Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 141

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 141

11 minuten leestijd

21e JAARGANG — NUMMER 16

21 DECEMBER 1973

EXTRA EDITIE Medewerking: Guus Herbschleli.

\A/EEKBL^D VRIJE UNI\/ERSITE T

Foto's: Eduard de Kam. Tekeningen: Frans Vera.

HARRY BRINKMAN CONTRA JEROEN SARIS:

BARBERTJE MOET HANGEN? De recente acties en tegenacties, met name de bezettingen en ontruimingen, zullen aan de meeste studenten en personeelsleden niet ongemerkt voorbij gegaan zijn. Pamfletten en persberichten, geruchten en dreigementen volgden elkaar op terwijl bezetters e n politiemannen elkaar afwisselden in de gebouwen van de Vrije Universiteit. Het was duidelijk dat de strijd om het collegegeld, die gedurende lange tijd op een laag pitje had gestaan onder invloed van mogelijke koersveranderingen van staatssecretaris Ger Klein, weer in alle hevigheid was opgelaaid. De aanleiding was ditmaal het besluit van het College van Bestuur om die studieprestaties van de mensen die weigerden het collegegeld te betalen niet te registreren. Dit was, in afwijking van de rijksuniversiteiten, mogelijk dankzij artikel 83 van het VU-reglement dat dit al sedert 1926 mogelijk maakt. De boycotters voerden aan dat, in afwachting van de behandeling in de Tweede Kamer van Ondemocratisch?-.'

In diverse publicaties wordt gezegd dat het College van Bestuur ondemocratisch handelt. J. S.: Als duidelijke voorbeelden daarvan zou ik willen noemen het schorsen van het besluit van de pedagogen, letteren, het uitsturen van een dienstbevel aan de staf terwijl de vakbonden daar niet hun instemming mee betuigd hadden, het gebruiken van het College van Dekanen voor het uitvoeren van artikel 83, terwijl het College van Dekanen bedoeld is voor de coördinatie van het onderwijs en onderzoek en daardoor komen de f akulteitabesturen onder druk van bovenaf te staan, terwyl ze toch in de eerste plaats dagelijks bestuur moeten zijn van hun eigen raad. Het ondemocratische van het vernietigen van besluiten van de subfakulteitsraden vind ik, dat daarmee de besluitvorming op het niveau van de fakulteiten sterk wordt ingeperkt; de mogelijkheid om op basis van de eigen werksituatie van staf en studenten te bepalen wat moet gebeuren binnen zo'n fakulteit wordt minimaal. Het is immers zo dat het schorsingsartikel nog volop in discussie is. In Leiden heeft de juridische fakulteit ertegen geprotesteerd dat een dergelijk artikel in het Leidse reglement staat. Binnen de commissie Polak heeft Olivier betoogd dat een dergelijk artikel in strijd is met het uitgangspunt van de WUB, dat de beslissingen moeten worden genomen op het middenniveau. Dat is doorbroken door de handelswijze van het CvB. Het is echter in dit geval niet alleen het CvB dat ondemocratisch handelt maar er zijn ook bepaalde elementen in het VU-reglement die niet als democratisch aangemerkt kunnen worden. H. Br.: Je zegt natuurlijk nooit van jezelf dat je ondemocratisch handelt. Je moet gewoon van elkaar aannem.en dat je de intentie hebt om democratisch te handelen. Ik vind dat je in de eerste plaats met betrekkelijk formele criteria moet gaan werken. Ik zou in ieder geval niet de gedachte willen verdedigen dat besluiten ondemocratisch zijn als ze niet overeenstemmen met je eigen opvattingen. Als besluiten genomen ïy'n door de UR zyn dat dan democratische besluiten? Als het CvB handelt overeenkom.stig besluiten van de UR is dat dan democratisch handelen? Ik denk dat je daar in de huidige juridische universitaire bestuursstructuur ja op moet zeggen. En als je öat wUt aanvechten dan moet je gaan vechten tegen het geldend i'eglement van de universiteit. Dat -s echter een kwestie van opinies, van subjectiviteit en dat leent zich

niet bepaald voor een officieel antwoord. Ik dacht dat met die kwestie van controle op de collegegelden de regel geldt dat de fakulteitsraden niet bevoegd zijn om vast te stellen dat de studenten geen collegegeld hoeven te betalen. A.V.: Zouden ze in uw ogen die bevoegdheid wél moeten hebben? H. Br : Die bevoegdheid hebben ze niet en als ze die bevoegdheid wel zouden hebben dan zou je, en dat is ook de gedachte waartoe de heer Saris zou komen als je uitgaat van de autonomie van de basis, de universiteit moeten opsplitsen in zelfstandige fakulteiten met zelfstandige reglementen e.d. Dat hebben we op dit moment niet en ik kom daar overigens weinig voorstanders van tegen. Het vraagstuk dat de heer Saris aansmjdt heeft eigenlijk twee aspekten. Aan de ene kant zegt hij dat het binnen deze struktuur niet zo moet gaan, raaar secundair is zyn argument dat hij ook die structuur aanvecht. Representativiteit

