Ad Valvas 1973-1974 - pagina 250
8
OSGN-KONGRES OVER SURINAME Op 9, 1^ en 11 april a a n s t a a n d e zal de OSGN in de Oudemanhuispoort een kongres houden over de geschiedenis van Suriname. De OSGN is de landelijlie organisatie van geschiedenisstudenten in Nederland. We hebben als OSGN voor dit kongres Suriname als onderwerp gekozen omdat n a a r onze mening de Nederlandse historici t e weinig a a n d a c h t besteden en besteed hebben a a n de geschiedenis van dit land. Zulks in flagrante tegenstelling tot de belangstelling voor de problemen van h e t Suriname van nu en van de toekomst. Een tweede reden om een dergelijk kongres te organiseren is onze overtuiging dat h e t van groot belang is voor de situatie waarin we nu verkeren, om h a a r geschiedenis te kennen. Te weten hoe de zaken ontstaan zijn kan een m a nier 7Ajn om h u n wezen beter te begrijpen. Daarom vinden wü d a t het noodzakelijk is de geschiedenis van Suriname beter te kennen dan tot nog toe h e t geval is. Een derde reden vinden wU in de stRnd van zaken omtrent onze eisen Nederlandse geschiedenis. Wij vinden dat te weinig kennis van wat de Nederlanders bv. in Suriname hebben gedaan, gauw kan leiden tot een vertekend bopld van onze vaderlandse historie.
O^S. T. HOyTßÄST Het begrip 'geluidspektrum' sn^plt een belangrijke rol zowel in de akoestiek als in de audlolosie Het spektrum van een geluid ^epft a a n op welke wijze de lïi^l' idsintcnsiteit verdeeld is over dp frpkwentieschaal. Al in een vropi stadium in de gehoorlDaan, in het slakkehuis, wordt een geli'i<i onderworpen a a n een frekwpntipanalyse, waarbij een soort afr-piding ontstaat van h e t geliiifisr'pktrum. Deze afbeelding vormt de basis voor de verdere auditieve processen die uiteindeliik leiden tot de geluidwaarne-
Knrte samenvatting van het proefschrift "Lateral suppression in hearing. A psychophysical s t u dy on t h e ear's capability to p r e serve and enhance spectral contrasts.' waarop drs. T. Houtgast te Soest afgelopen woensdag promoveerde tot doctor in de wiskunde en natuurwetenschappen. Promotor was prof. dr. ir. B . Plomp.
Kongresopzet Vanuit deze redenering zijn we tot de volgende kongresopzet gekomen. Op de eerste dag houden we ons voornamelijk bezig met h e t Suriname van voor 1863. De tijd van de slavernij dus. Het kongres wordt geopend door drs. P. C. Emmer (Rijksuniversiteit Leiden), die h e t zal hebben over de ekonomische geschiedenis van Suriname vanaf ± 1750— ± 1830. Daarbij komt a a n de orde de rentabiliteit van Suriname voor Nederland en de afschaffing van de slavenhandel (1818). Na drs. Emmer zal mevr. dr. S. W. de Groot (UvA) een lezing houden over de wegloperij onder de slaven in de achttiende en n e gentiende eeuw (—1863). W a t waren de redenen voor de slaven om van de plantages weg te lopen en hoe reageerden Gouvernement en planters op dit verschijnsel? 's Avonds houdt prof. dr. M. C. B r a n d s (UvA) een lezing over het onderzoek n a a r rassen en h u n verhoudingen in het Caraïbisch gebied. Welke waarde in h e t onderzoek moet a a n het begrip r a s worden toegekend of kan m e n het geheel wegredeneren als een zelfstandige k r a c h t in een m a a t schappij? Welke onderzoeksprojekten zijn er d a n a a n te wijzen voor Suriname? Op de tweede dag staan twee lezingen op h e t programma. De eerste is van drs. P. Boomgaard (VU) over de ekonomische geschiedenis van Suriname n a 1863 met de n a d r u k op de twintigste eeuw: de ondergang en wederopkomst van de plantagekultuur in de landbouw, de opkomst van de bauxiet enz. I n de tweede lezing van die dag zal dr. H. E. L a m u r (UvA) ingaan op de demografische veranderingen in S u r i n a m e m e t n a m e n a 1945 en de invloed d a a r v a n op de raciale en klassenverhoudingen, 's Middags is er gelegenheid in diverse themagroepjes bepaalde onderwerpen te bediskussiëren. Er ziJn ongeveer 6 t h e m a ' s uitgewerkt (bv. h e t belang van h e t historisch onderzoek voor h e t S u r i n a m e van n u ; de ontwikkeling
