Ad Valvas 1973-1974 - pagina 256
2
Vervolg van pagina 1
lyke en externe omstandigheden studeert'. Waarop de vraag volgt hoe groot het aantal werkuren zal moeten zdjn, dat een dergelijke normstudent geacht wordt aan de studie (met inbegrip van de uren onderwas) te besteden. De Commissie-Wiegersma: 'Van buitenlandse universiteiten is bekend dat by de programmering dikwyis wordt uitgegaan van een aantal werkuren van omstreeks 2000 uiu- per student per jaar. In Nederland Ugt dit gemiddeld genomen momenteel aanziMiiyk lager, voorzover hierover althans gegevens bekend zijn. Een normale werktijd in ons land impliceert overigens een aantal werkuren per jaar dat officieel varieert tussen ongeveer 1900 (ambtenaren) en ruim 2000 (industriële handarbeiders); by afgestudeerde academici ligt het gemiddelde veelal aanzieniyk hoger. Het hanteren van een overeenkomstige norm by de academische studie zou in Nederland naar verwachting op sterk verzet stuiten. De studenten zijn in het algemeen niet gewend om zoveel studieuren te maken. Een van de redenen is de wens tot ruimte voor extra-curriculaire activiteiten van divers karakter. Een andere reden is dat de 'tolerantie' van de cursusduur by een studielast van omstreeks 2000 uur per jaar niet erg groot meer is en dat een kortstondige ziekte of het ietwat langzamer studeren dan normaal een student al vry snel op achterstand brengt.' 'De commissie meent daarom te moeten uitgaan van ongeveer 1700 werkuren voor de genoemde norm-student per Jaar. Dat komt overeen met circa 42 werkweken van 40 uur. De indruk bestaat dat daarmee aangesloten vvordt by een opvatting die in vele studierichtingen leeft. Deze norm is bovendien zo, dat flink wat tydsruimte overbiyft voor compensatie van verloren tyd, het inhalen van achterstand door ziekte en andere externe factoren van korte tydsduur en desgewenst voor versneld studeren. De aangegeven 40 uur moet dan wel uit 40 'harde' uren bestaan. Dat wil zeggen: uren die volledig voor studie, met inbegrip van onderwys, worden gebruikt*. Als 'nuttig — nationaal en zeker internationaal beproefd en gangbaar — hulpmiddel b« het kwantificeren van de cursusduur' raadt de CommissieWiegersma de invoering van een studiepuntensysteem ('credit point system') aan. Een studiepunt is een maat om de studielast uit te drukken. 'De commissie omschryft een studiepunt als het equivalent van de prestatie die door bovengenoemde normstudent in één werkweek, c.q. 40 werkuren, kan worden verricht en die in het kader van het curriculum van hem wordt verlangd. Een cursusjaar omvat dan ongeveer 42 studiepunten'. 'Het toekennen van een studiepunt geschiedt op de basis van een uitspraak dat het resultaat voldoende is. Een studiepunt impliceert dus geen verdere kwalificatie binnen de voldoendegrens'. Voor de vaststelling van de uiteindeiyk gewenste of nodig geachte cursusduur zyn drie principiële keuze-momenten of drie groepen factoren van groot belang, zo merkt de ComjmissieWiegersma op. Dat zyn: — de gespecificeerde eindtermen (de Ujst van desiderata); — de keuze van leerstof en cnderwysvorm; — de normen ten aanzien van het minimum-niveau van alle eisen waaraan een afgestudeerde in totaal moet hebben voldaan.
