Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 84

11 minuten leestijd

4

STUDENT, SEX EN RELATIE Project DRVU

Foto's: Eduard de Kam

Waarom dit projekt? Uit een aantal onderzoekingen is gebleken dat veel studenten problemen hebben met sexualiteit en relatievorming. Het Nisso-ondereoek Student en sexuele voorlichting zegt hierover: S3 pet. van de ondervraagden geeft'aan wel meer te willen weten over onderwerpen die met de sexualiteit samenhangen. Er is een hoog percentage studenten dat aangeeft op het ogenblik met één of meer problemen te zitten. De problemen bleken een viertal aspekten te betreffen: — relatie-aspekten (gemiddeld 25 pet. der studenten zit hiermee) — gedragsaspekten (20 pet., het betreft hier zaken als verschil in beleving van de sexualiteit tussen man een vrouw, zelfbevrediging, homofilie) — ethische aspekten (20 pet.) — aspekten van anti-conceptie (10 pet.) De gewenste voorlichting wordt niet in voldoende mate door de universiteit gegeven. 76 pet. geeft dan ook aan het te zullen waarderen als de universiteit sexuele voorlichting (breed opgevat) aan de studenten zou geven, terwijl zelfs 18 pet. dit de taak van de universiteit acht. Het blijkt dus dat de relationele kant van de sexualiteit nogal wat moeiiykheden oplevert. Daarom ook ligt de nadruk in dit projekt op de relationele en belevingskant van de sexualiteit. Voor de globale opzet van het projekt wil ik verwijzen naar de rubriek mededelingen. Wij starten het projekt met de dia-serie 'Het'. De aanzet tot het maken van de diaserie vormde de verandering van opvatting die langzamerhand onder de studenten-artsen is gegroeid. Het Nijmeegse universiteitsblad K.U.nieuws zegt hierover: dat de universiteitsartsen i.p.v. allerlei ziekten en kwaaltjes te behandelen, hun aandacht willen verleggen naar meer specifieke studentenproblemen en meer tijd willen inruimen voor preventie en voorlichting. Mede op gi-ond van de resultaten van eerder genoemd Nissorapport besloot men tot de vorm van een dia-serie. Door de samenwerking van alle universiteiten (behalve de V.U.) en een aantal hogescholen is de diaserie 'Het' en het daarby behorende boekje Alleen of niet alleen, däär gaat het om', tot stand gekomen. De diaserie is vervolgens door alle universiteiten (behalve de V.U ) aangekocht en hetzij tijdens de Iniroduktieprogramma's, hetzij voor groepen belangstellenden vertoond. Tijdens de sociale introduktie aan de V.U. is er geen aandacht besteed aan sexuele voorlichting, wat blijkens een aantal peilingen, als een gemis werd ervaren. Omdat de D.R.v.U. (voor degenen die dit nog niet weten, dlsputorenraad der vrije universiteit, het instituut aan de V.U. dat zich bezig houdt met vorming voor studenten) meende dat men ook aan de V.u. niet voorbij kon gaan aan de problematiek rond sexualiteit en relatie^ heeft zij met medewerking van de heer Weisz (studentenarts) en mevr. Van de Plier (studentenpsycholoog) dit projekt opgezet. De diaserie kunnen wij lenen van de G.U. Wij hopen dat volgend jaar deze diaserie ook door de V.U aangeschaft zal worden. De diaserie bestaat uit 400 dia's vertoond d.m.v. 2 Projektoren met geluidsband en bestaat grotendeels uit gesprekken met studenten die vertellen over hun ervaringen. De nadruk ligt op relatievorming, verder wordt er enige informatie over anti-conceptie gegeven. De begeleiding, coördinatie en produlctie was in handen van de Nijmeegse studentenarts Bertus Keetelaar. Maar bij de voorbereiding waren ook andere diensten van de studentenwelzijnszorg betrokken, met name studenten. De makers vonden het 't belangrijkst een aanzet te geven tot het denken en discussiëren over eigen sexualiteit. De studentenartsen van de verschillende universiteiten achten, naar zij zeggen, vertoning van het programma ongewenst zonder begeleidend gesprek of diskussie. In de opzet van de D R.V.Ü. wordt o.i. genoegzaam aan deze voorwaarde voldaan. Na afloop van de vertoning kunnen de deelnemers in kleine groepjes diskussiëren over de diaserie o.l.v. diskussieleiders. Dit zijn studenten die hiei-voor een speciale training ontvangen hebben van mevr. Van de Plier (studentenarts). In het Nijmeegse universiteitsblad K.U.-nieuws noemt iemand de diaserie 'een geweldig knap in elkaar gezet geheel, door iedereen film genoemd. Verder bleek bij de vertoning in Nijmegen, dat de diaserie veel reakties van uiteenlopende aard lossloeg, variërend van herkenning in de typen en hun ervaringen tot botte afwijzing, 'het is een grote schande dat zoiets vertoond wordt.'

