Ad Valvas 1971-1972 - pagina 206
18 FE BRUARI 1972
AD VALVAS
LEZING MET FILM VAN MED ISCH KOMITEE
HANDTEKENINGEN AKTIE TEGEN NTREKKEN SUBSIDIE KOFFIEAKTIE
AZVU personeel ziet Vrijdag 25 februari vanaf 16.30 uur, houdt in kolegezaal I I I van het AZVU het MEDISCH K O M I TEE ANGOLA een lezing voor h e t personeel van het ziekenhuis. Deze lezing wordt begeleid met de film 'ANGOLA MET EIGEN OGEN'. I n de lezing wordt ingegaan op de situatie in Angola, Mozambique en GuineeBissao en in het bij zonder op de medische situatie in Angola en de medische dienst in de bevrijde gebieden aldaar.
hoeveelheid mcdikamentcn, m a teriaal en geld kunnen sturen. Het sekretariaat van de sticliting is gevestigd in de Minahassastraat 1 (tel.: 020925050). Daar kan men een brochure krijgen over de m e dische situatie in Angola (2,50) en verdere informatie. Ook de bovengenoemde film en de film 'Guerrilla in Cebinda' plus even tueel een projektor zijn er te nuur. "Giften en betalingen gaan via gironummer 2383300, ten name van het Medisch Komitee Angola. MPvD.
Oratie Prof.
Bouhema:
HET eEWETEI I L S STRAFHEOHTELiJK PBOBLEEÜH Hoewel deze lezing speciaal voor het ziekenhuispersoneel gehou den wordt staat hy voor iedereen open, De stichting Medisch Komitee Angola is 5 februari vorig Jaar opgericht. Het komitee beoogt twee dingen: materiële steun a a n de Servicio de Assistência Médica (SAM), de medische dienst van de bevrijdingsbeweging van Angola, 'de MPLA (volksbeweging voor een vrij Angola) en informatie ver strekken, t e n einde de onwetend heid over de situatie in Zuidelijk Afrika te doorbreken. Men orga niseert hiervoor diskussies en le zingen en vertoont films, op scho len, vormiiigscentra en zieken huizen. Voor de materiële steun verlening overlegt men met de SAM. Vorig jaar heeft men reeds een
Kamerlid vraagt over colloquium Het PvdAtweedekamerlid Voort m a n heeft aan de ministers De Brauw en Lardinois (Landbouw hogeschool) de volgende schrifte lijke vragen gesteld: 1. K u n n e n de ministers over de periode 1 Januari 196131 decem ber 1971 cijfermateriaal verstrek ken, waaruit (gespecificeerd naar kalenderjaar, studierichting en leeftijd van de kandiaat) blijkt: a) hoeveel verzoeken om toe lating tot universitaire examens op grond van een met goed gevolg afgelegd colloquium doctum (ex artikel 29 Ud 1 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs) wer den ingewilligd, afgewezen en 'm behandeling' gehouden; b) in hoeveel gevallen de se n a t e n van universiteiten en hoge scholen bij een colloquium doc t u m niet 'voldoende algemene ontwikkeling en geschiktheid voor het volgen van wetenschappelijk onderwtjs' aanwezig achtten en: c) in hoeveel gevallen de sena ten van universiteiten en hoge scholen by een k a n d i d a a t niet 'voldoende algemene ontwikke ling en geschiktheid voor het vol gen van wetensohappeiyk onder was' aanwezig veronderstelden en niet overgingen tot instelling van het in artikel 29 lid 1 bedoelde verklaring en onderzoek; d) in hoeveel gevallen de sena ten van universiteiten en hoge scholen een colloquium doctum moesten weigeren, omdat de k a n didaat de in artikel 29 lid 1 ver eiste leeftijd niet bereikt h a d en zich evenmin kon beroepen op de in artikel 29 lid 3 gegeven moge lijkheid tot ontheffing van de leef tij dsbepalin g ? 2. Wanneer k a n een wetswijziging ter zake tegemoetgezien worden? 3. Zijn de ministers bereid om: a) by de toepassing van artikel 29 lid 1 niet langer een leeftijds grens te h a n t e r e n ; b) a l t h a n s op korte termijn n a te gaan, welke instellingen voor hoger beroepsonderwijs op grond van het niveau van h u n opleiding en/of diploma behoren te wor den toegevoegd a a n de lijst van instellingen die toegang geven tot een colloquium doctum?
