Ad Valvas 1972-1973 - pagina 240
^ 8 (adv.)
Over ongeorganiseerden in Commissie van Overleg
KRANTEN en tijdschriften
TASRAAD SCHEIKUNDE CONTRA VTA P NATUURKUNDE
Tekst van een brief van de TAS raad Scheikunde aan het bestuur van de TASraad V.U., zijnde een antwoord op de open brief van de vertegenwoordiging technisch administratief personeel V.T,A.P. natuurkunde zoals die is gepu bliceerd ia Ad Valvas van 30 maart 1973.
De vertegenwoordigers van de TASscheikunde hadden aanvan kelijk niet het voornemen om op de open brief te reageren, omdat de kritische lezer toch wel in staat is de juiste conclusies te trekken. Later overwogen wij echter, dat niet iedereen zich alle aspekten van deze zaak zal realiseren en daardoor niet in de situatie verkeert om een kritische lezer te kunnen zijn. Bovendien is dit voor ons de mo gelijkheid om aan de universi taire gemeenschap duidelijk te maken dat de TASscheikunde zich distancieert van deze brief. De U.R. heeft in de vergadering van 12 sept. 1972 inderdaad be sloten in de werknemersdelegatie van de Commissie van Overleg (CvO) naast de vertegenwoor digers van de vakorganisaties waarnemers/adviseurs te laten kiezen uit TAS en wetenschap pelijke staf. Of dat nu zo democratisch was, kan — gezien het feit. dat dit besluit werd genomen zonder de werkgevers en werknemersdelega tie (= samen de OvO) te raad plegen — worden betwijfeld. In elk geval is de CvO later (d.d. 5 dec. en 10 jan.) alsnog geraad pleegd waarna de raad een an dere beslissing heeft genomen. Het ontgaat ons daarom dat het eerste besluit het predikaat 'op democratische wijze' kreeg en het tweede niet. Overigens achter wij het opschrift van de VTAPna tuurkunde 'Controverse URvak bonden' wel wat overtrokken. De gezamenlijke vakorganisaties hebben het UR besluit van 129 '73 met argumenten bestreden in het kader van het te voeren overleg Als men het niet met el kaar eens is, gaat men overleg voeren, dat is nog geen contro verse! Welnu, dat overleg is er geweest op de plaats waar het behoort, de CvO, in 't bijzijn van de commissie rechtspositie uit de UR, die er, althans de 10e jang., inbreng heeft gehad. Het komf ons voor dat het op deze wijze niet tot een controverse is geko men.
het personeel aan de VU is ge organiseerd sluit nog niet uit dat 2 wettelijke regelingen (art. 1647 van het Burgerlijk Wetboek en volgens de Internationale conven tie no. 87 van de I.L.O. (staats blad 7538 art. 3 sub 1 en 2) en art. 71 van ons eigen personeels reglement voor ons niet van toe passing zou zijn. Naast de zeer omvangrijke arbeid in landelijk verband verdient ook de nu reeds veeljarige arbeid van de vakorganisaties bij de VU te worden genoemd. Het vastleggen van rechten en plichten in een reglement voor ons allen is daar een voorbeeld van. Het is nog geen 20 jaar geleden dat een af vaardiging van georganiseerden, tezamen met een bezoldigd be stuurder van één der organisaties een onderhoud kreeg toegestaan (dus democratisch) en een op dracht kreeg voor het samenstel len van een rechtspositieregle ment! Dat gebeurde allemaal voor u en ons, collega's van na tuurkunde, om objektief recht vast te leggen, waaraan ieder zijn recht kan ontlenen. Dat ge beurde niet om u het juk van een personeelsreglement op te leggen, maar om contraktuele duidelijkheid voor ieder van ons te brengen. Dat gebeurde ook niet om de vakorganisaties botte machtspoli tiek te laten voeren (welk Col lege had dat toegestaan? ). Het gebeurde wel om tot georga niseerd overleg te komen met di rekteuren, thans het College van Bestuur. Het gebeurde ook omdat wij de vakorganisaties zien als een mid del (en geen doel in zichzelf) om onze idealen voor en in deze maatschappij een beetje tot wer kelijkheid te brengen. Dat zijn (weest niet ongerust) christelijke idealen: 1. De mens is geen produktie middel, maar drager van de arbeid. 2. Werkgever en werknemer moe ten leren een arbeidsgemeen schap të vormen (geen klasse strijd, maar ook geen paterna listische verhoudingen). 3. Ons werk moet dienen tot welzijn van de maatschappij.
