Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 187

11 minuten leestijd

I il

I i

^hf

AD

VAL VAS

— 15

FEBRUÄIV^

Studenten en hun rooie ruggen (IV)

STUDIE: PRIVÉ INVESTERING OF COLLECTIEF GOED? schakelen van de profijtgedachte op het gebied van het onderwijs. Dat betekent dat alle onderwijs­ voorzieningen voor allen in ge­ lijke mate kosteloos toegankelijk dienen te zijn'. Zijn partijgenoot Klein sprak na zijn benoeming tot staatssecretaris voor tertiair on­ derwijs nog over een 'redelijke toepassing van het profijtbegin­ sel' en zelfs over 'socialistisch toegepast profijtbeginsel', maar ook hij vermijdt tegenwoordig iedere verwijzing naar de profijt­ gedachte.

'De verhoging van het collegegeld past in het kader van de door de regering nagestreefde toepassing van het profijtbeginsel. Een weten­ schappelijke opleiding is voor de studenten mede een investering in Kennis en vaardigheden. Aan deze investering worden voordelen ont­ leend, zoals een hoger inkomen na de studie'. Deze visie op (de financiering van) het onderwijs is te lezen In de memorie van toelichting op de onderwijsbegroting 1972 van de hand van de ministers Van Veen en De Brauw. Het kabinet­Biesheuvel, waarin zij minister waren, introduceerde het profijtbeginsel ter financiering van de collectieve voorzieningen: wie profiteert van een bepaalde voorziening, moet daarvoor beta­ len. Op het terrein van het onderwijs betekende de toepassing van de profytgedachte onder andere een verhoging van de school­ en col­ legegelden. Wat betreft de studie­ financiering dacht De Brauw aan de invoering van een systeem met rentedragende leningen. PROFIJTVISIE De filosofie, waarin onderwijs ge­ zien wordt als individueel goed, waar vooral het individu profijt van heeft, was eerder duidelijk geformuleerd door dr. W. Drees, toen nog buitengewoon hoogleraar in Rotterdam (1966), in een arti­ kel 'Een redelijke financiering van het wetenschappelijk onderwijs'. Zijn opvattingen vonden ook stemi bij de meerderheid van de com­ missie­Andriessen, die voorstellen moest doen over een nieuw stelsel van studiefinanciering en die in 1971 haar eindrapport uitbracht. De consequentie van de profijt­ visie is, dat de overheid niet be­ lioeft te zorgen voor de financie­ ring van de collectieve voorzienin­ gen, maar deze zoveel mogeiyk af­ wentelt op de gebruikers. Ook in progressieve hoek was men gecharmeerd van de profijt­ gedachte. Het 'Vrije Volk' schrijft in een redactioneel commentaar op 22 mei 1973: 'De kreet "koste­ loos onderwijs" die de studenten­ organisaties aanheffen, klinkt fraai, maar kosteloos studeren zou op het ogenblik de onrecht­ vaardigheden niet verkleinen, maar vergroten. Immers, zijn stu­ die stelt de student in staat later een hoger inkomen te verwerven. Hij verwerft dat door de finan­ ciële steun van de belastingbeta­ ler en daaronder vallen ook de honderdduizenden werknemers. Is het dan onredelijk dat se, als se straks een behoorlijk inkomen hebben, iets terugbetalen van het­ geen mede door de bewoners van de Tweede Helmerdwarsstraat en de Putselaan is opgebracht?' Ook binnen het NVV klonken derge­ lijke geluiden. Het Wetenschap­ peiyk en Scholings Instituut (WSI) schreef voor het NVV­ congres van 1969 een nota geti­ teld 'Financiering van het Weten­ schappelijk Onderwijs'. 'Onder het huidige marktmechanisme

door Ruud Soeter

geeft hegaafdheul als schaarse factor iemand een gunstiger po­ sitie bij de inkomensverdeling. (...) Daarom betekent gelijkheid van kansen ook dat niemand ho­ gere inkomensposities mag berei­ ken door middel van kosteloos on­ derwijs'. Deze opvatting werd on­ der andere bestreden door een woordvoerder van de Metaalbe­ drijfsbond, nu Industriebond, die zei meer voor studieloon te voelen dan voor het stelsel van rentedra­ gende studieleningen dat als con­ sequentie van het WSI­rapport werd voorgesteld.