van de Surinaamse klassen en de partijvorming in Suriname in verband met de ontwikkeling van de rassen). Voor deze themagroepjes worden diverse inleiders uitgenodigd. 's Avonds is er een kulturele avond waarop enkele films (o.a. Gebri Doro, wel de eerste Surinaamse speelfüm genoemd) en een a a n t a l Surinaamse sclirijvers (o.a. J u d i t h de Kom) op h e t progi-amma staan. De derde en laatste dag is geheel gewijd a a n h e t hedendaagse Suriname, 's Morgens worden er d a n twee inleidingen gehouden en in verband met h e t forutn^dat 's middags gehouden zal worden onder h e t motto 'Suriname in 1974: klassenstrijd of rassenstrijd?' De eerste inleiding zal gehouden worden door prof. dr. J. D. Speckm a n n (Rijksuniversiteit Leiden) over de positie van de hindoestanen. De tweede inleiding, die zal moeten gaan over de ontwikkeling van de klassen en de klassenstrijd in Suriname wordt waarschijnlijk gehouden door Rudi Kross. I n h e t forum zullen o.m. zitting nemen prof. dr. G. J. Kruijer (UvA), ds. P. Jansen, drs. G. A. de Bruijne (VU)), Rudi Kross, prof. dr. J. D. Speckmann. Ter voorbereiding van h e t kongres geeft de OSGN een kongresm a p uit waarin bijdragen van de sprekers en deelnemers a a n het forum. Ook zullen in deze m a p de resultaten van enkele werkgroepen van geschiedenisstudenten in den lande die zich hebben bezig gehouden met aspekten van de Surinaamse geschiedenis worden opgenomen. De omvang van deze m a p schatten we op zo'n 120 pagina's. De kosten van deelname kunnen zeer laag gehouden worden t.w. ƒ 10,— inklusief kongresmap. Belangstellenden kunnen zich opgeven bij OSGN Historisch Seminarium Herengracht 286 AmiSterdam Zolang de voorraad strekt kan ook de kongresmap a p a r t gekocht worden a a n hetzelfde adres. De kosten van deze m a p bedragen ƒ3,50.
Het adres van de promovendus luidt: Eigendomweg 83 te Soest. Het proefschrift is uitgegeven bi) de Academische Pers BV - Amsterdam.
Ecce Homo van Koeland Koning. Roeland Koning, geboren in 1898, behoort met Kees van Dongen en J a n Sluyters tot de Nederlandse expressionisten die in eenzelfde bred? stijl schilderen. Zijn Ecce Homo is het meest expressionistisch. Hel schilderij uit 1955 geeft op een heel sterk sprekende wijze de tekst weer van Jesaja 53 vers 2: 'Hij had gestalte noch luister dat wij hem zouden hebben aangezien.'
DE WETENSCHAPPELIJKHEID
Zie de mens
VAN
Hij heeft een bloedneus net als ik toen zei de kleine jongen.
ming. Het t h e m a van h e t proefschrift is de vraag n a a r de 'scherpte' van deze afbeelding, m.a.w., in welke m a t e de k o n t r a s ten, die in een geluidspektrum aanwezig zijn, zich in de auditieve afbeelding v a n d a t spektrum manifesteren.
Personalia: T a m m o Houtgast, op 22 augustus 1941 te Zeist geboren, studeerde van 1959 t / m 1964 technische n a tuurkunde a a n de T.H. te Delft. Per 30-l-'62 t r a d hij bij TNO in dienst. Van 1962 t.m. 1964 was hij als student-medewerker biJ de Technische Physische Dienst TNO-TH, afd. Akoestiek (Delft) werkzaam; vanaf 1964 is hij als wetenschappelijk medewerker a a n h e t Instituut voor Zintuigfysiologie TNO, afd. Audiologie (Soesterberg) verbonden.
