Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 58

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 58

5 minuten leestijd

AD VALVAS - 19 OKTOBER 1973

z

SENSITIVITEITSTRAINING: WAT IS DAT? Vervolg van Ad Valvas, 12 oktober 1973 Basisgroep Voor ik verder inga op wat er dan wel gebeurt in zo'n basisgroep, wil ik zeer kort vast aangeven dat er in ons land een identieke ontwikkeling plaatsvond. Ook hier werden human relationprogrammaas verzorgd, ook hier belangstelling voor de mens in het produktieproces. De nederlandse programmaas waren sterif geënt op de amerikaa'nse. Nederlandse organisatiedeskundigen hadden ook veelvuldig kontakt met amerikaanse vakgenoten. Via die kontakten raakten een paar organisatieadviseurs zeer onder de indruk van wat er via de st-aanpak met deelnemers te doen viel. Hun enthousiasme wisten ze over te brengen op de collegaas thuis. Dit resorteerde in een eerste st in 1961. Een training geleid door een amerikaan en bevolkt door 12 nederlanders. De deelnemers richtten nadien een vereniging op die tot doel had deze manier van interaktietraining in nederland uit te dragen. De ned. vereniging werd de T.S.R. genoemd, Trainers in Sociale Relaties. Die 12 van het eerste urnhebben de st in ned. populair gemaakt. Zo zelfs dat ze het aantal verzoeken voor deelname niet aankonden. In 1960 voelde men zich mans genoeg om de gelederen te versterken door zelf mensen in opleiding te nemen. In 1970 herhaalde zich de gelederenversterking via het opnieuw in opleiding nemen van een aantal mensen. De T.S.R. telt momenteel zo'n 60 leden.

Training Het wordt nu tijd om de gang van zaken in zo'n sensitiviteitstraining eens nader te belichten. Bij het paragraafje 'kritiek' kom ik nog wel even terug op die ontwikkeling vanuit het bedrijfsleven. Dus plaatsvindt; ten eerste: zo'n training? Eerst dan iet« over de omstandisbeden waarin zo'n training plaatsvindt ten eerste: zo'iv trainingsgroep bestaat uit 10 é, 12 deelnemers die (na hun aanvraag) zó by elkaar zijn gezet in een groep, dat liefst niemand een andere deelnemer kent. Dit wordt zo nitirezocht vanwege de idee dat als je elkaar niet kent, je véél eerder het lef hebt Iets van je ware aard te laten zien dan wanneer je byv. in de groep zit met een collega die je ook na de training regelmatig ziet. Dit stranger-idee heeft overigens als nadeel dat je als eenling na de training terugkomt op je afdeling en Je een hele dobber zult hebben om Iets van het geleerde door te geven in het contact met anderen. Dit elkaar vooral niet kennen-idee worxlt de laatste tijd In de steek gelaten. Er wordt nu veel vaker getraind met deelnemers die elkaar juist wel in him werksituatie meemaken. Er mag dan wat schoorvoetender gehandeld worden in het begin van de training, wat men léért, is meteen a.h.w. vertaald naar de werksituatie. Een tweede omstandigheid van de training is dat men met zijn groep twee weken op een konferentieoord zit: veertien dagen zit men dus in een betrekkelijk overzichtelijke groep zoekend op een soort eiland. Er is weinig anders te doen dan zich bezig houden met de dynamiek die in het met elkaar op een kluitje zitten loskomt. De term die gebruikt wordt, is 'kultureel eiland'. En inderdaad de groep gaat (juist ook omdat ze zo zonder plannen bezig is) een eigen kuituur scheppen. Elke trainingsgroep ontwikkelt een eigen-taalgebruik en legio andere normen. Een derde omstandigheid wordt gevormd door de trainers. Meestal ziln er per groep twee trainers, of een trainer en een trainer in opleiding.

Hoe gaat dat? Na deze feitelijke za^en zulen we eens gaan zien hoe het toe kan gaan in zo'n basisgroep. Ik zeg met opzet 'toe kan gaan', want elke trainer en elke groep doet het als het ware weer een beetje anders. De twee trainers zitten wat van elkaar vandaan in de\ kring gevormd door de 12 deelnemers. Eén der trainers zegt: 'Zo mensen, U bent hier nu de komende twee weken om sensitief te worden, ik zou zeggen: gaat Uw gang'. Grote stilte, de trainer gaat natuurlijk meer zeggen, zaken verder uitleggen, iets op het bord schrijven, o.i.d. Flauw eigenlijk om ons op

