Ad Valvas 1973-1974 - pagina 130
19731974 DE VRIJE UNIVERSITEIT TEGENOVER VERLEDEN EN TOEKOMST Voor een universiteit is het naar veler mening niet zo aanbevelens w ardig om terug te kijken. Zij is toch al eenzijdig op het verleden gericht. Geen reeks van colleges wordt er geopend, of het begin wordt door een historisch overzicht gevormd. Waarbij dan de geschiedenis zulk een belangstelling krijgt, dat eerst heel laat het heden nog — en dan misschien wat oppervlakkig — een beurt krijgt. Een dergelijke onevenwichtige be handeling van een bepaalde stof, rechtvaardigt nog geen voorbij gaan aan het verleden. Minach ting voor de geschiedenis en min achting vooi' de cultuur liggen niet ver uit elkaar. Misschien aar zelt iemand om wat heel onlangs gebeurde en dus eigentijds kan worden genoemd, tot de historie te rekenen, in deze opvatting heeft echter een korte bespiege ling over wel en wee der Vrije Universiteit in 1973 volledig be staansrecht, want dit jaar is nog geen onvruchtbare historie ge worden. Zij, die de geschiedenis toch al in ere houden — hetzij uit wetenschappelijke nieuwsgierig heid, hetzij om te leren uit het geen er zich afspeelde — zullen met een enkele opmerking over de Vrije Universiteit in 1973 geen moeite hebben. Met het gehele Nederlandse on dei'wijs deelde onze academie in de vrijheid van onderwijs en on derzoek, die wij in Nederland ge nieten. Dit is geen kleinigheid gelet op de vele landen, welke slechts een beperkte of uiterst beperkte vrijheid aan hun docen ten en studenten gunnen. Voor hen die daarbij alleen aan een paar staten uit de westerse wereld denken, is een herinnering op haar plaats dat alle mogendheden achter het IJzeren Gordijn op dit punt een absolutistisch bewind voeren. Ook profiteerde de Vrije Univer siteit met de andere instellingen voor wetenschappelijk onderwijs daarvan dat het Nederlandse volk zich nog steeds bereid toont voor uiversiteiten en hogescholen miljarden ter beschikking te stel len en een zekere bevoorrechting aan hen die wetenschappelijk be zig zijn te gunnen. Opnieuw lijkt het goed tegenover hen die deze gegevens wel eens veronachtza
ONRUST Naar aanleiding van de recente acties en bezettingen die gericht zijn tegen de controle op het be talen van het collegegeld is onder het wetenschappelijke en admini stratieftechnisch personeel enige onrust ontstaan. Blijkens hun uit latingen blijken sommigen van hen er bezwaar tegen te hebben studenten te controleren op het betalen van het collegegeld. An deren daarentegen willen het wel doen. Deze onzekerheid heeft ge leid tot het uitvaardigen van dienstbevelen door de (sub) fa kulteitsbesturen. Volgens art. 59 lid 1 van het reglement voor het personeel van de VU is de werk nemer gehouden de plichten voortvloeiende uit zijn funktie nauwgezet en ijverig te vervullen, zodat de goede gang van zaken in het werk zoveel mogelijk wordt gediend. Bovendien is men verplicht zich te houden aan de voor hen gestelde bepalingen en aan de hen gegeven aanwijzingen. Dit dienstbevel, tesamen met de dreiging van een aantal besturen de ondertekenaars van de steun verklaring die in dienst zijn van de VU te zullen ontslaan, heeft de onrust nog vergroot. Men 'vordt op dit moment gekonfron teerd met zijn plaats als werkne iier binnen de instelling van we f^n'happelijk onderwijs en men aagt zich af of de W.U.B, in "" praktijk nu wel de zekerheid 'cdt die bij het opstellen ervan ''eld zou zijn. Ä, V.
" ':k^ma .slaat alles.