Deze verbale distantie betekent echter geenszins dat nu ook al­ lerlei plannen die vroeger gemo­ tiveerd werden met een beroep op de profijtgedachte, van de baan zijn. Hetzelfde soort voor­ stellen wordt nu gepresenteerd onder het motto dat na invoering de inkomensnivellering wordt be­ vorderd. Het nivelleringsstandpunt is in brede kring bekend geworden na de grote stallingen in het voor­ jaar van 1972 en het optreden van het kabinet­den Uyl, dat 'sprei­ ding van kennis, inkomen en macht' centraal stelt in zijn be­ leid, althans volgens de regerings­ verklaring. Nu kan men over de wijze waarop men thans tracht te nivelleren van mening verschillen (de nivel­ lering geldt alleen voor de loon­ en salaristrekkenden en gaat ge­ paard met een matiging van de totale loonsom, terwijl winsten en investeringen buiten schot blij­ ven vanwege 'rendementshandha­ ving), maar dan blijft de vraag

'INKOMENSNIVELLERING' Dit soort geluiden, dat ook in de Party van de Arbeid te horen was verstomde enigszins toen de regering­Biesheuvel optrad, die het profijtbeginsel toepaste om verregaande bezuinigingen door te voeren. Masman, onderwijs­ specialist van de Tweede­Kamer­ fractie van de PvdA, distantieer­ de zich tijdens het debat over de collegegeldverhoging zelfs duide­ lijk van het profijtbeginsel: 'Wij zijn voorstanders van het uit­

'*

Voor de commissie Sociale Eco­ nomische Positie van de Student van het Landelijk Beraad van Studentedekanen, was de 'afwente­

»;.

K

'•

+ »

*t

­

l

De Academische Raad heeft in zijn op 2 februari gehouden vergade­ ring een i>ermanente commissie voor voorlichtingsvraagstukken inge­ steld. Deze commissie heeft o.m. tot taak systematisch aandacht te schenken aan de voorlichtingsaspecten van het universitaire en inter­ universitaire beleid en zal hetzQ op verzoek hetzij eigener beweging de Academische Baad adviseren omtrent relevante vraagstukken.

L.

STUDIESCHULD I n geval van rentedragende le­ ningen kurmen de studieschulden oplopen tot grote bedragen (bij een rentepercentage van negen stijgt de schuld — over enige tien­ tallen jaren — cumulatief tot een hoog totaalbedrag). De positie van de academici is echter de laatste jaren in sociaal­economische zin sterk veranderd. Steeds minder afgestudeerden komen terecht In de zogenaamde vrije beroepen; veruit de meerderheid komt la een loonafhankelijke positie. Ook andere verschijnselen doen de po­ sitie van afgestudeerden meer en meer lijken op die van andere loonafhankeiyken. De groeiende werkloosheid is daar een uiting van. Bovendien komt het gemid­ delde inkomen van academici waarschijnlijk niet ver boven de 'welstandsgrens', dat is het in­ komen van een geschoolde arbei­ der. De grote vraag bij de studieschul­ den is echter of werkgevers niet (een deel van) de studieschuld zullen overnemen en deze dan zullen doorberekenen in de con­ sumentenprijzen.