De vorig jaar tot hoogleraar in het staatsrecht benoemde mr. P. J. Boukema heeft vrijdag 11 fe bruari in h e t Woestduincentrum zijn inaugurele oratie gehouden over 'Het geweten als staatsrech telijk probleem'. De oratie van prof. Boukema is als volgt samen te vatten: I n het staatsrecht komt de pro blematiek van het geweten preg n a n t tot uitdrukking in het kon flikt wetgoweten. Dit is een on derdeel van een ruimer vraagstuk nl. dat van de gewetensvrijheid. De gewetensvrijheid wordt om schreven als de vrijheid van ieder om in overeenstemming met zijn geweten (bewustzijn van goed en kwaad) te denken, te beslissen én te handelen. Afgewezen wordt derhalve de opvatting dat de ge wetensvrijheid zich tot h e t inner lijk van de mens zou beperken. Beperking door de overheid van de interne gewetensvrijheid is on aanvaardbaar. De vrijheid om in overeenstemming met het gewe ten te handelen (externe gewe tensvrijheid) mag wel worden be perkt, mits a a n een aantal voor waarden is voldaan. Steeds moet tenminste worden onderzocht of het doel dat de overheid zich stelt op een andere wijze k a n worden bereikt dan door het opleggen van verplichtingen waardoor de ge wetensvrijheid wordt aangetast. Gepleit wordt voor h e t onder be paalde omstandigheden erkennen van een gewetensbezwaar als strafuitsluitingsgrond. Nagegaan wordt in welke mate de gewetensvrijheid in het neder landse recht wordt erkend. K r i tiek wordt geoefend op de recht spraak van de Hoge R a a d over art. 9 Verdrag van Rome. Niet wordt aanvaard de stelling dat art. 9 een rechtsplicht voor de overheid bevat om voor elke wet telijke verplichting dispensatie aan gewetensbezwaarden te ver lenen. Wel is de overheid ver plicht optimaal met gewetens bezwaren rekening te houden. I n dit verband wordt kritiek geuit op de beperkte mogelijkheden die de Wetgewetensbezwaren militaire dienst biedt tot erkenning van ge wetensbezwaren. Gepleit wordt voor wijziging van art. 2 van die wet, zodat bv. ook diegenen die gewetensbezwaren hebben tegen bepaalde (massale vernietigings) wapens kunnen worden erkend. Tenslotte wordt de vraag of de gewetensvrijheid als a p a r t grond recht in de grondwet moet worden opgenomen ontkennend beant woord.
Vele VUAverknemers (onder wie professoren en andere leden van de wetenschappelijk staf) en stu denten hebben eind vorige week en begin deze week h u n h a n d t e kening gezet onder een open brief, die wordt gericht a a n minister president Biesheuvel. In die brief wordt geprotesteerd tegen het in trekken van de subsidie van ƒ 9500 voor de koffie-aktie van het Angola-komitee. We geven deze open brief hieronder in z'n geheel weer: Aan de Ministerraad van het Koninkrijk der Nederlanden t.a.v. de minister-president zijne excellentie mr. B. W. Biesheuvel. 's-Gravenhage. Excellentie, Met ontstelteins hebben icij kennis genomen van de beslissing der regering om. in strijd met het advies van de Nationale Commissie voor Ontwikkelingsstrategie, geen subsidie toe te kennen aan het Angola-comité. Wij willen naar aanleiding hierva?i het volgende onder uw aandacht brengen. De onthouding van goedkeuring aan een subsidie-voorstel tbv het Aiigola-co7nité' heeft^ weliswaar financieel niet zulke ernstige konsekiventies. maar gal wél het 'image' van het Angola-comité schade doen. Zowel de bond van koffiebranders als sceptische nederlandse burgers kunnen in dit gebaar van de regering steun vin-. den om de huidige koffie-aktie van het Angola-comité (geen import meer van Angola-koflie) van de hand te wijsen. De ivesenlijke motivering van het standpunt van de regering is niet zo moeilijk te raden. De non-interventiepolitiek jegens Portugal, nog versterkt door het feit dat Portugal als lid van de NATO niet voor het hoojd mag worden
PROMOTIE
Tot zover de open brief. Wie alsnog z'n handtekening wil zetten onder dit schrijven, kan terecht op de publikatieborden bij de ingangen van het hoofdgebouw.
