Ad Valvas 1973-1974 - pagina 236
4
HET VERPLEEGTEHUIS
Sinds j a a r en dag werken studenten in h u n vacantie. Medische studenten doen dat d a n vaak in een ziekenhuis om 'de sfeer alvast te proeven'. Sommige studenten hadden daarbij het gevoel met twee linkerhanden patiënten te moeten wassen en verzorgen en hebben d a n ook laten merken d a t zij zich daarin zouden willen oefenen vóór dat zij op een afdeling zouden gaan werken. De ziekenhuizen waar men werkte hadden d a a r wel oren n a a r omdat men ook van die k a n t vond d a t een ingewerkte student beter op een afdeling zou functioneren d a n men tot dan toe van niet-ingewerkte studenten gewend was geweest. Via deze ziekenhuizen tenslotte raakten enige vertegenwoordigers van de Amsterdamse universiteiten van deze plannen op de hoogte. Ook zij waren geïnteresseerd omdat hier al jarenlang de wens leefde om vóór h e t candidaatsexamen een (verpleeg-)stage in het curriculum in te bouwen. Zo «ntstond in 1971 de voorbereidingscommissie student-verpleeghulpstages bestaande uit vertegenwoordigers van (medische) studenten, ziekenhuizen en de twee medische faculteiten. Eteze commissie ontwikkelde een project waarby men, voorafgaande aan een werkperiode van minimaal zes weken, twee instructiedagen kreeg. Bovendien waren er evaluaties op de afdelingen waar men werkte en werden er gespreksavonden georganiseerd waar men over problemen die men tegenkwam en die niet direct met het werk op de afdeling te maken hadden (stervensbegeleiding e.d.) kon praten. Ondanks het feit dat men jaarlijks het aantal plaatsen uitbreidde (in 1973 konden 115 medische studenten aan het project deelnemen; in 1974 zullen dat er 156 zijn) bleek de vraag telkens het aanbod te overtreffen. Daarom heeft men dit Jaar niet alleen uitbreiding gezocht naar andere ziekenhuizen — in én buiten Amsterdam — maar voor het eerst ook naar verpleegtehuizen. De opzet van een verpleegtehuis en het werk dat men er als vacantiewerker zal moeten doen verschilt echter zeer veel met de opzet van- en het werken in een ziekenhuis. Vandaar — voor geïnteresseerden — de nu volgende kennismaking in de vorm van een interview met dokter Ten Have.
De plaats van het verpleegtehuis Op welke gronden worden pattënten naar een verpleegtehuis verwezen en door wie? De mensen die wij opnemen komen hier op een medische indicatie, (b.v. men breekt een heup en mag wat het ziekenhuis betreft naar huis, maar omdat daar niemand is om de patiënt te verplegen, wordt hü hier opgenomen ter verpleging en ter reactivering), ofwel op medisch sociale indicatie (b.v. een bejaarde vrouw verzorgt thuis haar, eveneens bejaarde, man die rheuma heeft. Als die vrouw nu in het ziekenhuis moet worden opgenomen, nemen wy de man by ons op.) Het zal dus duideiyk zün dat wy hier geen psychiatrische patiënten hebben. Dit om een hardnekkig misverstand uit de wereld te helpen. Van de mensen die wy opnemen wordt 70% door verwezen door een ziekenhuis, de overige 30% door de huisarts. Dit is overigens een vertekend beeld voor wat betreft de landeiyke situatie. Van de totaal 230 verpleegtehuizen zal slechts 20% een dusdanige relatie met een ziekenhuis hebben dat men zoveel patiënten op deze wyze doorverwezen krygt. Ik betreur dat zeer, aangezien het voor een goed fimctioneren van een verpleegtehuis van groot nut Is om op de specialistische hulp van een ziekenhuis terug te kunnen vallen. Weliswaar hebben wy naast een staf van drie (huis-) artsen een aantal specialisten in dienst, zoals een internist, een cardioloog, een orthopaedisch chirurg en een neuroloog, maar dat betekwit beslist niet dat wy het daarmee afkunnen. Waar gaan de mensen heen die Uw verpleegtehuis verlaten? Van de mensen die wy per jaar opnemen — en dat zyn er ongeveer 400 — overiydt naar schatting 25%; 60% gaat naar huis en 15% tenslotte zyn wat wy noemen de 'blyvers'.