stang te jagen door na het eerste zinnetje niets meer te zeggen. Langzaam breekt het inzicht door dat de deelnemers kennelijk zélf maar moeten zien wat ze zullen gaan doen. Ja, maar wat? Iemand probeert de trainer toch ^maar eens uit zijn tent te lokken, maar die weigert richting aan het gebeuren te geven. Dan zegt iemand dat hij de namen van de anderen nog niet zo goed kent, hij zou ieders naam nog wel eens willen horen — hè gelukkig, er is even iets te doen. Maar ja, na 2 min. heeft ieder zijn naam genoemd, en wat nu? De eerste deelnemer oppert weer een plan — als hij dit later nog een keer doet, wordt een ander daar wat geïrriteerd door — en zegt: nu de trainers hun mond houden, betekent dat niet dat U nu de dienst maar moet gaan uitmal?en. Daar is niemand hier van gediend. De trainer zal nu misschien opmerl<:en: 'Daar ben ik hier niet van gediend'. Nu ontstaat er tussen de deelnemers een gekrakeel wie wel en wie niet de dienst zullen uitmaken. Ach, zegt iemand, laten we een onderwerp op tafel gooien en daar over praten. Daar leer je nog wat van ten minste. Om kort te gaan, binnen een paar uur is er vaak een heel dynamisch groepsgebeuren aan de gang. De trainer geeft zomin mogelijk richting aan. Wel verheldert hij processen die zich afspelen, attendeert iemand op het feit dat hij eigenlijk nooit wacht tot een ander uitgesproken is, of dat .iemand niet goed luistert naar wat de ander zegt. De groep met alle processen die zich er binnen afspelen is zichzelf tot illustratiebron, zou je kunnen zeggen. In de komende dagen worden dingen zichtbaar als rivaliteit, dominantie, minderwaardigheidsgevoelens, acceptatie, bekrompenheid, slecht luisteren, het elkaar vastpinnen in rollen — Jan is alleen maar geestig, maar mist elke diepgang; Piet zwijgt de hele dag; Marie durft de traner aan te pakken; liij, hij is echt zo'n intellectueel, je vraag je af of die man wel gevoel in zijn lijf heeft.

Positie Waarom nu zo zonder struktuur in een groep zitten? Daarachter zit de idee dat iemands gedragsrepertoire om het zo maar eens te zeggen, sterk wordt bepaald door

de positie die hij in het dagelijks leven inneemt. De rol, het gedrag dat als het ware bij die positie hoort, is- vaak een tweede-natuur geworden. In zo'n ongestruktureerde groep valt ineens geen positie meer te bekleden. Er is een positie-vacuüm. Je gedrag dat in je baan zo op zijn plaats leek, slaat hier misschien nergens op. Gaf je op een bepaalde manier leiding bijv., dan kan dit hier misschien totaal mis vallen. In de groep zie je dan ook taij vele deelnemers een bepaalde weifeling ontstaan omtrent hun eigen manier van doen. Trainers, zullen in dit kader ook vaak aanmoedigen tot experimenteren met nieuw-gedrag. Om u een idee te geven van dat oefenen met nieuw gedrag: als je altijd eerst maar eens wacht tot anderen hun mening hebben verkondigd voordat je zélf wat inbrengt, kun je eens kijken hoe het valt als jij nu eens als eerste je mening ten beste geeft. Het gaat hierbij dus om je manier van doen, en niet om het hoe het komt dat je wacht op de anderen of zo. We zitten nu en passant dicht bij het thema 'hoe leert men in groepstraining'. Kort gezegd komt het er op neer dat je je gedraagt en dat anderen hierop reageren. Wordt je gedrag of wordt een opvatting van jou bevestigd, dan kun je je gesterkt voelen in je manier van denken of doen; valt je gedrag niet zo lekker, dan kun je van alles en nog wat doen, maar éën van de dingen is dat je je eigen styi eens kritisch op je kunt laten inwerken (biJv. door je eens af te vragen: welke funktie vervult die stijl voor me, waarom heb ik dit soort optreden nodig, wat zou er gebeuren als ik het eens anders deed). Besluit Je om dat eens te proberen, dan heb je in de groep genoeg voorbeelden waarvan je wat kunt overnemen, of je kunt je identificeren met hoe een ander zich opstelt in de groep. Nu iets over die processen die zich afspelen in de groep.

