Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 82

11 minuten leestijd

% Het wetsontwerp herstructurering .WO levert hiertoe de volgende bijdr^en; — er komt een vroegtijdige positieve selectie aan het eind van het eerste cursusjaar, waarbij vooral verwezen en niet uitsluitend afgewezen wordt, als het resultaat onvoldoende fe; — de noodzakelijke herprogrammering zal de mogelijkheid openen dat er van elkaar te onderscheiden accenten ('varianten') binnen de doctorale programma's komen; — er wordt de mogelijkheid van het research-studentschap en het assistentonderzoekerschap geïntroduceerd voor daartoe gekwalificeerde doctorandi. Het delta-model Aan herprogrammering worden twee eisen gesteld: de els van een zekere relatie tussen onderwijs en onderzoek èn de eis van differentiatie in de eindtermen (= uitgewerkte doelstellingen) en de programma's. De eerste eis. Daarover z^gen de bewindslieden: 'Bü deze herprogrammering zal echter de eenheid van de doelstellingen, waarin het eigen karakter van het wetenschappeiyk onderwijs tot uitdrukking komt, niet worden doorbroken. Elke universitaire student behoort in elk onderwijsprogramma op enigerlei wijze met zelfstandig wetenschappelijk onderzoek in aanraking te worden gebracht.' 'Tenminste blijft vereist dat de doctorandus gedurende zijn studie op zodanige wijze zelfstandig wetenschappelijk bezig is geweest, dat de potentiële bekwaamheid tot zelfstandige omgang met wetenschappelijke methoden hem in zijn verdere loopbaan eigen is en hy zich later zelfstandig op de hoogte kan houden van ontwikkelingen in de betrokken tak van wetenschap.' De doelstellingen van het wo blijven dus ongedeeld. De tweede eis. 'Zoals een rivier pas in zijn delta-gebied verscheidene mondingen heeft, zo zal het onderwijs- en examenprogramma na de gemeenschappelijke basisopleiding differentiaties in de doctorale fase kennen', schrijven de bewindslieden. Aanbevolen wordt om de programma's naar dit deltamodel op te zetten. Dus eerst een basisprogramma van minimaal twee jaar, dat voor alle studenten van een studierichting gemeenschappelijk is en daarna een differentiëring in varianten. De bewindslieden wijzen in dit verband op het 'werkstuk betreffende de herprogrammering bestemd voor de secties van de Academische Raad' van de Commissie Voorbereiding Herprogrammering WO van de AR (de commissie-Wiegersma). Naast en vaak loodrecht op de varianten binnen de inhoud van een bepaald wetenschapsgebied (de 'hoofdrichting' of 'specialisatie') kunnen ook varianten bestaan, die vooral gericht zijn op de toekomstige werkrking en dus op de beroepskeuze, zoals wetenschappelijk onderzoeker, leraar, enz. De commissie-Wiegersma waarschuwt tegen de enge interpretatie van de beroepenwereld en tegen strakke fixatie van programmatische eisen. Die waarschuwing vinden de bewindslieden van het grootste belang en ze stemmen er dan ook geheel mee in. De bewindslieden zien met de commissie-Wiegersma ruimte voor een 'onderzoek-variant'. Vaak zal deze variant door studenten gekozen worden, die na het doctoraal examen researchstudent of asistent-onderzoeker willen worden. Maar dat wil, het zij herhaald, niet zeggen dat studenten die een andere variant hebben gekozen van toelating zouden mogen worden uitgesloten. Het doctoraal diploma is wat dat betreft ondeelbaar.' Verder vinden de bewindslieden een 'leraren-variant' van het grootste belang. 'De huidige universitaire voorbereiding van aanstaande leraren is te weinig professioneel', menen ze. Resteren de door de commissieWiegersma opgesomde andere 'professionele varianten' en de 'algemene varianten'. De bewindslieden stellen zich voor dat er ruim gebruik gemaakt zal gaan worden van de professionele variant. 'De aankomende jurist die advocaat wil worden, moet zich daartoe al vóór het doctoraal examen enigermate praktisch op kunnen voorbereiden. De aankomende medisch doctorandus die arts wil worden, heeft al

