Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 252

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 252

14 minuten leestijd

4

Commissie Polak adviseert over benoemingscommissies

Wie beoordeelt didaktische kwaliteiten? Hoewel de Commissie voor de Bestuurshervorming (z.g. 'commissie Polak') al op 29 augustus 1973 advies uitbracht op verzoek van het Rectoren College over de samenstelling van de commissies voor benoemingen van hoogleraren eu lectoren, blijken de discussies over dat onderwerp ook na het verstrekte advies niet geluwd. Voor de commissie Polak was dat de aanleiding om nog eens een keer precies uit de doeken te doen hoe zij de wetsartikelen 12 lid 2 en artikel 8 lid 5, die in de Wet Universitaire Bestuurshervorming op die benoemingscommissies van toepassing zijn, interpreteert. Dit aan de hand van de memorie van toelichting en de memorie van antwoord. Beide wetsartikelen komen hier op neer dat de faculteitsraad een commissie instelt van hoogleraren en lectoren, al dan niet uit de faculteit, welke commissie kan worden aangevuld met deskundigen. Na overleg met de zusterfaculteiten, die belang hebben bij de te benoemen hoogleraar of lector, brengt de faculteitsraad advies uit aan het college van bestuur, waarbij tevens het advies van de benoemingscommissie kenbaar gemaakt zal moeten worden.

Conformeren Het hete hangijzer in de samenstelling van de benoemingscommissies is „de andere deskundigen". In 1973 gaf de commissie Polak al te kennen „dat de stelling dat de studenten als zodanig zouden kunnen

worden aangemerkt als deskundigen in de parlementaire stukken geen steun vindt". Letterlijk staat hierover ook in het advies van 1973 o.a. „De in sommige faculteiten voorkomende regel, dat benoemingscommissies paritair zijn samengesteld, dan wel dat tenminste één student deel uitmaakt van zo'n commissie is dan ook strijdig met de bedoeling van de ijetgever." De commissie Polak stelt in haar jongste advies: „Ook het feit, dat de faculteitsraad — waarin studenten, wetenschappelijke medewerkers en leden van het niet- wetenschappelijk personeel zitting hebben — beslist en de (benoemings)commïssie slechts advies uitbrengt, kan hieraan niets toe of afdoen". De wetgever gaat er, aldus de commissie

Polak, vanuit dat de faculteitsraad zich — als de adviezen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen — aan het advies van de benoemingscommissie conformeert. Om het moeilijk te maken sluit de commissie Polak overigens de deelname van een student, wetenschappelijk medewerker of tasser als deskundige in een benoemingscommissie niel uit. Dat zal per geval moeten worden bekeken. „De vereiste deskundigheid zal betrekking moeten hebben op de belangrijkste criteria die bij hoogleraar — of lectorbenoemingen _een rol spelen, namelijk wetenschapr)elijke verrichtingen en didactische kwaliteiten naar het oordeel van de Commissie in het onjuist aan studenten en leden van het niet wetenschappelijk personeel bij de beoordeling of zij de vereiste deskundigheid bezitten anders en lichtere maatstaven aan te legegn, dan die ten aanzien van personen van buiten de faculteit worden gehanteerd. De stelling dat studenten vanwege het feit dat zij college lopen en gebruik maken van andere onderwijsvoorzieningen, uit dien hoofde aangemerkt moeten worden als deskundigen op het gebied van het beoordelen van didaktische kwaliteiten, vindt naar het oordeel van de

Vrouwen nog altijd grootste groep 'thuiswerkers' Hoewel vrouwen altgd ongeveer de helft van de totale wereldbevolking hebben uitgemaakt, is h u n deelname a a n h e t openbare leven daarmee nog steeds niet in overeenstemming. Ook h e t a a n t a l vrouwen d a t in de wetenschap een rol heeft gespeeld, is uiterst gering. Zij die h e t wel zo ver wisten te schoppen, s t a a n te boek als een soort 'mannetjesputters' — een bijnaam, die niet helemaal t e n onrechte werd gebruikt, omdat deze vrouwen h e t pas zover wisten t e brengen, wanneer ze zich op één of andere manier 'mannelijk' gingen gedragen, om zo die erkenning te verkrijgen die ze verdienden. Met andere woorden: de wetenschap is duidelijk 'male dominated'. Traditioneel was de plaats v a n de vrouw thuis bij h a a r gezin, of ze d a t n u leuk vond of niet. H a a r invloed was een zeer beperkte, n.l. voor zover h e t de dagelijkse beslommeringen betrof, die h e t gezinsleven met zich m e e bracht. Het is d a n ook niet verwonderlijk, d a t een vak als geschiedenis zich vrijwel uitsluitend oezighoudt met

die dingen die door m a n n e n zijn geschreven, gedacht of gedaan. Ook toen vóór de Industriële Revolutie er nog geen scheiding h a d plaatsgevonden tus.sen woonen werksituatie en h e t hele gezin thuis meedraaide in de voorziening van h e t levensonderhoud, werden de maatschappelijke verplichtingen vervuld door de m a n en die van h e t gezin door de vrouw. H a a r arbeid was ekonomisch onmisbaar, m a a r veel meer

