Ad Valvas 1973-1974 - pagina 157
25 JANUARI 1974
Ut JAARGANG — NUMMER 18
\ A / E E K B l j ^ D \/R)uJE LI)iSJI\/ERSI"ÏÏËI^
HOEVEEL ARMEN KUNNEN ETEN VAN 1 DIEPVRIESKIP? Enige j a r e n g e l e d e n b e g o n de V o e d s e l - e n L a n d b o u w Organisatie van de V e r e n i g d e N a t i e s t e b e n a d r u k k e n d a t e e n p r o g r a m m a ter s t i m u l e r i n g v a n de l a n d b o u w p r o d u k t i e i n de o n t w i k k e l i n g s landen ook c o n s e q u e n t i e s zou h e b b e n voor h e t t e v o e r e n landbouwbeleid i n de rijke l a n d e n . E e n v a n de v o o r w a a r d e n voor e e n s t i m u l e r i n g v a n de l a n d b o u w p r o d u k t i e i n de ontwikkelingslanden, e n d a a r m e e v a n de veiligstelling der wereldvoedselproduktie, is e e n stabiel e n redelijk prijspeil op de wereldmarkt. Voorts i s h e t v a n b e l a n g o m bij g o e d e r e n w e l k e zowel i n de a r m e a l s i n de rijke l a n d e n w o r d e n geproduceerd, de o n t w i k k e l i n g s l a n d e n g e e n oneerlijke concurrentie a a n t e doen door d u m p i n g v a n de l a n d b o u w o v e r s c h o t t e n der i n d u s t r i e landen. ^ Dit is e e n v a n de c o n c l u s i e s w a a r t o e H. J. T i e l e m a n k w a m i n zijn proefschrift Landbouwpolitiek e n O n t w i k k e l i n g s s a m e n werking w a a r o p hij 14 d e c e m b e r promoveerde t o t doctor in de e c o n o m i s c h e w e t e n s c h a p p e n . O m d a t e e n a a n t a l v a n zijn s t e l l i n g e n n o g a l s t o u t m o e d i g a a n d e d e n stelde A. V. h e m e e n paar v r a g e n . A. V.: Was er voor u een speciale aanleiding om een proefschrift over dit onderwerp te schrijven? H. T.: De aanleiding was h e t 'Indicative World Plan', een studie van de PAO waarin geprobeerd Hordt een mondiaal plan voor een agrarische ontwikkeling te schetsen en waaruit ik op mijn beurt geprobeerd heb de gevolgen van h e t plan voor h e t E E G landbouwbeleld te trekken. Bovendien is het zo d a t h e t EE,G-landbouwbeleid een omstieden zaak is en wanneer je je wilt verdiepen in de mondiale gezindheid, naoet je beginnen in de enige sector waarin van een europese integratie sprake is, nl. de landtaotiw. D a a r a a n kun Je zien wat h e t karakter is van de EEG en hoeveel de EEG zich wil aantrekken van anderen. VOEDSELCRISIS A. V.: U zegt dat de gëindustrialiseerde landen een overvloed kennen aan agrarische Produkten. Uit recente publicaties kan men echter lesen dat wij de laatste laren op het randje van een voedselcrisis balanceren. Hoe is dit te rijmen met de door u voorgestelde produktievermindering?
