Ad Valvas 1971-1972 - pagina 308
AD VALVAS
2
2 JUNI 1972
Advertentie
Een vakbondsman aan het woord
Omdat je zulke hoge maatstaven aanhoudt voor de VU, ben je juist extra kritisch Bezoldigd NCBO- hoofdbestuurder J. C. Borgdorff spreekt in dit interview met NCBO/VXT-bestuursIid G. W. Noomen openbartig over vakbondsaangelegenheden in onze universitaire gemeenschap. Vraag: Hoe is het landelijk percentage georganiseerden in de Sektor van de bonden van overheidspersoneel! Antwoord: Ruwweg uitgedrukt is 2/3 georganiseerd en 1/3 niet. Vraag: Hoe groot is uw organisatie en welke beroepsgroepen treft men daarin aan? Antwoord: De NCBO telt een respektabel aantal leden: 57.000. Men treft er aan overheidspersoneel, werkers in de volksgezondheid, het maatschapelijk welzijn, en niet te vergeten de werkers in het wetenschappelijk onderwijs. En als u soms ook een aanduiding wenst naar maatschappelijke gelaagdheid (zo noemen de sociologen dat toch), we hebben onder deze leden miiusters, hoogleraren, gemeentewerklieden en alles wat daartussen zit.
NCBO/VU: optimaal? Vraag: Maar kan uw organisatie nu wel optimaal de belangen behartigen van al die zo sterk gedifferentieerde groepen? Antwoord: Men moet niet vergeten dat het ^raam' van primaire arbeidsvoorwaarden voor vrijwel allen gelijk ligt. Ik denk aan bezoldiging, algemene salarisverhogingen, werktijden etc. etc. Die algemene belangen worden behandeld in het rijksoverleg via de CCOOP, de Christelijke Centrale van Overheids- en Onderwijzend Personeel. Daarnaast hebben we echter binnen de bond ook de hoofdbestuurder die gespecialiseerd is en vrijwel alleen werkt aan de belangenbehartiging van een speciale groep. Groepen met elk een gespecialiseerd bestuurder zijn bijv. wetenschappelijk onderwijs, belastingen, PTT, volksgezondheid, maatschappelijk welzijn, justitie en defensie. Vraag: Die opmerking van ^ Commissie-Ten Heuvelhof over 10% georganiseerden, wat betekent dat nu ten opzichte van de NCBO? Zit uw organisatie in een impasse, komt u bij de Vü niet tot voldoende resultaten, spreekt het 't VÜ-personeel onvoldoende aan of wat is dat nu? Antwoord: Bij zo'n lange vraag mag ik wel een lang antwoord geven. Ik voel het niet zo aan dat we in een impasse zitten. Integendeel, de ontwikkelingen aan de VU stemmen me — hoewel ik wel eens intens bezorgd ben geweest — vaak plezierig. Alleen al het feit dat we hier te doen hebben met een christelijk wetenschappelijke instelling, die in minder dan een eeuw zo ontzaggelijk veel heeft bijgedragen aan de wetenschapsbeoefening en ook aan de emancipatie van een volksdeel, stemt me mUd. Het CNV, waarvan de NCBO bijna een kwart vormt, is net zo'n organisatie, alleen dan op sociaal gebied. Alleen pas ik ervoor om nu alles wat de VU doet op ons gebied, nu maar mooi en goed te vinden. Daar ben ik erg kritisch op. Noblesse oblige, ook op personeelsgebied. Daarom, omdat je zulke hoge maatstaven aanhoudt voor de VU, ben je juist extra kritisch. Misschien is dat niet helemaal billijk. Nee, in een impasse zitten we niet, zeker niet, wanneer u de
TEAMWERK
10%
huidige gespreksverhouding VUNCBO ziet in het licht van de ontwikkeling, welke er van 1949 tot nu toe is geweest. Vraag: Maar ten overstaan van de Commissie-Ten Heuvelhof hebt u toch gezegd dat u niet helemaal tevreden bent? Antwoord: Ja, dat is zo. Vergeet niet dat een bond nooit tevreden mag zijn. In de sfeer van de primaire en sekondaire arbeidsvoorwaarden is er altijd wat te doen, zijn er altijd zaken waar je tegenaan moet. Maar dat is een algemene opmerking. Als ik de vraag echter toespits op de VU, ben ik evenmin tevreden. Op 25 augustus 1971 heb ik tegen de Commissie gezegd, dat het personeelsbeleid bij de universiteiten in het algemeen ten achter ligt bü het personeelsbeleid bij de overheid en grote ondernemingen. Ik wees daarbij op de stormachtige groei, op de veel Ingewikkelder geworden organisatiestruktuiw, wijziging van de verhoudingen, andere samenstelling van de 'toppen' bijna geen exclusieve zaak van hooglerai'en meer, maar van teams (hoogleraren, docenten en onderzoekers samen) en niet te vergeten de grotere betekenis, zowel kwalitatief als kwantitatief van
Vü
Deze pagina wordt u aangeboden door de NCBO/VD (officieel: de groep Vrije TTniversiteit van de afdeling Amsterdam van de Nederlandse Christeiyke Boud van Overheidspersoneel, aangesloten bU het CNV). In het aanstaande studiejaar hopen we nog méér informatie te verstrekken over ons werk bq de VU.