•
Floor Olifantsoor •
Het jaar 1973 zal niet de ge scbiedenis ingaan als het makkelijkste jaar voor de universitaire gemeenschap. Talloze factoren, zowel poli tieke als sociale, hebben in het afgelopen jaar de gemoe deren in beweging gebracht. Omdat dit de laatste uitgave van A.V. is in 1973 én omdat het komende jaar óók zijn specifieke problemen met zich mee zal brengen hebben wij gemeend aan de rector magnificus, prof. mr. I. A. Diepenhorst, te moeten vra gen of hij aan de academi sche gemeenschap van de VU een boodschap wilde mee geven. A.V.
sche gemeenschap is met 12000 studenten en naar de 3000 kop pen lopend personeel niet bevre digend te veiwerkelijken. Het gaf reeds satisfactie wanneer subfa culteiten en studierichtingen, wanneer centrale of bijzondere dienstafdelingen een bepaalde sa menhang wisten te bewaren of tot stand te brengen. Uiterst lastig valt te beoordelen of de universiteit in 1973 voor haar zaak: de christelijke beoefe ning der wetenschap in dier voege stond, dat het de betrokkenen in nerlijk verrijkte en naar buiten enige wervingskracht oefende. Ik geloof dat men ondanks hetjreeds aangeduide geharrewar toch' in Nederlands openbare leven be merken kon welke stelling de Vrije Universiteit heeft betrokken en wat haar beweegt. Het afscheid van sommige professoren, het vers optreden van andere hoogleraren, de kwaliteit van een aantal proef schriften, de werkzaamheid op engere vakgebieden en op meer voor ieder toegankelijke terreinen schenken voldoende aanwijzing. Het komende jaar
men nadrukkelijk vast te stellen, dat in ons land tot dusver nog ieder die zijn eindexamen deed en wenst te studeren, dit kan doen, zij het niet altijd in de door hem gewenste faculteit. Dit is opnieuw anders in een vrij groot aantal v? esterse landen en in de meeste, zo niet in alle commu nistische staten. Of wij dit in de toekomst zullen kunnen volhou den, is moeilijk te zeggen. In elk geval is de huidige Nederlandse situatie voor de 'aspirant eerste jaars studenten' gunstiger dan in V7estDuitsland, Engeland of Ame rika om over Rusland of Joegosla vië nu maar te zwijgen Wat tot dusver ook gelukte dat was het zorgdragen voor een alles zins behoorlijk salarispeil voor do centen en onderzoekers, de hand having van een zeer redelijk beur zen en voorschottenstelsel voor de studenten, het treffen van ver gelijkenderwijs bevredigende voor zieningen voor studentenhuisves ting en studentenontspanning en het voortdurend daadwerkelijk betonen door de overheid van be langstelling voor de ontwikkeling van het academisch leven. Helaas trad ook aan de dag dat soms te weinig beseft werd waar toe dit alles verplichtte. Men schroomde niet ook aan de Vrije Universiteit om door bezetting de arbeid van velen stil te leggen, en grotere financiële zowel wat erger is ideële schade aan te rich ten. Velen werken onder gewone arbeidsverhoudingen met grote toewijding ten behoeve der uni versiteit. Zij moeten over zich laten gaan dat terwille van ver laging van collegegeld, vanwege met heftigheid gestelde inspraak eisen jongelui die van het belas tinggeld der gemeenschap stude ren en op die wijze vaak heel wat meer dan werknemers der Vrije Universiteit ontvangen, zich het recht toeeigenen om de gehele academische gemeenschap te ver storen. De VU
Gelukkig kon er ondanks strub belingen van weinig verheffend karakter veel worden gedaan. Het nieuwe hoofdgebouw bewees zijn bruikbaarheid. Van de wet uni versitaire bestuurshervormiirg maakte men in verscheiden stu dierichtingen het door de wetge ver vei«nderstelde redelijk ge bruik. Zij die belast waren met de leiding van ondeiwijs en onder zoek konden dikwijls hun eigen lijke arbeid verrichten op een wijze, die hen voldoening schonk. De indruk bestaat dat de studen ten in overgiote meerderheid met geringer of groter genoegen — echter in elk geval toch met ge noegen — het onderricht volgden en als ze wat verder gekomen wa ren, aan het onderzoek deelna men. Dit laatste stemt te eerder tot te vredenheid, omdat ook in het ver streken Jaar de massaliteit een oorzaak van verontrusting vorm de. Schriftelijke tentamens of examens van hondertallen gelijk tijdig afgenomen is een kwalijke zaak. Evenmin als aan de andere universiteiten bereikte men aan de Vrije Universiteit een selectie die recht deed aan wat gepres teerd was en aan geschiktheid voor verdere studie. De academi
