Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 177

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 177

1 minuut leestijd

AD VÄLVAS — g F E B R Ü A « ! 1974

Studenten en hun rooie ruggen (III)

Door Ruud

Boeter

STUDIEFINANCIERING: STURING OF STIMULANS 'Een stelsel van tegemoetkoming mag niet worden gehanteerd als middel om op grond van sociaal-economische motieven aanstaande studenten terug te houden van een studie, die zl) wensen te ondernemen, en waarvoor gij de vereiste capaciteiten schijnen te bezitten'. Dit schreef de commissle-Rutten, die belast was met de studietoeagenproblematiek in 1956. 3en ander citaat, van de commissie-Sassen uit 1956: 'De overheid zal zich de bevoegdheid moeien voorbehouden om in studierichtingen, die met een grote mate van waarschijnlijkheid een niet onaanzienlijk overcompleet aan afgestudeerden en dus voor de gemeenschap economisch gezien een slecht rendement doen verwach,pn, afgezien van andere maategelen, ook het studietoelagenbeleid mede te hanteren ter afi-emming van de toeloop.' Jeze inhoudelijk volledig tegengestelde opvattingen van twee door de minister ingestelde commissies, beide belast met het uitwerken van voorstellen voor een ander studietoelagenbeleid, typeren de iferandering van het overheidsbeleid ten aanzien van de studieiinancierlng In de Jaren zestig. •iEHOEFTE Na de oorlog was er by de Industrie een grote behoefte aan af'<etudeerden. De druk van de zyde van de industrie had invloed op het regeringsbeleid (collegegeldverlaging, ,iieuw beurzenstelsel, start aparte studentenvoorzieningen). Een beleid gericht op verbetering van de doorstroming vanuit milieus die vroeger geen academici leverden naar het universitair onderwijs, had ook de instemming van de arbeidersbeweging. MINDER STUDENTEN De ideeën van de al geciteerde commissie-Sassen markeren een verandering van beleid van de overheid ten aanzien van studiefinanciering, op een moment dat de grote behoefte aan academici by de Industrie afneemt. Voordien had als belangrykste motivering van het toelagenbeleid de industrie gegolden, maar nu verschoof de argumentatie van het maatschappeiyk niveau naar het individu. Voor het eerst werd gesproken over een student als genieter van collectieve voorzieningen, waarvoor hü zyn studie moet betalen.

De commissie stelde voor alleen beurzen te verstrekken als de ou. ders niet zelf konden betalen en pleitte voor uitbreiding van een renteloos voorschot (tot 40 pet. van leder toelagebedrag), waardoor studieschulden gingen ontstaan. Minister Diepenhorst voerde voorstellen van de conunlssieSassen in en sindsdien is duldelyk sprake van een (procentuele) vermindering van het ' aantal beursstudenten. In 1971 verschynt het elndi-apport van de commissie-Andriessen. Volgens de meerderheid van de commissie heeft de gemeenschap geen voordeel van het betalen van iemands studie. Integendeel, de gemiddelde belastingbetaler is de dupe, want de academici profiteren middels een hoog salaris. De meerderheid stelt een systeem van rentedragende studieleningen voor. In hoeverre minister De Brauw dit voorstel wilde concretiseren is door het verdwünen van het kabinet-Biesheuvel nooit duldelyk geworden, maar wel dook de argumentatie dat de student « i niet de maatschappy de profiteur is van een studie op in zyn rechtvaardiging van de collegegeldverhoging. Overigens was zyn party genoot Drees, de ideoloog van het profytbeginsel, lid geweest van de commissie-Sassen. De koppeling ónderwys-studlefinanciering is nog duideiyker in de voorstellen van prof. Posthumus (herstructurering wetenschappelyk onderwys). zyn voorstel, dat ook Is opgenomen in het wetsontwerp herstructurering, houdt In dat iedere student maximaal twee jaar over de éénjarige propedeuse en vier jaar over de driejarige doctoraalopleiding mag doen. By overschryding van deze cursusduur vervalt het recht dat ingeschreven studenten hebben op gebruik van onderwys- en studentenvoorzieningen, ook eventuele toelagen dus. In dit voorstel wordt de studiefinanciering gebruikt als middel om het studietempo van de student te beïnvloeden. Over de druk die een dergeiyk gebruik van de studiefinanciering veroorzaakt kun-

nen we ons alleen nog maar voorstellingen maken. Weliswaar worden er in het huidige beurzenstelsel ook normen gesteld, maar bö invoering van Posthumus zullen ze waarschyniyk strakker worden en bovendien gaan ze gelden voor alle studenten. De invoering van de plannen van Posthumus heeft ook nog op een andere manier met studiefinanciering te maken. Met name minister De Brauw hamerde nogal op de bezuinigingen die een herstructurering zou opleveren. Daarby werd ook gerekend op een bezuiniging van enige tientallen miljoenen guldens op de uitgaven voor studietoelagen. KECHT De verandering van beleid ten aanzien van de studieflnancierlna riep verzet op. Toen werden de tegengestelde visies op studiefinanciering en onderwys ook manifest. De benadering waarin de student object was, kwam te staan tegenover die waarin hy subject was. In het eerste geval redeneert men vanuit de economische behoefte aan afgestudeerden en hanteert men de studiefinanciering om de studentenstro<Mn enigszins te re-