Het boekje 'Alleen of niet alleen' sluit nauw by de diaserie aan, (dit wordt trouWens opgestuurd naar iedereen die zich opgeeft voor het projekt). Enkele citaten uit het boekje: Te rationeel

'Studenten zijn mensen als alle anderen, en als ze zich al onderscheiden, dan is dat jammer genoeg doordat ze geremder zijn dan hun leeftijdgenoten. Om te beginnen denken ze te veel. Nergens wordt zoveel gepiekerd en gedubd als aan onze instellingen voor hoger onderwijs'. Normen

'De normen zijn vervaagd, maar wat is er voor in de plaats gekomen? Maar al te vaak nieuwe normen, waarin even weinig ruimte is voor eigen onderzoek en eigen experimenten als voorheen', en 'De normen in de studentenwereld zijn zeer vaak die van de groeperingen en groepjes, waarin de studentengemeenschap uiteenvalt. En zo worden massa's dingen gedaan en gezegd, die allereerst voortkomen uit het angstige voornemen de direkte omgeving te Dehagen. Dat dit soms dingen zijn, die een wijdere omgeving juist niet zouden behagen, hoeft geen betoog'. Eenzaamheid

'Daarnaast zijn ook vele sociale organisaties en banden vervaagd, zodat de eenzaamheid makkelijker greep op ons krijgt", en 'De eenzaamheid, dat wil zeggen het bestaan als eenling zonder dit te aanvaarden, loert in alle hoeken en gaten, en zodoende beginnen de manieren om de weg af te snijden, om fases en stadia over te slaan en attitudes over te nemen zonder voorafgaand onderzoek, steeds populairder te worden'. Sex aan de VU

Hoe staat het nu met de sex onder de studenten aan de V.U.? Ook aan de V.U. is een sexenquête gehouden en we] op Uilenstede eind 1969 op initiatief van Wiebe Braam. Door een later onderzoek van de R.S.A. (zie Ad Valvas 21 september 1973, Welzijn op Uilenstede.) is gebleken dat de studentenpopulatie op Uilenstede geen aparte kategorie vormt, maar als een goede representatie van de gehele studentenpopulatie aan de V.U. gezien kan worden. De uitvoering van de enquête was zeer gedegen: men kon de enquête thuis rustig invullen, volstrekte anonimiteit was gegarandeerd. De respons was opmerkelijk hoog (92 pet.) Met de resultaten is jammer genoeg weinig gedaan. Behalve dat er een middelen-depot op Uilenstede is gekomen en dat nog ondanks verzet en dreigementen van de kant van de SSH. Daarom lijkt het me nuttig de samenvattende konklusies hier nog eens weer te geven: 'Bij de analyse van sexualiteit van studenten op Uilenstede moeten we van drie feiten uitgaan, die de sexuele situatie van hen kenmerkt: 1. Ze verkeren in een leeftijd, waarop de sexuele behoeften (libido) het sterkst zijn. 2. de geïnstitutionaliseerde normen in onze maatschappij (in de kerk) worden bepaald door een reproduktieve opvatting van de sexualiteit, d.w.z. de voortplantingsfunktie van de sexualiteit staat op de Toorgrond, ondanks enige liberalisatie-tendensen. 3. niemand van de ondervraagden was getrouwd, ongeveer de helft van de ondervraagden gereformeerd en bovendien is de katego-

