Ad Valvas 1971-1972 - pagina 293
5 ME I 1972
AD VALVAS
'THE MORE WE TEACR THE LESS WE LEARN'
Minister De Brauw ziet bezuiniging ais voorloper op lierstrul(turering Op d e door de e k o n o m i s c h e f a k u l t e i t s v e r e n i g i n g VESVU g e o r g a n i s e e r d e a v o n d h e e f t de m i n i s t e r v a n w e t e n s c h a p s beleid j h r . m r . M. L. De B r a u w zijn visie o p de p r o b l e m a t i e k v a n h e t w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r w i j s u i t e e n g e z e t . Hij a c h t t e in de huidige ekonomische situatie een diepgaande her s t r u k t u r e r i n g n i e t mogelijk, e n b e p l e i t t e e e n b e p e r k t a a n t a l maatregelen in het huidige r a a m van universitair onder wijs e n o n d e r z o e k . O v e r i g e n s werd door d e m i n i s t e r b e n a d r u k t , d a t de r e c e n t e b e p e r k i n g v a n d e groei v a n d e f i n a n ciële m i d d e l e n voor h e t w e t e n s c h a p p e l i j k o n d e r w i j s i n s o m m i g e o p z i c h t e n i n t e p a s s e n is i n h e t m e e r a l g e m e n e h e r s t r u k t u r e r i n g s b e l e i d ; d e n e g a t i e v e gevolgen d a a r v a n d i e n d e n door e e n v e r b e t e r d e p l a n n i n g o p g e v a n g e n t e w o r d e n .
achtte deze maatregel een vol doende garantie, dat de externe demokratisering van het weten schappeiyk onderwijs niet aange tast zal worden. Overigens, zo stelde hij, vindt de grootste se lektie al na de kleuterschool plaats, en moet derhalve ook hier prioriteit aan gegeven worden; de in te stellen schoolgelden achtte hij betaalbaar. Ingaande op de noodzaak van integratie tussen Hoger Beroepsonderwijs en weten schappelijk onderwijs, had hij daarvoor wel als zijn mening naar voren gebracht, dat velen aan
Herstrukturering De minister opende zijn korte in leiding met de opmerking, dat zijn komst bedoeld was om de kenne lijk aanwezige 'kommunikatiege breken' weg te nemen, en zodoen de een 'positieve beïnvloeding te genereren'. De problematiek dien de gezien te worden tegen de achtergrond van de huidige eko nomische situatie, waardoor op dit moment een 'toekomstgericht, dynamisch en progressief onder wijsbeleid', dat ruimte zou moe ten scheppen voor verdere ont wikkelingen, belemmerd wordt. Desondanks vragen enkele urgente problemen m.b.t. het wetenschap pelijk onderwijs om een oplossing, zoals de opvang van het sterk toegenomen aantal studenten en maatregelen tegen het snelle 'ver ouderen', van akademisi a.g.v. 'ken nisslijtage'. Door de 'exponentiële groeicurve' van de uitgaven voor alle overheidstaken, met name van die voor het wetenschappelijk onderwijs, achtte de minister slechts een beperkte ingreep mo gelijk binnen het kader van de 'struktmen van gisteren'. De ac centverlegging van feitelijk naar inzichtelijk weten, de instelling van postacademiaal onderwijs en de ruimere toegang tot het we tenschappelijk onderwijs zouden volgens de minister d.m.v. de voor stellen van de wet op de her strukturering van het wetenschap pelijk onderwijs gerealiseerd kun nen worden.