Geen numerus fixus, geen voor-selektie

In België duurt studie gemiddeld vier jaar In België zijn momenteel 17 instellingen voor universitair onderwijs, waar de gemiddelde studietijd voor een akademische opleiding vier jaar bedraagt. De eerste twee jaren worden vooral gekenmerkt door een straf selektiesysteem. Evenals in Nederland heeft het wetenschappelijk onderwijs in België een stormachtige groei doorgemaakt, wat de laatste drie jaar tot stilstand is gekomen door de geboortedaling en het niet doorvoeren van demokratiseringstendenzen. De universitaire instellingen passen geen numerus fixus toe, hetgeen hoofdzakelijk te danken is aan de stabiliteit van de studentenbevolking. Opvallend is, dat het grootste deel van het fundamenteel onderzoek binnen de muren van de universiteit is gekoncentreerd. Meer dan de helft van het aantal studenten bestaat uit Nederlandstaligen; 11 % van de studenten (vanaf 1972 beperkt tot 5 % van het aantal studenten per universiteit) komt uit het buitenland, waarvan ongeveer de helft afkomstig is uit ontwikkelingslanden. Voor buitenlandse studenten, die niet uit ontwikkelingslanden komen, gelden speciale toelatingsregels. Feitelijke selektie vóóraf bestaat in België (nog) n i e t ledere Belgische student kan zich laten inschrijven aan de universiteit van zijn keuze. Hij dient wel in het bezit te zijn van een zg. maturiteitsdiploma, dat aan athenea, lycea en 'colleges', lagere normaalscholen en via een

staatsexamen voor het hoger secundair onderwijs behaald kan worden. D e verschillende studierichtingen hebben niet alle dezelfde structuur. Toch verlopen ze volgens eenzelgde schema van 3 cycli. De eerste cyclus omvat de kandidaatsopleiding van 2 jaar, voor geneeskunde en tandheelkunde drie jaar. Er is een persoonlijke begeleiding onder leiding van een 'monitor'. De tweede cyclus legt de nadruk op een gespecialiseerde verdieping binnen het gekozen domein, gedurende twee of drie licentiejaren. In de derde cyclus kan men zijn promotie tot 'doctor' voorbereiden. De student verricht wetenschappelijk onderzoek, begeleid door een promotor. R. A.

Toch subsidie voor Troof Het noodlijdende studentenblad Troof in Utrecht zal toch - zij het indirect - door de Utrechtse universiteit worden gesubsidieerd. De studentenvakbond USF krijgt jaarlijks een subsidie van 9500 gulden extra waaruit desgewenst de tekorten van Troof gedekt kunnen worden. Dat heeft de Utrechtse UR besloten. Het bedrag dat de USF ontvangt is afkomstig uit de pot voor de studentengezelligheidsverenigingen (zie Ad Valvas 7 febr.)

d a n die van de m a n naamloos en h a a r kansen om h e t verder te schoppen daarmee evenreaig.

