Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 102

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 102

14 minuten leestijd

A. v.: V heeft het in uw brochure over de daling van het wetenschappelijk niveau, maar u geeft niet aan wat hieronder verstaat. Datzelfde geldt b.v. voor het gehanteerde begrip deskundigheid. B.: Ik kan dat alleen maar aan de hand van een voorbeeld demonstreren. Er is hier pas iemand geweest die in 1964 een tentamen had gedaan en in 1967 nog twee. Ze vroeg nu of deze tentamens omgerekend konden worden in punten politicologie. De desbetreffende hoogleraar heeft dit geweigerd maar twee weken later kreeg ze haar kandidaatsbul met O punten politicologie. Je kunt het bwaliteitsdaling noemen of verloedering of chaos, maar het kan allemaal vandaag de dag. Het huidige wetenschappelijke niveau ligt vaak onder dat van vroeger. Deskundigheid is in dit geval gedenatureerd doordat anderen zich bevoegd of deskundig- achtten pxmten politicologie toe te kennen. Je kunt het ook beunhazery noemen. A. V.: Maar hoe bepaal je dan of iemand deskundig is? B.: Dat is ter beoordeling aan de mensen die aangesteld zijn om dat vak te- doceren. A. V.: Bent u tegen de democratisering? B.: Nee, ik heb desttjds zelf voorgestemd, maar Ik ben alleen niet te beroerd om het toe te geven als het fout gaat. Kijk, de wet heeft de democratisering binnen het wetenschappelijk corps bedoeld. Ik ben er niet tegen dat de studenten willen meepraten, maar als puntje by paaltje komt moet de docent beslissen. Ik ben ertegen dat de mensen meebeslissen over iets waarvoor ze niet gekwalificeerd zyn. Zo gauw je in de gaten krijgt dat de mensen niet met wetenschappelijke of aan de wetenschap ontleende argumenten, maar met politieke oogmerken komen, dan gaat dat mooi niet door. Vaak Is de democratisering te politiek gericht en als je daar niet vroegtijdig by bent dan kun je het niet meer terugdraaien. A, V.

Terug naar: doctor knows best

BROEKMEIJERS WETENSCHAP OF DEMOKRATIE Vorige week woensdag heeft dr. Marius Broekmeij er, docent aan de sociale fakulteit van de universiteit van Amsterdam, dan eindelijk de definitieve versie van zijn brochure 'wetenschap en demokratie' aan de openbaarheid prijsgegeven, op een overigens zuinig bezochte, vrij matte perskonferentie. Vele duizenden exemplaren van zyn groene boekje zijn inmiddels op de universiteiten en hogescholen losgelaten en dienen het doel 'de rechten van het wetenschappelijk korps in zaken van onderwijs en wetenschapsbeoefening duidelijk vast te leggen', ofwel de demokratisering op basis- en middennivo een halt toe te roepen. Het werkje, waarvan de 'algemene strekking' is onderschreven door zo'n 200 docenten (waarvan 10 van de VU) loopt uit op een achttal konkrete voorstellen 'ter verduidelijking en aanvulling van de WtJB'. De groep wil proberen een en ander, zonder formele wetswijziging, te doen opnemen in de fakultaire en universitaire bestuursreglementen en hoopt dat de minister bij de beoordeling van die reglementen met de voorstellen 'ernstig rekening zal houden'. Uit het volgende moge o.a. blijken dat de rekening van de minister, ook voor dr. B, wel eens een zeer hoge zou kunnen zijn. De twee argumenten De groep-Broekmeyer voert voor het initiatief als motivatie aan, dat in 'tal van fakulteiten van de invoering van de WUB gebruik gemaakt wordt voor oneigenlijke doeleinden'. De argumenten daarvoor luiden als volgt. Ten eerste: 'door bepaalde groepen studenten wordt een voortdurende druk uitgeoefend om de studiestof te verminderen, beoordelingsnormen te verlagen, vak-