Onderzoek T.a.v. het universitaire onderzoek maakte de minister onderscheid tussen wel en niet onderwijsge bonden onderzoek. Vanwege het toenemende belang van de weten schap voor de maatschappij dient er voor het laatste een landelijk onderzoeksbeleid uitgestippeld te worden, waarin prioriteiten moe ten worden gesteld tussen de uni versiteiten en andere onderzoeks centra (ZWO, TNO, etc). De mi nister achtte dit noodzakelijk van wege de ondoorzichtigheid van de huidige besluitvorming over het onderzoeiisbeleid in de universi teiten en hogescholen. Sprekende over de Interne demokratisering van de universiteiten, zei de mi nister te weten, dat 'niet iedereen met de'"W.U.B. gelukkig is'. Echter volgens de regels van de parle mentaire demokratie dient men, nu dit model eeimiaal gekozen was, 'met elkaar de discipline op te brengen om samen aan het werk te gaan', Jhr. De Brauw benadrukte, dat in 1976 de wet niet meer van kracht De goed bezochte vergadering, „ ,
inziens aangetoond, dat met een minder intensieve begeleiding en derhalve met een minder gunstige studentenstaf ratio dezelfde re sultaten geboekt kunnen worden. Vandaar dat hy de instelling van studentenstops door de fakultei ten probeerde tegen te gaan, wan neer die vanwege personeelsgebrek werden ingesteld. De opmerking uit de zaal, dat de huidige perso neelssituatie een onderwysverbe tering ormiogeiyk maakt, en het onderzoek uit de universiteiten dreigt te verdrijven, ontlokte hem de uitspraak, dat er nu eenmaal offers gebracht moeten worden vanwege de huidige ekonomische moeiiykheden. De maatregelen achtte hy aanvaardbaar vanwege de grotere doorstroming van stu denten in het wetenschappeiyk onderwys met behulp van minder personeel er. ruimte, welke mid dels de Posthumusvoorstellen ge realiseerd zullen worden.
Een kontrole op de investeringen, die naar voren werd gebracht als zynde noodzakeiyk voor het into men van ongewenste ekonomische ontwikkelingen, vond de minister zinloos: ook in de huidige staats bedrijven vallen ontslagen. 'Ik zie geen betere alternatieven voor het kapitalistische stelsel, ik werk van hieruit.'
Willekeur Een spreker in de zaal bracht naar voren, dat zyns inziens de McKlnseyplarming een instru ment was om het aantal studen ten en het onderwysniveau te reguleren. De planning zou slechts een instrument kunnen zyn voor de grote konserns, waarvan de steeds wisselende behoefte aan bepaalde speciaUsten vervuld zou moeten worden door een bestu ring van het wetenschappeiyk onderwys. Dit zou op die manier juist door deze plaiming worden uitgeleverd aan het willekeurig en chaotisch verloop van de investe ringen. Minister De Brauw ver weet de kritikus een onbeperkte groei van de imiversiteiten voor te staan, aangezien die de univer siteit 'buiten de maatschappü' zet te. Overigens gaf hij toe, dat de maatschappeiyke behoefte niet zo goed was te voorspellen, hoewel de risikomarges wel zullen wor den teruggedrongen. Hy ontkende verder de onderwysvraag te wil len reguleren, dit werd alleen be ïnvloed door het geven van infor matie,
'Kloof Prioriteiten In de zaal verwonderde men zich over de prioriteitsstelling van het kabinet: waarom bezuinigingen op het onderwijs, terwijl defensie een groter aandeel mag ontvangen? De minister: 'Helaas is een goede defensie noodzakelijk. Op vier uur afstand hiervandaan...' In de zaal ontstond enige hilariteit, die jhr. De Brauw noopte na een korte onderbreking door te gaan) ',.. staat een krijgsmacht, die zich tot die van de NATOlanden laat vertalen in een verhouding van drie op één.' Ook de "Brezj newdoktrine' en de 'agressie van NoordVietnam' toonden de nood zaak van een sterk leger aan, welke konklusle later heftig van uit de zaal werd bestreden. Rustig zittend houdt de minister zijn betoog. zou ztin, en dat er dan weer een nieuwe keuze gedaan zou moeten worden. Afhankel^k van het funk tioneren van de W.U.B.organen vóór die tijd zou dit een stilstand, een stap vooruit, of een stap terug kunnen betekenen.
universitair onderwijs de voorkeur gaven boven het HBO vanwege de hogere 'inschatting van de sociale status' van de eerste. Een en ander zou door betere 'over stapmogelijkheden' gekorrigeerd Icurinen worden.