Jos Govers in gesprek met H. ten Have, arts, geneesheer-direkteur van het verpleegtehuis Zuiderhout in Haarlem. Een kennismaking met een belangrijke schakel voor een goede gezondheidszorg;.
Van die 60% die naar huis gaat, gaat ongeveer tweederde weer naar de oorspronkeiyke woning terug, terwijl eenderde naar een bejaardentehuis gaat. Dit laatste wil helaas nog wel eens problemen geven: allereerst omdat er te weinig van deze tehuizen zyn en bovendien omdat men er nog wel eens bezwaar tegen heeft om mensen die uit een verpleegtehuis komen, op te nemen, zy vragen in de regel toch wel iets meer verzorging dan 'gewone' bejaarden. De mensen die naar hun eigen woning terug gaan worden, zonodig, weer toevertrouwd aan de zorgen van huisarts, maatschappeiyk werker en wykverpleging.
De functie van een verpleegtehuis Wat is de functie van een verpleegtehuis? Naast de verpleging van de patiënt richten wy onze aandacht vooral op reactivering van de patiënt. Dit betreft dan vooral de zogenaamde A.D.L.-training, ofwel de training voor Activiteiten van het Dageiyks Leven. Men moet deze reactivering vooral niet verwarren met revalidering. Revalidatie is erop gericht iemand (b.v. met een verlamming) weer zo volledig mogelyk aan het totale leven deel te laten nemen. Hierby komen dus ook zaken als omscholing kyken. Gezien de leeftyd van onze patiënten speelt dit hier helemaal geen rol. Behalve de echte verpleegafdelingen hebben wij hier gespecialiseerde afdelingen voor fysiotherapie (de training van bepaalde spieren om b.v. weer te kunnen lopen), ergo- of arbeidstherapie (training van bepaalde vaardigheden zoals aan- en uitkleden, eten), logopedie (om mensen weer te leren spreken, aangezien de spraak, met name na hersenbloedingen, gestoord kan zyn) en verder vele vormen van creatieve therapie (zoals tekenen, zingen, borduren etc.) By dit alles speelt het maatschappeiyk werk een zeer belangryke rol. Willen wy dit alles echter naar behoren doen, dan zal het nodig zyn dat wy ons, in ons werk, losmaken van het geükte medische model. In dat model komt het aan op snelheid en is men gericht op een bepaald ziek orgaan dat toevallig in een mens zit. wy hier zullen gericht moeten zyn op de reactivering van de gehele mens, in zün hele psychosociale context, waarvan toevallig een orgaan iets, lichameiyk, mankeert. Is het zinvol voor medische studenten om tijdens hun studie al in een verpleegtehuis te gaan werken en zo ja, wat kunnen eij dan verwachten? Om met het laatste te beginnen: inhakend op wat ik zoeven al gezegd heb, zal men hier beslist geen ziekenhuissfeer aantreffen met zalen met veel of minder mensen in
bed naar wie men alles toe moet dragen. Integendeel: overdag ligt hooguit 1% van de mensen in bed. Toch zal er wel degeiyk verpleegd moeten worden: men moet mensen wassen, of hen op z'n minst helpen het zelf weer te doen, men moet hen helpen met het opnieuw leren eten en gaatU zo maar door. Maar verder zal men de gehele dag met deze mensen om moeten gaan en moeten proberen hen te helpen by het oplossen van hnn problematiek. Die problematiek bestaat meestal uit drie gebieden: — het probleem van de eindigheid. — het probleem van de institutionalisering: vaak is een verpleegtehuis de plaats waar men voor het eerst niet meer volledig zelfstandig is; de plek waar men voor het eerst een vermindering gaat bespem'en van de privacy die men heeft. Dit geeft soms zeer grote psychische moeiiykheden. — het probleem van de euthanasie: actieve euthanasie passen wy hier beslist niet toe, wel ryst herhaaldeiyk de vraag hoe lang we door mogen gaan met het verlengen van het leven door medicynen te biyven geven.
