Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 147

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 147

12 minuten leestijd

AD VÄLVAS — 18 JANUARI 1974

VRIJHEID, DEMOKRATIE EN UNIVERSITEIT In de universitaire wereld hebben velen het moeilijk met de demokratie. Niet alleen bepaalde docenten die h u n positie aangetast zien, m a a r ook vele studenten dreigen te verzanden in de al m a a r demokratleser wordende verhoudingen a a n de u n i versiteit. De frustraties komen tot uiting in, het zij toegegeven, ondemokratiese middelen als bezettingen, die overigens vaak een t e n einde-raad-antwoord vormen op de burokratle. Ik zou bovendien ook niet graag de studenten de kost willen geven die hopeloos ongemotiveerd en zonder interesse bezig zijn met de studie van de sociologie, de psychologie, de politikologie, terwijl ze zich daar juist veel van voorgesteld hadden. Maar wat ze voorgeschoteld wordt is vaak niet meer en niet minder dan de hobbies der docenten, die h u n visies dan tot overmaat van r a m p veelal bij de Amerikanen weggehaald hebben. Na het kandidaatsexamen lijkt wat meer eigen interesse een rol te kunnen gaan spelen, t o t d a t blijkt dat men ook dan weer afhankelijk is van wat er al gedaan wordt, wat ondergebracht kan worden binnen de (sub-)fakulteitskaders. De oorzaak van veel, zo niet van alle ellende ligt, dacht ik, in de misplaatste toepassing van het beginsel der demokratie. Met als uitgangspunt de demokratie is men de laatste jaren van gedachten gaan wisselen over de funktie van de universitaire opleiding. Daarbt) was men het er min of meer over eens dat de universitaire studie en de begeleiding daarvan demokraties opgezet moesten worden: externe demokratie — de openheid van de universiteit naar de buitenwereld, en interne demokratie — de struktuur van de universiteit betreffend en alle aspekten van de studie omvattend; er is zelfs een wet gemaakt die niet alleen pretenteerde demokraties tot stand gekomen te zijn, maar bovendien handelde over de demokratie aan de imiversiteit. Nu getuigt het van onverzetteHJkheid aJs men tot op heden toe nog steeds de grote wit-maker in de demokratise opzet ziet. Eten onterechte standvastigheid overigens, oordeelt u zelf eens vanuit een beschouwing over de verschillende opvattingen over de universitaire studie:

en ontplooiing van de individu lijkt hier de leuze. — een derde opvatting over de funktie van de universitaire studie ziet het wetenschappelijk onderzoek als voornaamste taakgebied voor de universitaire medewerker — onderwijs wordt ondergeschikt geacht aan het onderzoek dat de vooruitgang dient. Een universiteit lijkt hier gereduceerd tot een bedrijfslaboratorium. — een moderne, mij overigens slmpatieke, opvatting is de volgende: de universiteit heeft als taak nieuwe wegen te zoeken voor de vastgelopen samenleving. De luüversitaire 'arbeiders' vormen dan de avant-garde van de omwentelingsbeweging.

Als Je deze reeks opvattingen serieus neemt (en wie heeft net recht of de bevoegdheid er één onder de tafel te schuiven?) dan moet je op een gegeven denkmoment wel in de knoop komen met de struktuur waarin je al deze opvattingen zich wilt laten ontwikkelen: het lijkt dan onherroepelijk uit te draaien op een reeks van botsingen tussen Minderheden en Meerderheden en tussen Min— de universitaire studie heeft derheden onderling. volgens sommigen de funktie van Je kunt dan verder gaan op de Ineen beroepsopleiding en uit die geslagen weg der demokratie-onaard moet de studie gericht zün op danks-alles en je kunt als Minderde vraag die vanuit de maat- heid zelfs onwettelijke wegen inschappij (hier vrtjwel identiek met slaan. bedrijfsleven) gesteld wordt; rand- Je kunt ook tot de overtuiging kovakken als ontwikkelingsproble- men dat er grenzen zijn voor de matiek of vak-etiek veranderen demokratie, namelijk däär waar weinig aan het speciallstiese ka- de vrijheid begint. Die mening ben rakter van zo'n opleiding. ik toegedaan. — anderen menen dat de universi- Demokratie is ongetwijfeld op haar teit de studenten een algemene plaats in de rechtssfeer: zodra er kulturele en wetenschappelijke een rechtsprobleem is, d.w.z. een vorming dient te bieden — vorming probleem dat de positie van één

Bezetting: een ten-einde-raad-antwoord of meerdere mensen binnen de samenleving betreft, ligt het voor de hand dat er volgens demokratiese wegen aan een oplossing gewerkt wordt. (N.B. — Recht is hier tamelijk onorthodox opgevat) Vrijheid stelt een grens aan de demokratie: de vrijheid begint waar de demokratie ophoudt, namelijk bij de individu, by zijn persoonlijkheid, bij de ontplooiing van de menselijke geest (=hersenen voor de darwinisten onder u). Ik acht geen Meerderheid bevoegd om in te grijpen op het gebied van het individuele en kvdturele. Het lijkt me duidelijk dat het studeren aan een imiversiteit vanuit dit gezichtspunt nooit en te nimmer gestuurd en geprogrammeerd mag worden vanuit welk Ministerie of vanuit welke Raad dan ook. Ieder die studeert (of doceert) zal, welk doel hij ook voor ogen heeft, in vrijheid moeten kunnen studeren (doceren); d.w.z. dat ieder het recht heeft de inhoud van zijn studie te bepalen en eigen wegen in te slaan, ongehinderd door van buiten opgelegde normen. Dat de