:c::i
Afwijkend bestyurlijk ge bestraffen als misdrijf De heer M. A. Mahmoud (Den Haag) is vrij 18 feb gepromoveerd tot doktor in de rechtsgeleerdheid op het proefschrift: 'Justice and administrative deviance'. Zijn promotor en co-promotor waren resp. prof. dr. H. Bianchi en prof. m. J. Wessel. Het proefschrift Is de analyse van afwijkend gedrag in het bestuur, gebaseerd op de fundamentele beschouwing van h e t probleem van recht en gerechtigheid in de maatschappij. Mahmoud ziet h e t ontbreken van gerechtigheid als de voornaamste oorzaak van afwijkend gedrag zowel in de m a a t schappy als in het bestuur. De bestuurswetenschap doet op dit ogenblik nog steeds alleen m a a r een beroep op de sociale wetenschappen, m a a r niet op de kriminologie en richt de a a n d a c h t op de praktijk van de bureaukratie in
50 jaar PRINS voor een 'vorsteike' bril! 0
Leverancier alle ziekenfondsen
%
Keuze uit hon(derden monturen Snelle reparatie-service
PRINS
niet meer geldt. O.i. is een rigide non-interventie politiek niet meer te handhaven in gevallen van geestelijke en fysieke mishandeling op zeer grote schaal. Het oprechte streven van. vele mensen (zoals leden van het Angola-comité en de Nationale Commissie voor Ontwikkelingsstrategie) om gestalte te geven aan de gerechtigheid in de wereld wordt door dit handelen van de regering gefrustreerd. Hei vertrouwen van deze mensen in de regering is geschokt, en een voor de hand liggende reaktie is, dat zijn nu meer radikaal zullen gaan denken en handelen. Dit heeft weer tot gevolg, dat deze mensen verder komen af te staan van veel andere Nederlanders Daardoor zullen zij, hoewel zij goede idealen en beweegredenen hebben, in een geisoleerde positie terecht komen en hun idealen niet kunnen uitdragen en konkretisereii. Ook via deze omweg dupeert de regering dus de aktie van hel Angolacomité. Het tragische is alleen, dat velen dit niet zullen doorzien, maar reageren met een 'Zie je wel, dat het geen zuivere koffie (linkse agitatie) loas?' Dit werkt nog verdere polarisatie in de hand; de Angolezen ivorden niet geholpen, en de tegenstellingen binnen Nederland tvorden verscherpt. Wij hopen dat de regering, die een humanisiisch-christelijke signatuur pretendeert te hebben, ogv bovenstaande argmnentatie tot een wijziging van haar thans ingenomen standpunt zal komen. Ondergetekenden kunnen zich verenigen met het hierboven gestelde, ...'
MOHÄMED ALI MAHMOUD:
Advertentie
#
gestoten, heeft loaarschijnlijk de regering tot dit besluit gebracht. Ddt de regering, het NATO-belang afivegende tegen de belangen der Angelesen, gemeend heeft dat het eerste moet prevaleren, is verdedigbaar, hoewel men het er niet mee eens hoeft te zijn. Men mag echter aannemen, dat, gezien de enorme ontberingen die de angolese koffie-arbeiders snoeten lijden, de regering een dergelijke beslissing met bloedend hart genomen heeft. Maar dan zal de regering elk initiatief 'van onderaf', zoals een op de wens van de konsunient gebaseerde weigering der koffiebranders om nog langer Angolese koffie te venoerken, moeten toejuichen en honoreren. Uit bovenstaande blijkt echter dat door de onderhavige stellingname van de regering het initiatief van 07ideraf wordt bemoeilijkt. Indien de regering meent, dat ook het niet-duperen en stimuleren van akties op eigen initiatief, i.e. de koffie-aklte van het Angolacomité, nog te onaardig te tegenover Portugal, dan luillen wi) m.n. hiertegen protest aantekenen. Als werknemers en studenten van een miiversiteit met een christelijke doelstelling menen wij, dat deze mate van marchanderen met de meest elementaire eisen van gerechtigheid en naastenliefde niet meer te verantivoorden is. Nog iets nav het argument van minister Schmelzer, dat men nu eenmaal met de kommerctële kontakten kan verbreken met een land, waarvan men het politieke systeem afkeurt. Allereerst is het de vraag of door het Angola-komité pri^nair het politieke systeem van Portugal ivordt afgekeurd, ofivel de konsekwenties van het systeem voor de Angoleten. Maar wat belangrijker is: Voor elke regel geldt dat er grenzen zijn waar buiten zij
#^^%.