vóór het doctoraal klinische onderdelen in zijn studiepakket. De aankomende ingenieur moet vóór het afsluitende examen ruimte hebben voor een praktijkstage, zoals dat in verband met zijn beroepskeuze noodzakelijk is.' Er moet eerder tegen gewaakt worden dat de universiteit haar taak als instelling van beroepsonderwijs verwaarloost, dan dat zij daarin overdrijft.' Overigens mogen deze professionele varianten volgens de bewindsUeden slechts bij hoge uitzondering tot gedeelde civiele effecten van de doctoraal diploma's leiden. Bij de algemene varianten zou het volgens de bewindslieden vooral om verbreding van de horizon ten aanzien van de beroepenwereld moeten gaan. Een voorbeeld: 'in de literaire faculteit moet een student niet alleen een programma kunnen kiezen dat leidt tot de tieroepen van filoloog en leraar, maar ook een programma kunnen samenstellen dat voorbereidt op minder specifieke literaire functies, zoals ambtenaar van algemeen bestuur en functionaris in dienstverlenende beroepen.' Bij de opzet van deze varianten moet de wetenscliappelijke basis gegarandeerd blijven, opdat studieprogramma's geen onbruikbare allegaartjes worden. De varianten zullen daarom pas in een gevorderd stadium mogen beginnen — zeg niet eerder dan iiet begin van het derde cursusjaar. Een ander punt bij de opzet van deze varianten is de vrijheid van

keuze door de student. Die moet zoveel mogelijk gewaarborgd blijven. Natuurlijk zijn er daarbij beperkingen. Zo zullen de eisen in de lerarenvariant strakker geformuleerd zijn dan die in de algemene variant. Per studierichting bestaat bovendien de taak de studenten over aantrekkelijkheid en innerlijke samenhang van mogelijklieden van combinatie van programmaonderdelen voor te lichten en de daarop door de student gemaakte keuze op consistentie te toetsen. Om dit alles mogelijk te maken wordt aan twee voorwaarden voldaan. Allereerst wordt de reeds bestaande vrijheid biJ de keuze van hoofd- en bijvakken verder vergroot. In de tweede plaats is bepaald, dat de geldigheidsduur van tentamens niet verder mag worden beperkt dan de totale inschrijvingsduur van de desbetreffende fase voor een student in kwestie bedraagt. De bestaande wetgeving laat verdergaande beperking van de geldigheidsduur van tentamens toe. De bewindslieden 'zullen met beide punten bij de herziening van het academisch statuut rekening houden. De universitaire lerarenopleiding De bewindslieden kunnen nog geen definitief antwoord geven op de vraa^- wat de meest wenselijke structuur van de lerarenopleiding zal zijn. De adviesprocedure inzake deze problematiek is immers nog niet afgerond. Maar ze verhelen niet dat ze veel voelen voor een opzet, die on-

OHCELCONCOUIIS AAN DE YU Begin deze maand zal een wedstrijd worden gehouden op het Couperinorgel der Vrije Universiteit. Van de veertien deelnemers, die afkomstig zijn uit de unversitaire gemeenschap en de personeelssector van het Academisch Ziekenhuis der Vrije Universiteit, zal een aantal drie maal in het strijdperk moeten treden. De laatste ronde, de finale, vindt plaats op donderdag 8 november te 20.00 uur en zal een openbaar karakter dragen. De finalisten die dan een verplicht werk (Offertoire sur les grands Jeux, uit Messe pour les Couvents van Fr. Couperin) en een werk naar eigen keuze zullen spelen, worden op hun prestaties beoordeeld door een jury' bestaande uit: Gustav Leonhardt, Ewald Kooiman en prof. dr. F. C. Stam, die als voorzitter zal fungeren. De winnaar ontvangt een oorkonde en mag in het volgende seizoen een lunch-pauze-bespeling op het oi'gel geven. De wedstrijd wordt georganiseerd door de orgelcommissie VU in samenwerking met de Algemeen Culturele Commissie ACC der Vrije Universiteit, Datum: 8 november 1973. Plaats: Aula Hoofdgebouw Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam. Tijd: 20.00 uur. DE TOEGANG IS GRATIS EN OOK BEZOEKERS VAN BUITEN DE UNIVERSITAIRE GEMEENSCHAP ZJN VAN HARTE WELKOM!