Tweede golf De toekomstige geschiedschrijving, die over onze tijd, zal er onmiskenbaar anders uitzien. De zogen a a m d e tweede emancipatie-golf heeft di'ie-kwart van de wereld in z'n greep en overal strijden vrouwen voor h u n rechten op allerlei gebied. Toch zijn er nog grote groepen mensen, die d a a r nog nooit a a n toegekomen zijn, n.l. die o n d e r a a n de maatschappelijke ladder staan. De leef- en werksituatie van a r beiders die a a n de r a n d van h e t bestaansminimum leven, is n a tuurlijk uiterst precair, m a a r de positie van de vrouwen van die arbeiders is zo mogelijk nog moeilijker. Hierover vertelden vorige week donderdag Anna Davin en Sally Alexander, in h e t gebouw van h e t Historisch Seminarium van de GU, op een avond georganiseerd door de werkgroep 'Vrouw en G e schiedenis' (initiatiefneemster van deze werkgroep is onder andere Selma Leydersdorff, geschiedenisstudente en aktief feministe). Anna Davin en Sally Alexander zijn verbonden a a n de 'Oral History Workshop', een instituut d a t zich bezighoudt m e t h e t verzamelen van gegevens over die groepen in onze samenleving waar altijd over m a a r nooit door geschreven wordt. E n alleen datgene wat schriftelijk overgeleverd wordt, m a a k t k a n s een plaatsje in de officiële geschiedschrijving te veroveren. Door de Oral History Workshop, die verbonden is a a n de universiteit van Oxford, wordt de a a n dacht vooral gericht op h e t leven en werken van de mensen met de laagste inkomens. De medewerkers proberen met hen te p r a t e n en die gesprekken worden d a n op de band opgenomen. De vraag of dit nog 'geschiedkundig onderzoek' genoemd k a n worden, ligt voor de h a n d en werd ook Inderdaad a a n de spreeksters gesteld, waarop deze h e t even voor de h a n d liggende antwoord gaven, d a t die vraag helemaal niet zo belangrijk voor h e n was: 'Onze manier is er een om te r e konstrueren hoe mensen ideeën die de maatschappij beheersen, absorberen, ook al staan die lijnrecht tegenover h u n eigen ideeën en behoeften'. D a t er nog nooit serieus onderzoek is gedaan op h e t gebied van h e t 'thuiswerk' en in verband daarmee de rol van de vrouw (nog altijd de grootste groep thuiswerkers), vonden Anna en Sally t y perend voor de ongeïnteresseerdheid van de k a n t v a n sociologen en anthropologen voor de positie van de vrouw In de maatschappij.

commissie geen steun in de wet", aldus de commissie Polak.

Deskundigheid Het lijkt verstandig om bij deze uitleg even stil te staan. De commissie Polak hecht nogal wat waarde aan een deskundige beoordeling van de solliciterende hoogleraar of lector als het om zijn didaktische kwaliteiten gaat. De commissie ontzegt de studenten terecht de deskundigheid op dat punt, alhoewel zij waarschijnlijk beter dan wie ook in de gaten zullen hebben welke docent staat te hakkelen bij het geven van college. Hieruit volgt echter allerminst, zoals de commissie Polak suggereert, dat op het gebied van het beoordelen van didaktische kwaliteiten de hoogleraren en lectoren in benoemingscommissies wel tot een deskundige beoordeling in staat zijn. Het kan de commissie Polak toch niet onbekend zijn dat er legio hoogleraren en lectoren collegezalen in- en uitwandelen zonder enige notie van overdrachtstechnieken. Het kan de commissie Polak ook niet onbekend zijn dat de eerste de beste schoolmeester of juf op de lagere school in Lutjelolkim op het punt van algemene didaktiek vermoedelijk beter tot oor-

Enibarrasment of massmedia Tijdens h u n gesprekken was hen gebleken, d a t h e t erg moeilijk was h e t vertrouwen van die vrouwen te winnen. Als ze eenmaal wisten d a t de bandrecorder niet a a n stond, werden ze veel o p e n h a r t i ger en draaiden niet meer om de waarheid heen.

Opvoeding Volgens Anne en Sally leren de

delen in staat is dan de hoogleraar of lector, die nog nooit van zijn leven met dat aspect van doceren gestoeid heeft. Om misverstand te voorkomen: de kwestie is niet: wie doceert beter, de docent met of zonder didaktische scholing? Het gaat er om: wie is in een benoemingscommissie „deskundig" op het gebied van de didaktiek. Volgens het Academisch Statuut hebben alle docenten betrokken bij het wetenschappelijk onderwijs reeds bij hun geboorte alle didaktische bekwaamheden in zich. Dat mag je tenminste concluderen uit het feit dat deze categorie docenten niet gehinderd door enige kennis van overdrachtstechniek op studenten los gelaten wordt. De kleuterjuf, de onderwijzer, de leraar zijn op dat gebied daarentegen wel wettelijke maatregelen getroffen. Allemaal oude koek. Dat wel. En het behoort niet tot de taak van de commissie Polak zich daarover kopzorgen te maken. Daar heb je weer andere commissies voor. Van de commissie Polak mag je wél verwachten dat ze weet waarover ze het heeft als er met het begrip „deskundigheid" geschermd wordt. Een ijdele verwachting, helaas. F. V.-VK.

kinderen van deze gezinnen al heel vroeg verantwoordelijkheid dragen: 'Games reflect domestic rules. Ook tijdens h e t spelen moeten de meisjes steeds op h u n jongere broertjes en zusjes letten. Zij kom e n veel minder regelmatig op school dan de jongens; op de wasdag blijven zü thuis om h u n moeder te helpen.' H u n toekomstige moederrol wordt h e n by wijze van spreken met de paplepel ingegoten. Anneke Kieft A.V.