H. T.: Wij leven in h e t westen niet op h e t randje van een voedselcrisis. D a t is van de zomer gebleken toen er een algemene schaarste ging optreden. Die schaarste t r a d echter niet hier op. Op de wereldmarkt wordt m a a r een klein gedeelte van wat geproduceerd en geconsumeerd wordt, verhandeld. Daardoor is h e t zo: wanneer zich een hele kleine produktievermeerdering of vermindering voordoet komt d a t op de wereldmarkt vergroot n a a r voren. De wereldmarktprijzen zijn volgens mij geen indicators voor structurele tendenzen in produktie en consumptie. D a t de graanprijzen op deze m a r k t zo hoog opliepen kwam, doordat een aantal reservevoorr a d e n die als stabilisatie dienden op de m a r k t gebracht werden. Wanneer ik zeg 'produktievermindering' is d a t de uiteindelijke consequentie die op de lange termijn voor bepaalde Produkten door de PAO wenselijk wordt geacht. A. V.: U heeft het over de graanvoorraden, Tnaar bij b.v. sojabonen liep de prijs ook sterk op. H. T.: Nu is de agrarische wereldm a r k t een bijzonder iets, omdat erg veel Produkten die daar
verhandeld worden voor elkaar substitueerbaar zijn, zowel voor de produktie- als voor de consumptiekant. Een a a n t a l andere eiwithoudende Produkten, die wü o.a. i n onze bio-industrie stoppen, vielen weg zoals h e t vismeel uit Peru. Wanneer de graanprijzen d a n g a a n stijgen, stijgen ook de prijzen v a n de vervangingsartikelen. W a t ook heel belangrijk is: vlees is een luxe consumptiegoed w a a r v a n de vraag aanzienlijk sneller stijgt dan h e t gemiddelde inkomen. I n h e t westen is dit h e t geval en die vergrote vraag n a a r vlees vertaalt zich in een vergrote vraag n a a r voederprodukten. A. V.: Als we de Derde Wereld op de korte termijn willen helpen wat moet er dan gebeuren? H. T.: Op de korte termijn moeten we in eerste instantie "Werken a a n een stabilisatie van de wereldmarkten. Het is in h e t westen mogelijk om de eigen landbouw als h e t ware af te schermen van die wereldmarkten, waardoor wij voor de landbouw een stabiel klimaat kunstmatig in stand k u n n e n houden, waarin zich de produktie k a n ontwikkelen. Die mogelijkheid bestaat voor de derde wereld veel minder. D a a r o m is voor ons de dwingende eis om spoedig maatregelen te nemen, zodat de wereldmarkten gestabiliseerd worden. De ontwikkelingslanden moeten een m a r k t hebben waarop ze s t a a t k u n n e n maken, zoals onze boeren d a t ook hebben. I n de tweede plaats moeten wij een voedselvoorraad hebben, een reservevoorraad met twee fmik. ties: een stabiliserende bufferfunktie én als voorraad voor h e t geval er calamiteiten optreden. A. V.: Wat kunnen we doen op de langere termijn? H. T.: Op de langere termijn zullen de produktie- en consumptietendenzen zowel in de rijke als in de arme landen goed onderzocht moeten worden. Als er namelijk tekorten of overschotten g a a n ontstaan, is elk p l a n om de m a r k t e n t e stabiliseren ten dode opgeschreven. Het zal er dus op aankomen onze produktie t e g a a n aanpassen a a n de vraag. A. V.: U acht de landbouwpolitiek van de EEG medeverantwoordelijk voor de slechte economische situatie in de Derde Wereld. Kunt u aangeven waarom? H. T.: I k acht de landbouwpohtiek v a n de E E G niet medeverantwoordelijk. I k kijk alleen tegen de landbouwpolitiek a a n zoals ik tegen elke economische politiek in de rijke landen a a n kijk. Zolang h e t niet een stuk is van de oplossing van de verhouding arm-rijk is h e t vrijwel zeker een gedeelte van h e t probleem. A. V.: V segt in een van uw stellingen dat suiker een uitstekend Produkt is om de verhoudingen tussen arm en rijk in de wereld mee te illustreren, H. T.: De rietsuikCTaktie is van alle k a n t e n sterk aangevallen en in die aanvallen zijn twee pimten
