Ad Valvas 1971-1972 - pagina 223
AD VALVAS
3 MAART 1972
5
STUDENTENDEKÄAN VAN WANING: HUISVESTING SPEELT GROTE ROL, MAAR .
elzijn student is nauw studiesituatie
Artsen, psychologen, studentendekavsn, pastores en studenten hebben zich verenigd in de Raad voor Overleg in Studentenaangelegenheden (ROS). Eén van de aspekten in dit samenwerkingsverband is het welzijn van de studenten. Wat is eigenlijk de reden geweest om dit welsijns-thema naar voren te halen? Vlak voor kerstmis heeft een van de artsen in een korte nota gesteld dat hij met klachten als hoofdpijn, buikpijn, e.d. gekonfronteerd werd, terwijl het in feite om heel andere problemen ging, waar die pijn eigenlijk een symptoom van was. Hij meende dat het eerder met de hele samenleving in verband stond; dat men zich
GEIIESKONDE IN PIIMLSTROOI^ ELEKTRONISCHE ONTWIKKELIIi I n de openbare les die dr. H. Schneider vanwege züo benoeming tot lektor in de medische fysika, donderdag 2 m a a r t in h e t Woestduincentrum hield, gaf hij een historisch overzicht van de ontwikkeling van de medische fysica als wetenschap. Tevens belichtte hij de steeds dominantere rol van de medische fysika in de geneeskunde. Die rol komt tot uiting in h e t steeds groter wordende aandeel van de fysische meetmethoden in de diagnostiek. Ook informatieverwerving en verwerking speelt in deze tijd een steeds belangryker rol. De opleiding van studenten en allen, die in de geneeskunde werkzaam zün, krijgt een'ander k a r a k ter. Men wordt immers gekonfronteerd met de meest moderne technieken. Patiënten-bewaking met elektronische instrumenten is hier een prachtig voorbeeld van. Door intrede van elektronische a p p a r a t u u r in ziekenhuizen, is h e t gevaar van elektrokutie van p a tiënten reëel aanwezig. Goede voorzorgen dienen dan ook getroffen te worden bij aanleg van operatie-units en bewakmgseenheden. O n d a n k s alle vertynde technieken, die ons meer in s t a a t stellen de levensverschijnselen t e doorgronden, blijft het wezenlijk, dat we de patiënt als mens biyven zien.
Oratie dr. D. M. Bakker
Bezinning nodig op taal en taaiversciiijnselen 'Tekengeving en syntaxis', over konstructies met hebben en zfln, luidde de inaugurele rede die dr. D. M. Bakker vrijdag 25 februari in h e t Woestduincentrum hield vanwege zijn benoeming tot hoogleraar in de nederlandse t a a l k u n de. Een korte samenvatting van zijn oratie: Als m e n t a a l gebruikt, moet men weten wat men doet. Daarvoor is onder andere nodig systematische bezinning op t a a l en taalverschynselen. De taalwetenschap k a n beschouwd worden als een van de vormen daarvan. I n de laatste j a r e n is m e n hoe langer hoe meer bezig met de vraag wat h e t is, d a t de taalverschynselen een zinvolle s a m e n h a n g verschaft. I n de beginfase van de transformationeel-generatieve grammatika zag m e n de t a a l voornamelijk als producent van feitelijke (protokol-) uitspraken. Gebleken is echter, d a t deze (stilzwijgend aangenomen) hypothese onhoudbaar is. Bovendien wijst onderzoek van nederlandse zinnen met h e b ben en zijn erop, d a t m e n onder een andere invalshoek weer een andere s a m e n h a n g k a n ontdekken. Er k a n tussen deze beide soorten zinnen namelijk een systematische relatie worden a a n g e n o men, die in verband k a n worden gebracht met een tweetal fimkties, die de tekengeving k a n vervullen. H e t is niet onmogelijk, d a t genoemde relatie een centrale positie in de t a a l s t r u k t u u r i n neemt; nader historisch en synchronisch onderzoek zal dit moet e n uitwijzen.
over het algemeen te weinig wist te uiten, te geremd was om met anderen te kunnen praten over wat je bezig houdt. De huidige moraal is er een van flink-zijn, het zelf wel kunnen rooien en niet bij een ander aankloppen, voordat je helemaal geen andere kant meer uitkan. Dit vernemen wü van studentendekaan drs. J. van Wanüig. Hij is van oordeel, d a t er mbt de welzijnsproblemen van studenten verschillende faktoren een rol spelen,'die kumulatief op elkaar k u n nen Inwerken en de student voor onoverkomeniyke problemen p l a a t sen. Als faktoren noemt h y o.a., d a t de studie, die de student gekozen heeft, h e m een star pakket voorlegt, waar in hij z'n eigen weg m a a r moet zien te vinden; persoonlijke faktoren als bijv. geremd-zijn, konflikten met ouders die opgekropt worden; een zwakke medische konstitutie, en liuisvestingsproblematlek.
