Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 131

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 131

16 minuten leestijd

AD VAL VAS — 14 DECEMBFtt

Prof. Polak over WUB:

WIJ GEVEN A LLEEN DE GRENZI

Foto afdeling Voorlichting Landbouwhogeschool.

Door Willem

Kuipers.

DE COMMISSIE­ POLAK De wet van 9 december 1970, houdende tijdelijke voorzie­ ningen met betrekking tot de bestuurshervorming van de Nederlandse universitei­ ten en hogescholen (wet uni­ versitaire bestuurshervor­ ming 1970), in de wandeling de WUB geheten, vraagt in artikel 56 om een commissie voor de bestuurshervorming van de instellingen van we­ tenschappelijk onderwils. Op 6 december 1972 werd deze commissie door de toenma­ lige minister van onderwijs en wetenschappen, mr. C. van Veen, geïnstalleerd. Voorzit­ ter werd mr. J. M. Polak, hoogleraar rechts­ en staats­ wetenschappen aan de land­ bouwhogeschool te Wagenin­ gen, waar hij twee jaar rec­ tor­magnificus was geweest (prof. Polak was ook rege­ ringscommissaris voor de herziening van de politiewet) en leden worden: de Ut­ rechtse emeritus hoogleraar mr. J. J. M. van der Ven (nog docent met onderwijsop­ dracht de wijsbegeerte van het recht), mr. H. J. Wyte­ ma, oud­burgemeester van Alkmaar, mr. A. J. Vleer, burgemeester van Enschede, mr. P. J. Verdam, oud­mi­ nister en thans commissaris van de Koningin In Utrecht en drs. H. Loevendie, oud­ curator van de Tilburgse ho­ geschool en bekend van de commissie die zich met plaat­ sings­ en selectieproblema­ tiek bezighoudt. Aan de commissie werd de jonge ju­ rist B. K. Olivier als secre­ taris toegevoegd. De com­ missie is nu bijna een jaar 'in bedrijf' en zij heeft in die tijd een groot aantal stuk­ ken geproduceerd, waarvan de bekendste zijn: De ver­ houding tussen de universi­ teitsraad en het college van bestuur, de positie van het college van dekanen, de po­ sitie van de secretaris van de universiteit, de samenstel­ ling van benoemingscommis­ sies ex artikel 12, tweede lid WUB, advies commissie voor de bestuurshervorming m.b.t. het bestuursreglement tech­ nische hogeschool Eindho­ ven. Al tweemaal zijn in de Twee­ de Kamer vragen gesteld over de commissie­Polak, eenmaal door de heer Kolthoff (PvdA) die zich er onder meer over verbaasde dat de nota's van de commissie­ Polak wel naar de instellin­ gen maar niet naar de Ka­ mer waren gestum­d, dit In strijd met artikel 56, lid 3 van de WUB en eenmaal door oud­minister De Brauw (DS'70) die vragen stelde over de evaluatie door de commissie­Polak. Staatsse­ cretaris Klein antwoordde dat daarover binnenkort een voorstel van de commissie te verwachten is. Daarom dit interview met prof. Polak, die ingaat op kritiek uit de instellingen op de commis­ sie en algemene uitgangs­ piinten schetst.

