Ad Valvas 1971-1972 - pagina 182
AD VALVAS
Het voorstel-bestuursregiement der Universiteitsraad Op 3 december heeft de universiteitsraad een voorstel-bestuursreglement aang«.nomen. Een week later is dit voorstel toegezonden a a n h e t bestuur der Vereniging voor Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag. Dit bestuur moet, n a d a t advies van o.a. de Senaat ingewonnen is, het nieuwe bestuursreglement vaststellen en vervolgens ter goedkeuring zenden a a n de minister onder wie het wetenschappelyk onderwijs ressorteert. Hoe het nieuwe reglement er uiteindelijk uit zal komen te zien staat dus allerminst vast. Desalniettemin loont het een overzicht te geven van de belangrijkste punten uit het voorstel van de uiiiversiteitsraad. Het is immers niet onwaarschijnlijk dat een a a n tal van deze pimten in het uiteindelijke reglement terug te vinden zullen zijn. Een afwijking van deze punten in het definitieve reglement vooronderstelt een uitvoerige diskussie daarover — binnen de kring van besturende kolleges en universiteitsraad, m a a r wellicht ook daarbuiten. Het is nuttig voor de meningsvorming en voor de waardering van het uiteindelijke resultaat om van een a a n t a l feiten op de hoogte te zijn. De grote lijnen van de nieuwe bestuursstruktuur waren uiteraard voor de universiteitsraad (UR> apriorische gegevenheden. De Wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 (WUB) draagt de bijzondere universiteiten op, het bij of k r a c h tens die wet bepaalde in acht te nemen, voorzover de eigen aard zich er niet tegen verzet. Er is dus in de nieuwe struktuur een UR en een Kollege van Bestuur (KvB). Toch dikteert de WUB niet alles. En evenmin dikteert zij altijd duidelijk. Op tal van punten heeft de UR zelf een beslissing moeten nemen. Een selektie daaruit komt hieronder a a n de orde.
Universiteit-Vereniging De huidige UR is er vanaf het begin van uitgegaan dat de nieuwe UR en het KvB ook werkelijk iets te besturen moeten hebben. Wil men halfslachtigheid vermyden en de nieuwe bestuursstruktuur werkelijk van de grond doen komen d a n moet men a a n de u n i versitaire bestuursorganen reële bevoegdheid geven. Anderzijds kan noch wil de huidige UR de banden met de Vereniging doorknippen. De verhouding met de Vereniging moet evenwel funktioneel gezien worden. Waarom heeft de universiteit een Vereniging achter zich? En waarom gaat van de Vereniging een universiteit uit? De financiële afhankelijkheid betreft sinds de 10Ö% subsidieregeling nog slechts enkele bijzondere taken. Overblijft datgene waar het altyd om ging: de geestelijke verbondenheid. De legitieme eis der Vereniging betreft de protestantchristelijke signatuur der universiteit. Vanuit deze gedachte houdt de Vereniging via h a a r bestuur in het voorstel der UR tal van b e voegdheden die er toe moeten dienen het blijvend funktioneren van de doelstelling der UR zo goed mogelijk te waarborgen. Daarom benoemt de Vereniging de hoogleraren, daarom behoeft iedere wijziging van het bestuursreglement de goedkeuring der Vereniging en — wat wellicht het belangrijkste is — daarom kan h(;t bestuur der Vereniging besluiten van het KvB of de UR ter schorsing of vernietiging voordragen a a n een tevoren door h e t bestuur der Vereniging ingesteld orgaan, in het reglement niet geheel gelukkig Kollege van Toezicht (KvT) genoemd.
Kollege van Toezicht Aan dit KvT is een soort rechterlijke funktie toebedacht. Het kollege is slechts tijdelijk. Het k a n slechts schorsen of vernietigen op voordracht. Het is niet de bedoeling dat het KvT de besluiten der miiversitaire bestuursorganen nog eens opnieuw bekijkt en er het besluit dat het zou nemen, ware het zelf het betreffende bestuursorgaan, daarvoor in de
plaats stelt. In het voorstel is als schorsings- en vernietigingsgrond genoemd: strijd met het biJ of krachtens het reglement bepaalde. Het is in diskussie of een dergelijke beperkte grond niet tot een te formele toetsing zou leiden en of niet toegevoegd moet worden: 'strijd met een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur' of 'in ernstige mate in strijd met het belang der Vereniging'. Wat hiervan zij, m i . moet de toetsing wel een marginaal karakter houden. Vermogensrechtelijk is de u n i versiteit in het voorstel (formeel) praktisch zelfstandig gemaakt. De besteding der verenigingsgelden blijft uiteraard a a n het bestuur der Vereniging voorbehouden. De besteding van alle via subsidie binnenkomende gelden, de beschikking over roerende en onroerende zaken, dat alles is opgedragen a a n het KvB. Er is alleen een voorziening getroffen die waarborgt dat het bestuur der Vereniging kan meebeslissen over onroerende zaken wanneer daar [log eigen verenigingsgeld in zit.