Bezoek boeddhistenleider

Help een kind in Vietnam Op donderdag 20 februari om 20.00 uur is er in het Theologisch Instituut van de U.V.A. een bgeenkorast met de leider van de Boeddhistische Vredesdelegatie in Parijs Thich Nhat Hanh en op vrydag 15.00 uur zal hij op uitnodiging van het Instituut voor Godsdienstwetenschap van de V.U. een lezing houden over de Vredesbeweging van de Vietnamese Boeddhisten, in zaal 14A-04. Beide bijeenkomsten zijn voor iedereen toegankelijk. De bezoeken van Thich Nhat Hanh zijn voor het Komitee voor Vietnamese Weeskinderen een dringende reden om de aandacht van de V.U. gemeenschap te vragen voor het werk van de Boeddhisten in Zuid-Vietnam en om aan te wijzen op de mogelijkheid hen daarbij heel konkreet te helpen, door de financiële adoptie van een weeskind. In 1963 bonden Boeddhistische studenten in Vietnam de strijd aan tegen het regiem van Diem. Zij keerden zich voornamelijk tegen de onderdrukking en het gebrek aan godsdienstvrijheid, maar ook toen al werd er gedemonstreerd voor een „ministerraad voor de vrede". De vredesbeweging kwam snel op gang in 1964, toen twee jonge Boeddhistische monniken, waaronder Thich Nhat Hanh, de Boeddhistische kerk ervan wisten te overtuigen dat zij de leiding van de strijd tegen de oorlog op zich moest nemen. Sindsdien zijn de voornaamste Boeddhistische stromingen samengegaan in de Verenigde Boeddhistische Kerk (VBK) van de An Quang Pagode. De aktiviteiten van de VBK zijn erop gericht een verzoening tussen de strijdende partijen tot stand te brengen. Men wil dat de Vietnamezen' zich van hun eigen situatie bewust worden en dat ze zichzelf leren helpen, zonder inmenging van regeringen. Het gaat er de VBK vooral om de verschillen die binnen het volk leven te overbruggen.

Weeskinderen In 1973 werd het Komitee voor Vietnamese weeskinderen opgericht om de financiële hulpverlening voor de weeskinderen in Vietnam hier op gang te brengen en te koördineren.

Vanuit Nederland houdt het Komitee intensive kontakten met de Vredesdelegatie van de VBK in Parijs. Door een weeskind financieel te adopteren wordt het voor ons mogelijk het werk van de Boeddhisten direkt te steunen. Iedereen, getrouwd of ongetrouwd, groepen, instellingen, kan één of meer Vietnamese weeskinderen financieel adopteren. Van adoptanten wordt gedurende enkele jaren (minimaal 1 jaar) een maandelijkse bijdrage verwacht van ƒ 20,—. Eén 'Vietnamees kind kan daarvoor onderwijs ontvangen, voedsel krijgen en gekleed worden. De VBK heeft in Vietnam een heel netwerk van distriktswerkers, die nieuw aangekomen kinderen opgeven en die ervoor zorgen dat het geld inderdaad bij de desbetreffende kinderen aankomt. Iedereen die voor langere tijd een financiële adoptie wil aangaan, door overmaking van een bedrag van ƒ 20,— per maand te garanderen, krijgt een formulier met gegevens en een foto v a n h e t geadopteerde kind. Adopt a n t e n krijgen ook 3 ä 4 m a a l per j a a r een Nieuwsbrief toegestuurd, waardoor zij op de hoogte gehouden worden van de ontwikkelingen in Vietnam e n de s t a n d v a n zaken bü h e t Komitee. Wat moet u doen om een kind te adopteren? U kunt zich rechtstreeks wenden tol het Komitee voor Vietnamese Weeskinderen, Postbus 4300, Haarlem. Onderstaande personen zijn bereid nadere inlichtingen te verstrekken. drs. R. Bakker De Boelelaan 1105, kamer 13A - 18, te. 5458 of Beethovenlaan 41, nieuwkoop tel. 01725 -1326 Klaske Schrijver-Wijkstra Paulus Potterstraat 42, Amsterdam, tel. 727517

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 252

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's