Ad Valvas 1973-1974 - pagina 65
21e JAARGANG — NUMMER 8
26 OKTOBER 1973
\A/EEKBLA[D\/miJÊL-JNIVERS|-I-EI"T" jgi uietiten h ui Svestinf.. worden is de zelfstandige woonbehoefte van alleenstaanden. Vroeger ging Je pas het huis uit als Je ging trouwen en anders was daar geen sprake van. Nu gaat men veel sneller zelfstandig wonen, dat geldt voor werkende jongeren en ook voor studenten. Ik begryp niet waarom al die gToepen afzonderiyk gehuisvest zouden moeten worden, dat lykt me ook ongewenst. Waarom zou Je alle werkende Jongeren by elkaar moeten brengen, alle verpleegsters by elkaar moeten brengen, alle studenten by elkaar, enzovoort, ik vind dat Je dat zou moeten mengen en dan nog in concentraties die niet te groot zyn.
STUDENTENHUISVESTING GAAT 'OVER' Ongeveer twee weken geleden heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimteiyke Ordening een persbericht doen uitgaan waarin werd meegedeeld dat de staatssecretarissen Klein en van Dam een gesprek hadden gevoerd over de positie van de Studentenhuisvesting. Beide bewindslieden bleken van mening te zijn dat de zorg voor de studentenhuisvesting diende te worden ingepast in het totale beleid van de volkshuisvesting en dat daarover een verder overleg gevoerd moest worden. Omdat die inpassing van de studentenhuisvesting in het totale volkshuisvestingsbeleid wel eens verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben voor de studenten heeft Ad Valvas een gesprek aangevraagd met staatssecretaris van Dam om hierover wat meer helderheid te krijgen. Dat gesprek verliep ongeveer als volgt: A. V.: Wat moet er precies worden verstaan onder inpassing m het totale volkshuisvestingsbeleid? V. Dam; Tot nu toe is de zorg voor de studentenhuisvesting een zaak geweest van het ministerie van Onderwijs en dat is toen- , dertijd zo geregeld vanuit de gedachtengang dat de studenten ook wat betreft hun voorzieningen een aparte benadering verdienden. Hun liuisvesting werd beschouwd als een onderdeel van him hele student zijn. Die opvatting is met name de laatste Jaren nogal wat veranderd zowel bij het centrale bestuur als bij de studenten zelf en wij vinden eigenlijk dat de huisvesting van alle bijzondere groepen — of we nu praten over bejaarden, over werkende jongeren, over verpleegsters of over alleenstaanden, of dat we praten over studenten — dat die huisvesting zoveel mogelijk geïntegreerd moet zijn in alle andere volkshuisvestingsplamien. Het streven moet er op gericht zijn bij de huisvesting van deze bijzondere groepen zoveel mogelijk een integratie na te streven in de rest van de bebouwing. Een gevolg van die visie is dat je indien mogelijk voor deze bijzondere groepen in wat kleinere concentraties bouwt. Het betekent ook in de praktijk dat er geen aparte regelingen meer komen voor één bijzondere groep maar dat het denkbaar is dat je een regeling maakt voor alle bijzondere groepen, waarmee dus de studenten gelijkgeschakeld zouden worden met allerlei andere groepen. Voor de direkte praktijk betekent het dat de studentenhuisvesting overgaat naar het ministerie van Volkshuisvesting en daar dan in mijn portefeuille zal komen. A. V.: Er sijn natuurlijk twee dingen te onderscheiden nl. de toekomstige bouw, en dan krijg je de ontwikkelingen die u nu schetste, èn loat er nu al staat en dat is een heleboel. Wat gebeurt daar nu mee? V. Dam: Kijk het is duidelijk dat de studentenhuisvestmg die nu bestaat als zodanig bhjft functioneren, dat is in eerste instantie nog een zorg voor Klein maar we hebben afgesproken daar voortaan overleg over te