GOEDE TROUW EN POLITIEK Als het aan het Politiek Gezelschap aan de VU had gelegen, dan had er op 22 maart een politiek debat op de VU plaatsgevonden. Als het aan de heren Aantjes, Drees en Vondeling gelegen had trouwens ook. De reden waarom het niet doorgaat moet ons van het hart. w y laten de ongekleurde feiten spreken: Op ± 5 februari wordt de heer Van Thyn benaderd over zyn eventuele deelname aan een forum, gewyd aan de komende statenverkiezingen. De heer Van Thyn reageert welwillend. Op 20 februari wordt de heer Vondeling benaderd en verklaart zich bereid als gespreksleider op te treden. De heren Aantjes en Van Thyn zeggen hun medewerking als forumlid toe. De heer Wiegel laat indirect weten vóór 1 maart een definitieve beslissing mede te delen. Op 1 maart is nog geen bericht van de heer Wiegel ontvangen. Na op 5 maart aan alle eventuele betrokkenen een hernieuwd schryven te hebben gericht, ontvangt het Politiek Gezelschap een schryven van de heer Wiegel (gedateerd 14 maart), waarin deze meedeelt verhinderd te zyn. Na benadering van de heer Vonhoff blykt ook deze vanwege de korte
termyn verhinderd. Nu de nood hoog stygt is een beroep op de heer Drees niet tevergeefs. Om dit evenement doorgang te laten vinden is hy bereid hiervoor zelfs een gemaakte afspraak te verschuiven. De heren Aantjes en Van Thyn verklaren zich akkoord met de samensteling van het forum, waarby de heer Van Thyn verzoekt dit de volgende dag met zyn perschef te bevestigen. De heer Vondeling heeft inmiddels laten weten door ziekte en daardoor opgelopen achterstand in arbeid moeiiyk te kunnen komen. De volgende dag verklaart Van Thyn's perschef, de heer Pauka, dat Van Thyn niet wenst te komen. Als enige reden wordt opgegeven dat de heer Wiegel ook niet komt. Na overleg met de overige betrokken politici vindt het debat geen doorgang. Vraag 1: Welke politici achten zich door toezeggingen gebonden? Vraag 2: Vindt Van Thyn alleen Wiegel interessant en niet de VU? Vraag 3: Vindt de VVD de VU niet interessant? Vraag 4: Worden Van Thyn's politieke toezeggingen ook door diens perschef gecorrigeerd? P.G.