De hervorming van het universi­ taire bestuur kan nog tot 1976 duren. In dat jaar moet de zaak geregeld zijn en dient naar de wens van velen het gezeur over de democratisering binnen de muren van onze instellingen voor hoger onderwijs te verstommen. Het gaat de goede kant op. Vol­ gens een goed gebruik Is men aan de top van de pyramide begon­ nen, niettegenstaande het feit dat de WUB­wetgever Veringa zich ervan bewust was dat aan de basis het grote knelpunt zat. Aan de top functioneren colleges van bestuur, universiteitsraden, op het middenniveau faculteits­ besturen en faculteitsraden, manr op het laagste niveau, daar waar vroeger onwrikbaar en onaan­ tastbaar de leerstoel stond, moet nog het een en ander geregeld worden. De structuur van de vakgroep is een heet hangijzer. Voordat er iets gaat gebeuren heeft al een grote groep veront­ rusten, zich scharend achter de Amsterdamse oost­europadeskun­ dige Broekmeijer, geprobeerd het wetenschappelijk personeel te mo­ biliseren. De blik richt zich hoopvol op de commissie­Polak, de commis­ sie die de uitwerking van de WUB begeleidt en in laatste instantie zal evalueren, dat wil zeggen, zal zeggen wat er wel en niet deugt aan de wet, wat kan blijven, wat kan veranderen. De commissie is druk bezig met te bezien of de bestuursreglemen­ ten die de instellingen van we­ tenschappelijk onderwijs inge­ volge de WUB verplicht zijn te maken, zich wel houden aan de WUB. Eén reglement werd al te­ ruggestuurd (Eindhoven), andere, van Utrecht en Amsterdam bv. worden op het ogenblik bekeken. De commissie heeft op grond van haar activiteiten In sommige kringen (van studenten, maar ook van stafleden en niet nood­ zakelijkerwijs de meest progres­ sieven daaronder) de naam ge­ kregen een formalistische club te zijn, een gezelschapje fijnslijpers dat erop uit is de 'WUB terug te draaien'. Prof. Polak, met wie wi) over de commissie praten, zegt van dit stukje meningsvorming schou­ derophalend: 'Ach, formalistisch, het is een woord, het is net wat in Je kraam te pas komt. Wij heb­ ben ons noodgedwongen eerst met de bestuursreglementen bezig moeten houden.'Dat is nu een­ maal een juridisch werkje. Je moet die dingen toetsen aan de wet. Je komt soms tot conclusies waar de mensen het niet mee eens ziJn. Maar het moet gebeu­ ren. Neem bijvoorbeeld die kwes­ tie van het beheer: ik vertaal dat in: wie is er uiteindelijk verant­ woordelijk als er iets mis gaat. Wie is dat? Dat moet vast lig­ gen. Het is wel eens moeilijk dat duidelijk over te brengen. Evaluatie

Nu is het naar mijn bescheiden mening een groot probleem dat de commissie twee duidelijk on­ derscheiden taken heeft: ener­ zijds moeten de bestuursregle­ menten beoordeeld worden, an­ derzijds de WUB in zijn totali­ teit. Polak: De minister of staatsse­ cretaris vraagt ons advies. Wij oordelen niet. Wat die kwestie van die bestuursreglementen be­ treft: onze werkwijze daarbij is heel bijzonder: we bekijken de reglementen, gaan vervolgens naar de instellingen om erover te praten, we gebruiken de infor­ matie die we dan krijgen, beka­ ken de reglementen opnieuw en gaan dan nog eens praten. Het uiteindelijke resultaat gaat als advies naar de minister. Na­ tuurlijk is het zo dat de instel­ lingen autonoom ztjn, maar de controle van bovenaf is toch heel gewoon in ons bestel. Er is toch een rechtsgrond voor deze con­ trole. Alles wat er nu gebeurt is toch een extra waarborg dat het goed gebeurt. Of ziet u dat an­ ders? En dan die evaluatie. Daar is ook een misvatting over en wel een tweeledige: op de eerste plaats zal een onderzoek naar het functioneren van de WUB door onafhankelijke mensen gedaan worden, we zijn bezig zo'n onder­ zoek te realiseren, het wordt een onderzoek door sociale weten­ scnappers: er zal een grote en­ quête gehouden worden in de in­ stellingen. Dat is nog nooit ge­ beurd in Nederland, dat men een wet in zijn werking wetenschap­ pelijk gaat bekijken. Op de twee­

