Ad Valvas 1971-1972 - pagina 181
*'«Ä-*rSÄ-as»-*.'XS'** ^ ^ ^ S ? ï ^ ' " T ^ C ^ V J ' * ^ ' r r -
UIT NATIONAAL VERKIEZINGSONDERZOEK1971 BLIJKT:
Twijfel kiezers over inv S3inenste De Nederlandse kiezers hebben in 1971 beduidend minder vaak het gevoel gehad dat zfl met hun stem invloed kunnen uitoefenen op de samenstelling van de regering. Was in 1967 bijna de helft van de kiezers (48 pet) nog van mening dat zij veel invloed kon uitoefenen op de samenstelling van het kabinet, in 1971 is hun aantal teruggelopen tot 19,1 pet van het totaal! In de afgelopen vier Jaar is er bij een toenemend aantal kiezers ernstige twqfel omtrent de effektiviteit van het uitbrengen van de stem gerezen. De cijfers maken iets zichtbaar van het ontstaan van een dosis Skepsis bq de kiezers: skepsis tegenover de eigen effektiviteit. Dit zijn de eerste resultaten van een interuniversitair politikologisch onderzoek onder de Nederlandse kiesgerechtigde bevolking rondom de kamerverkiezingen van 28 april 1971, die woensdag 2 februari in perscentrum Nieuwspoort (Den Haag) werden vrijgegeven. De respondenten reageerden niet op alle aan hen voorgelegde suggesties tot staatsrechtelijke verandering op dezelfde vryze als in 1967: de gekozen burgemeester heeft aan populariteit gewonnen; het referendum, de gekozen minister-president en de republikeinse staatsvorm zQn onderwerpen waaromtrent de meningsveranderingen volgens een wat ingewikkelder patroon zfln verlopen.
VU-onderzoek van 1967 leidÉ tot interuniversitaire samenwerking Wat beantwoording van vragen met betrekking tot een aantal vryheids- en geiykheidssituaties betreft: er is thans minder behoefte aan verruiming van de demonstratievrijheid dan in 1967, het tegendeel geldt voor de vermindering van de vrijheid van bedrijfsuitoefening. Ten aanzien van de vryheld voor de Jeugd zjjn er voor de steekproef als geheel geen grote verschillen met 1967 te konstateren. Hetzelfde geldt voor de mening ten aanzien van de inkomensongelijkheid en de geiykheid van kansen op de baan waarvoor men geschikt Is.
De gedachte heeft post gevat dat nationaal verkiezingsonderzoek geen aangelegenheid is waarmee één universitair instituut zich eksklusief kan belasten. De voorbereiding, uitvoering en uitwerking van een dergelijk onderzoek is dermate tijdrovend dat vele andere mogelijkheden van onderzoek daarmee in het gedrang komen. Wanneer men verder rekening houdt met de wenselijkheid dat kontinuïteit in het nationaal verkiezingsonderzoek wordt verzekerd, dan wordt duidelijk dat gezocht moest worden naar een samenwerkingsvorm tussen daarvoor in aanmerking komende instituten. Deze vorm werd gevonden in het door de Nederlandse Organisatie voor zuiver-wetenschappelijk onderzoek (ZWO) gesubsidieerd inter-universitair projekt waaraan wordt deelgenomen door de politikologische instituten van de Vrije Universiteit, de Universiteit van Amsterdam, de Rijksuniversiteit Leiden, de KathoUeke Universiteit Nijmegen en het Sociologisch Instituut van de Katholieke Hogeschool te Tilburg.
het vu-onderzoek in 1967. Het nationaal verkiezingsonderzoek is opgezet als het eerste van een reeks onderzoekingen die in het vervolg by kamerverkiezingen worden gehouden. Algemene doelstelling is de snelle produktie van een rijke en gave, voor alle politikologisohe onderzoekers snel toegankelijke en ten behoeve van de kontinuïteit en vergelijkbaarheid sterk gestandaardiseerde dataverzameling in de vorm van magneetbanden en/of ponskaarten.
Het doel van het nationaal veriüezingsonderzoek 1971 wijkt op een aantal punten af van dat van
Eén en ander met de bedoeling dat ieder die zich daarvoor aanmeldt ten behoeve van wetenschappelijke artikelen, proef-
Meer meilezeggenscliap De kiezers zijn thans vaker dan in 1967 van mening dat werknemers meer medezeggenschap in hun bedrilven zouden moeten krijgen. Een opsplitsing in leeftijdskategorieën maakt In de meeste gevallen interessante differentiaties in het antwoordpatroon van de kiezers zichtbaar. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in het eerste nummer van de zevende jaargang van het tijdschrift voor politikologie 'Acta Politica' en in een boekje met dezelfde inhoud, maar onder een eigen titel: 'De Nederlandse Kiezer '71'. Het Nationaal Verkiezingsonderzoek is een vervolg op het onderzoek dat de afdeling politikologie van het Sociaalwetenschappelijk Instituut van de Vrije Universiteit in 1967 instelde naar het kiesgedrag en de opvattingen van de Nederlandse kiezers. De eerste resultaten van laatstgenoemd onderzoek zijn neergelegd in de publikatie 'De Nederlandse Kiezers in 1967' en het eindrapport verkeert thans in een vergevorderde staat van voorbereiding.