„GAMMAWISKUNDEPAKKET"
Onder andere om dit probleem te bespreken zyn er iedere week teambesprekingen op de afdeling waaraan ook de verpleging deel neemt. De student zal hieraan dus ook deelnemen en wy verwachten zeer zeker ook van die zyde een inbïeng in de discussie. Het zal U duideiyk zyn dat myn antwoord op het eerste deel van Uw vraag — om daar even op terug te komen — een volmondig 'Ja' is. Maar het is niet alleen zinvol voor de medische student in opleiding; ook de huisarts, of beter: de basisarts die zich tot huisarts specialiseert, zal met name in een verpleegtehuis een schat aan ervaring op kunnen doen over de problematiek van speciaal 'de bejaarden'. En dat is precies de groep mensen die later een groot gedeelte van zyn praktyk uit zal gaan maken
Wiskundeprogramma's, die thans in het vwo worden aangeboden, zyn niet toegesneden op de behoeften van het onderwys in de sociale wetenschappen. Het zgn. Wiskunde I - programma omvat meer — en ten dele rndere — stof dan nodig is voor het volgen van dit onderwys. Tot deze conclusie is gekomen de onder voorzitterschap van de Groningse hoogleraar dr. W. Molenaar staande Werkgroep Wiskunde I - Sociale Wetenschappen van de Academische Raad 1) in haar advies dat aan de voorzitters van de betrokken secties van de AR en aan de voorzitter van de Academische Raad zelf is aangeboden. GAMMA-WISKUNDEPAKKET De Werkgroep acht het gewenst, dat op korte termyn in het vwoprogramma een op de behoefte
Besluiten Universiteitsraad
VERGADERING 12 MAART 1. Het besluit van de subfakulteit der sociaal-kulturele wetenschappen, het besluit van de interfakulteit der aktuariële wetenschappen en ekonometrie en de besluiten van de fakulteit der geneeskimde, alle verband houdend met de kollegegeldkwestie (c.q. het byhouden van een schaduwadministratie) worden vernietigd. 2. Het advies van het college van decanen over het post-akademisch onderwys wordt, op enkele punten geamendeerd, aanvaard. 3. De voorlopige begroting 1975 wordt vastgesteld. 4. Ten aanzien van de vraagpunten over de organisatie van de wetenschapsbeoefening in Nederland wordt een standpunt bepaald. 5. Een herzien model voor een kiesreglement voor (sub/inter)fakulteiten dat als leidraad zal dienen voor het eigen kiesreglement, wordt vastgesteld. Dit betekent o.m. dat zo mogelyk vanaf voorjaar 1975 doch in elk geval vanaf voorjaar 1976 de verkiezingen van de universiteitsraad en de (sub/inter)fakulteitsraden gelyktydig gehouden zullen worden.
van deze studierichtingen afgestemd 'gamma-wiskundepakket' zal worden opgenomen. In afwachting daarvan dient Wiskunde I formeel als toelatingsvoorwaarde voor de studierichtingen der sociale wetenschappen te worden gehandhaafd, waarby de vervangende eis voor degenen, die niet aan deze voorwaarde hebben voldaan, uitsluitend die wiskunde-onderdelen dient te omvatten, waarvan de beheersing noodzakelyk is om het onderwijs in de betrokken studierichtingen te kunnen volgen. VERVANGENDE WISKUNDE-EIS Daartoe wordt als globaal peil noodzakelyk geacht: voldoende beheersing van die onderdelen van de wiskunde, die alle vwoleerlingen hebben gehad (de zgn. basisstof), alsmede van de meest gerede onderwerpen uit het Wiskunde I-programma. In het advies zyn een vyftal onderwerpen uit de basisstof en een drietal onderwerpen uit het Wiskunde Ipakket genoemd, waarvan de kennis zou moeten worden getoetst in een voortentamen. Naar uit het advies blykt meent één van de leden van de werkgroep dat de Wiskunde I-eis geheel dient te vervallen. Hy heeft zich uitgesproken tegen het formuleren van vervangende eisen. FACUI.TEITEN De Werkgroep is de mening toegedaan, dat het wegwerken van de deficiëntie in de vooropleiding en de daarby behorende toetsing door de betrokken faculteiten dienen te worden verzorgd. SECTIES Het rapport van de Werkgroep Wiskunde I — Sociale Wetenschappen is in behandeling by de secties Sociologie, Politicologie, Culturele Antropologie, Psychologie, Pedagogische en Andragogische Wetenschappen en Sociale Geografie, die mede aan de hand hiervan hun definitieve standpunt zullen bepalen betreffende de inhoud en de organisatie van de aanvullende vooropleiding van vwo-abituriënten met deficiënte vooropleiding voor wat betreft de in deze secties vertegenwoordigde studierichtingen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's