AMSTERDAM (13 fil.) AMSTELVEEN-HAARLEM
de huidige vorm, als iets dat onomstotelijk vast staat. De bestuursjuristen zullen meer a a n dacht moeten besteden a a n de kriminologie en de technologie, willen zij het bestuursgedrag k u n nen begrijpen en verbeteren. De grootste fout van de bestuurswetenschap is dat zij de beheersing van het bestuursapparaat nog steeds niet als een bijzonder beroep opvat en dat, als gevolg daarvan, de 'bureaukraten' niet worden opgeleid om op vakkundige wijze h u n beroep uit te oefenen. Daarom is de amhtelijke dienst nog steeds een 'beroep zonder beroepsmensen.'
NOG SCHADELIJKER Omdat afwijkend gedrag in h e t bestuur nóg schadelijker is voor de maatschappij dan gewone misdrijven, zou h e t als misdrijf gekwalificeerd moeten worden. Het grote probleem in h e t opsporen van afwijkend gedrag in h e t bestuur is dat h e t bestuursgedrag zich a a n het oog van h e t publiek en in veel gevallen zelfs aan h e t oog van de superieuren onttrekt. Daarom moeten er zoveel mogelijk technieken worden aangewend om h e t bestuursgedrag beter w a a r neembaar te maken, met n a m e : de ombudsman en 'public relations*, zowel a a n de top als in de dagelijkse omgang met h e t publiek. Omdat het recht in de zin van een maatschappelijke techniek beïnvloed wordt door het recht als studie, worden in deze dissertatie de rechtswetenschap en de j u r i dische opleiding onder de loep genomen. De rechtswetenschap is van n a t u r e een interdisciplinaire en een toegepaste wetenschap en er zou daarom eenheid in gebracht moeten worden. De rechtswetenschap zou bovendien een beroep moeten doen op de sociale wetenschappen om inzicht te krijgen in 'het recht in de m a a t schappij', waaronder de vraag van gerechtigheid. D a a r o m is h e t dringend noodzakelijk de juridische opleiding op een nieuwe leest te schoeien zod a t deze voldoet a a n de m a a t s t a ven v a n een wetenschappelijke opleiding zoals bv. de medische opleiding. Dit k a n worden tot
stand gebracht door rechtenstudenten eerst de voor h u n studie noodzakelijke achtergrond omt r e n t sociale wetenschappen te verschaffen en hen d a a r n a de rechtswetenschap in de zin van een interdisciplinaire en een toegepaste wetensoliap te onderwijzen. Zonder deze nieuwe opzet van de juridische opleiding zullen juristen blijven behoren tot een klasse van gespecialiseerde klerken ten behoeve van de status quo, welke dan ook. PERSONALIA: Mohamed Ali Mahmoud is in 1932 geboren in Egypte. In 1953 studeerde hij af a a n de rechtsfakulteit van de universiteit te Cairo. D a a r n a is hij geëmigreerd n a a r Saoedl-Arabië waar hij o.a. als advokaat werkzaam is geweest. I n 1962 is hij n a a r Nederland gekomen voor postgraduate onderzoek. Hij behaalde het diploma in 'het openbaar bestuur' aan het Instit u u t voor Sociale Studies in Den Haag, waardoor hij gestimuleerd werd zijn studie op het gebied van rechtsfilosofie en -sociologie voort te zetten, om een antwoord te vinden op de vele vragen die zijn rechtspraktijk onbeantwoord h a d gelaten. I n 1967 slaagde hij voor zijn doktoraalcxamen in de recht e n a a n de rijksuniversiteit te Leiden.
INTERNE B E H E E R D I E N S ï HOOFDGEBOUW Gevonden voorwerpen 4 multomappen; 3 tabaksetui's; 11 Portemonnaies; 4 etui's mot inhoud; brillekoker; brillekoker met damesbril; 5 agenda's; 3 sleutelbossen; damestasje; driehoek, gradenbogen; zilveren p l a a t a r m bandje; ring; toeristenkaart; gemeenteglropas; cultureel jongeren paspoort; aansteker; bril; zonnebril; 3 vulpennen; vulpen en balpen in mapje; balpen In m a p je; pennenetui; 2 dameshorloges; 2 herenhorloges; ring; portugees geld; schrift; boeken; tassen; sjaals; handschoenen; parapluies; vest. Voor gevonden voorwerpen kunt u dagelijks terecht In hg OD-18.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's