Maar dit alles is 1973. Wat zijn de uitzichten en taken voor het aanbrekende jaar? Vooreerst hoop ik — al ben ik weinig zonnig ge stemd — dat men de bezuinigin gen op het nationale budget voor onderwijs niet eenzijdig bij uni versiteiten en hogescholen zal zoeken, die betrekkelijk onbe schermd zijn — er ligt ten hunne behoeve niets vast — en wier aanzien door protesten, bezettin gen en stakingen ten zeerste wordt aangetast. Dit is te erger omdat men hen toch al niet bij zonder hoge achting toedraagt: andere niet wetenschappelijke on deiwijstnstellingen spreken meer toe en voor hen het pleit op te nemen is politiek aantrekkelijker. Vervolgens moet er naar mijn mening alles aan worden gedaan om tot groter bestuurlijke doel treffendheid te raken. Het aan tal vergaderingen is te groot; het zelfde geldt van het aantal ver gaderuren — dit hangt samen met een nogal eens gebrekkige vergadertechniek — en het zwich ten voor de verleiding om als vlucht voor ingespannen bezig heden bijeenkomsten aan de lo lende band uit te schrijven en bij te wonen. De wet universitaire bestuurshervormiiig is ten ge volge van de wijze van uitvoering welke men haar schenkt, schrik barend kostbaar. Het is een ge liefkoosd tijdverdrijf om op de partementen en bedrijven af te geven ook in universitaire kring. In de regel zijn daar de besluit vaardigheid en doeltreffendheid groter dan aan universiteiten en hogescholen. In de derde plaats zal het zaak zijn tot grotere helderheid te ko men "omtrent datgene wat men wil. Ik acht het juist dat voor zover dit in redelijkheid mogelijk is nieuwe studenten worden op genomen. Chaos mag ondertussen niet optreden. Bij overschrijding van een bepaald studentengetal moet er aan vestiging elders wor den gedacht. Dit is te belangrijker omdat gro ter toeloop te verwachten is op verschillende grond. Een universi teit van 12000 studenten trekt sterker dan een veel omvangrijker instelling. Steeds ruimer is de aanwas van het voortgezet onder wijs; om een stopteken bij uni versiteiten en hogescholen op te richten behalve in gevallen van uiterste noodzaak, is verkeerd. En dan zal de toevloed binnen af zienbare tijd te verwachten zijn ook van hen die op rijpere leef tijd naar de universiteit terugke ren: zij willen — en moeten dik wijls — hun kennen en kunnen aanvullen, ja zelfs gedeeltelijk vernieuwen, want de wetenschap zelf houdt geen halt: men neme de informatica in 1953 en in 1973. Andere studieopzet
Uitbreiding moet wel tot een an dere studieopzet in verscheidene gevallen leiden. In 1974 zal echter zeker niet, in 1975 zal wellicht nog niet de Posthumusvorm voor het wetenschappelijk onderwijs wor den gerealiseerd; toch zal zij na verloop van tijd hier en ginds zich doorzetten. Voorts koestert men het voornemen om de ver houding tot het beroepsonderwijs anders dan voorheen te regelen. Ook de hier aanwezige plannen zullen zich naar verloop van tijd
gedeeltelijk verwerkelijken. Zal de universiteit zich paraat maken om bij erkenning van gelijkwaar digheid van hoger beroeps en wetenschappelijk onderwijs de eigenwaardigheid van beiden — die van het wetenschappelijk on derwijs zal het meest worden be dreigd — te verdedigen? Zal er voor het parlement door weten schap en onderzoek zijn waar te maken dat beide — naar mijn overtuiging gerechte — aanspra ken op ruime financiering kun nen laten gelden, daar zij 'per de finitionem' kostbaar moeten he ten? In verband met het laatstgenoem de punt is het zaak dat universi teiten en hogescholen zonder een overdreven veiwachting