n a a r voren gekomen. Men heeft om te beginnen gezegd: in de ontwikkelingslanden wordt die suiker op een hoogst o n a a n gename manier geproduceerd, die bovendien de opbrengsten ten goede l a a t komen van de t o p klasse. Men zegt bovendien d a t h e t t e n koste zou gaan van de boeren in de rijke landen, met n a m e in de EEG, die toch al onderaan de sociaal-economische ladder zijn blijven hangen. D a t zijn de twee p u n t e n die in elk gesprek over armoede in de Derde Wereld a a n de orde moeten komen: enerzijds de structuren die in de Derde Wereld bestaan en waar wü alles mee te m a k e n hebben. En anderzijds de manier waarop wy in eigen l a n d de gevolgen moeten g a a n dragen van een betere verdeling. WERELDRAAD VAN K E R K E N A. V.: Wat ziet u als de taak van de Wereldraad van Kerken met betrekking tot de ontwikkelingssamenwerking? H. T.: De Wereldraad van Kerken is misschien wel de enige internationale organisatie die zich uitdrukkelijk a a n de k a n t van de verdrukten heeft opgesteld en vanuit dit gezichtsp u n t redeneert. D a t is w a a r schijnlijk ook een van de redenen waarom zo weinigen in Nederl a n d zich in d a t besluit k u n n e n vinden, omdat d a t voor een internationale organisatie hoogst ongebruikelijk is. Een van de meest ernstige problemen van deze wereld is h e t racisme, wat volgens mij de wortel is van een groot a a n t a l zgn. 'ontwikkelingsproblemen'. De Wereldi-aad n u heeft zich duidelijk tegen h e t racisme gekeerd, en heeft een serieus begin gemaakt met een a a n t a l kleine Projekten waarmee geprobeerd wordt, de kleine boeren en de mensen zonder l a n d te helpen. D a t zijn namelijk de mensen, waarvan zowel de FAO bij monde van de heer Boerma, als de Wereldbank, bij monde -van de heer McNamara, zeggen d a t die h e t moeten zijn waarop we ons moeten richten. Tegelijker, tijd blijkt dan d a t h u n a p p a r a t e n daar niet op ingespeeld zijn. De kerk in zijn algemeenheid heeft tot t a a k om zo scherp mogelijk de welvaartsverhoudingen a a n de kaak te stellen en op te roepen tot verandering. Indien mocht blijken d a t verandering binnen h e t huidige systeem niet mogelijk is, moet de kerk h e t systeem aanklagen. A. V.: Bent u het eens met het plan Mansholt? H. T.: De heer Mansholt heeft bijvoorbeeld op de conferentie van de derde UNCTAD in S a n tiago gezegd d a t zijn structuurplan n u Juist tot doel h a d de Derde Wereld zoveel mogelijk te helpen en de exportmogelijkheden van de arme landen te vergroten. D a t nu is klinkklare nonsens. I n feite was h e t zo d a t een dergelijke opmerking gebruikt werd om h e t structuurplan van de Europese commissie bü de
Europese Udstaten wat populairder te maken. Het is de vraag of wij dit soort structuurplannen n u wel moeten toejuichen. A. V.: Wat kan de Nederlandse regering doen? H. T.: Ik vind h e t moeilijk te bepalen wat een Nederlandse regering k a n doen. I k heb h e t gevoel dat zij met n a m e zou k u n n e n werken a a n bewustmaking in h e t gToot, binnen de internationale organisaties. We moeten alleen oppassen d a t we niet gaan zeggen d a t de produktie in h e t westen veel efficiënter is en daardoor teveel de n a d r u k gaan leggen op de voedselhulp. We moeten echter de voedselproduktie bij de kleine boeren in de arme landen bevorderen. Vergeet niet d a t om 1 h a g r a a n te produceren in Amerika er 750 liter olie nodig is. Als Je mikt op een langduriger oplossing moet Je, door de huidige energieschaarste, toch wel meer denken a a n h e t gebruik van arbeidsintensievere methoden. A. V.: Wat vond u self de belangrijkste stelling? H. T.: De laatste stelling; 'Het consumeren van vlees dient niet tot heiUge koe gemaakt te worden.' 'Ik geloof d a t h e t tijd wordt dat wij onze consumptiegewoonten eens tegen h e t licht g a a n houden v a n een a a n t a l ethische maatstaven. Wij zijn doende h e t dier in onze wegwerpmaatschappij op te nemen. We moeten ons ook eens gaan afvragen of h e t wel zo gelukkig is om een dergelijke hoeveelheid hoogwaardige voedingsstoffen te besteden a a n h e t verwerven van onze diepvrieskip. A. V.
Eindredaktie: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. G u u s Herbschleb. Redaktie-adres: De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. Kopü, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk m a a n d a g morgen om 10 uur binnen zijn. Advertenties; J. G. Duyker, Amstelveen. Postbus 228. Tel. 020-441675
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's