De man die dit zo kort formu leerde is eredoktor aan onze Universiteit (dr. M. Ruppert). Er hier horen die opvattingen ook thuis! Namens de TASraad Scheikunde B. Zeeman .secretaris H. Martensen, secretaris
Eindelijk en te langen leste heeft de V.U.boekhandel ge legenheid tijdschriften, kranten en weekbladen in de ver koop te nemen. Op dit moment kunt u in de niexiwe zaak terecht voor o.a.: * Groene Amsterdammer * Le Monde * Figaro * The Economist * Times * Scientific American * Weltwoche * I'Express * Neue Züricher Zeitung * Spieghel Historiael * Frankfurter * Antiek Allgemeine Zeitung * Vrij Nederland * Daily Mirror * Die Zeit * Daily Telegraph * New Scientist * Haagse Post * Financieel Economisch * Elsevier Magazine * Nieuwe Linie <
Kursus ontwikkelingsproblematiek
1973/74
MEDEWERKERS GEZOCHT
De beide Amsterdamse Universi teiten organiseren, van oktober 1973 tot maart 1974, een leergang ontwikkelingsproblematiek. De leergang valt in twee perioden uiteen. In de eerste fase, die on geveer vyf weken duurt, zullen enkele algemene inleidende kolle ges worden gegeven. In de tweede fase, die zes tot tien weken duurt, zal in werkgroepen diei)er op de problematiek ingegaan kunnen worden. Thema's voor die werk groepen kunnen door de deelne mers aan de leergang zelf geko zen worden. Gezien het aantal in de tweede fase verwachte deelnemers wordt rekening gehouden met de vor ming van 10 ä, 15 werkgroepen. Om deze te kimnen begeleiden, alsook om in de eerste fase orga nisatorische en motiverende hulp aan de deelnemers te kunnen bie den, ztjn 10 ä 15 mentoren nodig; belangrijk voor hen is dat hun eventuele deskundigheid niet be lemmerend werk voor de partici patie van de overige groepsleden. Voor het verkrijgen van een beter inzicht in groepsprocessen zal
AR: GEEN A DVIES OMTRENT WIJZIGING COLLEGEGELDBESLUIT 1972
misschien nog een aparte tral ningsdag voor deze mentoren worden georganiseerd. Gezien de toch al grote onkosten die aan de organisatie van deze kursus zijn veibonden, is het slechts mogeiyfc een geringe tegemoetkoming te geven voor de tijd en moeite die van de mentoren gevraagd zal worden voor het begeleiden van deze werkgroepen; gedacht wordt aan een vergoeding van 250 gul7 den per mentor. Met het opzetten, uitbouwen en koördineren van de organisatie zal een parttimemedewerker wor den belast. Zijn taak zal bestaan uit o.a. het samenstellen van een werkmap, het verzamelen van de syllabi en stellingen van de in leiders der algemene kolleges, en voorts zal hij zorg moeten dragen voor het kontakt opnemen en on derhouden met de inleidende sprekers en met de mentoren van de werkgroepen. Verwacht wordt dat dit werk van mei tot en met Juli ca. viJf uur per week, van augustus tot en met oktober twintig uur per week, en daarna tot maart 1974 ongeveer tien uur per week zal vragen. De beloning voor deze parttimemedewerker zal, naar rato van het aantal ar beidsuren per week, zijn volgens de regeling van een kandidaats assistentschap. De voorbereidingswerkgroep Nuf ficleergang ontwikkelingsproble matiek Amsterdam 1973/1974 van de Vrije Universiteit en de sub commissie Ontwikkelingsstrategie
van de Kommissie Buitenland van de Universiteit van Amsterdam, wil graag uw medewerking vragen voor het volgenden — kent u ip uw omgeving mensen die geschikt en bereid zijn om als mentor voor een der werk groepen te fungeren, zoudt u hen daarop dan willen atten deren? — zoudt u hetzelfde willen doen t.a.v. mogelijke kandidaten voor het parttimemedewer kerschap? — tenslotte zouden wij u willen vragen deze informatie te ver spreiden in werkgroepen, via prikborden e.d., mogelijk zou den zo ook alvast belangstel lenden voor het volgen van de leergang bereikt kunnen wor den. Geïnteresseerden in een parttime medewerkerschap of in een men torschap kurmen zich richten tot de sekretaris van de gezamenlijke voorbereidingswerkgroep Paul van Tongeren, Bureau Buitenland, Universiteit van Amsterdam, Spui 21, Tel. 525.2696, of tot Piet Ern sting, lid van de voorbereidings werkgroep, Bureau Buitenland, Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Tel. 482672 of 484335. Enige spoed is daarbij gewenst, vooral wat het parttim,emedewer kerschap betreft.