DE VOORSTELLEN VAN BROEKMEYER C S . ZIJN: 0 De hoogleraren, lectoren, houders van onderwysopdrachten en de wetenschappelijke medewerkers in vaste dienst maken allen deel uit van het bestuur van de vakgroeup. Hun gezameniyke aantal vormt tenminste drievyfde van het vakgroepsbestuur. Tenminste eenvyfde van het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van het wetenschappelijk personeel in tydeiyke dienst. Ten hoogste eenvyfde van het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van het niet-wetenschappelük personeel en van studenten in hun afstudeerfase. e Het bestuur van de vakgroep is bevoegd kennis te nemen van geschillen omtrent de in art. 17 lid 5 vermelde 'overeenstemming' en 'toezicht' en kan ter beslechting van zulke geschillen bindende aanwyzlngen geven, onverminderd het recht van beroep op de geschillencommissie (bedoeld in ons voorstel). a Ten aanzien van benoemingscommissies voor hoogleraren en lectoren: Voor de benoeming van hoogleraren en lectoren stelt de faculteitsraad overeenkomstig art. 12 lid 2 van de WUB een commissie van hoogleraren en lectoren in, al dan niet uit de faculteit. Het aantal 'andere deskundigen' dat de i-aad volgens ditzelfde lid in deze commissie kan benoemen, bedraagt nimmer meer dan eenvyfde deel van de leden van de commissie. Benoemingscommissies winnen over hun voordracht schrifteUjk advies in van de hoogleraren en lectoren op het betrokken vakgebied van alle instellingen van wetenschappeiyk onderwys in Nederland. « Ten aanzien van benoemingscommissies voor overige leden van het wetenschappeiyk corps: Voordrachten tot benoeming van wetenschappeiyke medewerkers geschieden door het vakgroepsbestuur. Het vakgroepsbestuur kan ter voorbereiding van de voordracht een commissie instellen van ten hoogste vyf leden. Hiervan maakt in ieder geval de hoogleraar of lector deel uit onder wiens verantwoordeiykheid de betrokken medewerker werkzaam zal zyn. De meerderheid van de leden van de commissie bestaat uit leden van het wetenschappeiyk corps in vaste dienst. Het vakgroepsbestuur voegt het rapport van deze benoemingscommissie by zyn voordracht. a De onderwyscommissies en de onderzoekscommissies bestaan ten minste voor drievyfde uit leden van het wetenschappeiyk personeel in vaste dienst, onder wie tenminste een hoogleraar of lector. Voor het resterende gedeelte bestaat deze commissie uit 1) vertegenwoordigers van het wetenschappeiyk personeel in tydeUjke dienst; 2) vertegenwoordigers van studenten in de afstudeerfase en 3) vertegenwoordigers van het niet-wetenschappeiyk personeel. A De beoordeling van studieprestaties op elk vakgebied geschiedt uitsluitend door leden van het wetenschappeiyk corps die daartoe door het vakgroepsbestuur van het betrokken vakgebied zyn aangewezen. De beoordeling van studieprestaties, waaronder in Ieder geval de examens, tentamens, scripties, werkstukken en deelname aan groepsactiviteiten, geschiedt voor elke student afzonderiyk. Voor elke studierichting wordt ex. a r t II WUB een examencommissie ingest«ld die bestaat uit hoogleraren, lectoren of wetenschappelijke medewerkers in vaste dienst die examenbevoegdheid genieten. De examencommissie ziet erop toe dat voldaan wordt aan de procedures en andere vereisten die in het voorgaande zyn gesteld. e Tot de organisatie en coördinatie van onderwas en onderzoek door (sub) faculteitsraden worden niet gerekend de vaststelling van inhoud en wyze van onderwys, noch beslissingen aangaande inhoud en wyze van onderzoek, voorzover deze beslissingen geen personele en/of financiële consequenties hebben. De vaststelling van de te bestuderen stof voor een examen of tentamen inzake een bepaald vakgebied behoort tot de bevoegdheid van het vakgroepsbestuur. O De Commissie ex art. 56 WUB (de Commissie-Polak) adviseert op korte termjjn de Minister van Onderwys en Wetenschappen inzake de Instellmg en werkwyze van geschillencommissies op faculteits-, universitair en landeiyk niveau.

