hoe deze misvei'standen konden o n t staan laat ik daar, al moet mij wat dit betreft één ding wel van het hart. Zo af en toe lukt h e t er wel op dat sommigen halve en hele onwaarbeden niet schuwen als het m a a r om demokratisering gaat. Een tweede opmerking vooraf: Het demokratische doel rechtvaardigt n a a r nUjn mening niet alleen geen onwaarheden, m a a r evenmin ondemokratische methoden. Daartoe behoort m.i. het publiceren van schrifturen die in feite anoniem zijn, waaronder ook te verstaan schifturen die z^n 'ondertekend' m e t 'Comité Demokratisering' of 'SRVU', nog daargelaten de ondemokratisohe herkomst van dergelijke gezelschappen. Veelal h e b ben die immers h i m bestaan of voortbestaan a a n koöptatie te d a n ken en vertegenwoordigen zy dus niemand. Helaas, want daardoor wordt leder zinvcd overleg ä priori onmogeiyk. Nog een laatste opmerking vooraf: I n een wetenschappelijk milieu mag een zekei-e kritische zin toch wel worden verondersteld. Een kiitische instelling echter die zich slechts n a a r één zijde richt, is in wezen geen kritische instelling. En men moet wel konstateren dat d a a r v a n veel te veel sprake is, indien m e n ziet welke ongerijmde beweringen onweersproken blijven. Nu terzake.

De studenten hebben zich d a a r v a n gedistantieerd. Zeker niet a l leen op grond van principiële bezwaren, m a a r ook op grond van gebrek aan interesse. Het één was niet minder onjuist dan h e t a n der. Men kan menen dat m e n h e t alleen of vrijwel alleen voor h e t zeggen dient t e hebben, m a a r hoe kan dit rechtvaardigen dat men, indien dit ideaal onbereikbaar blijkt, dan m a a r verkiest om geen enkele invloed op de gang van zaken uit t e oefenen? De vraag dringt zich op of hier in werkelijkheid niet a c h t e r zit d a t de kritiek gemakkelijker is dan de kunst en d a t h e t niet meedoen i n feite voortvloeide uit angst om de medeverantwoordelijkheid t è a a n v a a r den die eerst zo hartstochtelijk was bepleit. Zij die niet meededen omdat zy van mening waren d a t zü waren komen studeren en niet w a r e n komen besturen, vergaten dat zij door niet mee te doen a n deren de gelegenheid zouden k u n nen geven dat wel te doen op een manier die bepaald de h u n n e niet was. Er is dan ook niemand geweest die er gelukkig mee was d a t de studenten geen deel uitmaakten van de Universiteitsraad 1S71 en er zijn vele pogingen in het werk gesteld om daarin verandering te brengen; helaas tevei-geefs.

1. Om bij h e t b ^ i n t e beginnen: de demokratisering is *c en d' niet afgedwongen door h e t optreden van de studenten op de jaarvergadering van de Vereniging te Assen en de bezetting die daarop is gevolgd. Daartoe was reeds eerder besloten en het optreden van de studenten in de jaarvergadering was eerder geschikt om de vereniging van demokratisering afkerig t e maken, d a n om die t e b e vorderen. Het middel als zodanig was juist: lid worden van de vereniging en op die wijze invloed doen gelden. J a m m e r d a t dit middel blijkbaar niet serieus bedoeld is geweest, waardoor het optreden van de studenten een soort overval is geworden. Zij die zich toen als lid opgaven, hebben — op een enkele uitzondering n a — de d a a r a a n verbonden kontributie nooit betaald an ook verder nooit meer van zich laten horen als lid van de vereniSmg. De enig werkelijk demokratisshe methode om tot demokratise-ing van het bestuur van de VU te :omen, bleef dus onbenut.

Itifurgroep Z. D a a r n a is de stuurgroep inge.leld. C en D hebben van h e t begin lot het eind a a n de werkzaamheden van deze stuurgroep deélrenomen. Belangrijker is nog dat ij de resultaten van dit werk a l lerminst naast zich hebben neergelegd, zoals door sommigen n a dien is beweerd met een h a r d n e k kigheid, die schijnt t e berusten op de gedachte d a t als m e n iets .•naar vaak genoeg herhaalt, d a t per saldo wel wordt geloofd. De werkelijkheid is deze dat C en D bij de evaluatie van de resultaten van h e t 'referendum' d a t door de stuurgroep was georganiseerd, zich op h e t s t a n d p u n t hebben gesteM dat de mening van de verschillende gsledingen tenminste even zwaar r.oest wegen en d a t h e t 'one-manone-vote' systeem als basis voor can nieuwe bestuursstruktuur van 33n universiteit o n a a n v a a r d b a a r was. Is h e t werkelijk demokratisch om geen onderscheid te maken ussen het gewicht dat moet wor'en toegekend a a n de stem van <\ juist aangekomen student en 3 stem van een hoogleraar met 1 lange .staat van dienst; tussen 3t gewicht van de stem van iea - d die gedurende enkele Jaren 1 een universiteit wordt opged en de stem van mensen die \'v hun levenstaak vonden ' a - " b " dan niet alleen a a n hooga c i is te denken, m a a r ook T S-leden)? at men dit kon voorstellen als de " vaT de universitaire gemeenhap, komt alleen daardoor, d a t 'a:i reeds van dat 'one-man-vote'ystee-ri is uitgegaan, zoals B a r o n 11 Münchhausen zich zelf a a n de aren uit h e t moeras trok. "* 2n D hïbbeii d .s gamsend d a t Jtie demo'iratle met zich