Doeist@Hing De formulering van de doelstelling heeft de UR van het kollege van direkteuren overgenomen. Uitvoerig is in de UR gesproken over de vraag welke kategorie personen zou moeten verklaren persoonlijk in te stemmen met de doelstelling. Het leek de UR vanzelfsprekend dat, indien de universiteit een doelstelling heeft, 3ok de leden der besturende kolleges zich daar achter moeten kunnen stellen. Desalniettemin heeft de UR aan deze regel niet te strak de h a n d willen houden. Velen zijn tot de universitaire gemeenschap toegelaten zonder dat ooit vooral h u n persoonlijke instenoming met de doelstelling is gevraagd. Velen ook zijn qua leeftijd en ontwikkeling (nog) niet zo ver dat ziJ die doelstelling persoonlijk k u n n e n ondertekenen, alhoewel dit nog niet een verwerping heeft te betekenen. De UR stelt daarom voor het mogelijk te maken d a t het bestuur der Vereniging in bepaalde gevallen dispensatie verleent van de voor de benoembaarheid ia de UR verplichte verklaring van instemming.
schien nog niet zozeer uit de wet zelf (waar even-sens staat dat het KvB de besluiten van de UR moet uitvoeren) maar vooral uit de toelichting, vooral hoofdstuk I par. 7. Ik citeer enkele passages:
verantwoordingsplicht expliciet te formuleren, om daarmee bulten alle twijfel te stellen (ik citeer nog eenmaal de memorie van toelichting) : 'dat de eenheid van bestuur aan de top van de universiteit met zich brengt dat een einde toordt gemaakt aan de 'De ondergetekenden hebben thans bestaande (aan de opengekozen voor eenheid van bestuur bare universiteiten - A.S.) verdeaan de top van de universiteit ling van bestuursbevoegdheden Hoewel de universiteit over twee organen waarbij het geen leefgemeenschap is, soals ene orgaan in het bijzonder beprovincies en geineenten, maar een doelgemeenkchap, achten zij " . voegd is tot de ene deeltaak en het andre orgaan tot de andere het verantwoord het bestuursmodeeltaak'. del van de universiteit tot op zekere hoogte op te bouwen naar analogie van genoemde openbare lichamen De ondergetekenGentraa! bestuur — den zien de UR als het hoogste bestuursorgaa^i van de Lagere bestuursorganen universiteit'. W a t t a . v . de centrale bestuursorganen gezegd is, n.l. dat die Vervolgens legt de toelichting uit reële bevoegdheden moeten krijdat de algemene bevoegdheid van gen om zinvol te kunnen funkde raad evenwel a a n twee bepertioneren^ geldt ook t a.v. de lakingen onderhevig is. In de Berste gere bestuursorgane.*. Er is dus plaats heeft de raad zich slechts aan deze lagere bestuursorganen te bemoeien met regeling en beeen zo groot mogelijke autonomie stuur van de zaken der universigegeven. Uiteraard zijn a a n deze teit in h a a r geheel — de andere autonomie grenzen gesteld, die zaken behoren tot de kompetenmoeten waarborgen dat het fatié van <sub)fakulteitsraden. I n kultaire beleid past in het vmide tweede plaats 'behoort binnen versitaire beleid. het kader van de algemene bestuursbevoegdheid een a a n t a l t a Besluiten van (sub)fakulteitsbeken en bevoegdheden bij de wet stuur en -raad kunnen door de (lee voor ons: het bestuursregleUR op voorstel van het KvB verment - AS.) te worden toegenietigd worden. W a t hierboven is kend a a n h e t KvB'. Het betrefopgemerkt betreffende schorsing fende wetsartikel is art. 31, waaren vernietiging van besluiten van in het KvB wordt belast met het KvB en UR geldt mutatis m u dagelijks bestuur der universiteit tandis hier evenzeer. Met name is en waarin nader uitgewerkt is van belang het marginaal karakwat daar in ieder geval onder beter der toetsing. grepen moet worden. Heel duidelijk is, dat het hier niet gaat om daden van het KvB waar de UR niets mee te maken heeft. Dat blijkt reeds uit wat direkt volgt in de toelichting: ' is het KvB veranttvoording schuldig voor zijn handelingen aan de raad. zoals het jakulteitsbestuur dit is tegenover de fakulteitsraad'. En nog expliciter misschien staat dit later in de toelichting (p. 25 r.k.) waar t.a.v. de in art. 31 bedoelde bevoegdheden wordt gezegd: 'ook t.a.v. deze kategorie bestuursbevoegdheden zal het KvB jegens de raad een verantwoordingsplicht bezitten'. De UR heeft het nuttig gevonden om — aangezien de toelichting op de wet licht vergeten wordt — de
Van belang is tenslotte dat het personeel, dat a a n de fakulteit werkzaam is — met inbegrip van de hoogleraren — werkt onder verantwoording aan en van h.et fakulteitsbestuur. Dit betekent d^t een lid van het KvB niet direkt opdrachten kan geven a a n b.v. een adjunkt-sekretaris van een fakulteit De UR heeft dit op deze manier geregeld om primo de autonomie der fakulteiten zo groot mogelijk te houden en secundo te voorkomen dat mensen als een adjunkt-sekretaris van twee verschillende instanties h u n opdrachten kunnen krijgen, waardoor een eventueel kontlikt tussen KvB en fakultaire bestuursorganen licht over zijn ambtelijke rug uitgevochten zou
Bijgaand artikel is van mr. A. Soeteman, die n a m e n s de wetenschappelijke staf zitting heeft in de voorlopige Universiteitsraad. Als voorzitter van de Kommissie Reglemienten van de UR heeft de redaktie h e m tot dit schrqven uitgenodigd. Nevenstaand vindt u een kommentaar van een onzer redaktieleden op dit artikel.