de plaats zullen de resultaten van dit onderzoek bekend gemaakt worden. Wij als commissie zullen er een commentaar bij geven. Ik hoop dat we in 1975, één Jaar voordat de WUB expireert kun­ nen zeggen: wat moeten we nu aan met de WUB. In dat Jaar komt de zaak ook in het parle­ ment, dan zal er zeker ook in de universiteiten weer druk over de wet gediscussieerd worden. In de tussentijd zouden wü wel graag op de hoogte gesteld worden van evaluatie­activiteiten die in de in­ stellmgen plaats vinden, bijvoor­ beeld een onderzoek naar het functioneren van de u­raad. U wordt toch al op de hoogte gehouden. Ik neem, tenminste aan dat de actie­Broekmeijer u niet onbekend is? Polak: Iedereen kan zich tot ons wenden. Ook de studenten kun­ nen dat. Er hebben zich groepe­ ringen aan ons adres vervoegd met de vraag over sommige WUB­ kwesties opheldering te verschaf­ fen, het rectoren­college bijvoor­ beeld met de kwestie van de DC­ noemingscommissies. Wat we dan, uitbrengen zijn adviezen, dat moeten we nuchter bekijken. De waarde van die adviezen zit in de overtuigingskracht van wat er staat. Als men onze interpretatie van de wet niet accepteert, dan niet. Die heeft geen wetskracht. Pas als de minister goedkeurt Is er de wetskracht. Dat neemt niet weg dat u sich wel erg houdt aan de letter van de wet, en minder aan de geest. Polak: Nee, we denken ook in de geest van de wet. Neem een kwestie als personeelsbeheer en personeelsbeleid. De wet is daar hoogst onduidelijk, maar we pro­ beren wel een interpretatie in de geest van de wet te geven. En la­ ten we wel wezen: de geest van de wet is op dit pimt duidelijk. Er is door de WUB een hoop ver­ anderd. Vergelijk de situatie met die van voor de WUB: de senaat is verdwenen, hoogleraren en lec­ toren spreken mee in raden, vroe­ ger hadden ze het toch helemaal alleen voor het zeggen. Ook op het middeninveau. En het vakgroepniveau? Polak: Daarover komt binnen­ kort een nota van ons. Daar uit zal blijken dat studenten en technisch en administratief per­ soneel mee betrokken zijn. In de wijze waarop hopen we meer dui­ delijkheid te scheppen. Er is nu grote onduidelijkheid? Polak: De situatie is nu zeer plu­ riform. Er zijn vakgroepen waar studenten een belangrijke rol spelen. Hoe bepaal je of dat goed functioneert? Waar vergelijk je het mee? Niet met de situatie van vroeger, die is gelukkig veranderd. Kan het niet zo pluriform blijven? Polak: Het pluriforme is een we­ zenskenmerk van democratie. Maar er moeten toch grenzen ge­ steld worden, anders ben je af­ hankelijk van toevallige machts­ verhoudingen. Toevallig? Polak: Een bijeenkomst waarin belangrijke beslissingen genomen worden, kan erg door toevalsfac­ toren bepaald worden. Dat heb­ ben we gezien in de periode die aan de WUB vooraf ging. De WUB is niet alleen experimenteel; er worden ook grenzen gesteld. Als je die grenzen nu aan geeft, loop je het risico dat men zegt: wat kinderachtig, op die manier is het toch geen experimentele wet. Vooral studenten kunnen dat toe­ vallige, waarop u doelde in de hand werken? Polak: Ja, zijn ze in staat het moeilijke proces van bestuur te blijven vormgeven. Er zijn in de universiteit nu eenmaal blijvers en wiJkers, dat onderscheid maak ik niet, dat maakt de wet. Aan blijvers mag een belangrijker stem worden toegedacht. De blijvers kunnen een verstar­ ring in de hand werken. Polak: Je kunt ook zeggen, in plaats van verstarring, rust. Ik vraag me af zijn we die rust in onze instellingen niet kwijt. IK ben geneigd die rust te beklemto­ nen. Het onderzoek, waaraan ÏK grote waarde hecht, heeft rusi nodig. Het onderzoek heeft zelfs 'vakidioten' nodig, je moet die mensen beschermen, de weten­ schap heeft er veel aan te dan­ ken. (Prof. Polak wijst me op de inhoud van een zijner rectoraats­ redes — hij was twee jaar rec­ tor­magnificus in Wageningen — waarin hy iets genuanceerder op de 'vakidioot' in gaat. Htj zei toen