4. Desondanks heeft de Universiteitsraad 1971 er n a a r gestreefd in de nieuwe bestuursstruktuur de stem van de studenten tot zijn recht te laten komen en zelfs bepleit de mogelijkheid in t e voeren leden van de Universiteitsraad vrij t e stellen van h e t afleggen van de verklaring d a t zQ instemmen met de doelstelling van de VU. Voorts bleef beïnvloeding, van de gang van zaken mogelijk doordat de vergaderingen van de Universiteitsraad 1971 openbaar waren en men de werkzaamheden van deze r a a d dus op de voet kon volgen. B l i k b a a r gold echter ook hier d a t h e t bezit van de zaak h e t eind van het vermaak is, want van enige reéle belangstelling van buitenaf voor h e t werk waarmee hij bezig was heeft de Universiteitsraad 1971 weinig of niet« gemerkt.

Grondslag 5. Zelfs h e t s t a n d p u n t van C en D dat leden van de Universiteitsr a a d geen vrijstelling kon worden verleend a a n het verklaren van instemming m e t de grondslag, heeft (aanvankelijk) geen enkele reaktie opgeroepen. Dit standpunt vond zijn neerslag in het gepubliceerde kiesreglement en werd in d a t stadium blijkbaar algemeen begrijpelijk geacht. Het is miJ niet eens duidelijk hoe de kandidaten zelf anders zouden kunnen willen. Wie van oordeel is d a t een borrel op

zijn tijd heilzaam is voor een mens, wordt toch geen bestuurslid van een vereniging van geheelonthouders? De zaak is belangrijk genoeg om daar hier wat nader op in te gaan. Men kan van mening verschillen over de vraag of de mogelijkheid behoort t e worden opengesteld om docenten die de grondslag niet kunnen onderschrijven, d a a r v a n vrij te stellen. Ik behoor tot degenen die daar vóór zijn. Dit kan noodzakelijk zijn omdat m e n in een bepaalde vakature moet voorzien. Anderzijds k a n daarby worden afgewogen welke altei-natieven er zijn, de situatie in de betreffende fakulteit e.d. G a a t het om leden van de Universiteitsraad, dan ligt dat heel anders. Deze personen worden eerst k a n d i d a a t ger. steld en d a a r n a gekozen. Van afweging van alle faktoren die een rol kunnen spelen bij de vraag of al dan niet vrijstelling van het verklaren van instemming met de doelstelling kan worden verleend. In nevenstaand artikel dat ons werd toegezonden geeft de vice-voorzitter van het kollege van direkteuren en tevens lid van de redaktieraad van Ad Valvas, mr D. Schut, zijn persoonlijke mening over de gang van zaken rond de verkiesingen voor de Universiteitsraad 1972. kan dan noch bij de kandidaatsstelling noch bij de verkiezing sprake zijn. Het weigeren van een gevraagde vrijstelling zou wanneer het gaat om leden van een u n i versiteitsraad terecht als diskriminatie worden beschouwd. I n feite betekent h e t voorgaande d a t iedere gevraagde vrijstelling verleend zou moeten worden. Dit zou tot gevolg kunnen hebben d a t dfr universiteitsraad deels zou komen t ^ bestaan uit leden die de doelstelling van de VU niet k u n nen onderschrijven; daar misschien zelfs principieel tegenstanders van zijn. Zouden C en D dan desondanks h u n bevoegdheden a a n een dergelijke universiteitsraad moeten delegeren, ondanks de omstandigheid d a t zij volgens art. 17 van de statuten verplicht zijn bij al h u n handelingen de h a n d h a ving van de grondslag der Vereniging voor te stellen? Het a a n t a l te verlenen vrijstellingen bij voorbaat te limiteren tot een zeker percentage van h e t a a n tal leden, zie ik niet als een praktisch begaanbare weg. Hoe zou dit gerealiseerd moeten worden? Belangrijker vind ik dat dit geen principieel kriterium is. Voortdiwend hoort men h e t argument dat om als student t e worden ingeschreven of om als technisch/ administratief medewerker t e worden aangesteld toch ook niet a a n de eis behoeft te worden voldaan dat men de doelstelling van de VU onderschrijft. Dat is juist en van meet af heeft de VU niet anders gewild. Maar een argument is h e t niet, omdat daarbij over h e t hoofd wordt gezien dat m e n zich niet laat inschrijven en in dienst treedt