hebben. Wat de stichtingen betreft ik ben niet van plan om daar iets aan te veranderen maar wat de bewoning betreft: ik kan me voorstellen dat je tn de toekomst zegt: kijk eens we hebben nu een integraal plan voor de huisvesting van bijzondere groepen, we hebben een voorraad van huizen die voor die groepen bestemd zijn, en van die voorraad maken deel uit de huizen die nu bestemd zyn voor studentenhuisvesting. Maar dat zou allemaal deel moeten uitmaken van een toekomstig plan voor mensen met bijzondere woonbehoeften en dan zou bij de verdeling van die woonvoorraad ook naar alle bijzondere groepen moeten worden gekeken. Maar voorlopig zeg ik: die huizen zijn voor studenten gebouwd. A. V.: Maar die stichtingen wilt u gewoon handhaven? v. Dam: Ja, maar in een later stadium wil ik wel in het kader van zo'n beleidsplan met hen praten over hoe we nou tot zo'n geïntegreerde aanpak kunnen komen. Dat zou er toe kumien leiden dat in de toekomst op een complex waar nu. alleen nog studenten wonen ook anderen komen te wonen en dat bijvoorbeeld ook studenten komen te wonen op complexen die nu voor verpleegsters zijn bestemd. A. V.: Op de rijksbegroting van studentenhuisvesting staan nog ivel eens posten die met huisvesting eigenlijk niet so veel te maken hebben. Volgens de huidige subsidieregeling mag er bijvoorbeeld wel eens ontmoetingsruimte gebouiod worden door zo'n stichting; is het denkbaar dat dat so blijft of segt u: daar moet ik eerst eens naar kijken? V. Dam: Ik heb daar met Klein over gesproken en ik vind dat als je integreert in het totale volkshuisvestingsbeleid dan moet ook de financiering geïntegreerd worden in dat totale beleid m.a.w. het sterk afwijkende systeem voor de subsidiëring van de studentenhuisvestmg zoals dat tot nu toe is geregeld moet worden omgebouwd tot het systeem dat voor de volkshuisvesting geldt. Blj de volkshuisvesting kennen wij geen ontmoetingsruimte en als dat al bestaat dan wordt het verhaald op de huur-
PKV-VOORSTEL AFBESTEliD Het voorstel van de PKV-fractie waarin werd gepleit voor uitstel van betaling van college- of inschrijfgeld, vereist voor het afleggen van tentamens en examens, is In de laatste UR vergadering met een geringe meerderheid ver-
Renovatie
worpen. In het voorstel werd verzocht de vereiste betaling op te schorten tot na de parlementaire behandeling van het wetsontwerp Klein. Er waren 13 stemmen vóór, 15 stemmen tegen en 1 onthouding.
Marcel van Dam: studentenhuren ders, dus ik heb tegen Klein gezegd: wat een zaak van Onderwijs blijft dat zijn de extra voorzieningen die men aan studenten wil geven. Als men die by Onderwijs nodig vindt voor studenten, piima, maar dat blijft een zaak voor Onderwijs. Dat kan dan nog wel geregeld blijven worden door die stichtingen want die houden toch wel hun link met de universiteiten, maar die extra voorzieningen zyn een puur financieringsprobleem.
Overdracht A, V.: Is het de gedachte dat die stichtingen zich souden gaan ontwikkelen tot sogenaamde toegelaten instellingen die sich bezig gaan houden met de huisvesti7ig van jongeren in brede sin? V. Dam: Ik weet niet of het nu precies deze jm'idische vorm moet zijn, maar ik zou het niet betreuren als de stichtingen studentenliuisvesting in deze beleidsvisie ook eens gingen nadenken hoe ze daaraan een bijdrage zouden kunnen leveren. Dat zou ik toejuichen en daar wil ik graag met ze over praten te zijner tyd als die hele overdracht geregeld is. A. V.: Welke procedure stelt u sich daarbij voor en op welke termijn gaat dat allemaal gebeuren. v. Dam: De ambtenaren moeten nu gaan uitzoeken wat dat voor problemen met zich meebrengt, dat inbouwen van de studentenhuisvesting in een ander financieringssysteem. Dat zal met de betrokkenen moeten worden doorgesproken en ik vind dat Klein dat maar moet doen en als dat allemaal rond is dan is het nog maar een formaliteit om die overdracht een feit te maken. A. V.: Denkt u dan aan een termijn van een jaar of so?