A. V.: Jeroen heeft gezegd dat je ook binnen de bestaande structuur het niet moet spelen via het College van Dekanen, dienstbevelen en wat dies meer zij. H. Br.: Het is helemaal geen dienstbevel. Het College van Bestuur en de UR, zijn verantwoordelijk voor de naleving van het universiteitsreglement. Personeelsleden zijn hieraan ook gebonden. Je kunt dus van de personeelsleden vragen dat zij zich aan de bepalingen hieruit houden. Nóch voor fakulteiten, nóch voor individuen geldt dat ze volstrekt autonoom zyn. Je kunt in de Universiteit niet aan de ene kant een soort ethos van het vrije be-

de nieuwe collegewet, door een aantal (sub)fakulteitsraden besloten was een zgn. schaduwadministratie in te stellen. Het College van Bestuur achtte dit in strijd met het VU-reglement, schorste de besluiten en droeg ze ter vernietiging voor aan de Universiteitsraad. Dit was voor de boycotters aanleiding om de desbetreffende (sub)fakulteiten te bezetten, temeer daar de (sub)fakulteitsbesturen achter het College van Bestuur bleken te staan. Hoewel de acties van de boycotters officieel geleid en gecoördineerd werden door de actiegroep 'Stop het KvB', bleek toch dat de SRVU in dit hele proces een belangrijke rol speelde. Op verzoek van Ad Valvas gingen H. Brinkman (College van Bestuur) en Jeroen Saris (voorzitter SRVU) dan ook aan één tafel zitten om over een door A. V. bedachte lijst met vragen te discussiëren. roep claimen en aan de andere kant werknemer van de universiteit zijn. J. S : Voor dat werknemerschap zi]n ook bepaalde democratische procedures. Die mogelijkheden, via de verschillende raden worden dus ingeperkt wanneer het CvB direkt een beroep doet op de werkgever-werknemersverhouding en eigenlijk langs die democratische spelregels heenwerkt. Het is bovendien de vraag in hoeverre de gevoelens binnen de universitaire gemeenschap doorklinken in de UR. Dat is dacht ik niet het geval gezien de wijze waarop de UR gekozen is. In een groot confllkt is destijds besloten door diegenen die ijverden voor een verdergaande democratisering, om niet mee te doen aan de verkiezingen. H. Br.: Maar nu maakt u een groot aantal veronderstellingen. U zegt in de eerste plaats ben ik het niet eens met de samenstelling van de UR. In de tweede plaats veronderstelt u dat de UR, als zij volgens uw normen zou zijn samengesteld, anders beslist zou hebben. En daar zit dät toch onder, wat ik bedenkelijk vind nl. dat u besluiten alleen maar als democratisch ervaart als ze overeenkomstig uw eigen inzichten zijn. ü moet goed begrijpen, in mijn rol als hd van het CvB, kan ik niet anders dan ook formeel over begrippen als democratie spreken. J. S.: De universiteitsraad hoeft ook niet te beslissen wat wij willen, maar ik had wel verwacht dat zij wat voorzichtiger zou zijn in haar uitspraken, vooral gezien de twijfels die er op dit moment zijn over de representativiteit. Overleg