technisch en administratief personeel. Als je dan later hoort, dat het hoofd van de afdeling personeelszaken, de lieer Bestebreurtje, in een volgende zitting van de Commissie-Ten Heuvelhof (1 september 1971) geheel onafhankelijk van mij een soortgelijk betoog houdt, dan doet dat je natuurlijk wel wat, dan weet je dat je op hetzelfde spoor zit en dat opent perspectieven. Vraag: Weet u of direkteuren er ook zo over denken? Antwoord: Met zoveel woorden is dat nooit gezegd, maar ik ben er stellig van overtuigd dat de bereidheid tot verbetering van personeelsbeleid er bü direkteuren is. Vraag: Denkt u dat het personeelsbeleid bij de VU beter of slechter is dan bij andere universiteiten? Aiitwoord: Dat is natuurlijk niet meetbaar. Daarom kan ik alleen een indruk hebben en die is dat de VU het in verhouding tot de anderen bepaald niet slecht doet.
Wat ik evenwel veel belangrijker vind, is dat de VU duidelijk mikt op een inhalen van een achterstand die er algemeen is op dit gebied bij de universiteiten. Zij ziet de lakunes en doet er wat aan. Overigens geldt die achterstand niet op elk onderdeel; als ik aan de vorderingen tav de funktiewaardering denk, dan loopt men daarbij voorop. Daarbij denk ik aan de verbeterde positie van een zevental storingsmonteurs in het AZVU.
eens voedsel gegeven a a n een dergelijk negativisme?
Vakbond is nodig Vraag: Is het nog wel nodig dat een vakorganisatie aan een universiteit belangen behartigt? We hebben irmners een universiteitsraad? Kunnen we dan zelf niet binnen zo'n orgaan onze belangen behartigen?
Personeelsbeleid Vraag: Denkt u dat hst spoedig merkbaar wordt dat men er wat aan doet? > .Ajitwoord: Nee, dat geloof ik niet. Daarvoor zijn o.a. twee dingen nodig: l.het apparaat dat het personeelsbeleid voorbereidt en uitvoert, moet met grote zorg worden uitgebouwd; 2. de universtteit moet in al haar sektoren ook nog een keer leren zien dat dit apparaat een integrerend onderdeel van de universiteit is en dat men daarmee moet samenwerken. Dat kost jaren. Vraag: Dus toch weer hoge kosten voor zo'n personeelsdienst? Antwoord: Dat is natuurlijk niet reeël! Zo'n dienst betaalt zichzelf. Een goede personeelszorg bevordert de produktiviteit; een goede organisatie en efficiency. Vraag: Moet ik uit uw antwoord afleiden dat de personeelsdienst momenteel gezien wordt als een integrerend deel van de universiteit? Antwoord: Die veronderstelling heb ik weleens. Ik vraag me wel eens af of er niet teveel 'hokjes' zijn, teveel 'koninkjes' op eigen erf, waar men denkt zelf wel personeelsbeleid te kunnen voeren en waar men in de toekomst moet leren met de personeelsdienst samen te werken. Doch niet alleen organisatorisch heeft personeelszaken niet de plaats gekregen waar ze thuis hoort, ook zijn de individuele personeelsleden soms wat negatief over de personeelsdienst. Kent u dat mopje van twee VUmedewerkers, die elkaar vi'oegen 'Waar is een personeelsdienst voor?'. Waarop dan de ander zegt 'Om 'neen' te zeggen!'. Ondanks het feit dat we hier te doen hebben met een gewoon potje Hollands schelden, dat je moet kurmen relativeren, blijft het een wrang grapje dat ik niet voor mijn rekening neem. Ik vertel het dan ook alleen maar als voorbeeld hoe het niet moet. Dat geldt dan voor het personeel of — en dat mag je je toch afvragen — heeft de personeelsdienst soms ook wel
TE GEK!