guleren ea te controleren, zy die uitgaan van de student (subject) zien onderwys los van de industriële vraag, als een collectief goede, waarop ledereen aanspraak ^an maken. Dit recht op onderwys moet materieel gemaakt worden en daarom pleit men voor het verdwynen van financiële drempels. In deze visie heeft een student ook recht op een redeiyk inkomen en de studiefinanciering mag niet gebruikt worden ter sturing in het onderwys, aldus de aanhangers van deze opvatting. Het eeerste tegengeluid (tegen het regeringsbeleid) kwam van de Studenten Vakbeweging (SVB) die in 1963 in twee brochures pleitte voor de Invoering van studleloon ('Van liefdadigheid naar recht op integrale studiekostenvergoeding' en 'Studieloon'). De SVB zag studie als arbeid en wilde dat studenten als arbeiders betaald werden. Aan het eind van de jaren zestig groeide ook de kritiek van de studentendekanen. Deze was echter meer ingegeven door de problemen als gevolg van het stdsel, waarmee zy dageiyks werden geconfronteerd, dan door een be-

In de vervolgserie over de studiefinancleritigsprobleinatiek, deze week een beschouwini; over de twee manieren waarop men studiefinanciering bekijkt: als middel om de studentenstromen te sturen en als moKeltjk maken van het recht op onderwijs voor iedereen. Als rem en recht. Het eerste artikel in deze serie over studiefinanciering stond in A.V. 35 januari 1974, het tweede in A.V. 1 februari 1974.

ISO UIT KRITIEK OP HERSTRUKTURERING WO

POGING TOT EEN VREEDZAME KOEKSISTENTIE Vervolg

Het ISO (Interuniversitair Studenten Overleg), waar ook de VUSO in participeert, heeft zaterdag 3 februari h a a r s t a n d punten betreffende het Wetsontwerp Posthumus en de Memorie van Antwoord van de ministers van Kemenade en van der Stee, duidelijk gemaakt voor de Akademische Raad. Een vertegenwoordiger van het ISO kreeg hier tien minuten spreektijd om het eerste resultaat van dit studentenoverleg — een rapportje over de herstrukturering van h e t WO-mondeling toe te lichten. Er wordt in dit rapport heel wat kritiek uitgeoefend op de herstruktureringsplannen. Het I.S.O. vindt een algemene beperking van ae inschryvingsduur m de doktoraalfase onaanvaardbaar, omdat er zoveel groepen die voor uitzonderingsmaatregelen in aanmerking zouden moeten komen. Daarom ligt juist een vrylating van de inschryvingsduur voor de hand. Verscheidene kategoriën die behoefte hebben aan studeren In een eigen tempo worden met name genoemd: medestudenten met een halve dagtaak, student-assistenten, hulsvrouwen en zwangere studenten, studenten die een funktie in een of andere vereniging bekleden, studenten die meer dan één studie volgen. Voor hen heeft de inschryvingsduur byzondere naüellge gevolgen. Het I.S.O. spreekt »ich o< uit tegen een unlformarf/ s

kursusduur van vier jaar. De fakulteiten moeten zelf de kursusduur vaststellen aan de hand van onderwyskimdlge kriterla. De verschillende fasen van het W.O. volgend geeft het I . a o . eerst kommentaar op de pixipedeutische regeling: — naast het propedeutische examen moet het representatieve element (voor verdere studie) voldoende ruimte krygen. — selektie mag in geen geval fungeren als een verkapt« numerus fiKUS.

— de onderw^yskapaciteit moet uitgebreid worden tot de onderwysvraag. — na twee jaar inschryving moet deelname aan examens mogeiyk biyven. *-£l»y veranderen van studierich-

ting moet men weer opnieuw kunnen beginnen. Als aan deze voorwaarden voldaan is, heeft het I.S.O. geen verdere bezwaren tegen de konsekwenties van het propedeutische examen. Een groot vraagteken wordt in het rapport gezet achter de nieuwe researchopleiding. Volgens het I.S.O. is deze vorm van postdoktoraal onderwys eigeniyk overbodig. Hlerby gaat zy ervan uit dat reeds in het doktoraal onderwys en onderzoek een geïntegi-eerd gehe^ dienen te vormen. Wat betreft de assistent-onderzoeker: het wetenschappeiyk onderzoek wordt hierdoor gestimuleerd, iets waar het I.S.O. wel achter staat. De rekrutering van deze assistent-onderzoeker zal wel via een open sollicitatieprocedure moeten plaatsvinden. Onmisbai-e komplementen van de herstrukturering biyken het postakademlsch onderwas en de hitegratie W.O.-H.B.O. te zyn. Hoewel deze nieuwe plannen nogal wat vragen oproepen acht het I.S.O. een geiyktydige opbouw van het post-akademlsch onderwys met de herstrukturering noodzakelyk. De mede-financiering en organisatie van het post-akademlsch onderwys door de overheid is een voorwaarde voor het welslagen eivan.