S%

*

*

^fl*

a*

MOTIE GRONINGSE UB Op voorstel van de Groningse de­ legatie kreeg de commissie als een van haar uitgangspunten mee; het handhaven van de zelfstan­ dige positie van de universiteits­ bladen. In de UR van Groningen was nl. zonder stemming een mo­ tie aangenomen waarin de dele­ gatie naar de AR werd opgedra­ gen ervoor te pleiten dat dit een uitgangspunt van de nieuwe com­ missie zou zijn. BRIEF UNIVERSITAIRE BLADEN De redacties van U­Weekblad (Utrecht), Universiteitskrant Gro­ ningen, Folia Civitatis (GU), Quod Novum (Rotterdam) en het Tilburgse Hogeschoolblad hebben In een gezamenlijke brief aan de AR geschreven dat zij het be­

*

• '. • " I * ' • ­

ling van de schulden' een van d^ belangrijkste redenen om vóór studieloon te kiezen. Deze com­ missie had overigens ook no? an­ dere bezwaren tegen studielenin­ gen: de kinderen van rijke onders behoeven er geen gebruik van te maken en zitten dus niet met pen hoge studieschuld; een schulden­ last is een 'negatieve bruidsschat' voor een afgestudeerde vrouw, die gaat trouwen; veertig procent van de studenten studeert niet af, blijft echter wel een paar Jaar aan de universiteit en wordt dus geconfronteerd met een schuld­ aflossing, terwijl er dikwijls niet een hoger inkomen tegenover staat en bovendien verwacht men een duidelijke invloed op de stu­ diekeuze en het studiegedrag (snel afstuderen zonder al te veel om je heen te kijken). Als argument voor leningen wordt wel genoemd het onafhankelijk zijn van de ouders, dat In het huidige stelsel niet aanwezig is, maar daar tegenover staat een toegenomen afhankelijkheid van de overheid en — in het plan van Klein — van de grote banken. GEEN INKOMENSPOLITIEK De dekanen, het Landelijk Over­ leg van Grondraden en daarvoor al de Studentenvakbeweging en de Nederlandse Studentenraad pleiten voor studieloon of een in­ tegrale studiekostenvergoeding. In deze visie wordt onderwijs gezien als een sociaal recht dat ook fi­ nancieel inhoud moet hebben. Onderwijs wordt daarbij los ge­ maakt van de positie die een stu­ dent als afgestudeerde gaat in­ nemen. Men laat in het midden of en hoe er een inkomenspolitiek gevoerd moet worden, maar wil in elk geval niet de academici apart belasten (via schulden of academici­belasting) ten opzichte van andere inkomens. Staatssecretaris Klein spreekt zich in zijn recente nota niet uit over de relatie studiefinanciering­ inkomenspolitiek. De motivatie ontbreekt waarom hij een basis­ beurs én rentedragende leningen wil geven. De alternatieven die hij schetst worden enkel en alleen benaald door de financiële moge­ lijkheden die hij ziet. Door zijn keuze voor rentedragende lenin­ gen doet hij echter wel een keu­ ze, maar hij expliciteert deze niet. De dis.cussie over zijn voorstelen wordt daardoor in de technische sfeer getrokken. De vraag 'hoe moet je onderwijs zien: als investering of als collec­ tief goed?' blijft buiten beschou­ wing. Toch moet die vraag gesteld wor­ den, ook al is dit kabinet wat be­ treft de inlcomenspolitiek niet verder gekomen dan de machti­ gingswet inkomens en een grote hoeveelheid fraaie woorden. (TJ'). Vorige afleveringen in Ad Valvas van 25 januari en 1 en 8 februari.