rie eerstejaars oververtegenwoordigd. Uitgaande van deze drie feilen komen we tot de volgende ontwikkelingen: De meerderheid van de ondervraagden verwijdert zich inzake hun instellingen ten aanzien van sexualiteit duidelijk van de officiële (christelijke) moraal. Een overwegende meerderheid (90 pet) staat voorechtelijk geslachtsverkeer toe, tenminste onder bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarde is voor vele studenten (36 pet.) en studentes (52 pet.) een liefdesrelatie met een vaste partner (permissiveness with affection, d.w.z. géén sexuele relatie zonder vaste emotionele binding.) 53 pet. van de studenten en 29 pet. van de studentes accepteert voorechtelijk geslachtsverkeer zonder meer, d.w.z. dat zij minder vaak geslachtsverkeer in een duurzame relatie willen onderbrengen. Met een vrijere houding t.o.v. voorechtelijk geslachtsverkeer gaat een afname van de waarde, die men hecht aan de maagdelijkheid, gepaard. Dit impliceert eveneens, dat de dubbele moraal onder de ondervraagden geen betekenis meer moet worden toegekend. Onder de ondervraagden valt een hoge tolerantie op ten aanzien van abortus. Een verdere belangrijke ontwikkeling is het geringe geslachtsonderscheid in onze steekproef t.a.v. instellingen en heterosexueel gedrag. Studentes zijn bijna even vrij in hun opvattingen als hun mannelijke collega's. Wel is er enig verschil in het accentueren van de persoonlijke band en een klein verschil (10 pet.) ten aanzien van actueel sexueel gedrag. Wel blijkt een duidelijk geslachtsverschil ten aanzien van masturbatie. Er masturberen niet alleen méér studenten dan studentes, maar ze masturberen ook frekwenter. Slechts 12 pet. van de studenten en een niet geringe meerderheid van de studentes (64 pet.) rapporteert niet te masturberen. Ook in het gedrag verwyderen zich de studenten (es) van de officiële moraal, weliswaar minder sterk dan in hun opvattingen. Tw^ee opmerkelijke verschillen, n.1. die tussen geslacht en wat betreft de leeftijd van het eerste sexuele kontakt en tussen kerkeiyk en niet-kerkeiyk gebonden. Jongens beginnen eerder dan meisjes, maar ze worden gedurende het eerste en tweede studiejaar vrijwel geheel door studentes ingehaald. De kloof tussen de informele en geïnstitutionaliseerde nonnen is bij kerkelijk gebondenen minder groot dan by niet-kerkeiyk gebondenen, hoewel toch altijd een meerderheid zich bij de informele normen aansluit. We kunnen — evenals Giese zijn west-duitse studenten typeert — onze ondervraagden typeren met drie trefwoorden:

— vrijere opvattingen — weinig geslachtsonderscheid — relatie (duui-zaam) gebonden Van een sexuele revolutie is zeer zeker geen sprake. Hoogstens wordt de term onthouding ingeruild voor de norm 'voorechtelijk geslachtsverkeer, ondergebracht in een duui-zame 'relatie', m.a.w. de sex moet door liefde geheiligd worden. Dan zyn er nog enige items die ik er even uit wil lichten; item 21; op welke leeftijd had u voor het eerst sexuele gemeenschap? man vrouw Jonger dan 19 jaar 36 pet. 18 pet. tussen 19 en 20 jaar 43 pet. 60 pet. ouder dan 20 jaar 21 pet. 22 pet. Hieruit blijkt dat veel .studenten hun eerste sexuele ervaring opdoen in hun studententijd (interpretatie van schrijfster van dit artikel, niet van onderzoek) Ook godsdienst levert problemen -op: item 16: had u gevoelens van spijt na de eerste keer? Deze vraag werd door 7 pet. van de respondenten bevestigend beantwoord. Uit een nader onderzoek v.>,n de spijtgroep blijkt, dat er een duidelijke relatie bestaat tussen het soort relatie waarin de eerste maal geslachtsverkeer plaats vond èn de eventuele spijt daarna. Vond de eerst s.g. plaats in een onpersoonlijke relatie, dan blijkt 19 procent daarna spijt te hebben, in een persoonlijke relatie is dat slechts 9 pet. Frappant is daarbij dat de in de spijt groep voorkomende studenten, die hun eerste s g. in een onpersoonlijke relatie

hadden allen gereformeerd zijn. Tevens bleek uit de enquête dat een overtuigende meerderheid van de studenten zich uitspreekt voor sexuele hulpverlening (94 pet.). Over hoe dit moet geschieden liepen de meningen nogal uiteen. Homofilie

Helaas wordt aan dit onderwerp weinig aandacht besteed in de vele literatuur over studenten-sex, In de Uilenstede-enquête komt maar één item voor over homofilie, n,l,: Heeft u wel eens sexuele omgang gehad met iemand van hetzelfde geslacht? Waarop 4 pet, van de mannelijke studenten en 2 pet. van de vrouwelijke bevestigend antwoordt. Er wordt niet gevraagd naar de problematiek die het homofiel zyn voor de betrokkene eventueel met zich meebrengt. Evenmin wordt de attitude van niet-homofielen t,o,v, homofielen gemeten. Ook in de diaserie 'Het' wordt niet over homofilie gesproken. Wel wordt het onderwerp aangeroerd in het boekje 'Alleen of niet alleen'. Daarin wordt opgemerkt dat de toestand in Studentenland voor homofielen waarschijnlijk een stuk rooskleuriger is dan daarbuiten. Op grond van het Nisso-onderzoek zou men kunnen zeggen dat de toestand voor homafiele studenten in Amsterdam er nog rooskleuriger uitziet dan in andere universiteitssteden. Dit onderzoek is n.1, gehouden in Leiden. De onderzoekers kregen de indruk dat het percentage homofielen onder de studenten m Leiden lager ligt dan het landelijk gemiddelde, dat op 5 pet. wordt geschat. Opvallend is dat in Leiden zelden vrouwelijke homosexualiteit wordt gevonden. Volgens de Leidse Studenten werkgroep homosexualiteit gaan deze meisjes waarschijnlijk niet studeren in Leiden, dat bekend staat om zijn konservatisme, maar b.v, in Amsterdam, (Overigens nóg een reden om tegen plaatsingskommissies te zijn,) Wat de V,U. betreft, het percentage homofielen aan de V.U., althans volgens de Uilenstede-enquête, is net zo laag als in Leiden, Om iets meer informatie over homofilie te verschaffen, hebben wij voor de tweede avond (27 nov > ook enige medewerkers van het CO.C. uitgenodigd. Anti-conceptie

Op de twee avonden zal dus vnl. gesproken worden over de relationele en belevingskant van de sexualiteit, In de behoefte aan technische sexuele voorlichting (dus informatie over anti-conceptie, geslachtsziekten, abortus enz,) zal worden voorzien d,m.v. folders, die aan alle bezoekers worden uitgereikt. Daarnaast heeft de D.R.VU, in haar dokumentatiecentrum een aantal boeken aangeschaft over sexualiteit, die iedereen kan lenen. Deze zullen ook tijdens het programma ter inzage liggen. Dat informatie over anti-conceptie nog steeds nodig is, moge blijken uit het volgende:

Vervolg op pagina 5

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's

Ad Valvas 1973-1974 - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 augustus 1973

Ad Valvas | 370 Pagina's