Huisvesting I n de onderlinge taakverdeling tussen de dekanen houdt de heer Van Waning zich met het laatste bezig. Hierbü krijgt hij veel met de welzijnsproblematiek te m a ken; met studenten, die een u r gentie voor Uilenstede kunnen krijgen. Van Waning: Het zijn vooral mensen, die op een kamer In de stad zitten, en vanwege de genoemde faktoren niet in staat zijn te studeren en te weinig kont a k t e n hebben. De vraag is, is hiJ wel geholpen op Uilenstede? Als je later zo iemand tegenkomt, d a n blijkt h e t meestal wel gunstig gewerkt te hebben, d a t de isolatie wat is opgeheven, omdat de kontaktmogelijkheden er gemakkelijk zün, zo d a t ze weer op dreef r a ken. Aan de andere k a n t moet je natuurlijk bedenken, d a t er w a a r schijiiliik niet één eenheid op Uilenstede is, waar niet tenminste één student zeer geïsoleerd leeft. D a t is soms uit vrije keus, m a a r ook heel vaak uit onvermogen; trouwens, wie zal d a t schelden?
Studiesituatie A.V.: Als een van de relevante faktoren voor het welzijn van studenten, noemde u de studiesituatie. Hoe werkt die, al of niet frustrerend, op dat welzijn? V.W.: Ik zou welzijn in de studiesituatie willen preciseren in die zin, d a t h e t positief Is, wanneer iedere student als volwassen individu tot goede ontplooiingsmogelijkheden kan komen. D a a r o n der versta ik ook d a t er dergelijke samenwerkingsverbanden ziJn; dat hij ook In d a t opzicht a a n z'n trekken k a n komen; dat hij zelf medeverantwoordelijk is, en d a t bevorderd wordt d a t hij zich ook zo voelt, voor de hele studiesituatie en d a t er een behoorlijke differentiatie Is, waarbinnen hij een keuze kan maken. A.V.: Daarbij gaat u er wel van uit, dat het op dit moment nog niet zo is? V.W.: Het is een ideaal, d a t je stelt, en d a t daardoor een kritische houding tov de studiesituatie met zich meebrengt.
Verschoolsing A.V.: Men spreekt de laatste tijd van een toenemende verschoolsing op de universiteiten; ook hier worden de mensen tot Objekten van het leerproces in de studie. Gaat dat niet in tegen het ideaal van een grotere verantwoordelijkheid voor de studenten? V.W.: Een verdergaande programmering van de studie, de konsekwentie van de invoering van de Posthumus-voorstellen, hoeft op zich nog niet te betekenen, dat de studenten minder Inbreng In de studiesituatie hebben. I k geloof, d a t het In feite wel dit effekt zal hebben, m a a r d a t h e t in principe niet nodig Is. Een ministerie van onderwijs d a t centraal bepaalt, via h e t parlem e n t natuurlijk, hoe hoger beroepsonderwijs, lagere scholen, kleuterscholen, universiteiten qua leerprogramma In elkaar moeten zitten, is namelijk een onding;
d a t moeten we afschaffen. De gezonde situatie, die zich in een zeer kleine uitloper heeft voorged a a n In die gelukkige tijd, waarin h e t leek d a t alles mogelijk werd, zo in '69, '70, zouden we terug moeten hebben. E n het was toen n e t uitgesproken een rijksuniversiteit, niet de Vrije Universiteit, m a a r de rijksuniversiteit In G r o ningen, waar men in eigen kring In zeer Intensieve disku.ssies onder deelneming van studenten, staf en docenten tot een nieuwe bestuursvorm kwam.