ken af te schaffen of naar inhoud te wijzigen'. En ten tweede: 'in andere gevallen proberen betrekkelijk kleine maar effektief optredende groepen oktivisten de instellingen van wetenschappelijk onderwijs aan hun politieke ideologie dienstbaar te maken'. In de ontwerpbrochure demonstreert Broekmeijer een en ander met een uiterst tendentieuze en selektieve beschrijving van o.m. de konflikten rondom de hoogleraren Daudt, Hoogerwerf, van Baal en onze eigen v. Zuthem (die overigens allen tot de 200 behoren). Hij vergeet daarbij te vermelden dat het hier steeds een weigering van docenten betrof om besluiten van demokratische organen teaksepteren resp. uit te voeren en dat dit slechts een aantal gevallen betreft en zeker geen evaluatie van het funktioneren van de demokratische organen.. De boven aangegeven twee 'oorzaken' van deze 'ellende' geven overigens een indikatie voor de geringe validiteit van de inhoudelijke argumenten. Wat betreft de di-uk om 'studiestof te verminderen en de normen te verlagen' moet toch wel worden opgemerkt dat door de studenten al jaren strijd gevoerd wordt tegen de voortdurende studieverzwaring en, mede daardoor, verscherping van de selektie en verschoolsing van de studie onder druk van de bezuinigingen van de afgelopen jaren. De studenten ijveren voor een inhoudelijk en onderwijskundig goede studie, gerelateerd aan de positie van de akademikus in de beroepssituatie. Daarom ook worden vakken als zodanig en inhoudelijk ter discussie gesteld. De hoogleraar met zijn wetenschaps- en onderwijsopvattingen wordt daarbij betrokken en komt soms in een konfliktsituatie te verkeren. Daarbij kan hij zich natuurlijk niet formeel gaan beroepen op zijn 'deskundigheid en ervaringjuist als hij het onderspit di-eigt te delven. Bovendien suggereert Broekmeijer in zijn tweede 'argument', behalve dat hij kennelijk een zeer brede beweging onder de studenten ontkent, dat wetenschap en politiek gescheiden zaken zyn. Politieke tegenstellingen zetten zich voort in de wetenschap. Je op waardevryheid beroepen Is het verhullen van die tegenstellingen ten gunste van de eigen opvattingen en belangen. Ook de studenten, en niet slechts enkele, hebben opvattingen die in de demokratische organen naar voren moeten komen. Om het funktioneren van de demokratische organen te beoordelen, moet juist inhoudelyk geargumenteerd worden. De nietzeewaardige argumenten van Broekmeüer en zyn tendentieus uitgelegde konflikten scheppen dan ook geen basis voor zyn aanvallen op de demokratisering. In de definitieve Ijrochure is de beschryving van dié konflikten dan ook wyseiyk weggelaten. Slechts één voorbeeld wordt gegeven, laat weer staan een evaluatie. Dit voorbeeld impliceert dan wat formele kritiek op het 'te demokratische' konsept-bestuursreglement van de UvA zonder konkreet ervaringsmateriaal. Wel konkreet daarentegen is byv. de recente experimenteeraanvrage van de afdeling bouwkunde van de TH van Delft, die beoogt een paritaire samenstelling van de afdelings(fakulteits)raad, dus in een verhouding tussen de drie geledingen van 1 : 1 : 1 , mogeiyk te maken, alsmede het houden van verkiezingen dwars door de geledingen heen op programmatische basis. In een eerste reaktie van staatssekretaris Klein bleken de argumenten van Broekmeyer c.s. allerminst de gehoopte weerklank te vinden. Volgens hem was de inbreng van de andere geledingen zonder meer een winstpimt en werd i.h.a. hard gewerkt aan reële verbeteringen van het onderwys, die soms een overboord zetten van ballast, soms ook een invoering van nieuwe vakken betekenden. Demokratisering was z.i. eerder een voort te zetten dan terug te draaien tendens. Lakunes Het komt ons voor dat de redeneringen, ondersteund door de 200, ' minstens zoveel lakunes en onduideiykheden vertonen als zy in de WOB trachten aan te geven. Daarby komt dat deze lakunes niet ge-