paalde visie op onderwys en maatschappy. De dekanen redeneerden sterk vanuit de welzynsgedaohte. Na de impasse In de studentenbeweging (1970-71), Is de beurzenproblematiek de start geweest van een nieuwe studentenbeweging, de politieke vakbonden (Landeiyk Overleg van Grondraden). Deze hebben vooral aanhang gewonnen In de acties tegen een andere bedreiging van de sociale en economische positie van de student, de collegegeldverhoging. Het LOG verschilt in zoverre van de SVB, dat het studieloon bepleit als een sociale voorziening (zoals AOW, e.d.) en de student niet ziet als een arbeider. De laatste jaren komt ook in de la-itiek van de Studentendekanen het maatschappeiyk element (wat is onderwys?) meer naar voren. Een duideiyk voorbeeld van een mengeling van een maatschappelyke en een welzynsbenadering geeft de in september 1973 gepubliceerde nota van de commissie Sociaal Economische Positie van de Student (SEPS) van het Landeiyk Beraad van Studentendekanen (LBS), waarin wordt gepleit voor een stelsel van studieloon. Ook staatssecretaris Klein heeft enkele malen verklaard voorstander te zyn van studieloon. zyn recent bekend gemaakte plannen zyn echter sterk bepaald door de pot (625 miljoen) die hy ter beschikking heeft. Daarom ook beperkt hy zich tot een basisbeurs voor iedereen. De introductie van rentedragende leningen (by banken?) sluit echter aan by de visie 'studie als persooniyk profyt', terwyi studieloon het maatschappeiyk voordeel voorop stelt. Klein heeft niet alleen rentedragende leningen opgenomen in zyn stelsel, maar hy meet bovendien breed de visie uit, dat onderwys de student profyt brengt. Daarmee maakt hy zyn vroegere uitspraken over studieloon onwaarachtig. De komende maanden moet er gepraat worden over de nota van Klein. Een werkeiyke discussie moet de keuze tussen het profytmodel (rentedragende leningen, enz.) en het welzynsmodel open laten. De presentatie van de nota en de uitvallen naar het LOG en (minder luidruchtig) naar de studentendekanen doen het ergste vermoeden wat betreft de openheid van discussie. ('Ü').

van pagina

4

gevaar van idealisme op. Het is geen wapen in de klassestrijd, zoals veel kunst In byvoorbeeld het Duitsland van voor de tweede wereldoorlog — een man als Brecht — dat was. Dit socialisties-realisme is niet zomaai uit de lucht komen vallen. De stroming staat in een lange traditie, die in de vorige eeuw begon met realistiese werken, bedoeld tegen de tsaristiese onderdrukking. Enkele van deze schilders waren onder andere door het Impressionisme beïnvloed. Ook de betere werken uit het socialisties-realisme ademen een duideiyk overkomend revolutionair elan uit; heel veel is echter slechts van het bekende 'prentbriefkaartensoort'. Momenteel eksperimenteren jonge kunstenaars — zoals anderen in de jaren direkt na de revolutie — met nieuwe vormen. Byvoorbeeld m de groep Dwidjenje (beweging), zy werken met enorme lichtspektakels en proberen nieuwe graflese vormen uit. Deze kunstenaars werken onder eigenaardige om.standigheden. Officieel wordt In de Sovjet-Unie het socialistiesrealisme nog steeds verdedigd: dat is de uitdrukkuig van de centrale Ideologie, en Ideologie gaat boven alles. Kunstenaars mog^n, eksperimen-

teren, vrywel zoveel als zy wensen; zy worden dan alleen niet als professioneel kunstenaar erkend, maar verdienen de status van amatem-. SCHRIJVERS Enigszins kim je dit vergeiyken met de situatie van sommige schryvers. In de Sovjet-Unie ijestaat absolute persvryheid, dwz. schryvers mogen schryven wat ze willen, het wordt vaak alleen niet gedrukt. Op deze wyze worden eventuele slechte Ideeën min of meer onschadelyk gemaakt. Maar laten we ons niet vergissen. In de Sovjet-Unie is sprake van een in zekere zin direkte dwang. In het westen daarentegen gaat dit alles veel slimmer en subtieler te werk. Plotseling krygen kunstenaars geen subsidie meer, eksperlmenten als demolu-atisering op scholen, universiteiten biyken op merkwaardige wyze te mislukken. Altyd moeten wy de moeliyke positie van de werkers en hun party in het oog houden, zy zyn immers al een stap verder op weg naar het socialisme, en hebben dus Iets te verdedigen, terwyi kritiek op de maatschappeiyke situatie in het westen meestal niet zo moeliyk Is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 177

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's