(1 september 1972): over de be­ kende akademische vrijheid i 'De onafhankelijkheid (van de uni­ versitaire onderzoeker) dient niet alleen tegenover het bedrijfsleven maar ook tegenover de overheid en bepaalde maatschappelijke idealen te zijn gewaarborgd. Hoe belangrijk het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef ook moge zijn, hoe zeer iedere onder­ zoeker naar eer en geweten zich moet realiseren wat hij doet en wat anderen met zijn werk kun­ nen doen en eventueel­misdoen... de hemel beware ons voor een situatie waarin alle onderzoekers zich aan iets gebonden hebben. Wij moeten hopen en mogen ver­ wachten dat er onderzoekers zul­ len blijven komen die los van welk belang ook hun werk doen enkel gedreven door wetenschappelijke nieuwsgierigheid en die de be­ slissing wat met de resultaten ge­ beurt aan anderen overlaten in het besef dat die anderen daar­ voor competenter zijn. Om een modewoord van enkele jaren ge­ leden van stal te halen en even op de gemeenzame toer te gaan. Men moet het recht hebben vak­ idioot te zijn. Aan vakidioten heeft de wetenschap en indirect de samenleving onnoemelijk veel te danken gehad.' Ik vraag mij af, zegt hij verder, of te veel aan dynamiek niet scha­ delijk is voor het bedrijf, let wel het universitaire bedrijf, ik heb geen andere bedoeling met die term. Het onderzoek gaat mij aan het hart, ik ben zelf geen vak­ idioot, misschien daarom: er is zo veel over het onderzoek ge­ schreven dat dat op zich al zorg­ wekkend is. Natuurlijk zit de on­ rust die de instellingen kenmerkt ook in de maatschappij zelve. Bestuur en beheer

Er is nogal oppositie over de stel­ lingname van de commissie ten aanzien van bestuur en beheer. Polak: Er is binnen de instellin­ gen sprake van onderwijs, weten­ schapsbeoefening en beheer. Die zaken zijn duidelijk onderschei­ den in de WUB. De democratise­ ring, die geldt voor onderwijs en wetenschapsbeoefening, geldt niet op dezelfde wijze voor het be­ heer. Ik geloof dat hier iets uit­ een gehaald wordt, wat niet hele­ maal te scheiden is. Maar de wet doet dat. Beheer heeft een bij­ zondere plaats in de wet. Wij con­ stateren dat. Wij vragen ons daar­ na af of de conclusie van onze in­ terpretaties zo verschrikkelijk wenselijk is. Op grond van uw interpretaties IS gezegd: de commissie­Polak schroeft de WUB terug. Polak: Het is niet zeker of de WUB verder moet gaat of niet. Er zijn zowel voor het eerste als voor het laatste voorstanders te vinden. Wat wij gedaan hebben in onze eerste adviezen is de gren­ zen, die er zijn, schei­per stellen. Dat is door sommigen inderdaad terugschroeven genoemd. Maar ik wijs nogmaals op het verschil tus­ sen de intepretatie van de wet en de evaluatie. Wat het niet mogelijk getoeest te zeggen: die bestuursreglementen die laten we zo, we houden ons alleen met de evaluatie bezig. Op grond van de uiteindelijke eva­ luatie zouden de bestuursregle­ menten dan alsnog bekeken kun­ nen worden. Polak: Een jaar voor de expira­ tiedatum van de wet is er het evaluatie­rapport. Dat zal zeker ook alternatieven geven. Het par­ lement moet daarover oordelen. Als er een gewijzigde WUB komt, zullen de bestuursreglementen toch aangepast moeten worden. Is dat dan allemaal niet wat om­ slachtig? Polak: U stelt ons voor als een wurgcommissie. Negenennegentig procent van de bestuursreglemen­ ten is zonder meer goedgekeurd. Die reglementen ziJn een heel ruim Jasje. Maar het gaat om een gering aantal belangryke za­ ken, bijvoorbeeld de kwestie van het beheer. Als er ergens ruzie is, dan moet iemand uiteindelijk ver­ antwoordelijk zijn voor de oplos­ sing. Dat moet duidelijk zijn. Een heleboel andere dingen kunnen gewoon doorgaan. Ik heb het ge­ voel dat men de bestuursregle­ menten gewoon te veel nadruk geeft. De instellingen willen er teveel in regelen. Ik heb in Ut­ recht dan ook, toen er een ge­ schil rees tussen de commissie en imiversiteit over de faculteitsbu­ reaus gezegd, schrap het toch: als