als toekomstig bestuurslid. D a n zou die eis wel gesteld worden. Ik meende op dit p u n t zo uitvoerig in te moeten gaan, omdat h e t in wezen h e t enige p u n t is van principieel belang d a t alle diskussies van de laatste tijd hebben opgeleverd. Waarom op dit p u n t door C en D geen konsessies konden worden gedaan, kan niet duidelijk genoeg n a a r voren worden gebracht. Dat betekent overigens in het geheel niet dat h e t C en D geen ernst is geweest met h u n toezegging a a n de Universiteitsraad 1971 d a t dit als een open kwestie zou worden beschouwd die met de nieuwe universiteitsraad nader onder het oog zal worden gezien. Het is t e begrijpen d a t velen zich afvragen of een verklaring van persoonlijke instemming met de doelstelling van de universiteit voor leden van de Universiteitsraad, met n a m e wanneer h e t studenten betreft, niet verder gaat d a n noodzakelijk moet worden g e acht. Het kreëren van de mogelijkheid van vrijstelling die, zoals ik heb toegelicht, in feite steeds zou moeten worden verleend, is n a a r h e t mij voorkomt h e t andere uiterste. Zou de oplossing niet in deze richting t e vinden zijn dat van de leden van de Universiteitsr a a d geen verklaring wordt gevraagd dat zü persoonlijk instemmen met de doelstelling van de VU, doch een verklaring d a t zij die doelstelling kennen, onderschijven dat de universiteitsraad zal moeten t r a c h t e n die zoveel mogelijk te verwezenlijken e n zich persoonlijk bereid verklaren d a a r a a n zoveel mogelijk mee te werken? Dus: een verklaring in de geest van de verklaring als gevraagd bij de verkiezing van de leden van de Universiteitsraad 1971 — w a a r t e gen bij mijn weten niemand bezwaar heeft gemaakt, 6. Een p u n t van veel minder belang is de samenstelling van de universiteitsraad: 5x8 of 3x11+7? Om een p u n t van wezenlijk belang gaat h e t hier n a a r mijn mening niet en ik zal d a a r dan ook niet uitvoerig op in gaan. Op één ding wil ik wel wijzen: wie dit wel als een wezenlijk p u n t beschouwt, gaat n a a r mijn mening uit van een verkeerde instelling. Wil de nieuwe bestuursstruktuur enige kans van slagen hebben, dan zal die gebaseerd moeten zijn op de wens in h e t belang van de VU sam e n te werken, elkaar te overtuigen. Indien m e n h e t verwacht van de mogelijkheid de leden van de Universiteitsraad, die een andere mening zijn toegedaan, te overstemmen, vergeet dan m a a r dat een dergelijke Universiteitsraad ooit vruchtdragend werk zal k u n nen doen. Trouwens wie zal tevoren bepalen hoe de stemverhoudingen in een nieuwe r a a d komen te liggen?

Vereniging 7. Voor het a a n t a l leden van de universiteitsraad, aangewezen door de vereniging, gaat h e t erom of dit er 7 of 8 zullen zijn. D a t i n t e resseert mii totaal niet. W a t mij wel interesseert is, waarom de Vereniging voortdurend ten tonele wordt gevoerd als de grote schurk in h e t drama. Die vereniging heeft sedert 1880 tot voor enkele jaren de hele financiële en bestuurlijke last van de tmiversiteit gedragen en voelt zich nog steeds bij het wel en wee d a a r v a n in grote m a t e betrokken. Zelfs in de Universiteitsr a a d 1971 hebben, dacht ik, de door de Vereniging aangewezen leden en niet onbelangrijke rol gespeeld. Anderzijds moet h e t voor de u n i versiteit toch van groot belang worden geacht d a t die niet in de lucht komt t e hangen, m a a r een nauwe band houdt met h e t deel van het nederlandse volk waarmee de universiteit zich verbonden m a g weten en waarvan zij bovendien nog aanvullende financiële steun ontvangt. Die veel gesmade vereniging heeft trouwens reeds herhaaldelijk blijk gegeven volledig begrip te hebben voor de binnen de universiteit levende wens om zichzelf t e kunnen besturen. Welk belang is er mee gediend alles in h e t werk t e stellen om de toekomstige relatie tussen universiteit en vereniging tot het kleinst mogelijke minimum te bsperken? 8. Het verdient eerder de a a n dacht dat in de diskussies voortdurend opduikt een verontrusting over de maatregelen voorgenoTien door de huidige regering. Die verontrusting is alleszins begrijpelijk. Maar ziet men niet over h e t hoofd d a t alleen een goed funktionerend bestuur zich d a a r tegen ka'-'i verzetten?