Processen Om inzicht te krögen in wat er procesmatig op gang komt, zal ik één model (van een meneer Gibb) in het kort proberen weer te geven. U moet dan proberen zichzelf voor te stellen dat U met de weekendtas in de hand naar zo'n training was toegestapt en daar zat U dan in een wildvreemde groep, en door

de trainer een beetje aan je lot over gelaten. Gibb zegt nu dat in dit soort situaties de mensen een paar kopzorgen krijgen. In de eerste plaats de zorg hoe zal ik vallen in dit gezelschap, zal men mij de moeite waai'd gaan vinden? Heel veel gedrag is (in het begin) op die acceptatie-behoefte afgestemd. Daarna of tegerlijker tijd is men er zich van bewust wat kan ik zeggen en wat niet; — laat ik me maar een beetje op de vlakte houden voorlopig. Ook zijn ettelijke groepsleden alert op: nu we de vrije teugel van de trainer hebben, wie gaat nu de dienst uitmaken en wat gaat de groep doen, zal er een soort groepsdoel komen waar ik me in waar kan maken bijvoorbeeld? De processen in de groep verlopen via deze hoofdproblemen. Zijn 'die kopzorgen' opgelost, dan is dit altijd maar tot op zekere hoogte. Na verloop van tijd

komt op een dieper niveau de acceptatiehuiver weer terug bijv. wanneer je later in de training eens met je levensbeschouwing aan boord komt, of wanneer je iemand onaardig vond doen terwijl diegene juist zo geliefd is in de groep. Om voor deze week het vertellen over st nu af te sluiten, zet ik nog even op een rij wat er de revue is gepasseerd: 1. er zün dus twee grote trainingstradities, Bethel en Eealen. De uit het bedrijfsleven stammende Bethel-trainingahistorie was nu op de mat. Dit is de st zoals al 'n jaar of 10 in nederland georganiseerd. 2. toen ging het over wat gebeurt er nu in zo'n groep? ik hoop dat ik dat een beetje duidelijk heb kunnen maken. 3. daarna ging het over wat en hoe leer je in een derg. programma. Kort gezegd leer je er dus hoe je over komt, wat er aan jouw manier van doen te beleven valt. Volgende week dus over andere trainingsaktiviteiten; kritiek op training; en nog wat andere informatie over het fenomeen training. Drs. BAARTMAN

OPNfEUW EEN KONFRONTATIE Nog steeds staan aan de VU de mogelijkheden om de boykot voort te zetten op het spel. Het KvB wil nog altijd niet van zijn standpimt afstappen, en blijft als enige in het land probei-en kontrole door te zetten. Op de SRVU-meeting van 2 oktober heeft het hiervoor géén argumenten te berde weten te brengen tegenover de ongeveer 350 aanwezige studenten. Nadat Brinkman en Van Nes dit duchtig onder de neus gewreven hadden gekregen, kwamen ze met het voorstel het konflikt nog eens aan de universiteitsraad voor te leggen. Om nogmaals de redelijkheid van hun houding te beklemtonen besloten de aanwezige studenten hierop in te gaan, en tegelijk in de fakulteiten voor toelating tot onderwijs en tentamens voor ledereen te blijven ijveren. Inmiddels heeft de PKV Inderdaad een voorstel geformuleerd voor de XJR, om het KvB te verzoeken de tentamen/examensanktie te laten vallen. Het is voor alle studenten van belang dat de boykot ook aan de VU kan worden voortgezet. Als de situatie immers zo blijft dat

overal in het land de boykot van de 1000 gulden voortgaat, zullen de konfessionele kamerfrakties er straks niet onderuit kunnen een verlaging van het kollegegeld te aksepteren. Een koehandel tussen progressieven en konfessionelen, waarbij het instemmen met een koUegegeldverlagüig door de konfessionelen wordt gebruikt om koncessies op het terrein van de studiefinanciering af te dwingen, is dan onmogelijk gemaakt; duidelijk zal ziJn, dat handhaving van de 1000 piek eenvoudigweg een onmogelijkheid is. Studenten zullen zich dan een goede uitgangspositie voor de strijd om een betere studiefinanciering hebben verworven. Ook aan de VU moet daarom de boykot van de 1000 gulden tot aan de kamerbehandeling kunnen worden voortgezet. Het KvB van de VU treedt nu op als handlanger van de konfessio-

