Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 342

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 342

7 minuten leestijd

AD VALVAS — 16 MEI 19?5

2

Vrijetijdsvoorzieningen studenten, taak van universiteit Door Don Bijlsma, AV Een subcommissie van de welzijnscommissie van de Katholieke Universiteit te Nijmegen lieeft onlangs in een nota Iiaar denkbeelden uiteengezet over de vrijetijdsvoorzieningen voor studenten. Men legt ter verbetering van de bestaande voorzieningen enige konkrete voorstellen aan de beleidsbepalende instanties voor. Ten eerste beveelt de commissie het oprichten van een beheersstichting aan; dit orgaan krijgt taken op het gebied van huisvesting, organisatie en personeelszaken. Ten tweede stelt zij dat financiële steun onontbeerlijk is. De vrijetijdsvoorzieningen waarover deze nota handelt omvatten de voorzieningen die voor de student nodig zijn om zich samen roet anderen te kunnen ontplooien, buiten de tijd die hij direct of indirect aan zijn studie besteedt. Men wil door middel van deze nota voornamelijk probereu de beleidsbepalende instanties er toe Ie bewegen een structuur te scheppen die het voor de student mogelijk maakt deze naar eigen wens in te vullen. De makers van de nota zien welzijn als het slagen van het proces waarin de student zelf het ontwikkelen en vormgeven van zijn mogelijkheden ter hand neemt. Welzijnsbevordering moet zich lichten op het wegnemen van belemmeringen en een scheppen van voorwaarden voor dit ontwikkelings- en vormingsproces.

Eenzaamheid Men stelt dat de universiteit verantwoordelijk is voor het scheppen van de mogelijkheden ter bevordering van het welzijn en dat deze zich moet bezinnen en uitspreken over kriteria en voorwaaiden. De totaliteit van de student en de totaliteit van de situatie waarin hij zich bevindt, maken dat de vrijetijdsbesteding een wezenlijk deel uitmaakt van zijn student zijn. Ef blijkt echter een gebrek te zijn aan een maatschappelijk kader voor het leggen van contacten, met daaruit resulterend sociaal isolement en eenzaamheid. Het aantal verenigingen is in aantal en omvang sterk verminderd, maar het aantM studenten is toegenomen. De studieverzwaring levert minder vrije tijd op. Door de massaliteit is de noodzaak tot het leggen van sociale contacten toegenomen. De opvatting van studenten over zichzelf is gelukkig de laatste jaren wat veranderd; men is minder elitair aan het worden en wil meer gebruik maken van algemene voor-

zieningen. Het gebruik van bepaalde voorzieningen is afhankelijk van de beschikbaarheid. Geeft een ruimte overlast aan derden dan is hij minder geschikt; ligt hij niet in h e t gedeelte waar studenten plegen uit te gaan, dan is het gebruik ook beperkt. Men wil kleine vrijetijdscentra die flexibel zijn, zodat ze voor meerdere vormen van ontspanning kunnen worden gebruikt. De gedachten over akkommodatie gaan uit naar a) ruimten met vaste gebruikers die verantwoordelijk zijn voor het beheer, b) ruimten met wisselende gebruikers die geen verantwoordelijkheid op zich nemen voor het beheer van de ruimte.

groepen te onderscheiden. Studenten willen daarom aktiviteiten naar eigen aard en vorm ontplooien. Het blijkt echter dat bestaande studentenverenigingen niet meer voldoen. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te noemen. Er bestaat een schaalvergroting van het aantal studenten, studenten willen minder vastzitten aan bepaalde

verenigingsstructuren, de verenigingen zijn minder exclusief, besloten en binnen de verenigingen ontstaan diverse interessegroepen. Er bestaat een tekort aan vrijwilligers, een tekort aan financiële middelen en er is een gebrek aan samenwerking tussen de verenigingen. Zorgen om beheer en voor financiële middelen vormen een te zware druk op de vrijwilligers. Het bovenstaande heeft tot gevolg dat nieuwe initiatieven moeten worden genomen.

Algemeen Voor de bestaande groeperingen die aan vrijetijdsvoorzicning voor studenten werken bestaat de behoefte ontlast te worden van beheerszaken op het gebied van huisvesting, personeelszaken en organisatorische zaken. Men stelt de beleidsbepalende instanties voor te besluiten tot: 1) Het steunen van de oprichting en het functioneren van een be-

heersstichting en een beheersraad. De stichting zal de bovengenoemde taken ter hand nemen. De raad bestaande uit vertegenwoordigers van gebruikersgroepen heeft als voornaamste taak toezicht te houden op de werking van de stichting. 2) Het instellen van een werkgroep die punt 1 tot uitvoer brengt. 3) Het verlenen van financiële en materiële steun aan de beheersstichting. De in deze nota gegeven denkbeelden zijn, hoewel bedoeld voor Nijmeegse studenten, zeker van belang voor Amsterdamse studenten, die voor verdere gegevens de nota in Nijmegen bij de Katholieke Universiteit kunnen aanvragen. De noodzaak van nota's als deze is onlangs gebleken uit een rapport samengesteld door de commissie studentenvoorzieningen van de Academische Raad, waarin ook een gebrek aan eenheid bij studentenvoorzieningen in het algemeen werd geconstateerd (zie A.V. 18 april 1975).