worden. Wil het KvB Iets gedaan krijgen van de fakulteit, dan moet h e t bij het fakulteitsbestuur aankloppen. I n het voorstel zijn m.i. voldoende waarborgen geschapen om te voorkomen dat het centrale universitaire bestuur machteloos zou staan tegenover een saboterende fakulteit.
Studentenvoorzieningen In de WUB is de zorg voor de studentenvoorzieningen opgedragen a a n de UR. De UR heeft gezocht n a a r een modus die enerzijds recht doet a a n deze bepaling, m a a r anderzijds toch de dagelijkse zorg voor de studentenvoorzieningen in andere h a n d e n geeft, want dat een kollege van 40 leden efficiënt de studentenvoorzieningen dagelijks zou k u n nen behartigen zal wel niemand menen. De UR gelooft de oplossing te hebben gevonden in de instelling van een r a a d voor de studentenvoorzieningen (RvS). De RvS zal benoemd worden door en gedeeltelijk ook uit de UR. Hij krijgt evenals de fakulteitsraden een vri3 grote autonomie, m a a r is wel gebonden a a n de richtlijnen van de UR. Idealiter zit de voorzitter van de RvS in het moderamen der UR, m a a r wanneer zulks niet het geval is heeft hij toch h e t recht die vergaderingen bij te wonen wanneer (hij wensl dat) daar studentenvoorzieningen a a n de orde komen. Dit laatste is geregeld om er voor te zorgen dat de studentenvoorzieningen in hot geheel der universitaire aangelegenheden voldoende gewicht krijge.n Er is overwogen of het ook a a n beveling zou verdienen een lid van het KvB voorzitter van de RvS te maken. Dit zou het voordeel hebben, dat de koördinatie van de studentenvoorzieningen in het universitaire beleid dan gemakkelijker zou ziJn. Anderzijds evenwel zou die oplos-
Vervolg op pag. 3 kolom 1
Verhouding KvB-UR Twee konscpties zijn hier mogelijk. Men kan zeggen: KvB en UR hebben belde h u n eigen bevoegdheid. Uiteraard moeten over sn weer alle inlichtingen gegeven worden, m a a r verder niet. Wanneer in de WUB bijvoorbeeld staat dat het KvB voor de huisvesting zorgt, dan heeft de UR zich daarmee niet te bemoeien. Dit — voor de duidelijkheid hier enigszins overtrokken geformuleerde — standpunt wordt niet door de UR gedeeld. De UR is van m«ning dat weliswaar het KvB eigen — d.w.z.: direkt a a n het bestuursreglement ontleende — bevoegdheden heeft, m a a r dat dit niet wegneemt dat de UR uiteindelijk het hoogste universitaide bestuursorgaan is. De verhouding tussen KvB en UR is die tussen dagelijks en algemeen bestuur. I n het voorstel wordt dit tot uitdrukking gebracht door te bepalen dat het KvB de besluiten van de UR moet uitvoeren en verantwoording schuldig is a a n de UR. Dit laatste betekent niet dat het KvB door de UR ontslagen zou k u n nen worden, of dat er plaats is voor moties van wantrouwen e.d. m a a r wel dat de leden van het KvB, betreffende geen enkel onderwerp kunnen volstaan met verschaffen van feitelijke informatie a a n de UR. Wanneer de raad zulks wenst zullen zij ook moeten uitleggen waarom zij bepaalde besluiten hebben genomen.