Kollegeld
Planning
Een kollegegeldverhoging achtte de minister noodzakelijk, omdat bij het huidige lage bedrag de 'gemiddelde belastingbetaler ge dwongen wordt tot subsidie aan degene, die studie geniet, ook aan die hel zelf betalen kan'. Daarom is een ander toelagenstelsel noodzakelijk, waarin een grotere nadruk ligt op degenen, die het meer nodig hebben. Dit achtte hy gerealiseerd in de met de kollege geldverhoging gepaard gaande wijziging in het toelagensysteem, die hij bekend maakte: er zal geen rekening meer worden gehouden met de kinderbijslag, zodat de grens, waarboven men geen aan spraak meer kan maken op een toelage, zal verschuiven van 18.000 naar 31.000 gulden (inkomen ou ders). Wel zal de regeling zodanig zijn, dat naarmate de ouders meer verdienen de toelage kleiner is en een groter gedeelte ervan derhalve later als schuld terugbetaald zal moeten worden. Met deze wyzi ging zou men de komende jaren moeten volstaan. De minister
Jhr. De Brauw waarschuwde voor het achter de feiten aanlopen: 'toen wij optraden, was er nog geen enkele bezuiniging doorge voerd'. Hoewel de minister zich nog in september tegen de invoe ring van studentenstops in som mige steden had verzet, werd htj al snel gekonfronteerd met het gebrek aan personele en materiële voorzieningen in het onderwijs. Derhalve had hij voorrang gege ven aan de invoering van een nieuwe planningsprocedure, zoals die in de adviezen van McKansey was voorgesteld. Deze verbeterde plamüng moet een meer nauw keurige onderlinge afstemming van vraag en aanbod, ook op lan gere termijn, mogelijk maken. Al van tevoren ingaande op eventu ele kritiek, deelde de minister mee de nieuwe procedure slechts als een instrument te beschouwen, zowel voor de besturen van de universiteiten en het HBO, als voor het departement.
~l^'
Verschoolsing Na deze korte uiteenzettii^ volg .^^de de^diskussie met de za,sX,.vi§,r '^^mr": 'de mihister zich al op voorbereid bleek te hebben. Op de meestal felle kritiek reageerde hy met lange betogen, waar de al vaak "^^Mï" bekende argmnenten nog eens uitvoerig werden uitgesponnen.
f*
Via de eerste vraag belandde Jhr. De Brauw op het onderwerp "ver schoolsing'. Hij bleek de opvatting te huldigen, dat de intensiteit van de onderwijsbegeleiding op dit moment 'vanwege historisch door gegeven faktoren' wel wat aan de hoge kant lag. Men zou zich aan de universiteiten tot nu toe teveel hebben laten leiden door het axioma: 'The more we teach, the more we learn'. Volgens de minis ter moest dat zijn: 'The more we , ^^ach, the less we learn'. O^der . wijskundig onderzoek häd zijns'
Aan het einde van de avond bleek de door de minister gesignaleerde 'kommunikatiekloof' toch niet overbrugd te zijn. De laatste spre ker wierp de vraag op: ' wat voor mensen wilt u dat er van de uni versiteit afkomen? ', hetgeen na enige diskussie door dezelfde spreker werd beantwoord met: 'mensen met oogkleppen, specia listen, die nooit kritisch üw beleid aan zuUen tasten'. Het daaropvol gend instemmend applaus in de zaal vormde voor minister De Brauw de aanleiding om de kon klusie te trekken, dat vele stu denten 'konservatief' denken, aan gezien zij protesteren tegen de af stemming van het wetenschappe lijk onderwijs op de maatschap pelijke behoefte. Pieterjan van Delden
OFFICIER DE NGE RINK De secretaris van het college van curatoren, dr. J. D. Dengerink, is benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau. Vorige week vrijdag zijn hem de versierselen uitgereikt door de bmgemeester van Amstelveen; in de namiddag werd hij door velen gelukgewenst tijdens een ontvangst in het restaurant van het hoofdgebouw. Op de foto: mevrouw Dengerink, de heer Dengerink zelf en de hem feliciterende dr. J. Doimer, oudpresidentcurator van de V.U. en thans erelid van de Senaat.
De rector magnificus tekent by deze benoeming lieo volgende aan: Koninklijke onderscheidingen hebben een drieledige junctie. In de eer ste plaats brengen zij een romantisch en speels element in het maat schappelijk verkeer, dat vaak in koel zakelijke en niet al te vriendelijke patronen gevat is. Vervolgens geven zij uiting aan publieke waardering voor in veruit de meeste gevallen met toewijding verrichte arbeid ten dienste van algemeen maatschappelijke belangen. Teiislotte bieden zij de gelegenheid eens in het openbaar te zeggen, hoezeer men iemand waardeert. Het is vooral met het oog op het laatst genoemde dat ik het prettig vind als voorzitter van de senaat van onze universiteit dr. J. D . Dengerink hartelijk geluk te wensen met zijn benoeming tot officier in de orde van Oranje Nassau. Wij weten, hoe zeer hij zich voor de universiteit heeft ingespannen en zich met haar verbonden gevoelt. Het doet mij genoegen aan onze erkentelijkheid daarvoor juist bij deze gelegenheid uiting te kunnen geven. W. F. de Gaay Fortman
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's