A. V.: Wij hebben gehoord dat het

overleg over uitstel van de controlemaatregelen nog bezig was en dat er goede hoop was op een compromis. Is in dit licht bezien het politie-optreden wel gerechtvaardigd geweest? H. Br.: Ik begrijp niet precies wat u bedoelt. Er is mij niets bekend over een dergelijk overleg, zodat er ook geen enkele reden is om deze vraag te stellen. Het fakulteitsbestuur der SociaalCulturele Wetenschappen heeft na het ultimatum dat het gesteld heeft aan de bezetters van de Van Eeghenstraat, de zaak in hajiden gegeven van het CvB. Het was uitzichtsloos voor wat het fakulteitsbestuur betrof en toen er geen aftocht plaatsvond heeft de ontruiming plaatsgevonden. J. S.: Na de stafvergadering van vorige week maandag zijn door een aantal stafleden toch wel duidelijke pogingen ondernomen om een compromis te vinden dat voor beide partijen aanvaardbaar moest zijn. Dat compromis is in eerste instantie afgewezen door het subfakulteitsbestuur. Daarop is woensdagmiddag een tweede vergadering van de staf gevolgd waar nogmaals geprobeerd is om een oplossing te vinden. Die oplossing kon er al niet meer komen omdat donderdagmorgen de poUtie voor de deur stond. Daarmee is toch in feite ingegrepen in een onderhandeling die op gang was gekomen. H. Br.: Voor zover mij bekend is van de kant van de bezetters nooit iets afgedaan aan hun eisen en ik ben mij dus van geen onderhandeling bewust. Er was sprake van dat de bezetting op woensdagavond opgeheven zou worden en ik heb 's-naohts tot half een aan de telefoon gezeten maar ik heb nooit meer iets van de bezetters gehoord. J. S.: Het politie-optreden op vrijdag is gekomen terwijl de universiteitsraad nog in discussie was over het bemiddelingsvoorstel dat door de SRVU was gedaan. De beslissing van de UR was dus óf al bekend biJ het CvB, óf het deed er helemaal niets toe. H. Br.: Sorry, dat is een verkeerde voorstelling. Op het moment van de bezetting is door ons al te kennen gegeven dat de bezetting tot politie-optreden zou leiden. Het bemiddelingsvoorstel van de SRVU was geen bemiddelingsvoorstel. De uitspraak van de UR was een uitspraak in termen van een oordeel van de UR over het beleid ten aanzien van de actievoerende studenten. Wat dus volkomen losstond van de uitvoering van dat beleid, inclusief het inroepen van politiehulp. Ook wanneer de UR een andere uitspraak zou hebben gedaan, dan

nóg zou ontruiming hebben plaatsgevonden. Dat was onafhankelijk van elkaar geprogrammeerd. Aanvankelijk zou het politie-optreden al 's morgens vroeg hebben plaatsgevonden, maar dat ging niet door omdat er die nacht te veel bezetters waren. Hierna ontspon zich een uitgebreide discussie over escalatie en de-escalatie en de schuld die beide partijen elkaar in de schoenen probeerden te schuiven. Dit was een probleem waar men niet uitkwam. (En waarschijnlijk op korte termijn ook niet uit zal komen). Brinkman zei ervan overtuigd te zijn dat de bezettingen de oorzaak waren geweest van de escalatie, terwijl Jeroen Saris aanvoerde dat de halstarrige houding van het CvB met betrekking tot het uitvoeren van artikel 83 de escalatie had bewerkstelligd. Aanvaard m i d d e l

Vervolgens stelde A. V. aan Jeroen Saris de vraag of hij in het algemeen tegen politie op de universiteit was. De heer Brinkman had in een eerder gepubliceerd interview met Ad Valvas zijn standpunt hierover meegedeeld, (zie Ad Valvas d.d. 7 december 1973.) J. S.: Ik vind het onder alle omstandigiheden een onaanvaard-n bare zaak. Politie optreden verhelpt niets aan de conflicten die er liggen, het ruimt de oorzaken niet uit de weg. Het betekent alleen maar een te hulp roepen van krachten buiten de universiteit om interne konfUkten te onderdrukken. Het ook zo dat bezettingen de laatste jaren al niet meer zijn vervolgd. Dat is toch wel een teken dat het middel onder brede lagen van de bevolking is geaccepteerd. H. Br.: Kijk, als de heer Saris gelijk zou hebben, dus als bezettingen niet meer illegaal zouden ziJn, dan zouden we natuurlijk nooit politiehulp kunnen krijgen om bezettingen op te heffen. Wat betreft de vervolging van de bezetters is de Nederlandse strafwetgeving lek. Als je nu de vorige week neemt; er vliegt een kamerdeur open, er stormen vier kerels binnen, ze zeggen tegen je: 'U bent bezet, onmiddellijk eruit enz.' Ik kan mij met geen mogelijkheid voorstellen dat dit aanvaard en aanvaardbaar is en blijkens de coöperatie die we van politie en justitie hebben gehad is het ook niet zo. Maar ondanks alles blijft het inroepen van politiehulp toch het laatste middel. J. S.: Het is hetzelfde probleem als in feite bij het stakingsrecht is geweest. In het begin was het ook zo dat de politie daartegen optrad, dat er uitsluitingen plaatsvonden enz. Er is een strijd nodig geweest om dit middel aanvaard te krijgen. Dat op dit moment de politie zich daaraan niet aanpast is een kwestie van tyd. H Br.: Ik vind de analogie volstrekt foutief. Staken is iets anders dan bezetten. Bij het laatste dring je gewoon als groep, met geweld binnen en verhinder je andere mensen om te werken.

Vervolg op pag. 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 141

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's