toch al laag. V. Dam: Ik zeg een jaar, ik hoop dat bij de volgende begroting de zaak op onze begToting staat, dat is dus in september. A. V.: Het personeel heeft op dit ogenblik een ambtenaren status, het is bij de universiteit in dienst. Wat gaat daarmee gebeuren? V. Dam: Ik zie geen enkele moeilijkheid zo op het eerste gezicht: ik zie niet in dat er iets zou veranderen want dat werk dat nu gedaan wordt, dat moet gedaan blijven worden. Voorlopig verandert er al helemaal niets. Het zou een punt kunnen worden in de toekomst by nieuwbouwprojecten waarby je die gemengde bewoning zou hebben, het is denkbaar dat er in die toekomst een andere figuur gevonden wordt voor het onderhoud van die projecten. Maar ik zie niet in dat er dan minder mensen nodig zouden zyn dan ' nu en wat de status van die mensen betreft: als ze ambtenaar zyn dan blijven ze toch ambtenaar. Voor onrust onder die groep lykt me helemaal geen reden. A. V.: Hoe stelt u sich in de toekomst het bouwbeleid voor, bent u van plan om te zeggen: er worden geen complexen gebouwd alleen voor studenten, vanaf heden wordt er alleen maar gebouiod in mengvorTnen? V. Dam: Dat raakt het totale huisvestingsbeleid voor byzondere groepen. Wat is er na de oorlog gebeurd? Men heeft vrywel uitsluitend gebouwd voor gezinnen, daar was de nood het grootst en vrywel alles wat men bouwde was goed. Dat kwantitatieve tekort wordt nu een beetje ingelopen, in sommige delen van het land is het al ingelopen, maar er is een hele nieuwe woningbehoefte bygekomen en het belangETÜkste probleem, waar we nu in volle omvang mee geconfronteerd
A. V.: Studenten willen graag,in de stad wonen maar dat is voor de stichtingen vaak te duur, de stichtingen studentenhuisvesting krijgen geen subsidie volgens de geldende renovatieregelingen, althans niet volgens de beste, is er kans dat dat verandert? V. Dam: Dat is best mogeiyk, de stichtingskosten liggen voor een woningwetwoning in de zelfde orde van grootte als voor een studentenflat, als je er tenminste van uitgaat dat je in zo'n woning byvoorbeeld ook drie studenten zou kimnen huisvesten In contacten met woningbouwcorporaties biykt ook dat zy nadrukkeUjk een taak claimen op dit terrein. De S.S.H.'s zouden dus eens contact met dergeiyke corporaties moeten zoeken. Je zou niet een hele wyk moeten renoveren voor alleenstaanden, maar als je een aantal huisjes hebt kun je zeggen ik geef er tien aan studenten of aan andere alleenstaanden. We moeten meer de gewone huizen laten bewonen door meerdere alleenstaanden, de financiering is dan ook vry simpel. Als je een woningwetwoning hebt met een huur van vierhonderd gulden, die is moeliyk te verhuren. Als Je daar een aantal alleenstaanden inzet en je kykt eens wat voor huur ze dan elk moeten betalen, dat is best te doen.
Vervolg op pagina 2
Eindredaktïe: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Bedaktie-adres: De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. Kopü, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiteriyk maandagmorgen om 10 uur binnen zyn. Advertenties: J. G. Duyker, Amsterdamseweg 397, Amstelveen. Postbus 228. Tel. 020-43 26 IS; bgg 43 Ift'lO.«
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's