konstateerd worden uit een oogpunt van demokratisering, maar vanuit een gewenste restauratie van de positie van de hooggeleerden. Een inhoudeiyke argumentatie vanuit doelstellingen van en eisen te stellen aan vorm en inhoud van onderwys en onderzoek ontbreekt ten enenmale. Frasen als handhaving van wetenschappeiyk nivo gelden als absolute bewysvoering, welke daardoor hol biyft. Akademische en waardevryheid druipen van de formuleringen af. Men verliest zich in strikt formele, juristische machtseisen. Het is echter juist vanuit de maatschappelyke bewustwording van studenten en staf, het besef van het bankroet van de waardenvrye wetenschap en de daaruit ontwikkelde eisen aan vorm en inhoud van onderwys en onderzoek, dat de demokratiseringsbeweging gestalte wreeg. De formele autoriteit van de docent en het monopolie van zyn wetenschap werden terecht ontmanteld, projektonderwys deed zyn intrede en studenten eisten medezeggenschap en medebeslissingsrecht inzake alle facetten van hun eigen kwalifikatieproces. De WUB is een, op zich beperkt, resultaat van die beweging. Het is dan ook volstrekt in stryd met de geschiedenis en het karakter van de WUB, om te trachten de mogeiykheden die de WUB biedt in te dammen middels 'een nadere precisering van de bedoelingen van de wetgever'. Ook die nadere precisering op zich is een ondemokratische tendens. Het nader inhoud en vorm geven aan de demokratisering op basis- en middennivo is een zaak van die nivo's zelf, en zal per specifieke situatie van onderwys- en onderzoek moeten kunnen variëren. De wet laat daarvoor enige ruimte, aangevuld door het zg. experimenteerartikel (art. 55 van de WUB). De gemaximaliseerde uitwerking van de WUB (door Broekmeyer zo gehekeld) en de veel voorkomende experimentele, verdergaande strukturen tonen aan dat de behoefte van de geledingen tot verdere demokratisering i.h.a. groot is. De werkelyke lakunes van de WUB zyn dus eerder daar te vinden waar demokratie afwezig is of inkonsekwent geregeld, zoals byv. de scheiding van beheer en bestuur en de strikt eigen bevoegdheden van het Kollege van Bestuur. 'Burgers ener gemeente' Broekmeyer c.s. acht de WUB te veel gemodelleerd naar het voorbeeld van de gemeentewet. De universitaire gemeenschap betaalt zichzelf immers niet, zoals een gemeente dat middels de belastingen zou doen. 'De natuurUjke scheidslynen tussen burgers en bestuur ontbreken' en 'het onderscheid wordt hoofdzakeiyk bepaald door het verschil tussen studenten en docenten'. Studenten moeten studeren, docenten doceren en onderzoek verrichten. Docenten biy-