Vervolg op pag. 3

AMBTENAREN EN KOLLEGEGELD De Algemene Bond Van Ambtenaren aan de Vrije Universiteit is blijkens een brief van 8 oktober aan het Kollege van Bestuur niet erg gelukkig met de huidige situatie. Er is niet duidelijk geregeld hoe de kontrole op de betaling van de kollegegelden moet worden gekontroleerd en door wie, aldus .de ABVA. Wij late i hier de tekst van de betreffende brief volgen: Amsterdam, 8-10-1973 Aan het Kollege van Bestuur van de Vrije Universiteit Mijne heren, De specifieke problemen, die de kontrole op de naleving van de kollegegeldwet aan de Vrije Universiteit met zich mee heeft gebracht hebben er toe geleid, dat verscheidene personeelsleden in een vervelende situatie terecht zijn gekomen. Het groepsbestuur van de Algemene Bond Van Ambtenaren aan de Vrije Universiteit stelt zich t.a.v. deze kwestie nog steeds op het standpunt van het Hoofdbestuur van de ABVA, zoals da'; aan alle universiteitsbesturen in het begin van dit Jaar is medegedeeld en zoals dat publiekelijk bekend werd gemaakt in de AMBTENAAR van 2 maart J.I.: 'Onze bond stelt zich in deze aangelegenheid op het standpunt, dat by een mogeiyke inschakeling van personeel van de instellingen voor wetenschappeiyk onderwas geen onderscheid behoort te worden gemaakt tussen wetenschappelijk en niet-wetenschappelijk personeel. Volgens artikel 58, Ie lid van het Algemeen Ryksambtenarenrep'lement kan de ambtenaar worden verplicht "... tijdehjk andere ambteiyke werkzaamheden te verrichten dan die, welke hij gewooniyk verricht, mits die werkzaamheden hem redeiykerwys kunnen worden opgedragen". De vraag of een opdracht tot medewerking aan de administratieve procedure tot opsporing van de boycotters van de "ƒ 1000,— -wet" aan leden van het (niet)wetenschappeiyk personeel hen "redehjkerwys" kan worden gegeven, heeft naar de mening van de ABVA duidehjk met de rechtspositie van de betrokken ambtena(a)r(en) te maken. Daar het niet ondenkbaar is, dat bovengenoemde opdracht op de naleving van de kollegegeldwet per instelling voor wetenschappeiyk onderwys verschilt, en bovendien het beraad tussen de minister en de universiteit en hogescholen over deze kwestie nog niet is afgerond, stelt de ABVA zich op het standpunt, dat in het plaatseiyk overlegorgaan van een instelling voor hoger onderwys over deze zaak gesproken zal moeten worden, voordat een dergeüjke opdracht aan het personeel zal worden gegeven.' Het sedert het begin van dit kursusjaar door het Kollege van Bestuur

van de VU gevoerde beleid t.a.v. de kontrole voldoet op geen enkele wyze aan de door de ABVA gestelde voorwaarden. In de eerste plaats heeft het Kollege van Bestuur haar beleidsvoorstellen m.b.t. de kontrole niet in de Kommissie van Overleg gebracht alvorens deze plannen tot uitvoer te brengen. In de tweede plaats biyken de kontrolemaatregelen vooral afhankeiyk van de inschakeling van het administratief personeel en in veel mindere mate van de inschakeling van-het wetenschappeiyk personeel. In de derde plaats biykt, dat de regeling en de uitvoering van de kontrole voor het grootste deel naar de (sub-) fakulteiten gedelegeerd is. Dat betekent, dat er in de verschillende (sub-) fakulteiten zeer uiteenlopende maatregelen getroffen zyn, terwül er in sommige fakulteiten helemaal geen kontrole wordt uitgeoefend. Deze chaotische situatie heeft onder het personeel een zekere onvrede teweeggebracht. Deze onvrede biykt o.a. uit het feit, dat meer dan honderd leden van het wetenschappeiyk personeel hebben meegewerkt aan een door, de studenten georganiseerde handtekeningenaktie tegen de kontrolemaatregelen. Niet alleen de werksituatie van een aantal stafleden, maar ook die van sommige leden van het administratief personeel wordt verslechterd door het feit, dat zy in hun werkzaamheden op verschillende manieren betrokken zyn by de kontrole op de 'boycotters'. De konklusie van het groepsbestuur van de ABVA is, dat aan deze situatie een eind gemaakt moet worden, zy is van mening, dat er voor de hele universiteit éénduidige richtiynen moeten komen t.a.v. de eventuele taken van het personeel by de kontrole op de naleving van de kollegegeldwet. zy vindt, dat deze te ontwerpen richthjnen vooraf in de Kommissie van Overleg besproken dienen te worden. En daarom doet zy een beroep op het Kollege van Bestuur om de huidige maatregelen op te schorten totdat een nieuw éénduidig beleid met de vakbondsvertegenwoordigers in de Kommissie van Overleg besproken is. Een dergeiyke opschorting schaadt geen enkel universitair belang getuige het feit, dat op andere universiteiten de kontrole tot nu toe praktisch achterwege is gebleven. Tenslotte is het groepsbestuur van de ABVA van mening, dat de invoering van een nieuw te ontwerpen kontroleregeling het beste uitgesteld kan worden tot na de kamerbehandeling van het nieuwe wetsontwerp op de kollegegelden. Pas na deze kamerbehandeling is immers definitief bekend, hoe de wettelyke regeling er precies uit komt te zien. Hoogachtend, groepsbestuur van de ABVA aan de VU Afschrift naar: Leden van de Universiteitsraad Leden van de Kommissie van Overleg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 58

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's