geveer op het volgende neerkomt. Na de gemeenschappelijke basisopleiding volgt onder meer een leraren-variant. Daarin zal, meer dan tot dusver het geval was, aandacht worden besteed aan de onderwijskundige en didactische componenten van de opleiding. Deze zullen met de vakwetenschappelijke componenten geïntegreerd worden. Aan het doctoraal examen van de lerarenvariant is de 'aantekening' van bevoegdlieid tot het leraarschap verbonden. Deze initiële opleiding heeft in totaal een vierjarige cursusduur. Niet dat deze doctorandi dan al alles in hun vingers zullen hebben. Als aankomende leraren zullen zij verplicht worden om door de universiteit georganiseerde postdoctorale cursussen te volgen. Deze cursussen zijn er op gericht de kennis en vaardigheden van de aankomende leraren wat onderwijskundige ên vakinhoudelijke componenten betreft te verdiepen — en wel in onderlinge samenhang. Volgens de bewindslieden zou deze verdere scholing het best kunnen worden gekarak. teriseerd als part-time postdoctoraal onderwijs. 'Overigens ontveinzen zij zich niet dat met een zodanige regeling vele problemen van onderwyskundigorganisatorisohe, financiële en rechtspositionele aard verbonden zijn, die nog nadere bestudering zullen vergen.' In verband met de vraag naar de aard en omvang van de algemeenonderwijskundige en vakdidactische componenten verwijzen de bewindslieden naar de opsomming die de Commissie ad hoc Universitaire Lerarenopleiding van de Academische Raad (de commissie-Mossel) heeft gegeven. Deze opsomming is een 'aanduiding' van wat zij zich van aard en omvang van deze componenten voorstellen. Waarbij zij natuurlijk wel aantekenen dat dit niet allemaal vóór het doctoraal aan bod hoeft te komen. Een deel zou ook in het part-time postdoctoraal onderwijs aan de orde kunnen komen. Vorming tot zelfstandige wetenschapsbeoefening Zonder hervorming zou het universitaire onderzoek in het slop raken, stellen de bewindslieden. In de toekomst zal daarom aan alle universiteiten en hogescholen een basisvoorziening voor het onderzoek gegarandeerd moeten worden. 'Als katalysator' hebben de bewindslieden 'een organisatievorm voor ogen, waarin over de genoemde basisvoorziening een netwerk van zwaartepunten gelegd wordt. Een bijbehorend geldstromenbeleid strekt daarbi] tot ondersteuning.' Het voorstel om de nieuwe categorie van assistent-onderzoekers te introduceren moet vooral in het licht van dat zwaartepimtenbeleid gezien worden. 'Assistentonderzoekers zullen jonge en creatieve pas afgestudeerden zijn, die zonder met een vaste onderwijstaak te zijn belast, ingeschakeld worden bij de uitvoering van belangrijke onderzoekprojecten ' Al doende zullen zij hierbij veel leren. Maar het belang van het onderzoek zelf is primair, 'Voor de aantallen plaatsen van assistent-onderzoekers zal,' zo menen de bewindslieden, 'aan enige duizenden moeten worden gedacht.' Bij de categorie van de researchstudenten ligt het accent anders. Voor hen staat het al doende leren van het verrichten van onderzoek voorop. Hierbij wordt vooral gedacht aan de mogelijkheid om een voor het doctoraal examen begonnen project in een jaar tüd uit te werken. Het gaat in dat jaar vooral om eigen werkzaamheid. Er wordt dus niet gedacht aan een volledig onderwijs- en examenprogramma. Al met al zal van het wetsontwerp een stimulans op de wetenschapsbeoefening in ons land uitgaan, zo verwachten de bewindslieden. Het houdt irrmiers vast aan de eis dat de relatie tussen onderwijs en onderzoek altijd in de doctorale programma's aanwezig moet zijn. Het introduceert bovendien als nieuwe categorieën het assistent-onderzoekerschap en het researchstudentschap. In dit verband gaan de bewindslieden er tenslotte vanuit 'dat in beginsel het onderzoek niet naar buitenuniversitaire centra zal worden verplaatst, maar juist binnen de universiteit versterking zal ondervinden.' Verhoging van doelmatigheid Het mankeert het wo aan doelmatigheid, In verscheidene op-