Bij de ingang van het hoofdgebouw h a n g t in de laatste lijdensweek van 7-15 april het sohildery
I n de dichtbundel Land in Zicht gaf J a a p Zijlstra de reacties weer v a r ons als toeschouwers:
LITERATUURWETENSCHAP
I n h e t proefschrift wordt een methode beschreven waarmee de auditieve afbeelding van een geluidspektrum kan worden onderzocht. Het blijkt d a t de auditieve afbpelding een overdreven beeld geeft, als een soort karikatuur, van de vorm van h e t geluidspekt r u m ; er treedt 'kontrastversterklng' op. Dergelijke effecten zyn reeds lang bekend by de visuele afbeelding van een Ucht-donker verdeling en worden beschouwd als een gevolg van 'zijdelingse onderdrukking.' Het 'doel' hiervan kan zijn d a t zo'n overdreven afbeelding tot een betere herkenning en diskriminatie leidt. Het inzicht d a t een dergelijke overdrijving ook optreedt bij de auditieve afbeelding van de vorm van een geluidspektrum heeft belangrijke konsekwenties voor verschillende gehoortheorieën.
Eccc Homo
Dat was de titel van de inaugurele oratie die dr. S. A. Varga hield bü de aanvaarding van zijn a m b t als hoogleraar in de franse letterkunde. Hij zei onder meer: Ër heerst alom een zekere m a laise onder h e n die zich met de wetenschappelijke studie van de literatuur bezighouden. Deze m a laise is te verklaren uit de noodzaak om in h e t licht van de m o derne wetenschapstheorie taak en methode van de eigen vakwetenschap kritisch te bezien, waarbij hoe langer hoe meer blijkt dat de studie van de literatuur nimmer autonoom is geweest; h a a r i n strumenten en h a a r terminologie ontleende zij steeds a a n andere vakwetenschappen. Hierbij speelden vooral de geschiedenis en de taalkunde een belangrijke rol. I>e wetenschappelijke status van de literatuurgeschiedenis is btJ n a -
« Zouden de • het College J ingetrokken •
faciliteiten van van Bestuur ook kunnen worden? floor, olifantsoor
der inzien vry dubieus. Deze kan hetzij als de studie vain de relatie tussen leven en werk van een schrijver opgevat worden (SainteBeuve) — en hierover kunnen zinvolle wetenschappelijke uitspraken nauwelijks worden gedaan — h e t zij als de esthetisch-psychologische studie van teksten en genres (Lanson) — en dit kan dikwijls niet meer historisch genoemd worden. Onder deze omstandigheden is h e t dan ook niet verwonderlijk dat een vergeUjking tussen de problematiek van de geschiedwetenschap en die van de literatuurgescliiedenis in feite weinig oplevert. Een exclusief taalkimdige benadering v a n de studie van de literatuur werpt, zoals de diskussie van de laatste j a r e n bewees, eveneens veel problemen op, daar voor een adekwate beschrijving van literaire feiten steeds weer een beroep gedaan moest worden op buitenlingulstische gegevens. I n h e t Ucht van het bovenstaande wordt liier gepleit voor h e t o n t werpen van een model voor de literatuurwetenschap d a t overeenkomsten vertoont met de traditionele rhetorica. Een rhetorisch georiënteerde literatuurwetenschap moet de functionele onderlinge s a m e n h a n g van linguistische, a r gumentatieve, psychologische en ideologische elementen in (literaire) teksten a a n kunnen tonen en de scheiding tussen historische, taalkundige en andere benaderingswijzen van de literatuur op kunnen heffen.
Ook andere mensen die in h u n goede dagen waren liepen voorbij — een schilderij voelt zich niet gepasseerd.
De meneer die het schilderij zag en die het kon weten m a a k t e zijn bril schoon en zei al poetsende het schilderij is goed van-expressie, het is expressief, zei hij, zou het gaan regenen, wat denk je?
De volgende dag begon h e t te regenen. Het stüle meisje dat Jezus h a d gezien was bedroefd, ze h a d pijn in h a a r ogen en 's naqhts zocht zij n a a r de doorn in h a a r voorhoofd De kleine jongen zei tegen zijn moeder: ik hoef niet n a a r de hemel.
De vrouw die koeken bakken wou voor de Pasen liep het schilderij voorbij op Goede Vrijdag.
Alles is anders zei toen zijn moeder, morgen, als we opstaan. J.
Stw.
informatiecentrum hnutdg«houw knmcr JO 03
P l a t s t u d e n t e n vergeleken met overige studenten door F r a n k Brokken en Mik van Es, psychologie-studenten uit Groningen. Verslag van een onderzoek d a t tot doel h a d n a te gaan of studenten die op studentenflats wonen inderdaad verschillen van andere studenten wat betreft sociale kontakten, studieproblemen, psychische problemen, woonsatisfaktie. De Mammoet-experimenten; eindverslag van de Commissie VWO, HAVO, MAVO. 's-Gravenhage, Staatsuitgeverij, 1974, 196 blz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973
Ad Valvas | 370 Pagina's