Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 233

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 233

8 minuten leestijd

2leJAARGANG — NUMMER 26

22 MAART 1974

W E E K B L A D VRIJE UNIVERSITEIT

GROEIEND TEKORT AAN PERSONEEL Bij de eerste ronde van de begrotlngsbehandelins 1975 is de UR, zij het niet van harte, ermee aecoord gegaan dat bij het opstellen van de be§rroting: personeelsformatie de personeelstudent ratio als uitgangspunt Is gehanteerd. De bezwaren van de ÜK waren van principiële a a r d : men is het niet eens met deze methode ter bepaling van de personeelsbehoefte. De reden dat men er toch mee aecoord ging is dat men geen andere mogelijkheid zag om de minister duidelijk te maken dat de VU dringend om personeelsplaatsen verlegen zit. En o m d a t de minister bij de toewijzing van personeel ook de personeelstudent ratio h a n t e e r t hoopt men h e m op deze wijze met zijn eigen wapen te bestrijden. Op de lange termijn a c h t men deze ratio echter geen reële maatstaf, hij wordt nu slechts gehanteerd bij gebrek a a n beter. Hoezeer de VU zit te springen om personeel blijkt ook uit de brief van het CoUege van Bestuur aan staatssecretaris Klein waarin de moeilijke situatie wordt uiteengezet. Deze brief is een voorstel voor de verdeling van de formatieplaatsen die de minister voor 1974 nog in reserve heeft. En ook m deze brief wordt de personeel-student ratio gehanteerd in een poging het ministerie van de nood te overtuigen. KELATIEVE GROEI VU Wat is namelijk het geval? De laatste jaren is een toenemend percentage van de eerstejaarsstudenten naar de VU gegaan; en dat betekent dat de Vü niet alleen groeit In absolute zm maar ook relatief ten opzichte van de andere universiteiten. Dit verschijnsel was al enige jaien aan ae gang toen in 1972 de personeelsstop werd ingesteld. Omdat die snelle groei niet vantevoren te voorzien was had de Vü op dat moment voor het'" '-nwezige aantal studenten eigenlijk te weinig personeel. Normaal gesproken had dat in de daarop volgende jaren geleidelijk recht getrokken moeten worden maar door de plotselinge bezuinigingsdrift bij het wetenschappelijk onderwijs is daar niets van terechtgekomen. Weliswaar heeft de Vü wel wat extra personeelsplaatsen gekregen m 1972 en in 1973 maar omdat ook de relatieve groei van de VU ten opzichte van de andere universiteiten is doorgegaan is de situatie in feite niet verbeterd. Overigens is de VU niet de enige die in een ongunstige positie verkeert, ook Gi-oningen en Utrecht hebben relatief 'te weinig' personeel, Leiden en de GU daarentegen hebben relatief 'teveel' personeel. Het feit dat c'-GU een aantal numerl fixi heeft aangevraagd en Lelden voor alle studierichtingen een fctop, tekent overigens wel hoe dit 'teveel' moet worden opgevat. Mil ar al is de VU dan niet de enige instelling met een achterstand, bij de VU is hij relatief V el het grootst. GROEIENDE ACHTERSTAND In de brief wordt dit nog eens aan de bewindslieden voorgerekend, In 1973 was de achterstand m eerste instantie 193 formatieplaatsen, na een extra toewijzin" om de achterstand wat weg te werken (91 plaatsen) bleef er nog een tekort van 102 plaatsen over. Inmiddels zijn we in 1974 en er is weer een aantal studenten bijgekomen en als we nu gaan berekenen hoeveel personeel de

VU zou moeten hebben (op basis van dezelfde ratio als in 1973, die overigens alweer slechter was dan in 1972) dan blijkt de achterstand van de VU te zijn aangegroeid tot 230 personeelsplaatsen! EFFECT MACHTIGINGSWET Na te hebben geschilderd dat deze achterstand in een aantal studierichtingen tot grote problemen leidt, signaleert de brief dat door toepassing van de Machtigingswet (plaatsingscommissies en numerl f 1x1) de VU nog niet eens het aantal studenten heeft gekregen dat als eerste voorkeur de Vü had opgegeven. 25 pet. van de studenten die naar de VU hadden gewild zijn elders geplaatst door plaatsingsconunissies terwijl er ook nog een aantal op grond van numerl fixi is afgewezen. Was dat niet het geval geweest dan was de achterstand van de VU nog veel groter geweest. In een bijlage wordt een en ander toegelicht: het blijkt dat van de 2389 studenten die zich op 1 februari '73 hadden aangemeld met de Vü als eerste voorkeur er maar 1525 aan de VU zijn geplaatst. Etoor de numerl fixi vielen er 353 af, door plaatsingscommissies werden nog eens 511 studenten naar elders verwezen. Bij elkaar 36 pet. van de studenten die naar de VU wilden. Een en ander is mede het gevolg van die achterstand en gezien het karakter van de VU is dat 'zeer betreurenswaardig'. Het College van Bestuur doet dan