'De commissie doet de aanbeveling by het overleg over deze drie, tot op zekere hoogte arbitraire keuzen de realiteit in het oog te houden dat de cursusduur naar het Inzicht van de regering om verscheidene redenen zo mogeiyk bekort dient te worden.' EEN PRAGMATISCHE BENADERING Het eerder kort weergegeven stappenschema voor een fundamentele herprogrammering zal in de praktyk lang niet altyd gemakkeiyk gerealiseerd kunnen worden. 'Ook in de eerste ronde wordt nog veel gevraagd', merkt de Commissie-Wiegersma op. En daarom heeft ze een pragmatisch 'stroomschema' opgesteld, dat op het volgende neerkomt. (1) Allereerst is het nodig de huidige opleiding te analyseren. Om te beginnen moeten de eindtermen van de opleiding, met inbegrip van de eventuele varianten en specialisaties, expliciet worden gemaakt. Verder dient het totaal van alle huidige eisen geïnventariseerd te worden waaraan een afgestudeerde in de loop van zijn opleiding heelt moeten voldoen. Tenslotte behoort men de feitelyke cursusduur uit te rekenen, waarby aanbevolen wordt uit te gaan van een studielast van 1700 — 'harde' — uren per jaar voor de hierboven omschreven norm-student. (2) Vervolgens dienen de nu expliciet gemaakte eindtermen kritisch te worden bezien. Voldoen ze? (3) En dan moeten de resultaten van (1) en (2) aan het wetsontwerp herstructurering w.o. getoetst worden. Daar doen ?.ich de volgende mogeiykheden by voor: (3.1) De cursusduur is zo ongeveer gelyk aan dat wat het wetsontwerp voorschryft. (3.1.1) En de huidige eindtermen zyn zo ongeveer aanvaardbaar. In dit geval volgt een nadere uitwerking van het curriculum in de termen van het wetsontwerp (scaaidering in propedeutische en doctorale fase, mogelykheid tot varianten, postdoctorale mogeiykheden). (3.1.2) Of de huidige eindtermen zyn niet aanvaardbaar. In dat geval moet al meteen een fundamentele herprogrammering in de zin van het eerder genoemde stappenschema volgen. Dit kan eventueel resulteren in de aanvrage van een langere cursusduur. (3.2) De cursusduur komt niet overeen met dat wat het wetsontwerp voorschryft. (3.2.1) En de huidige eindtermen zyn evenwel zo ongeveer aanvaardbaar. In dit geval volgt een poging tot reorganisatie en stroomUjning van het curriculum om de cursusduur toch in overeenstemming met de voorschriften van het wetscxntwesrp te brengen. Lukt dat niet, dan moet tot de fundamentele herprogrammering in de zin van het stappenschema overgegaan worden. Dit kan eventueel uitlopen op een verzoek om een langere cursusduur. (3.2.2.) Of de huidige eindtermen zyn onaanvaardbaar. In dat geval volgt een fundamentele herprogrammering in de zin van het stappenschema. De uitkomst hiervan kan tot een aanvrage van een langere cursusduur leiden. Tenslotte wyst de CommissieWiegersma er op dat men 'in de meeste gevallen niet kan volstaan met eenmaal in de zoveel jaar eindtermen en curriculum ietwat by te schaven.' KEES JAN SNIJDERS
STUDENTEN SOCIËTEIT VERHUUR VAN DRIE SFEERVOLLE ZALEN Herengracht 384 A Amsterdam
voor een geslaagde borrel, feest etc. Inlichtingen: tel. 242620 na 17.00 uur.
Benoemingskonflikt aan di subfakulteit politikologie Vorige week heeft in Ad Valvas een artikel gestaan over het benoemingskonflikt aan de subfakulteit der Politikologie. Helaas is in dat artikel verzuimd om naast het standpunt van de staf terzake, ook het standpunt van de meerderheid van de studenten te vermelden. Daarom zullen we hier hier kort ingaan op de achtergronden van het konflikt en tevens de laatste ontwikkelingen vermelden.
Dit voorstel werd door 120 studenten (90 pet. van de mensen die in 4 dagen bereikt worden) ondertekend, en door de vakgroepvergadering overgenomen. De staf legde deze uitspraak botweg naast zich neer en besloot toch een procedure te starten om te komen tot de benoeming van een beleidsontwikkelaar. Alleen mot de huidige vakgroepstruktuur is zo'n ondemokratiese handeling van de staf mogeiyk.
Tot voor kort werkte men op de sociaal-kulturele fakulteit met 'n reglement dat ontstaan was na de demokratiseringsstryd op onze universiteit enige jaren geleden. Van de kant van de hoogleraren en de lektoren is voortdurend geklaagd over dat reglement. De studenten zouden teveel invloed hebben waardoor op de subfakulteit een 'organisaLoriese chaos' zou zyn ontstaan. Vorig jaar is dit reglement aangepast aan de W.U.B. Tegeiykertyd kwamen de studenten en de staf tot een 'gentlemen's agreement'. Dit hield in dat het experimenteer-artikel zou worden aangevraagd voor met name de vakgroepsstruktuur. De vakgroepvergadering zou dan haar beslissingsbevoegdheid biyven behouden. De staf heeft zich niet aan dit agreement gehouden, ze weigert het experimenteer-artikel aan te vragen. Rond de verdere uitwerking van het reglement vinden op de subfakulteit nog uitgebreide diskussies plaats, o.a. voor wat betreft de samenstelling van benoemingskommissies. Een voorstel van het subfakulteitsbestuur houdt in dat in een kie van 7 leden de meerderheid moet bestaan uit wetenschappeiyke medewerkers in vaste dienst, daarnaast kimnen er deskundigen benoemd worden uit het wetenschappeUjk personeel In tydeiyke dienst, studenten en TAS. In het oude reglement is de verdeling voor een kommissie van 5 leden: 3 wetenschappeiyk medewerkers en 2 studenten. Het is duideiyk dat het wetenschappeiyk personeel en met name hoogleraren en lektoren de invloed van studenten op onderwys en onderzoek steeds verder wil inperken. De demokratisering is een punt voor de hele sosiaal-kulturele subfakulteit. Op dit moment speelt de demokratiseringskwestie voor de subfakulteit politikologie nav. een konflikt over de vervulling van een vakature voor een wetenschappeiyk medewerker.