Uit de nieuwjaarstoespraak van de heer de Niet:

„ZIJN WE TOEGERUST?" i 'Samen op weg' is een term die mede door jongeren enkele jaren geleden bekendheid kreeg in kringen van de kerken en dit 'samen op weg' was het kernthema van de nieuwjaarstoespraak, gehouden door de heer C. de Niet namens het College van Bestuur voor het vrijwel voltallige personeel van het stafbureau en diensten der univereiteit. In een goed bezette zaal KC-07 merkte hy onder andere op dat wij als mensen die allemaal van elkaar verschillen, toch samen ergens heen willen en samen de richting bepalen. Zijn we uitgerust in de dubbele zin van het woord? Zijn we uitgerust in de achter ons liggende dagen en zijn we toegerust voor de komende tijd? Terugkijkend naar 1973 merkte de heer De Niet op dat we toch wel fijne dingen hebben meegemaakt zoals op 12 april 1973 de opening van ons nieuwe hoofdgebouw en het feest dat 's avonds daarop volgde. Ook het feit dat we voor het eerst de leden van onze Vereniging voor de Jaarvergadering in eigen huis konden ontvangen stemt tot grote dankbaarheid. Verder was er de opening van het moderne restam'ant in het hoofdgebouw; een restaurant waarover nog altijd vol lof wordt gesproken in de vakpers, al zullen de gebruikers van deze eetgelegenheid wel niet altijd met deze loftuitingen instemmen. De zaak is tenslotte nog niet volmaakt. Als een bijzonder verheugend gebeuren signaleerde de heer De Niet het feit dat 11 student-

leden zich mede om de bestuurstafel der Universiteitsraad hebben geschaard. Tenslotte noemde hiJ nog de hockeyvelden aan de De Boelelaan die hl het bestemmingsplan van de gemeente Amsterdam aan de VU zijn toegewezen. 'Nu kunnen wij gaan bouwen!' Minder prettige ervaringen hebben we gehad met de collegegeldwetgeving, een zaak die diep heeft ingesneden in het universitair gebeuren en die het gehele jaar door velen heeft bezig gehouden. Vele medewerkers hebben daarvan de last en moeiten gedragen. Verhoudingen en kontakten tussen mensen zijn en worden grondig verstoord als in één jaar tijds negen maal een aantal van ons meent dat géén argument meer helpt en géén mogelijkheid tot discussie meer aanwezig is en dus geen ander middel dan harde aktie overblijft. Na gewezen te hebben op het op gang komen van een goede kommunikatie binnen de hoofdafdelingen, de reorganisatie van PZ, de bibliotheek, GITM en Financieel-Ekonomische Zaken, konstateert spreker met dankbaarheid dat eveneens een uitbreiding heeft plaatsgevonden van het aantal stafmedewerkers op het bureau van het college van bestuur. Hij merkt op dat in het afgelopen jaar door zeer velen veel is gedaan. Door een aantal zéér veel, misschien wel tè veel. Twee medewerkers ontvielen ons, zij waren nog niet klaar met hun aandeel in dat wat ons samen bezig houdt.

Het waren mevrouw W. S. J. van Kreveld-Zody, oud 49 jaar en administratief medewerkster op het audio-visueel centrum en de heer J. C. Bleye, oud 57 jaar en portier bij de interne beheersdienst. Wij gaan samen verder. We hebben véél te doen! Het werk vraagt vele handen. Van God zeggen we vaak: 'He has the whole world in his hands' maar als het gaat om zaken die aangepakt moeten worden hier en nu dan heeft God géén andere handen dan de handen van de mens. Zün we toegerust en hebben we alles voor onderweg? Na het lezen van een gedeelte uit de Bijbel — 1 Cor. 12 vanaf vers 12, — waarin gesproken wordt over het elkaai" tot een hand en een voet zijn — wenst de heer De Niet ons toe wat de Schevenlngse vissers bij het ingaan van het nieuwe jaai- elkaar toeroepen: 'Al het nodige: zegen en bewaring'.

op de burokratie.