Vrijwilligers Ook is er behoefte aan beroepskrachten, omdat van de viijwilligeis een te grote inzet en vaaidigheid wordt verlangd. Deze beroepskrachten zouden taken moeten vervuilen op het terrein van beheer en administratie. Tenslotte is er geld nodig. Er bestaat wel een rijkssubsidieregeling „Jeugd en ïongeien" die deze voorzieningen voor 100% kunnen dekken, maar hieraan vooraf gaat een tijdrovend ambtelijk proces. De universiteiten moeten in afwachting daarvan de verantwoordelijkheid op zich nemen.

Eigen aard - Studenten blijven een Ie onderscheiden sociale categorie, dit blijkt wel uit leeftijd, opleiding, vooruitzicht, financiële afhankelijkheid, woonsituatie en nachtelijk uitgaansleven. Dit eist specifieke vooizieningen voor studenten. Binnen deze kategorie zijn subkalegoiicen en verschillende interesse- en belangen-

In het nummer van 18 april berichtte Ad Valvas uitvoerig over de problematiek rond de relatie tussen VU en de Potchefstroom-universileit. De commissie internationale samenwerking, heelt de U.R. geadviseerd om positief te reageren op de uitnodiging van prof. Coetzee, namens de P.U. gedaan, om een delegatie te zenden naar een kongres over de funktie van de relormatische onderwijsinstellingen als bolwerk in het koninkrijk van God. Dit zou een hernieuwd kontakt betekenen na het verbreken van het uitwisselingsverdrag voiig jaar oktober. Om de absurditeit van dit advies aan te tonen lijkt het nodig te zijn om enige kernpunten uit de in voorgaande

Jubileummanifestatie Pharetra Vrijdag 23 mei organiseert Pharetra, in samenwerking met het ACC en de DRVU, een manifestatie in het Sliaffytheater Keizersgracht 324. Thema van de manifestatie is „Universitaire Openbaarheid", oicT dit thema vindt een forumdiskussie plaats met o.a. Henk Bakker (Folia Civitatis), Amoud Riethof (WIK-NVV), Ruud Soeter (Troof-Utrecht.) rea'^iere aktiviteiten zjjn optredens van h e t cabaret Honoloeloe, Prits Lambrechts, toneel met de groepen Sater (Straattoneel), Baal (La Plagiata, een nieuw stuk)), muziek van de groep Barrelhouse, het kwartet van Theo Loevendie en in het café de Antilliaanse Ijand Los Merengueros. In de filmzaal is een doorlopend filmprogramma. Het programma begint om half negen, zaal open om half acht, de toegangsprijs bedraagt ƒ 3,50, kaarten in de voorverkoop zijn verkrijgbaar bij de SRVU (aan de balie) en bij het Shaffy-theater. Het programma duurt tot 3 uur des nachts. De manifestatie vindt plaats in het kader van de aktiviteiten rond het 30-jarig jubileum van Pharetra.

in de maatschappij te handhaven en de kinderen te indoktrineren met jaren gevoerde diskussies nog eens naar voren te halen.

ster c.s. gevolgde politieke taktiek. Door veizachting van de zogenaamde „kleine apartheid" hoopt Vorster twee dingen te bereiken:

Nog steeds — of liever nog meer dan ooit, zijn huidskleur, kuituur en taal in Zuid-Afrika de belangujksle faktoren voor het al of niet in aanmerking komen voor volwaardig onderwijs. De bevoon-echte positie is weggelegd voor de studenten met een blanke huidskleur en de overeenkomstige kuituur en taal. De kloof tussen het bedrag dat aangeeft hoeveel er gemiddeld aan „zwart" onderwijs wordt uitgegeven en het overeenkomstig bedrag voor „blank" onderwijs is de laatste jaren groter dan ooit. In 1973 gaf de regering voor een zwarte gemiddeld Rand 22,5 uit en voor een blanke Rand 455 <20 keer zo veel). In hetzelfde jaar is nog 60 % tot70 % van de volwassen Afrikanen analfabeet. Het onderwijssysteem wordt gebruikt om de bestaande scheiding het apartheidsgeloof.

a. Het acceptabel maken van zijn bewind in naburig zwart Afrika, waar de blanke hegemonie al aardig wordt aangetast. b. De aandacht afleiden van de „grote apartheid" die lot doel heft om de zwarte Zuid-Afrikaan economisch volledig aan de blanke suprematie te onderwerpen, met name door middel van het „thu!slanden"-systeem.