Op donderdag 21 maart werd daarom een protest-meeting gehouden. De 75 aanwezige studenten besloten om tot een onderwysstaktng van een week over te gaan. Deze staking is sukselvol verlopen. Enerzyds zyn middels uitvoerige diskussies in werkgroepen, kolleges en de kantine steeds meer studenten by de aktie betrokken. Anderzyds heeft de staf onder druk van deze aktie ten minste de bereidheid getoond om met de studeniten te gaan praten. Voor de protest-meeting van 21 mrt. was al een brief aan de staf gestuurd waarin gevraagd werd om op de eisen t.a.v. de benoeming en de demokratisering van de vakgroep te reageren. Pas een week later tydens de onderwysstaking ontvingen de studenten een uitnodiging om op een volgende stafvergadering te komen overleggen. Dit gesprek tussen studenten en de staf vond plaats op 1 apriL Door de studenten werd gepolst in welke richting mogeiykheden waren voor een oplossing van het konflikt. De dosenten dachten in de richting van een medewerker die zich in de zo-
In het verleden zyn by de benoemingen, door allerlei manipulaties van de staf, goede kandidaten, die door de studenten gesteund werden, niet benoemd. Ook by de vervulling van de vakatmre voor 'n wetenschappeiyk medewerker voor politieke stromingen en ideeën is dat weer gebeurd. Kandidaten die door de kommissie als gekwalificeerd werden beschouwd werden niet benoemd op grond van hun wetenschapsopvatting, welke niet overeen kwam met die van de staf. Op het moment rmil. dat er een benoeming van een marxistiese politikoloog dreigde, werd er een grote wisseltruc uitgehaald. Eén van de aanwezige stafleden zou het onderdeel politieke stromingen en ideeën voor zyn rekening nemen. Daarnaast moest ineens een nieuw veld gevonden worden voor opvulling van de vakature. Dat veld moest volgens de staf beleidsontwikkeling worden. De studenten zyn hier fel tegen, zy zyn van mening dat in de studie reeds voldoende aandacht aan beleid wordt besteed, en dat ook de kwalifikatie van de staf op dit veld relatief hoog is. zy konstateren een aanzieniyk mindere kwalifikatie van de staf op het gebied van de kritiese benaderingen van de politieke wetenschap. Daarom moet eerst deze lakune opgevuld worden, hetgeen mogelyk is door het aantrekKen van een persoon die bekend is met die kritiese benaderingen.
mermaanden wat meer moet gaan kwalifiseren op het gebied van de kritles dialektiese benaderingen. Daarnaast komt er dan een student-assistent voor 8 maanden (2 dagen in de week) die in eerste instantie de betreffende dosent zal assisteren en die na september een onderwysgroep over staatsteorie moet voorbereiden. Hy zal zich dan moeten richten op de krities-dialektiese benadering van dë Staat. Op de studentenvergadering (65 man), 's middags na de stafvergadering, werden deze toezeggingen als volstrekt onvoldoende beoordeeld. Het zich specialiseren van één staflid in 3 maanden en van één studentassistent voor 8 maanden in de krities dialektiese benadering wegen niet op tegen een nieuw staflid die de vereiste kwalifikatie al heeft. Op het gebied van demokratisering heeft de staf nog niets toe gegeven. Op de vergadering werd daarom besloten dat op korte termyn onderhandeld moest worden over verdergaande toezeggingen. Donderdag 4 april zullen de resultaten op een nieuwe studentenvergadering worden besproken. Daar zal worden bekeken of de gedane toezeggingen voldoende aanleiding geven om de aktie (voorlopig) te staken. Zo niet dan zullen we ons bezinnen op wat verder te doen staat om onze eisen toch in- " gewilligd te krygen. tiamens het benoemingen kommitee ERIK MILTENBURG
TENTOONSTELLING TANDHEELKUNDE
In het kader van de viering van het eerste lustrum van de fakulteitsvereniging van tandheelkundestudenten Favervuta, vond in het hoofdgebouw een unieke tentoonstelling plaats. Deze was gewijd aan de laatste snufjes op het gebied van de tandheelkunde. De fabrikanten van deze apparatuur probeerden wellicht duidelijk te maken op welke manier de toekomstige tandartsen zoveel mogelijk geld konden verdienen met een geringe (doch geraffineerde) verdoving van de patiënt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's