Ad Valvas 1971-1972 - pagina 90
pepsoneelsti3ec3ei3elingefl UITKERING NACALCULATIE 1971 In het kader van het salarisbeleid voor het overheidspersoneel is ook nu weer nagegaan in hoeverre de per 1 januari 1971 en 1 april 1971 toegekende algemene salarisverhogingen zijn achtergebleven bij de loonontwikkeling m het particuliere bedrijfsleven in de periode van 1 januari 1970 t o t en met 30 juni 1971. Rekening houdende met de gemiddelde ingangsdatum van de verhogingen in het particuliere bedrijfsleven en met het ten laste van de trend gebrachte deel van de kosten van de integratiemaatregelen per 1 juli 1971, kan deze achterstand, gerelateerd aan het huidige salarisniveau, worden gesteld op 3,53% In de berekening van deze 3,53% is niet betrokken het effect van de f 400,— uitkering. BIJ het toekennen van deze uitkering, welke in twee termijnen van f 200,— IS uitbetaald, is bepaald, dat een eventueel verschil tussen deze f 400,— en het gemiddelde uitkeringsbedrag m de voor de trendbepaling relevante bedrijfstakken, in 1971 m het kader van de trendmethodiek zou worden verrekend. Gebleken is dat het gemiddeld uitkeringsbedrag ± f 54,— lager is dan het aan het overheidspersoneel uitbetaalde bedrag,zodat dezef 54,— nominaal in mindering moeten worden gebracht opdeuitkermg van 3,53%. Het College van Directeuren heeft besloten de voor het overheidspersoneel getroffen salarismaatregelen zoveel mogelijk van toepassing te verklaren voor het personeel in dienst van de Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag. Belanghebbende: het personeelslid c.q. het gewezen personeelslid dat in 1971 bezoldiging heeft ontvangen. Peildatum: Als peildatum voor de berekening is vastgesteld 1 oktober 1971, dan wel indien betrokkene op die datum de hoedanigheid van belanghebbende niet meer bezit, de laatste dag, waarop hij in het jaar 1971 belanghebbende was, of, indien hij die hoedanigheid na 1 oktober 1971 verkrijgt, de datum waarop dit plaats vindt. Uitkeringsbasis: a. de wedde (= het salaris -i- vaste toelagen) op de peildatum verhoogd met 6% vakantietoeslag en vermeerderd met de op die datum geldende kindertoelage en -bijslag per maand b. de toelagen wegens onregelmatige dienst over de eerste 10 maan-
den, of minder, herleid tot een jaarbedrag, c. de vergoedingen wegens overwerk en verschuiving in dienstroosters en wegens dienst op feestdagen, welke reëel zijn uitbetaald over de eerste 10 maanden of minder. Berekening van de uitkering: De uitkering beloopt voor elke maand of gedeelte van een maand van het jaar 1971, waarin men de hoedanigheid van belanghebbende bezit, 3,53% van de uitkeringsbasis, met dien verstande, dat het aldus berekende bedrag als volgt w o r d t verminderd a. voor degenen, die op de peildatum tenminste 24 jaar dan wel gehuwd of kostwinner zijn met een bedrag van f 4,50 permaand b. voor de overigen, al naargelang van de leeftijd, welke zij op de peildatum hebben bereikt, met de volgende bedragen, te weten 22 en 23 jaar f 3,90 per maand 20 en 21 jaar f 3,35 per maand 18 en 19 jaar f 2,80 per maand 1 7 jaar en jonger f 2,25 per maand. Loonbelasting: De loonbelasting over de uitkering w o r d t vastgesteld met toepassing van het tarief voor bijzondere beloningen. Pensioenbijdrage: Er w o r d t geen pensioenbijdrage betaald en bijdrageverhaal toegepast over het gedeelte van de uitkering, dat betrekking heeft op de kinder toelageZ-bijslag. Dit vrijgestelde gedeelte beloopt dus 3,53% van de kindertoelage/ -bijslag. De rest van de uitkering w o r d t aan gemerkt als ambtelijk inkomen over de maand waarin zij w o r d t uitbetaald. Uitbetaling: De uitkering zal zoveel mogelijk worden uitbetaald tegelijk met de salarisbetaling over de maand oktober 1971. Deze uitkering geschiedt bij wijze van voorschot, zodat ten aanzien van hen, van wie achteraf blijkt dat zij over bepaalde maanden geen belanghebbende meer waren, het gedeelte van het uitbetaalde bedrag, dat op die maanden betrekking heeft, zal worden teruggevorderd. Salaris per 1 januari 1972: Op grond van deze nacalculatie zullen de salarissen voor het overheidspersoneel per 1 januari 1972 met 2,67%, op basis van het salarisni veau van eind 1971, worden verhoogd.