zichten zullen de voorstellen van het wetsontwerp daar wat aan kunnen doen. In de eerste plaats zal de aanvankelijke studiekeuze van de student vroegtijdig getoetst kunnen worden door de introductie van de propedeutische fase in alle studierichtingen. Daarbij komt dan nu ook de verplichting om aan het eind van het eerste jaar propedeutische examens af te leggen. Koerscorrectie of overstap is dan zeker nog mogelijk. Verder maakt de differentiatie voor en na het doctoraal examen een betere aansluiting tussen studieprogramma en persoonlijfee motivering mogelijk. 'Het rendement van het WO zal als gevolg van deze ontwikkelingen belangrijk kunnen worden verhoogd en het totaal aantal verspilde studiejaren zal afnemen,' concluderen de bewindslieden. In de tweede plaats wordt de universitaire wetenschapsbeoefening bevorderd door de introductie van het assistent-onderzoekerschap en het researchstudentschap. 'Door beide impulsen draagt het wetsontwerp bij tot de vormgeving van een universitair onderzoekbeleid als onderdeel van een nationaal wetenschapsbeleid,' stellen de bewindslieden. In de derde plaats zullen verkorting van cursus- en inschrijvingsduur en de fasering in propedeutische en doctorale programma's tot een snellere doorstroming van studenten leiden. 'Per student neemt daardoor de belasting van onderwijs- en studentenvoorzieningen af. Het rechtstreekse gevolg daarvan is betere benutting onderscheidenlijk herverdeling van beschikbare capaciteit.' KEES JAN SNIJDERS

CINESTUD 7 3 (15 t/m 24 november 1973 Er zijn tot nu toe tweehonderdvijftig films uit vijfendertig landen ingeschreven in het vijfde internationale Studentenfilm festival, CINESTUD 73. Voor het eerst zijn ook bijdragen binnen uit de volksrepubliek China en uit enkele 'derde wereld' landen als Brazilië, Argentinië, Colombia, Algerije en Tunesië. Op het festival zullen daarvan ongeveer honderdvijftig films worden vertoond in achttien middag- en avondvoorstellingen. We hopen dat door selektie de kwaliteit van de te vertonen films in zijn geheel sterk zal stijgen. Met name geldt dat voor Amerika en Engeland, waar uit een totaal aanbod van tachtig films een scherpe selektie is gemaakt. Naast de zuivere festivalvoorstellingen zijn er 's morgens en 's nachts informatievoorstellingen, waar wordt gewezen op andere niet kommersiële filmstromingen (b.v, Cineclub, Nederlandse Filmmakers Koöperatie, Kritise Filmers, enz.). Op vrijdag- en zaterdagnacht is er een filmmarathon met resente werken van de jonge nederlandse beroepsfilmers, geprogrammeerd en verzorgd door Fugitive Cinema Holland. Ook de filmdiskussiedagen zijn opgezet om het (studenten) filmen ter diskussie te stellen en te proberen tot een motivatie en plaatsbepaling van de filmer te komen. Het is de bedoeling dat George Sluizer en Solomon Bekele beiden zullen spreken en diskussiëren over Film en Derde Wereld, terwijl ook de komst van Joris Ivens vrijwel zeker is. Diskussiepunten zijn verder o.a. Film als middel bij emancipatie. Film en Politiek en de Taak van de Filmer. Als leidraad voor deze diskussie wordt een brochure uitgegeven waarin filmers en kritici als Bert Haanstra, John Simon, Anton Koolhaas, Peter van Bueren, George Sluizer, Dieter Prokop, Dr, Jan Hes, Ad van Praag, Kritiese Filmers, Leonard Henny, Vrije Circuit, Solomon Bekele, Kurt Gloor hun mening geven over de onderwerpen van de filmdiskussiedagen. Bovendien zijn er korte karakteristieken van alle te vertonen films in te vinden. Deze brochure-katalogus is te bestellen door storting van ƒ3,25 op postgiro 427710 onder vermelding van brochure.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's