Het enig heil van een ministerie van onderwijs zie ik In een koordinerende funktie, waar m e n verder de instellingen zelf verregaand laat bepalen hoe h e t onderwijs en h e t bestuur wordt ingericht. D a n zal er een school de soep indraaien, d a t wreekt zichzelf wel weer, waardoor m e n toch gedwongen is J e korrigeren. M a a r we hébben nu eenmaal een ministerie van onderwijs, en we h é b ben een minister die de touwtjes vast in h a n d e n heeft, zodat men als universiteit m a a r heeft af te
Dit zijn de feiten De laatste m a a n d e n treedt h e t welzijn van studenten steeds meer op de voorgrond ui diskussies over h e t leefklimaat onder studenten. Bij degenen, die op de universiteit werkzaam zyn in de sektor studentenvoorzeningen, heeft dit geleid t o t een toenemende s a menwerking tussen artsen, dekanen en psychologen; tevens tot een sterkere benadrukking van de noodzaak, om in de planning van h e t -wetenschappelijk onderwijs meer rekening te houden met de m a t e waarin de studenten gelegenheid krijgen binnen en buiten h u n studie tot ontplooiing te komen. Die grotere nadruk op de kwaliteit van h e t leefklimaat vloeit voort uit de konstateriiig d a t dit klimaat op dit moment snel a a n h e t verslechteren is. Door de waarnemmgen a a n verschillende nederlandse universiteiten wordt dit bevestigd. I n Nijmegen steeg het aantal konsulten bij studentenartsen in één j a a r van 3000 n a a r 6000. Daarbij was een sterke toename van konsulten op h e t gebied van sexualiteit en psycho-somatische klachten. I n dezelfde periode n a m h e t bezoek a a n psychologen in twee j a a r toe van 2i n a a r 4 procent van het totaal a a n t a l studenten. Bovendien wordt een verschuiving in problematiek vastgesteld: a a n m e r k e lijke toename van konflikten met ouders, nog eens versterkt door een frustrerend beurzenbelcid. I n meer algemene zin heerst er ontevredenheid met een 'waardenvrije' wetenschap, gevoel van onmondigheid in de studiesituatie, bedreigdheid door regeringsplannen (Posthumus, koUegegeldverhoging), vereenzaming in het massagerichte onderwijs, kontaktmoeUijkheden.
Niet langer individueel
Duidelijk wordt dat welzijn niet langer langer als individuele a a n gelegenheid beschouwd k a n worden, als een soort ziekte-geval, m a a r steeds meer gekoppeld moet worden a a n de omgeving van de student; zijn maatschappelijke positie en de studiesituatie. I n tegenstelling tot leeftijdgenocen is de student financieel min of meer aangewezen op bijdragen van anderen wat een vaak frustrerende afhankelijkheid tov ouders of staat tengevolge heeft. I n J i e t onderwijs treden elementen als massifikatie, selektie (vooral h e t eerste Jaar), studieverzwaring (minder vrije tijd) en verschoolsing steeds meer op de voorgrond, waarvan de effekten op h e t welzijn van de studenten niet bepaald gunstig ziJn. Er zijn gevallen bekend van studenten die vanwege de selektie weigerden a a n een ander diktaten uit te lenen. Door h e t i n t e n sieve en massale onderwas heeft m e n minder vrije tiJd om zich op breder gebied te oriënteren en wordt h e t vaak moeilijker kont a k t e n met jaargenoten te leggen. Hier komt nog bij, d a t er w a a r schijnlijk vanuit Den Haag op niet al te lange t e r m y n een groot a a n t a l plannen worden verwezenlijkt, die de bestaande negatieve tendenzen dreigen te versterken.
Ontevredenheid
Veel dekanen gaan zich steeds ontevredener voelen met h u n rol van oplapper van individuele gevallen, die de strijd niet langer konden volhouden. Zü voorspellen d a t in de toekomst steeds m i n der studenten in staat ziJn de spamiingen en stijgende eisen van h e t studentenleven het hoofd te bieden en hulp van dekaan, psycholoog of a r t s zullen vragen. Vandaar h u n eis. d a t de welzijns problematiek voortaan een p u n t van overweging moet gaan vormen bij de planning van de studieopzet, niet alleen in de vorm van h e t aanstellen van een studiekoördinator, m a a r ook dmv een vergroting van de reële invloed van de studenten op het onderwijs en het bestuur van h u n fakulteit en universiteit. P I E T E R J A N VAN DELDEN
§ 25 maart in Marcanti
FEESTA VOND
Zaterdagavond 12 februari zijn wü er geweest: bü de première van de 25e AMRO-revue 'De Vlag in Top', in Krasnapolsky, om te zien wat u 25 m a a r t voorgeschoteld krijgt i n Marcanti. Nou, dat was niet gering. De vonken vlogen eraf. W a t een show! Een geweldige vaart zat erachter, met ietwat zwemeUge liedjes tot keiharde tophits en van spitse sketches tot 'striptease'. D a t k u n t u allemaal zien als de zo suksesvoUe AMRO-revueclub onder de zeer deskimdige leiding van Berry TCievits, Gerard Walden en Nol Kievits 25 m a a r t komen spelen in Marcanti. Tussen haakjes, heeft u al een k a a r t è, ƒ 3 , — gekocht bij de portier of uw kernbestuiu'? Wees er vlug bij, ze vliegen weg! Musch, Scheik. Lab. Keus, Scheik. Lab. Valkenburg, Nat. Lab. v. Leuffen, Nat. Lab. P.S. Neem ook uw familie mee!