ven, studenten gaan. Docenten zijn verantwoordeiyk tegenover studenten, afgestudeerden en maatschappy. Zonder diep op deze op zyn minst oppervlakkige analyse in te gaan, moeten we hierop toch een aantal opmerkingen maken. In de eerste plaats zouden, deze redenering doorgetrokken, slechts zichzelf bedruipende instanties en oi^anisaties gedemokratiseerd mogen worden. Daarbij ligt nog vers in het geheugen, hoe ook de hoogleraren, terecht, massaal in verzet kwamen tegen de plannen van Maris, die in 1967 het WO vrywel direkt onder de exklusieve verantwoordelykheid van de minister wilde stellen. Iii de tweede plaats is het natuurlijk zo dat interne en externe demokratisering van het onderwfls hand in hand gaan. Het dient, als kollektieve voorziening, voor ieder vry en zonder drempels toegankelyk te zyn en ieder moet op zijn eigen kwalifikatie een belangryke invloed kimnen uitoefenen Die kwalifikatie is voor de student immers even blyvend en bepalend, als de docent vastzit aan de universiteit. De student heeft dus evenzeer recht op medebeslissing en plicht tot medeverantwoordelykheid als de docent. Hij is geen konsument maar participant. In de derde plaats is de maatschappy, de bevolking gebaat by een open en demokratisch onderwys, en niet by het sturen van het kwalifikatieproces door enkele bevoorrechte hooggeleerden en hun achterliggende belangen. Ziekenhuis, gesciiillen en eerste hulp Op de pei-skonferentie van 7 november meende Broekmeyer de relatieve onverenigbaarheid van deskundigheid en demokratie klinisch te moeten demonstreren: de kreperende patiënt in het ziekenhuis heeft een goede dokter nodig, en geen inspraak in de bestuursvergadering. Een wat mank voorbeeld wederom. Het hienn gesuggereerde medelijden met de student is aandoenlyk, dat wel, maar de vergeiyking van docent met een arts trekt de onderwijssituatie in een wat al te pathologische sfeer. Doctor Broekmeijer knows best. Dat biykt wel. Zo pleit hy voor de instelling van onafhankeiyke geschillenkomraissies, waartoe men zich wenden kan by onenigheid over de Interpretatie van de WUB de oprichting van een centraal permanent bureau, waartoe docenten zich kunnen wenden wanneer zyn t.g.v. dergelyke onenigheid hulp behoeven' in de vorm van morele steun, m de vorm van publicistische aktlviteit, in de Vorm van jm-idische assistentie'. 'Wat ons voor ogen staat in een simpel bureau, klem, maar effektief en alert dat dergeUjke zaken behartigt'. Hiermede worden dus strikt formele en symptomatische beslis- en

Vervolg op pagina J

LNIVERSITEBTSTHEATER In het Universiteitstheater, Nieuwe Doelenstraat 16, speelt op: vrydag 23, zaterdag 24 en zondag 25 november, aanvang 20.30 uur: Het Wegtejater met de achtdelige dans Onderweg. Voorbespreking op 22, 23, 24 en 25 november van 12.00—15.00 uur. De dans Onderweg, choreografie Johan Kos heeft als tema de ontwikkelingsstadia van de mens. De techniek van deze dansvorm beoogt harmonie te brengen In het lichaam door middel van ontspanning en het bewust leren gebruiken van de zwaartekracht. Dit houdt in het op economische wyze richten van de energiestromen waarby het rustend midden in het bekken een coördinerende rol speelt. en op: vrydag 30 november, zaterdag 1 en zondag 2 december, aanvang 20.30 uur: het toneelstuk Americaliente. Voorbespreking op 29 en 30 november en op 1 en 2 december van 12.00—15.00 uur.

Americaliente, het toneelstuk van Jorge Diaz, Chileen (lid van de llnks-revolutionaire party Meristas, momenteel woonachtig i" Madrid). Jorge Diaz probeert op verschillende manieren de problemen | m.b.t. de derde wereld — het imperialisme als uiting van het kapitalisme — duideUjk te maken. De gegevens zyn ontleend aan | historische gebeurtenissen, te beginnen met Columbus die Amerik» | verovert. Daar begint de ontregeling van de bestaande cultuur, de 1 beroving van grondstoffen en de | uitbuiting van arbeidskrachten. Hy laat zien dat er in een aantal 1 eeuwen nog niets veranderd is en illustreert dat aan de hand van enkele scenes over ware gebeurtenissen In de landen van ZuldAmerika. Hy doet dat op een cabaret-achtige, show-achtige manier waarin ook de nationale bourgeoisie en de zgn. revolutionaire intellectueel op de korrel wordt genomen.

A

i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 102

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's