positie van de docent dan anders wordt dan hij nu is, lijkt me duidelijk: i.p.v. ambtenaar-voor-hetleven-met-leeropdracht zal htj nog veel meer de rol gaan vervullen van studiebegeleider en pedagoog in de wetenschap. Hiermee lijkt me ook het bezwaar dat er te weinig docenten zijn om bovenstaande te verwezenlijken weinig steekhoudend meer (zie ook lUich en Freire). Een ander bezwaar zal, lijkt mij hierop neer komen: er zijn maar weinig eerstejaars en ook ouderejaars studenten die de verantwoordelijkheid en de moed hebben om van de hen geboden vrijheid een goed gebruik te maken. Dat is waar. Maar ze hebben ook nooit vrijheid gekend, ze hebben ook nooit kunnen leren met vrijheid om te gaan, terwijl het toch veler overtuiging is dat het mogelijk is Als dat dan niet gebeurd op de scholen moet er op de universiteit vrijheidsruimte geschapen worden, zodat men in vrijheid naar verantwoordelijkheid kan groeien. Verantwoordelijkheid voor het maatschappelijk geheel en de medemens verkrijg Je namelijk niet als je aan alle kanten gedekt wordt: door een Universiteitsraad een docent, een Ministerie of een doktoraal-examen. Pas in het zelf beslissen en het zelf kiezen, in het je bewegen in de vrijheidsruimte verkrijg Je verantwoordehikheid. Vanuit zo'n aangeleerde verantwoordelijkheid zal de universiteit een veel 'maatschappelijker' instelling worden. Het lijkt mij ook dat de hier aangeduide studenten waardiger samenlevers zijn dan bijv. de toekomstige Posthumusstudenten. Natuurlijk blijven er grote diskussiepunten: kan de universitaire wereld veranderen zonder een verandering in de samenleving? (ik geloof en hoop het niet); hoe moet de relatie zün tussen universiteit en flnancierder(s)?; hoe In de naam der orde kim Je nog een waarderingssysteem toepassen voor studieresultaten? Dat zün problemen. Maar met goede wil en redelükheid is er wel uit te komen. Nu lukt me het niet meer dan bUlijk dat Ik suggesties doe voor een strategie om de vrijheid te verwezenlüken in de praktük van de universiteit. De praktiese situatie biedt Inderdaad mogelükheden. Er zün namehjk een aantal verantwoordelükheden gelegd voor onderwüs en onderzoek binnen de universiteit, nml. bü de Akademiese Raad, de Universiteitsraad, de (sub-) fakulteltsraden. In de praktük hóeven die Raden zich alleen maar bezig te houden met zaken die in de rechtssfeer liggen; men kan nalaten om in te grüpen en te beslissen over onderwüs en onderzoekszaken. Voor de Raden zelf biedt dat het voordeel dat ze zich bezig kunnen gaan houden met de zaken die de demokratie en het Recht in de (universitaire) wereld betreffen. De Tilburgse Hogeschoolraad gaf daarvan een goed voorbeeld door uitspraken over het Griekse Regiem en over de wetenschappelüke vrüheidsbeperking in Rusland. Door deze voorgestelde opstelling

van de Raden bluft de studenten en docenten veel vrühied om inhoud van onderwüs en onderzoek ieder voor zich en in overleg te bepalen, ledere student kan voor zichzelf een begin maken door het proberen te verwezenlüken van eigen interesses en kapaciteiten en dat met voortdurende drang op de burokratie. Bepaalde gevallen wüzen erop dat het mogehjk is om aan de mazen van de burokratie te ontsnappen. Martin de Bruyn

KNOKKEN OP HOOG NIVEAU Vervolg van pagina 1 de minister goedgekeurd en het komt volgens Laus ook niet voor goedkeuring in aanmerking. Datzelfde geldt ook voor vernietiging van dergehjke besluiten door de UR op dezelfde gronden. Daarnaast betoogt mr. Laus dat het CvB dan wel kan proberen om artikel 83 te laten uitvoeren door een dienstbevel te sturen aan het personeel, maar dat ook artikel 83 in strüd is met de wet. Mr. Laus verzoekt het CvB om de uitvoering van artikel 83 achterwege te laten totdat de wetgever zich hierover zal hebben uitgelaten of totdat het VU reglement 1972 zal zün goedgekeurd in de huidige vorm. Tenslotte vraagt mr. Laus het CvB zün standpunt daarover binnen vüf dagen aan hem bekend te maken; daarna acht hü zich vrü de zaak in een kort geding aan de rechter voor te leggen. De reactie van het College van Bestuur was, zoals te verwachten, negatief in die zin dat het CvB niet van plan was om de uitvoering van artikel 83 op te schorten. Verder vond het College van Bestuur het prima als de rechter een uitspraak zou doen over deze zaak: 'Dan Is er tenminste Juridische duidelükheid'. Overigens schünt zowel het College van Bestuur als de SRVU bepaald niet van plan te zün om, als de uitspraak tn het voordeel van de tegenpartü zou uitvallen, zich daar zonder meer bü neer te leggen. Maar zover is het nog niet. De SRVU wacht met het ondernemen van gerechtelüke stappen totdat de uitspraak van het college van geschillen bekend is en daar is dus voorlopig het wachten op. Aangezien in de tussentüd dan het nieuwe ontwerp van de CoUegegeldwet bekend is valt het te betwüfelen of een kort geding nog veel zin heeft. Algemeen wordt verwacht dat in het nieuwe wetsontwerp een landelük artikel 83 zal zün opgenomen. En dan kan de vraag of zo'n artikel in strüd is met de wet op het WO in het parlement worden uitgevochten. A. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 147

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's