ook een dringend beroep op de staatssecretaris om by de verdeling van de personeelsplaatsen met deze factor rekening te houden. VERSLECHTERING SITUATIE Het is maar de vraag of dat veel zal uithalen. Wat blijkt namelijk: het groeipercentage van het totale aantal formatieplaatsen in den lande blijft achter bij het groeipercentage van het totale aantal studenten. En dat wil zeggen dat de student-personeelsratio dit jaar opnieuw verslechtert met alle gevolgen daarvan voor de capaciteit van de verschillende instellingen voor de komende jaren. De brief laat zich dan ook nogal pessimistisch uit over de kans dat de achterstand van de VU dit Jaar zou worden ingehaald. 'Gezien de bijzonder benarde situatie van de VU zal er bij de voortzetting van het huidige overheidsbeleid ten opzichte van het W.O. in ieder geval uitzicht op het inlopen van die achterstand moeten worden geboden'. HERVERDELING? Maar zoals wel vaker, het venijn zit in de staart: de laatste zin van de brief is: 'Zo nodig zal daartoe naar onze mening ook een herverdeling van de huidige personeelsformaties door V in overweging genomen moeten worden.' Je kunt je wel afvragen of het toepassen van de studentpersoneel ratio die bedoeld was on. de minister van de nood te overtuigen hiermee zijn doel niet voorbij schiet. Dat er In dergelijke termen wordt gedacht is echter wel tekenend voor de ernst van de situatie. A. V. Noot: Het afgelopen jaar had ongeveer 10 pet. van alle vooraanmeldingen de VU als eerste voorkeur en daarvan viel toen zoals boven beschreven 36 pet. af. Volgens de cijfers van de vooraanmelding van dit jaar (25 febr.) heeft 12^ pet. voorkeur voor de VU! (red.)

Tandartsen vieren eerste lustrum

Studentleden raden beter betaald In de univei^siteitsraadvergadering van 26 maart zal het College van Bestuur het voorstel doen de honorering van studentleden in de Universiteitsraad, R.S.A. en (sub) faculteitsbesturen te verhogen. De oude regeling, van 6 februari 1973, hield in dat de studentleden ƒ 750,— per jaar kregen. Ook toen al was men ervan overtuigd dat deze vergoeding niet in verhouding stond tot de hoeveelheid werk die dergelijke funkties met zich mee brachten. Echter, doordat de minister geen haast maakte met een betere, definitieve, regeling gingen hoe langer hoe meer universiteiten over tot het treffen van eigen, van de ministeriële richtlijn, afwijkende regelingen. Het voorstel van het College van Bestuur komt er op neer dat, met Ingang van 1 april 1974 de studenten van Universiteitsraad, het Dagelijks Bestuur van de B.S.A. en de (sub) faculteitsbesturen een basishonorering ontvangen van ƒ 750,— per jaar. Men gaat er daarbij van uit dat het vervullen van dergelijke funkties mimimaal een halve dag per week kost. Voor elke halve werkdag per week die verder nog aan deze funkue wordt besteed ontvangen zij ƒ 750,— meer. De totale vergoeding mag echter niet meer bedi-agen dan ƒ 3000,—. De studentleden van de Universiteitsraad en het Dagelijks Bestuur van de R.S.A. kunnen, volgens het voorstel zonder meer aanspraak maken op de maximale vergoeding. Bij de andere studentleden zal de vergoeding worden vastgesteld aan de hand van

KOPPELINQ HUREN AAN BESTEEDBAAR INKOMEN? In een advies aan de voorzitter van de Academische Raad pleit de Commissie Studentenvoorzieniiigen (CSV) voor koppeling van de huur van studentenkamers, die door plaatselijke stichtingen van studentenhuisvesting worden beheerd, aan het gemiddeld besteedbaar inkomen van de student. Dit zou moeten gebeureh in het kader vaft een nieuw studiefinancieringsstelsel, tot de realisering waarvan de huren van studentenkamers op het peil van 1 oktober 1973 dienen te worden gefixeerd. Hetgeen inhoudt, dat de vaststelling van deze huren losgekoppeld dient te worden van de hoogte van de maximale rijks-

studietoelage. De huurvaststeUing geschiedt van overheidswege en is tot dusver gebaseerd op een maximum percentage van 25 (16 percent kale huur en 9 percent servicekosten) van het Studentenbudget, dat gelijk gesteld is met de maximale rijksstudietoelage. De CSV wijst er echter op, dat slechts ca 15 percent van de studenten een maximale rijksstudietoelage ontvangt. Zii vraagt zich af of het verantwoord is aan de financiële positie van deze betrekkelijk kleine groep der studenten de norm voor studentenkamers te ontlenen. De commissie pleit daarom voor een andere wijze

van huurvaststeUing, waarbü de directe relatie tussen besteedbaar inkomen van de student en hoogte van de verschuldigde huur voor een studentenkamer uitgangspunt is. Iimiiddels is aangekondigd, dat de huren voor studentenkamers per 1 september a.s. met maximaal 7 percent worden verhoogd. Uit het advies van de CSV blükt, dat zij niet positief staat ten opzichte van dit besluit. De Academische Raad zal in zijn op vrijdag 22 maart a.s. in Utrecht te houden plenaire zitting over het advies van zijn Commissie Studentenvoorzieningen beraadslagen. A. V.

de opgaven van de (sub)facuUjiten. INGANG In het voorstel wordt gezegd dat deze regeling, als hij wordt aangenomen, op 1 april in werking zal treden. Gezien de meningen in de UR is het echter niet onmogelijk dat de UR besluit deze datum te veranderen in 1 september 1973. A. V.

ADVERTENTIE

Eindredaktie; Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Guus Herbschleb. Bedaktie-adres: De Boelelaan H05 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. Kopii, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) mterltjk maandagmorgen om 10 uur binnen zijn. Advertenties: J. G. Duyker, Amstelveen. Postbus 228. Tel. 020-4416 7ï b.g.g 05612-541.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 233

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's