vervolg van pagina 1
BIJ de eerste vorm krijgt het proefdier een plotselinge aanval van bewusteloosheid, gevolgd door krampen — een zgn. "grand m a l " aanval —. Deze aanvallen worden opgewekt met behulp van een intraveneuze injectie met bijvoorbeeld megimide. BIJ de tweede vorm vertoont het proefdier slechts trekkingen in éen lichaamshelft en raakt niet bewusteloos. Deze vorm van epilepsie werd opgewekt door tijdens een operatie cobaltpoeder op de hersenschors aan te brengen. Vier geneesmiddelen werden in het onderzoek betrokken, nl. fenobarbital, diphantoine, tegretol en valium. De bedoeling was na te gaan of deze stoffen werkzaam zouden zijn en zo ja, op welke vorm van epilepsie. Bij alle proefnemingen werd via m de schedel en de hersenen ingebrachte elektroden de epileptische aktiviteiten geregistreerd. Geen der medicamenten kon beide vormen onderdrukken. Het zal dus vaak nodig zijn patiënten met een kombinatie van geneesmiddelen te behandelen. enkele van de 16 aan de dissertatie toegevoegde stellingen: 10 Regionale anaesthesietechnieken verdienen, indien ze toepasbaar zijn, bij vele chirurgische ingrepen de voorkeur, speciaal in 'poor risk' gevallen. De anaesthesist dient derhalve deze technieken te leren toepassen. 15 De opleiding tot het medische specialisme huisarts is te kort en te weinig doelgericht. Daarom zijn opvattingen, dat er nauwelijks gebieden zouden zijn, waarin specifiek door huisartsen zou kunnen worden gedoceerd, te betreuren en zij vormen een ernstige rem op de huidige ontwikkelingen in de gezondheidszorg.
16 De uitgangspunten van de commissie Smallenbroek zijn onjuist, en het aanvaarden van de voorstellen van deze commissie zal de selectie van wetenschappelijk personeel voor de medische faculteiten in negatieve zin beïnvloeden. Ype Henderikus Poortinga (32, na psychologie-studie aan de V U — doctoraal in 1965) werkzaam in Zuid-Afrika van 1965-1968 op grond van een fellowship van een firma in dat land (Anglo American Corporation) om bij hel "Nasionale Instituut vir Personeelnavorsing" m Johannesburg te werken vanaf 1968 Senior Research Officer bij d i t Instituut om "cross-cultural"onderzoek voort te zetten) promoveert bij prof. dr. S. D. Fokkema tot doctor in de sociale wetenschappen op het proefschrift "Cross-cultural comparison of maximum performance tests Some methodological aspects and some experiments w i t h simple auditory and visual s t i m u l i " samenvatting: Het IS bekend dat de prestaties op een psychologische test vaak sterk afhankelijk zijn van de culturele achtergrond van de geteste. Dit impliceert dat aan een zelfde score be haald door mensen uit verschillende culturen niet zomaar de zelfde betekenis gehecht mag worden, als het bijvoorbeeld gaat om de meting van intelligentie of de voorspelling van succes in een zekere baan. Men kan stellen dat een test vaak niet vergelijkbaar is voor bepaalde cultureel verschillende groepen. In het eerste hoofdstuk van dit proefschrift
worden methoden aangegeven met behulp waarvan kan worden nagegaan of een test geacht kan worden te voldoen aan de eisen van vergelijkbaarheid voor zekere groepen. (Vergelijkbaarheid w o r d t opgevat als een psychometrisch begrip en de eisen ervoor ku nnen in de vorm van hypothesen statistisch getest worden.) Het tweede hoofdstuk handelt over een idee dat m Afrika nogal opgang gemaakt heeft, namelijk dat de bekwaamheden van Afrikanen, relatief ten opzichte van Europeanen, meer liggen op het gebied van gehoor dan van het gezichtsvermogen, onder andere omdat m hun cultuur het gedrukte woord ontbreekt In een drietal experimenten met eenvoudige auditieve en visuele stimuli, waarin zwarte en blanke Zuid-Afrikaanse studenten getest werden, werd de theorie niet bevestigd. Wel kon worden vastgesteld dat de gebruikte test redelijk aan de eisen van vergelijkbaarheid voldeden voor deze groepen proefpersonen. enkele van de twaalf stellingen bij deze dissertatie 8 De validiteit van uit Amerika of Europa overgenomen tests in de zogenaamde ontwikkelingslanden, moet waarschijnlijk voornamelijk verklaard worden uit het feit dat zulke tests gebruikt worden om Westerstechnologische criteria te voorspellen. 9 Voor de bestudering van het probleem of pananormale verschijnselen wel of niet bestaan, IS emotioneel neutraal stimulusmateriaal, zoals de Zenerkaarten, ongeschikt. 12 De levenswijze van de Bosjesmannen toont aan, dat een niet competitieve maatschappij in principe mogelijk is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's