Tot 1960 bestonden er in Zuid-Afrika nog zogenaamde „open" universiteiten, die door studenten van alle huidskleuren bezocht mochten worden. In deze tijd reeds toonde de P.U. zich vromer dan de paus en hield haar poorten voor zwarten en kleurlingen gesloten. Na 1960, toen de apartheidspolitiek ook op de universiteiten volledig werd doorgevoerd, veranderde hierin uiler.iard niets. Terwijl de engelssprekende universiteiten (ook bevolkt met slechts blanken) zich regelmatig opstelden achter het zwarte studentenprotest, bleef Potchefstroom zich samen met Pretoria pal achter de regering scharen.

In de val „De uitnodigingen voor de conferentie zijn gedaan op basis van multiracialiteit en een volstrekt gelijke behandeling", zo ongeveer motiveert de commissie haar positieve advies, en zij toont hiermee slechts één ding volkomen duidelijk aan: men is met opeu ogen in de val gelopen die de Z.-Afrikaanse regering wagenwijd Iieeft openstaan voor ieder die hier maar voor in merking komt. Deze, door de commissie zo genoemde, multiracialileit is een wezenlijk onderdeel van de door Vor-

Konklusie: de tijd lieeft gelecid dat de jarenlang volgehouden dialoogpolitiek de situatie zeker niet heeft verbeterd. Een bo,ykot op alle terreinen lijkt het enige overgebleven pressiemiddel. Of, in de woor-

Groenteteelt Aansluitend op het artikeltje „Groenteteelt op Uilenstede in Ad Valvas van 11 april j.l. geven we u hierbij nog wat aanvullende informatie over het plan-Uilenhof die mogelijk voor de lezers relevant is. De Uilenhof wordt zo is het voorstel, een tuin op het braakliggende terrein tussen sporthal en oude SSH-barak op Uilenstede, waarin volgens de biologisch-dynamische landbouwmethode groenten en kleinfruit geteeld worden. Bij deze methode wordt ernaar gestreefd, een zo gezond mogelijke bodemstructuur met een rijk bodemleven te doen ontstaan, als basis voor de teelt van krachtige, voor plagen weinig vatbare gewassen. De toestand van deze lap grond is momenteel slecht, zodat er wel enkele jaren voorbij zullen gaan voor de bodemkwaliteit dusdanig is, dat een werkelijk biologisch-dynamische bedrijfsvoering mogelijk is. Wanneer Uilenraad en SSH met de oprichting van de Uilenhof akkoord gaan, kan nog deze zomer een begin worden gemaakt met de bodemverbetering, door ploegen en inzaai van een groenbemester, bijvooibeeld wikke. Bij de teelt zal gebruik gemaakt

den van de zwarte dr. Setiloane tot de VU: „U kunt niet onze vriend zijn, wanneer u ook de vriend van onze vijand bent. U moet zich bezinnen aan welke kant u staat; het uui van de waarheid is gekomen". Bram van Ojik

De redaktie behoudt zich het recht voor ingezonden artikelen, brieven en dergelijke met behoud van de essentie in te korten. Waar mogelijk en nodig zal met de inzender overleg worden gepleegd.

worden van kruidenpreparaten ter verbetering van de grond en van plantaardige bestrijdingsmiddelen. Kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen worden in de b.d. landbouw niet toegepast, er zal dus ook vrij veel gewied moeten worden. Het werk in de tuin, is de bedoeling, zal geschieden vanuit een binnenkort op te richten werkgroepUilenhof, die voor alle tuinbouwwerkzaamheden verantwoordelijk zal zijn: grondbewerking en compostering; keuze en aankoop van zaaigoed; zaaien, planten en wieden; oogst. Hiervoor is vanzelfsprekend noodzakelijk dat de aanstaande hoveniers zich verdiepen in de biologisch-dynamische methode erf haar achtergronden. Vandaar dat we het komend winterseizoen ook veel willen studeren, bijvoorbeeld op de Landbouwcursus van Rudolf Steiner, de grondlegger van de b.d. methode. Door voortdurend studie en praktijk te combineren wordt het op den duur hopelijk mogelijk verder te komen dan hel louter toepassen van de b.d. voorschriften. Er kan dan, op basis van de gewonnen ervaringen en inzichten, ook geëxperimenteerd worden. Wat de bestemming van de geteelde Produkten betreft, we hopen die te kunnen afzetten bij geïnteresseerde

Vervolg op pagina 3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 342

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's