Redaktle: P. J. van Delden dr. E. Diemer M. P. van DiJk drs. P. J. G. Keuss Eindredakteur: P. W. Bückmann Bedaktie-adres: De Boelelaan 1105 (Postbus 7161) Amsterdam, tel. 48 26 71 hoofdgebouw ID-02 Kopij, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet uiterlijk maandagmorgen 10 u. binnen zijn.
W E E K B L A D V R i J E UNIVERSITEIT 19e JAARGANG
NUMMER 20
schriften, analyses in werkgroepen (waaronder leeronderzoek) en seminaria etc. van het materiaal gebruik kan maken. Niettemin heeft men gemeend dat het verzamelde materiaal van dusdanig belang is, dat ook een groter publiek dan de vrij kleine kring van politikologen van de inhoud van de verkregen gegevens kennis moet kunnen nemen. Daarom is in 'Acta Politica' (De Nederlandse Kiezer '71) een aantal artikelen met een populairwetenschappelijk karakter opgenomen. Deze artikelen hebben niet de pretentie van een hoge wetenschappelijke waarde. Voor dieper gravende analyses is het wachten op onderzoekers, die het nu aanwezige materiaal verder zullen benutten. Vanuit de doelstellingen van het onderzoek is een bijzondere nadruk komen te liggen op omvang en kwaliteit van de steekproef, samenstelling van de vragenlijst, kwaliteit van het veldwerk, kodertng en de data-opslag. Het onderzoek hield een ondervraging in van een aselekte steekproef uit de kiesgerechtigde bevolking op basis van een vragenlijst waarin een groot aantal variabelen en vragen is opgenomen die in de huidige ontwikkeling van de politikologie in zeer ruime zin van belang worden geacht. Een preenquéte werd in de kampagneperiode, maart en april 1971, gehouden onder 2491 kiesgerechtigde Nederlanders. Deze respondenten werden na de verkiezingen in de maanden april en mei opnieuw ondervraagd. Als gevolg van allerlei omstandigheden beliep het aantal respondenten in de tweede fase van de enquêtering 1980 personen.
leelneniers
Het onderzoek werd opgezet en voorbereid door een werkgroep, gevormd uit medewerkers van de deelnemende instituten. Uitvoering en uitwerking geschiedde onder dagelijkse leiding van drs. P. M. Roschar. Veldwerk en verwerking werden uitgevoerd door de N.V. v/h Nederlandse Stichting voor Statistiek. Namens de werk-
LAJOS PORTISCH NAAR UILENSTEDE De Hongaarse schaak-grootmeester Lajos Portisch, die zojuist het Hoogoven-schaaktoernooi heeft gewonnen, komt vrijdag 18 december naar café Uilenstede. HQ zal daar vanaf 18.45 uur een simultaanwedstrijd spelen tegen 40 studenten. Men kan zich nog voor deelname aan dit simultaantoernooi melden bfl de ASVU op Uilenstede. Zie hiervoor het ASVUbericht op pag. 9.
4 FEBRUARI 1972
groep werd prof. dr. B, J Mokken (U.V.A.) met de algemene leiding belast. Het aandeel van de VU in het onderzoek heeft bestaan uit de Inbreng van een stuk ervaring met onderzoek van dit type door de twee vu-leden van de eerdergenoemde werkgroep (de zgn permanente komjnissie van toezicht): drs. D. Boonstra en drs. H. van de Graaf. Verder nam VU-medewerker drs. G. P. Noordzij op zich tn 'De Nederlandse Kiezers '71' een hoofdstuk te schrijven waarin enkele (hierboven vermelde) uitkomsten van het interuniversitair verkiezlng.sonderzoek 1971 worden vergeleken met die van het VU-verkiezingsonderzoek van 1967.
Pubiikaties l n 'De Nederlandse Kiezer '71' wordt door diverse auteurs, afkomstig van de in het Nationaal Verkiezingsonderzoek participerende instituten, ingegaan op onderwerpen als wisselaars en thuisblijvers, dekonfessionalisering, de samenhang tussen het oordeel over het overheidsbeleid en de partijkeus, de representatieproblematiek: inhoeverre voelen kiezers zich door kamerleden vertegenwoordigd, de kiezersinvloed, politieke strijdpunten, politieke aktiviteit en beoordeling en beïnvloeding van het buitenlands beleid. Het geheel wordt voorafgegaan door een door projektleider P. M. Roschar geschetst profiel van de kiezer. Uit deze opsomming van behandelde onderwerpen blijkt al wel dat het een vergissing zou zijn te menen dat politikologisch verldezingsonderzoek neer zou komen op niet veel meer dan een soort publieke-opinie-onderzoek, waarin partijkeuze wordt voorspeld en het stenunen op partijen geanalyseerd. In het moderne onderzoek is de nadruk sterk verschoven naar meer algemene gegevens die een veel ruimer kader vormen dan waaraan ie strikte verkiezingsgegevens hun betekenis ontlenen. G. P. NOORDZIJ
VEIIKIEZiHa yNIVERSITEfTSRÄÄD 1972
Hlra
Net zoals Linke Loetje in 'de Volkskrant' zult u gaan stemmen als u de artikelen niet leest over de universi' teitsraad op pag. 2, 3 en 11, maar vooral als u de ver kiesingsmededelingen op pag. 12 niet volgt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 augustus 1971
Ad Valvas | 330 Pagina's