het er niet in staat geldt d Reglementen worden in d>,z , wat meer gehanteerd dan i tijd dat men meer homu^. dacht. Tegenwoordig leest vu i een parlementaire stukken L gebeurde toch vroeger niel U belangstelling heeft overige i,­, »^ iets goeds. Daardoor wordt er ov zaken gepraat. En dat heelt cic louterende werking. Ik vind open­ baarheid belangrijk. Er blyfi te­ genwoordig geen geschil mei,i binnenskamers. Zo lijkt het, omdat 'er zoveel naar buiten komen. Polak: Ik vind het juist wanneer terughoudendheid ­betracht wordt als het gaat om personen. Daar­ over bestaat wel verschil in visie. Studenten lopen daar met de fris­ heid van de Jeugd en nog zonder positie die wankel kan komen te staan wel eens wat makkelyk overheen. In theorie zijn ze voor privacy, denk maar aan de volks­ telling, maar in de praktijk niet. Ik vind daarom dat je bijvoor­ beeld met benoermngscommissjes voorzichtig moet zijn. Daar is een grote openbaarheid gevaarlijk. De WUB is een compromis, tot stand gekomen door het drijven van de studentenbeweging, die handelde vanuit een nieuwe maatschappij­opvatting. Wezen­ lijke bestanddelen van deze op­ vatting moesten in het samen­ werken op de universiteiten hun beslag krijgen, zodat vandaaruit de maatschappij veranderd kon worden. Zal het feit dat dit niet door de WUB gerealiseerd is, niet een stuk onrust onder de studen­ ten blijven betekenen? Polak: Ander onderwijs, andere wetenschapsbeoefening en daar­ door een andere maatschappij, die worden door de WUB niet gerea­ liseerd. Ik vind het persoonlijk eigenlijk Jammer dat we met de WUB begonnen zijn. Ik heb wel eens het gevoel dat we daardoor de grote vraagstukken van de imiversiteiten wat langer hebben laten liggen. U bedoelt dat eerst Posthumus zijn beslag had moeten krijgen en daarna pas de kwestie van het universitaire bestuur? Polak: Ja. Door de WUB worden geen wezenlijke problemen van ons onderzoek en onderwijs opge­ lost. Maar de participatie die de WUB mogelijk maakt werkt toch door op onderwijs en onderzoek? Polak: Die worden door de WUB niet geraakt. Evenmin als een nieuwe maatschappijstructuur. De participatie van de WUB is in andere sectoren van onze samen­ leving niet overgenomen. Denk bijvoorbeeld aan de wet op de on­ dernemingsraden. Die wijkt zeer sterk af van de WUB. Tot slot praten we met prof. Po­ lak, die zich heeft doen kennen als een relativist pur sang ('ener­ zijds anderzijds') over indrukken die bestaan over de behoefte aan participatie bij de verschillende geledingen van de universiteit. Men moet daar geen overspannen verwachtingen van hebben. Ik vraag me af of meer voorlichting over de bestuursvorm van de am­ versiteit niet te institutionalise­ ren is. Prof. Polak tilt niet zo zwaar aan deze kwestie. Ach, zegt hij, je hebt nu eenmaal altijd mensen die zich niet zo vfoor be­ stuur interesseren, die deze zaken graag aan anderen over laten. En ik vind dat eigenlijk wel goed. Ik kan me een student die zegt: ik wil snel afstuderen, ik heb geen tijd voor al die bestuurszaken, goed voorstellen. Als ik opmerk dat zaken als studie, maatschap­ pelijk gericht zijn van do studie, bestuur van een universiteit en dergelijke in elkaar grijpou, net los te denken zijn van elkaar en dat de mensen, voordat zo pen aantal universitaire zaken negp­ ren, in ieder geval moeten ^ef 'i wat ze negeren, benadruki prol Polak dat hij wel vindt dat ej iets gedaan moeten worcion ra het 'bijbrengen vau maats.'mip<> lijk verantwoordelijkhe <i h (of zoals art. 2 lid 2 van de ", op het wetenschappelijk on u ; ­ wijs zegt): zij (de umversit "U schenken mede aandaciit aa i i bevordering van maatschapr >] '­ verantwoordelijkheidsbesef taak die de univei'siteiten, /,.,^i prof. Polak zei in een reat' «l­­ rector­magnificus te WagenruV' (6 september 1971) nog al hebbe laten liggen. Hij zei toen dat wetenschapsbeoefening vieer .^ dan werken voor vakgenoten en insiders. CU').

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 131

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's