Van de VU-medewerkers Is slechts 10% georganiseerd. Zo staat het in Ad Valvas van 1 oktober 1971. Wc wisten wel dat de V17 wat dit betreft nogal achter ligt op het landelijk gemiddelde, maar nu het zó erg blijkt te zijn is dat voor ons aanleiding onze voorlichting over NCBO/VU-activiteiten te intensiveren. Als gevolg daarvan treft u thans deze pagina aan. We verhullen niet, dat we — ook — op deze wüze een poging willen doen de Vü-medewerk(st)ers met deze ^ s labune te beschouwen situaläe te konfronteren. Wij hopen dat deze informatie ^ r aan meewerkt dat meer VU-mensen zich gaan organiseren. En dan speciaal in de NCBO, die naar onze mening bij de VU juist een bijzonder sterke positie zou moeten en zeker ook zou kunnen Innemen.
P£R^.^Ä
D. Boonstra, voorzitter NCBO/VTJ.
lEffSf.......
«v—-
\
aoe/i /canaef\ cLCóen Samen
Antwoord: Vergeet niet dat onze taak veel breder is. Via het Cl>rv doen we mee aan het algemene sociaal-economisch beleid. Denk aan de SEH, de Stichting van de Arbeid, de Raad voor de Arbeid etc. En voor wat betreft het overheidspersoneel (inclusief aanverwante groepen) wordt het beleid inzake salariëring, pensioenrechten enz. enz. landelijk bepaald in overleg met de bonden. Maar als het dan aankomt op de plaatselijke gang van zaken, dan nog is het personeelsbeleid niet in de eerste plaats een taak van de miiversiteitsraad, maar van het College van Bestuur in overleg met de erkende vakorganisaties. Sla er de wet-Veringa maar op na. De imiversiteitsraad heeft een heel andere taak, nl. ten aanzien van de organisatie en de koördinatie van het terrein van onderwijs en de wetenschapsbeoefening. Dat is een heel ander terrein.
Ledental gering Vraag: Hebt u enige indruk hoe het komt dat bv. een christelijksociale organisatie als de NCBO niet meer leden heeft bij de VV? Antwoord: Dat is me nog steeds een raadsel. Ik kan alleen maar een aantal mogelijkheden opsommen: a. men heeft er het geld, de kontributie, niet voor over; b. men kijkt een beetje neer op een werknemersorganisatie, bv. omdat men zich nog een beetje
identificeert met z'n vader die werkgever was; c. het begrip solidariteit spreekt sommigen nauwelijks aan; d. de NCBO geeft te weinig vuurwerk, agiteert te weinig en ploetert teveel naar de vooruitgang langs de weg der geleidelijkheid; e. de NCBO is (juist andersom) te revolutionair; f. men heeft geen enkel inzicht in de maatschappij-opbouw, hetzij uit onversclülligheid, hetzij uit onwetendheid, men weet niets af van het spel en tegenspel van maatschappelijke krachten (wat doet het onderwijs daaraan?) Misschien zijn er nog wel meer oorzaken, 't Is ook best mogelijk dat we onszelf te weinig verkopen, het vele werk dat verzet wordt te weinig etaleren. Vraag: Komt het ook voor dat men pas lid wordt als men zelf een probleem heeft? Antwoord: Ja, vriJ veel en dat is allesbehalve sympathiek. Ik heb liever te doen met leden die zich uit overtuiging en solidariteit aansluiten, die zich bewust ziJn van het belang van christelijke vakbeweging in de maatschappij. Vraag: Nu de laatste vraag. Doet u het werk bij en voor de groep VU van de NCBO graag? Antwoord: Ja, heel graag. Ik heb er zelf om gevraagd dit erbij te mogen doen, ook al loopt m'n bordje erdoor over. Ik vind het een uitdaging om hieraan te helpen bouwen.
IJ hoeft natuurlijk niet tot september te wachten met uw aanmelding als lid. Bel 7127 92 en u bent niet meer ongeorganiseerd. Want dät is toch eigenlijk te gek?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's