Verantwoording Alhoewel de term 'verantwoording' in de WUB zelf niet voorkomt, leidt het geen twijfel dat de konseptie van de UR ook die van de wetgever is. Dit blijkt mis-
Parlement of advieskollege? Het artikel van mr. Soeteman over het voorgestelde reglement voor de nieuwe Universiteitsraad verdient enige kritische kanttekeningen. Ondanks de 'duidelijke keuzen', die door de huidige UR binnen het kader van de wet-Veringa zijn gedaan, vertoont het nieuwe voorstel toch een essentiële overeenkomst met deze wet, nl het grote aantal veiligheidskleppen, ingebouwd om eventuele konflikten in het voordeel van hogere bestuursorganen te doen uitvallen. Het Kollege van Bestuur kan besluiten en kritiek van de Universiteitsraad ter schorsing voordragen aan de minister, of negeren; de UR kan de verrichte handelingen van het bestuur niel ongedaan maken, evenmin kan zij leden van het bestuur ontslaan, ondanks de formele 'verantwoordingsplicht' (die daarmee wel een zeer vrijblijvend karakter krijgt). Ook hoeven de leden in de UR geen verantwoording af te leggen aan degenen, die hen verkozen hebben, waarmee een demokratische kontrole vanaf de basis onTnogelijk wordt.
„Richtlijnen" Valt het enerzijds op. dat het funktioneren van de nieuwe organen nog voor een groot deel afhankelijk blijft van de Vereniging (d.w.3. het huidige kollege van direkteuren), ariderzijds komt in het artikel niet duidelijk naar voren, in welke mate de Vrije Universiteit afhankelijk is van de richtlijnen van de minister. De ge-
r; I
ti'^
WEEKBLAD VRIJE UNIVERSITËiT bondenheid aan het ministeriële beleid is wel wat groter dan het vastzitten aan 'de financiële koorden'. In de door de heer Soeteman genoemde 100%-wet worden nl. een aantal bepalingen gemaakt (m.b.t. begroting en financieel schema), volgens toelke hei beheer van de universiteiten veel direkter en nauwkeuriger bij het ministerie gecentraliseerd wordt, dan alleen maar via de toekenning van de overheidsgelden. Ook het door de UR vast te stellen algemene ontwikkelingsplan (een van haar belangrijkste bevoegdheden) zal voor een groot deel volgens de richtlijnen van het ministerie moeten verlopen: het blijft de vraag in hoeverre het 'autonome' beleid voor de VU neerkomt op een invuloefening in het programma van het ministerie. En zeker toarineer in de toekomst de adviezen van het efficiency-bureau McKinsey voor een stroomlijning van de universiteiten van overheidswege doorgevoerd zullen worden, zou wel eens kunnen blijken, dat de Universiteitsraad een machteloos lichaam zonder reële bevoegdheden zal zijn. Wat is de bevoegdheid, de reële macht van de nieuwe UR t.o.v. Posthumus, de studentenstop en de steeds verder ingrijpende bezuinigingen, die ingaan tegen de belangen van een groot deel van de betrokkenen aan de VU? De waar-
de van een nieuioe bestuursstruktuur kan niet louter afgemeten worden aan de mate, waarin zij de steeds verder in de knel komende universiteiten nog efficiënt kan laten funktioneren; er moet ook een mogelijkheid zijn om een protest te laten horen en oppositie te voeren tegen een regeringsbeleid, dat door velen aan de universiteiten wordt afgewezen.
Beslissingsprocedure Tenslotte moet ook hier nog de van reeds van vele zijden opgekomen kritiek op de beslissingsprocedure over het nieuwe voorsiel vermeld worden: men gaat er van tevoren al vanuit, dat het voorstel alleen nog maar door het kollege van direkteuren geamendeerd en goedgekeurd hoeft te worden, zodat daarna de invoering ervan geregeld kan morden. Of het nieuwe voorstel ook nog misschien aan de basis van de universiteit, in de (sub) fakulteit en, doorgesproken zou moeten worden, is geen punt van overweging: dit blijkt niet alleen uit het tot voor kort gebrekkige publicitaire beleid en de korte tijdslimiet, loaarvoor de hele zaak zijn beslag zal moeten krijgen, maar ook uit het ontbreken van enige procedure voor de verwerking van kritiek van onderop. Een aantal jaren geleden werd een dergelijke procedure wel gehanteerd, nl. bij het referendum van de Stuurgroep. Het gevolg was dan ook, en dat mag wel vermeld worden, dat toen de hele universitaire bevolking zich uitsprak voor een bestuursstruktuur, waarin de reële beslissirigsmacht veel meer aan de basis was gelegen dan in het nieuwe UR-voorstel het geval is. PIETER
JAN VAN
DELDEN
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's