AR BESTUDEERT WISKUNDEPAKKET

COMMISSIE A CA DEMISCHE RA A D VOORUCHTINCSVRAAGSTUKKEH

In de taakomschrijving van de commissie staat onder andere de formulering: het doen van een onderzoek met betrekking tot de wijze waarop de bestaande uni­ versitaire bladen kunnen worden ingeschakeld voor interunversi­ taire comnaunicatie. Hiermee werd voortgebouwd op het rapport van de zogenaamde commissie Van der Ban, eveneens een commissie van de Academische Raad die in­ dertijd de Academische Raad voorstelde om te komen tot een interuniversitair mededelingen­ orgaan. De Academische Raad be­ sloot toen om de zaak nader te laten onderzoeken door een nieu­ we commissie. Op voorstel van de Dagelijkse Raad wordt de zaak nu voorgelegd aan de nieuw inge^ stelde Commissie Voorlichtings­ waagstukken met de suggestie een werkgroep met het onderzoek te belasten.

of de studiefinancieringsvoorstel­ len, die een nivellering beogen, ook inderdaad de inkomensgelijk­ heid bevorderen. Concreter: wat zijn de effecten van rentedragen­ de studieleningen?

vreemdend en Ijetreurenswaardig vinden dat zij stelselmatig ge­ weerd worden uit alle overleg vanwege de Academische Raad over de universitaire voorlichting en communicatie. Hoewel de sa­ mensteUing van de commissie niet werd veranderd heeft de brief in zoverre enig resultaat gehad dat de nieuwe commissie wel contact moet opnemen met de universi­ taire bladen. SAMENSTELLING De commissie is samengesteld als volgt: Prof. dr. Sj. Groenman voorzitter (rector magnificus Utrecht) mr. K. J. Oath (voorzitter CvB Leiden) prof. mr. F. J. F. M. Duynstee (rector magn. Nijmegen) drs. J. Havik (algemeen secreta­ ris AR) G. P. Noë (hoofd Büro Kommuni­ katie Tilburg) H, Reinhardt (hoofd Pers en Voorlichting Leiden) drs. J. Katus secretaris (voorlich­ tingsfunctionaris AR) A. V.

Een werkgroep Wiskunde I ­ So­ ciale Wetenschappen van de Aca­ demische Raad is ingesteld met als taak de secties sociale weten­ schappen van de Academische Raad op korte termijn voorstel­ len te doen inzake het vraagstuk van het wiskundepakket in de so­ ciale wetenschappen. De werk­ groep zal voorstellen doen over — de inhouden van de vervangen­ de eisen, te stellen aan vwo­ abituriërvten zonder Wiskunde I, die toegelaten wensen te wor­ den tot de examens in een der sociale wetenschappen; — de organisatie van het aanvul­ lend wiskunde­onderwys van deze studenten, inclusief de daarbij behorende toetsing. De werkgroep zal daarbij tevens aandacht schenken aan het pro­ bleem dat studenten, die op grond van het getuigschrift van een hbo­ opleiding ­ met name van een so­ ciale of pedagogische academie ­ toegang hebben tot de examens in één der sociale faculteiten, geen nadere voorwaarden zijn gesteld voor wat betreft de inhoud en het

niveau van him wiskundekennis. Het ligt in de bedoeling, dat de werkgroep na de genoemde taken te hebben volbracht zich ­ voor­ zover nodig tn aangepaste samen­ stelling ­ gaat bezighouden met de vraag naar de 'ideale inhoud' van een vwo­wiskundepakket voor leerlingen, die een studierichting in de sociale wetenschappen zou­ den willen kiezen. De werkgroep Wiskunde I ­ So­ ciale Wetenschappen is als volgt samengesteld: prof. dr. W. Mole­ naar (Sectie Sociologie) voorzit­ ter; prof. dr. W. J. Brandenburg (Sectie Pedagogische en Andra­ gogische Wetenschappen); prof. dr. R. F. Mokken (Sectie Politico­ logie) ; dr. A. J. A. Verberk (Sec­ tie Psychologie); drs. E. Wever (Sectie Geografie); W. van Zan­ ten (Sectie Antropologie). Het secretariaat wordt verzorgd door drs. J. J. Th. Houben, mede­ werker van het Bureau van de Academische Raad. De werkgroep hoopt eind februari haar advies te kunnen uitbrengen. (Persbericht AR)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's