9. Tenslotte: de beschouwingen kulmineren steeds in de boutade d a t C en D de m a c h t a a n zich willen houden. Bij alle p u n t e n die a a n de orde kwamen gold reeds d a t men met enig gezond verstand tot beter inzicht zou moeten k u n nen komen. Hier is dat al heel duidelijk. Waarom zouden C en D dit willen? Vele j a r e n lang h e b ben zij een aanzienlijk gedeelte van h u n tijd pro deo a a n de VU gewijd. Ieder zinnig mens kan a l leen m a a r dankbaar zijn indien hij van een dergelijke taak wordt ontheven, tenzij hij een soort machtswellusteling is. En d a t zijn de leden van C en D bepaald niet. Konklusie: Gebruik Uw gezond verstand. L a a t U door niemand manipuleren. Leden der universitaire gemeenschap, weest wijzer! D. SCHUT

PERSONEELSSTOP % Vervolg van pag. t verlaging van h e t onderwijs en een overbelasting van de staf. BiJ Geologie en Fysische Geografie speelt de problematiek van de kleine fakulteiten: aangezien ook de door h e t vertrek van personeel opengevallen plaatsen niet vervuld mogen worden, dreigt voortdurend een akute taakverzwaring voor de staf. Bij vertrek van één personeelslid moeten zijn t a k e n over een gering a a n t a l stafleden verdeeld worden. Deze plotselinge extra-belasting m a a k t een kleine fakulteit zeer kwetsbaar. Volgens de ministeriële n o r m zou h e t a a n tal personeelsleden in feite twee kee> zo groot moeten zijn. Hoewel de chronische overbelasting van de staf op korte termijn nog geen gevolgen zal hebben, wordt op lange termijn een studentenstop onvermijdelijk.

Geneeskunde Met n a m e in de medische fakulteit is er sprake van een sterke overbelasting van h e t personeel: de zusterfakulteiten elders in den lande verrichten met gemiddeld 1000 personeelsleden dezelfde t a ken m b t onderwijs, onderzoek e n patiëntenzorg, die de fakulteit hier m e t nog geen 600 m a n moet uitvoeren. I n de klinische afdelingen zijn de beschikbare artsen door een gebrek a a n assistenten voortdurend overbezet; in de preklinische afdelingen wordt bij stijgende onderwijs- en onderzoekstaken zelfs een teruggang in h e t a a n t a l personeelsleden gekonstateerd. Met n a m e de stop op s t u d e n t - a s sistenten dreigt h e t onderwijsniveau a a n te tasten, aangezien deze een belangrijk deel van de onderwijsbegeleiding (praktika) op zich nemen.

Sociaal-kulturelen H e t meest nijpend is de toestand i n de subfakulteiten der sociaalkulturele wetenschappen. Door de stop op de student-assistenten, die als mentoren in de werkgroepen van h e t eerstejaarsexperim e n t moeten funktioneren, dreigt dit experiment in september niet door t e gaan. Voor de reeds a a n gewezen lektoren voor de sektie sociologie en de kursus s t a a t s r e c h t dreigt uitstel v a n benoem i n g ; uitblijven van benoemingen van wetenschappelijke mede» werkers bij politikologie en m e thoden en technieken zou d a a r een redelijke voortgang van h e t onderwijs bijna onmogelyk m a ken. Over h e t algemeen is e r i n die m a t e een overbelasting v a n staf en TAS, d a t e r zelfs s t e m m e n opgaan om gedeeltes van h e t onderwijs te laten vervallen. Tenslotte bleek bij navraag, d a t in alle drie de subfakulteiten v a n sociale wetenschappen ernstig de mogelijkheid wordt overwogen om volgend j a a r een studentenstop i n te stellen.

Herverdeling Inmiddels hebben direkteuren t o t de instelling van een kommissie besloten, die in de eerste p l a a t s tot t a a k heeft te onderzoeken op welke p u n t e n de personeelsbehoefte h e t meest klemmend is, om vervolgens de weinige nog beschikbare plaatsen t e verdelen. Daarbij zullen ook door ontslag openvallende plaatsen opnieuw t e r diskussie komen. Vanwege h e t onverwachte k a r a k ter van de ministeriële m a a t r e g e len, s t a a n sommige fakulteiten er gunstiger (beter: minder slecht) voor d a n andere; vandaar, d a t i n sommige gevallen bepaalde a k t i viteiten stopgezet worden, omdat de betreffende personeelsplaatsen elders meer nodig zijn. PIETERJAN VAN DELDEN

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971

Ad Valvas | 330 Pagina's

Ad Valvas 1971-1972 - pagina 268

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971

Ad Valvas | 330 Pagina's