DRS J. VAN WANING wachten, wat bepaald wordt mbt formatieplaatsen, studieduur, kost e n van de studie, enz. A.V.: Wordt u dan niet pessimistisch tav het welzijn van de studenten, wanneer u deze toenemende centralisatie ziet? V.W.: D a a r ben Ik Inderdaad h e lemaal niet optimistisch over. Het ziJn natuurlijk ook enorme p r o blemen. Er is een vergrote o n t wikkeliiigsdraag bij Jonge m e n sen, en h e t Is een hele opgave om daar enigszins in te kunnen voorzien. Een grote crux zit natuurlijk bij h e t hoger beroepsonderwijs, waar men al jarenlang soms meer d a n de helft van de mensen moet afwijzen, waardoor je een grotere stroom n a a r de universiteiten krijgt.
Struktuurverandering A.V.: Wat voor funktie denkt u — als dekaan — dan nog te kunnen vervullen tav het welzijn van studenten, met name wat betreft het veranderen van de universitaire struktuur? V.W.: I k zie In h e t werk van dekanen, psychologen, artsen en predikanten vooral de nadruk liggen op h e t Individuele kontakt met studenten. M a a r h e t lijkt me, d a t de signalerende funktie die we zouden k u n n e n hebben, groter kan zijn. Ik geloof d a t er een speciale deskundigheid voor nodig is om te kunnen zeggen hoe een b e paalde studierichting aangepakt moet worden vanuit h e t gezichtsp u n t van het welzijn van de studenten. D a t kan natuurlijk ook een studiekoördinator doen. Het gaat er m a a r om, d a t je op een bepaald moment de alarmklok k u n t lulden, wanneer Je vla die individuele gevallen merkt d a t er met de studiesituatie in een bepaalde fakulteit Iets fout zit. A.V.: Het zijn dus vooral de studenten zelf, die teriville van hun eigen welzijn hun studiesituatie moeten gaan veranderen? V.W.: I k zou willen aanmoedigen, d a t studenten meer worden geaktiveerd tot een op.stelllng van a k tieve verandering v a n h u n situatie. I n verschillende studlerichtln• gen heb je te maken met een vicieuze cirkel van een nu eenmaal passieve opstelling van de studenten, een gegeven studiesituatie, een bepaald onderwijspakket. Die gang van zaken is vicieus, omdat h e t goed voldoen a a n het studieprogramma het de student onmogelijk m a a k t zich aktlef In te zetten voor een eventuele andere a a n p a k van het onderwijs. Bovendien zijn aankomende studenten, bij wie vaak h e t enthousiasme voor dit soort zaken h e t grootst is, vaak h e t slechtste geïnformeerd, waardoor in die onderwijssituatie niet iets verandert. En wanneer h e t geprobeerd wordt, zelfs door hoogleraren en staf, kan dit weer niet, gegeven het bestaande p r o gramma, zodat de participatie van de studenten weer minimaal is. Deze vicieuze cirkel k a n bijna altijd alleen zinvol doorbroken worden door een aktieve s a m e n werking tussen -docenten en studenten; als het alleen van de stud e n t e n uitgaat Is h e t in de regel een vechten tegen de bierkaai. Een dergelijke aktieve participatie in h e t hele onderwij.sprogramma bevordei-t ook de efficiëntie van de hele studie, m a a r d a n efficiëntie hl algemeen-menselijke zin, d a t nl. de hele menselijke vorming van de student tot z'n recht k a n komen. Als afgestudeerde heeft m e n dan n a d a t proces, waar in toenemende m a t e eigen verantwoording geëist wordt, een veel volwaardiger opleiding gehad. P. J. VAN DELDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's