Voorts willen wij enige termen uit de open brief wraken, te we ten; ' 'n.b. slechts 10% van de werk nemers aan de VU is lid van een vakorganisatie'. ' • 'onder druk van deze kleine minderheid, die zich kennelijk niet aan democratische spelre gels wenst te houden'. " 'Zij zijn akkoord gegaan met het ons dwingend opgelegde personeelsreglement, waartegen wij al vanaf het begin ernstige inhoudelijke bezwaren hadden'. ' 'kwalificeren als botte machts politiek' en dergehjke. Het zal iedereen wel bekend zijn dat de centrales van' over heidspersoneel landelijk ruim 2/3 van het overheidspersoneel en aanverwante catagorieën hebben georganiseerd. Zij voeren dan ook, met de pre tentie het overheidspersoneel te vertegenwoordigen, het overleg met de regering over belangen van dat personeel. De rechtsposi tie en de salariëring bij de VU is daarvan in grote mate afgeleid. Watmeer over de toepassing van velerlei regelingen wordt gespro ken bij de VU, dient men dit dan ook in het totale verband te zien. Dat 'slechts 10%' van
AR BESTUDEERT STUDIEFINA NCIERING Het is voor de Academische Raad niet wel mogelijk de minister van Onderwijs en Wetenschappen te adviseren omtrent zijn voorne men tot wijzigins van het College geldbesluit 1972. Zulks mede om dat de door de minister gegeven termijn voor het uitbrengen van het advies te kort was. De voor zitter van de AB, dr. H. H. Jans sen, brengt in een brief onder de aandacht van de bewindsman dat de Raad in februari 1972 geadvi seerd heeft nie^ tot verhoging van de collegegelden over te gaan zon der een ftmdamentele herziening van het stelsel der studiefinancie rii^. De collegegelden zijn des ondanks verhoogd. Voorts werd de AR in augustus 1972 niet in de ge legenheid gesteld te adviseren wntrent het onderhavige College geldbesluit. Naar inmiddels is ge bleken vertonen de Collegegeldwet en het CoUegegeldbesluit 1972 ern stige feilen en hebben tot grote moeilijkheden geleid. Deze moeilijkheden zouden vla de
nu door de minister voorgestelde wijzigingen niet worden opgelost. De correcties hebben namelijk een marginaal karakter. Zij houden o.m. in, dat het colle gegeld in twee termijnen wordt betaald, voorts dat werkstuden ten voor vermindering van het collegegeld in aanmerking komen als zij slechts enkele colleges of practica volgen. Voor het college van bestuur zou verder de moge lijkheid worden geopend om, na toestemming van de minister, de zgn. avond of zaterdagstudenten, overeenkomstig de mate waarin zij van onderwijsvoorzieningen ge bruik willen maken, vermindering van het collegegeld toe te staan. De bewindsman wil tenslotte ook voor deze categorie van studen ten de regeling laten gelden voor gedeeltelijke terugbetaling van het collegegeld aan hen, die wegens overmacht of afstuderen vóór het einde van het cursusjaar de uni versiteit of hogeschool verlaten.
De Dagelijkse Raad van de Aca demische Raad heeft een ad hoc werkgroep samengesteld die tot taak heeft de AR te adviseren over studiefinanciering. Het gaat hier met name ora de in het rap port van de ministeriële Commls sieAdriessen gegeven drie alter natieven, alsmede om andere mo gelijke stelsels van studiefinancie ring waaronder dat van prof. J. E. A. M. van Dijck, zoals beschreven in het Tllburgs Hogeschoolblad van 10 maart 1972. Zoals bekend is het standpunt van de Academische Raad dat het hui dige stelsel van studiefinanciering fimdamenteel moet worden her zien. Tot voorzitter van de nieuwe werkgroep Is benoemd prof. dr. G. Brenninkmeijer, lid van de Acade mische Raad, hoogleraar ia de psychologie van arbeid en bedrijf te Nijmegen. Leden van de werk
groep zijn: pr^f, J. E. A . M. van Dijck, voorzitter van de raad van de Katholieke Hogeschool te Til burg en hoogleraar in het belas tingrecht; ér. J. C. P. A. van Esch, lid van de Commissie studiefinan ciering van de UR/Lelden en do cent in de internationale econo mische betrekkingen; drs. T. F. M. Janssen, studentendecaa.n van de Universiteit van Amsterdam; R. Looy, studentdeskundige TH/ Delft; drs. J. Massink, voorzitter Landelijk Beraad van Studenten decanen en studentendecaan TH/ Delft; D. Oudenampsen, student deskundige, Univerätelt van Am sterdam; drs. P. van Wijk, studen tendecaan RU/Utrecht. De functie van secretaris wordt voorlopig vervuld door drs. K. H. Buikstra van het Bureau van de Academische Raad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 augustus 1972
Ad Valvas | 284 Pagina's