er over te koesteren zich inspannen om van nieuwe onderrichtsmethoden gebruik te maken: de audiovisuele middelen behoren als ze doeltref fend en besparend zijn, te worden benut. Tegelijk is het de vraag of enkel groei veiTvacht mag worden. Niet in 1974 maar stellig over een paar jaar zal er zich een afwending van de universiteit voordoen, om dat men jonger de maatschappij wil betreden. Ook zal het 'op gaan' in de menigte van jaarge noten — de anonimiteit — velen afkerig maken van de academi sche opleiding. Hier wordt in elk geval de opdracht duidelijk om zo veel doenlijk de gelegenheid tot persoonlijk contact open te houden, al rijzen niet uitsluitend door studiebegeleiding te overwin nen moeilijkheden op dit punt. Onderwijs, onderzoek en maatschappij
Bijzonder belangrijk is dat onder wijs en onderzoektaak in een be vredigende verhouding tot elkaar staan. Men zal de morele moed behoren te hebben — en dat ver schilt dan van egoisme — om het
LA.Diepenhorst beoefenen van wetenschap, het denk en onderzoekwerk, in vol doende mate aan de universiteit te behouden. In dit verband is het verkeerd te zwichten voor de verwijten van wereldvreemdheid, 'ivorentorenmentaliteit' en on bereidheid de samenleving te dienen. Ten slotte mag de maatschappe lijke opdracht niet opzij worden geschoven. Waar mogelijk — al dient men zich voor overdrijving te hoeden en behoort evenzeer de naieve versimpeling' van te ge makkelijk gegrepen christelijke oplossingen op een afstand te blij ven — zij er bezinning op de ethi sche verwikkelingen, die voor een wetenschappelijk onderzoek groot kunnen zijn, en op de religieuze eerste vooronderstellingen of uit eindelijke doeleinden, welke men als bepalend erkent. Lichtvoetig
Dit alles lijkt loodzwaar. Vandaar dat allen die aan een universiteit of hogeschool verbonden zijn op enigerlei wijze zich voor ogen moeten houden dat zekere licht voetigheid steeds het academisch bedrijf heeft gekenmerkt. Juist wanneer men beseft hoe er in bepaalde vragen niet te marchan deren is, opent zich de ruimte om ook veel als betrekkelijk te be schouwen; de universiteit is mede een plek waar de zwaarwichtig heid ongestraft verdwijnt en de lof der zotheid kan worden ge zongen. Over de eigenlijke op drachten voor 1974 heb ik genoeg gezegd. Ik zou er — het is een paradox — als wezenlijke bij komstigheid aan willen toevoe gen het bijzonder gelukkig te vin den wanneer straks alle 'ver kramp theid' en 'ongemotiveerde dodelijke ernst', welke in 1973 te overvloedig aanwezig waren, bij de jaarwisseling in rook blijken te zijn opgegaan.
POLITIE ONTRUIMT BEZETTE PANDEN Gisterenmorgen om half negen zijn de bezette gebouwen in de van Eeghenstraat en de Lairessestraat door de politie ontruimd. Om 8.20 uur verschenen voor beide panden een aantal overvalwagens met agenten en marechaussee die de bezetters in hun slaap verrasten. In de van Eeghenstraat stopte een zestal overvalwagens en voordat de be zetters beseften wat er aan de hand was waren al meer dan twintig agenten het huis binnengedrongen en hadden zij zich bij in en uit gangen opgesteld. De bezetters werden gewekt en naar de hal gestuurd waar zij door de heer Brinkman van het CvB werden gesommeerd bin nen tien minuten het gebouw te verlaten. Om kwart voor negen hadden de ± 20 bezetters het gebouw verlaten en was de operatie afgelopen. Er is geen procesverbaal opgemaakt. In de Lairessestraat werd tegelijkertijd met een kleinere politiemacht dezelfde operatie uitgevoerd onder leiding van de voorzitter van het CvB de heer van Nes. Ook hier hadden voor negen uur de ± 25 bezet ters het gebouw verlaten. Het CvB had besloten tot ontruiming van de bezette gebouwen nadat deze gedurende meer dan veertien dagen bezet waren geweest en diverse bemiddelingspogingen op niets waren uitge •lopen. Volgens de bezetters was het overleg echter nog gaande en was er nog uitzicht op een compromis. A. V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's