Ad Valvas 1974-1975 - pagina 319
Km
AD VALVAS — 18 APRIL 1975
^
penken en ruzieën over herstrukturering
Klein: we komen heus aan de bezwaren.
tegemoet I
stiuctuiering gedaan zou zijn is een bewering die niemand waar zal Umnen maken. Toch is er in de jloop van de jaren heel wat afgê knabbeld aan juist die mogelijkhe den tot wetenschapsbeoefening. In de eerste nota van Posthumus Iwam de assistentonderzoeker voor als iemand die gedurende een kor iek d( tere tijd zich bekwaamde in het n ing »etenschajjpelijk onderzoek en äaaivoor 'een getuigschrift kreeg, n die dan wel gedurende langere tijd aan teerd. :en promotie werkte. Naar een sn de i'aats als as;sistentonderzoeker e ana^ noest gesolliciteerd worden. In de n depBecrste voortgangsnota werd het t selel olliciteren afgeschaft, en door van J «f. Posthumus de verwachting e: dci laitgesproken dat rond 20 pet. na ling kr iet doctoraal door zou gaan als as vorit istentondei zoeker. cliappt"Mtn liet vooilopig wetsontw'erp dat i\er ve"Siog door Veringa werd ingediend lus". ^ a s een duidelijk onderscheid ge lotte: laakt tussen de assistentonderzoe r en di ers en de researchstudenten. In nd op iet door minister De Biauw inge crheid lende wetsontwerp is dit onder icheid nog scherper gemaakt. Kon e researchaantekening onder Ve ding i inga nog" 1 ä 2 jaar duren, De laurea! irauw beperkte dit resoluut tot een vaak( aar, dat dan nog veelal in het ver pgeme iDgde van het doctoraal onderzoek iggcn. De assistentondeizoe neer, i leuwei ;ers werden grotendeels van de bijvfl iniveisiteiten losgemaakt althans llieid, iet beheer over hen. De assistent inder/oekers zullen ingepast wor voor evalT (en in een nationaal wetenschaps It in leleid. Het aantal zal afhankelijk ijft van 's lands financiën. Ze wer LIS, is lerwijs fen zowel^ aan binnen als buiten fflversitaire instellingen toegewe ordt. iplineii en. Voorwaarde is wel dat het onden( tótra van voortreffelijk onderzoek ijn van zicli 'at blijft er nu van de wetenschap Olden I de iiniversieiten over? Om te be ijk 0Bi| nnen moet een onderscheid ge s wem aakt worden tussen de beoefening die m wetenschap aan de universitei ide. I« n en de mate waarin wetenschaps Iter tei »efening geïntegreerd is in het niis. Hi ideiwijs. Er is een duidelijke ten hiet be as het grensverleggende onder gecitee [lek uit de univerisiteiten te halen. voren 'e verdeling van de assistenton ekomei frzoekers duidt daar ook op. ijft er binnen de universiteiten de tenschapsbeoefening over die lor de wetenschappelijke mede ;rkers gedaan wordt. n uniij Wetenschapsbeoefening, waar Ing en •sei. I « men tijdens de studie in aan adcrsd ging zal komen, is nog uitsluitend jrden i t onderwijsgebonden onderzoek. tig van in onderzoek van een heel wat te ziffl! TO klasse dan het grensverleg nde. In het verleden bestond nog W s dat er tijdens de studie dgenomen werd aan grensverleg imus. id onderzoek; dat is nu uitgeslo erwijt ! De maatregelen ten aanzien zoel H de wetenschap hebben vergaan erdwijil consequenties voor de universi •antwo« |ten. Voor zover de assistenton ithetÄzoeker al geen sluitpost wordt ' t B I , rijksbegroting, dan is het wet D^:b wel zo dat de universiteit wei
nig met hem te maken krijgt^ De^ wetenschapsbeoefening tijdens de studie wordt teruggebracht tot een minder soort wetenschap. De herprogrammering moet de her structurering voorafgaan, was in het verleden altijd de opmerking van prof. Posthumus als men bij hem informeerde naar de verdere uitwerking van zijn structuren. De wet herstructurering gaf billeen maar rooilijnen aan. Zo'n proces van herprogrammering vergt heel wat tijd. Ook vraagstukken als on derwijsdoelstellingen, de doelstel ling van de studie en de relevante stof komen daarbij aan de orde. In het door Veringa ingediende ont werp werd daarvoor maximaal, af hankelijk van het tijdstip van kan nemen van de wet, twee jaar en acht maanden uitgetrokken. Bij de presentatie van het wetsontweip door De Brauw bleek dat hij al in september 1973 denkt over te kun nen gaan tot invoering van de « e t . Daarna is de invociingsdatum tel kens uitgesteld. Prof. Snijders uit Groningen heeft tegen de wet heistiutturering als" bezwaar ingebracht dat het aïleen een examenwet is. Het onderwijs zou beter geiegeld moeten worden. Gezien in het licht van de minimale tijd die de faculteiten gegund wordt om tot herprogrammering te ko men, weegt dit bezwaar des te zwaarder. Met een variant op het verwijt van Snijders kan men de wet herstruc turering ook een bezuinigingswet noemen. De eerste opzet is dit on getwijfeld nooit geweest, j n a a r in de loop der jaren heeft de wet wel hoe langer hoe meer dit accent ge kregen; waarmee overigens niets gezegd is over de andere doelstel lingen ervan. Met name De Brauw heeft daar geen twijfel over laten . bestaan. Er heeft ten tijde van de kabinetsformatie het plan bestaan het hele instituut van de assistent onderzoeker uit het wetsontwerp te schrappen. Hevige protesten van prof. Posthumus hebben dit gedeel telijk voorkomen. De assistenton derzoeker is daarbij gered, zij het dat deze voor een groot gedeelte betaald wordt uit de zogenaamde tweede geldstroom. Ondanks de aandrang van de A cademische Raad om een exact getal te noe men voor het aantal assistenton derzoekers is dat uitdrukkelijk niet gebeurd. Men wil ten aanzien van het aantal geheel de handen vrij houden. De Brauw heeft al snel nadat hij minister was gewoiden hoog opge geven over het bezuinigend effect van de inovering van Posthumus. Dat zou rond 20 pet zijn. Nader hand werden deze geluiden niet
Op 29 april in Tweede Kamer Vandaag — vrijdag — b^igt de A cademische B a a d zich over de marterie van de h e r strukturering, n a d a t bijna alle universiteits en hogc schoolraden (inclusief de VU) zich afwijzend hebben uitgesproken over h e t wets ontwerp. D werkgroepVos sers van de A cademische Raad, die de behandeling van vandaag voorbereidde, is eveneens van oordeel dat h e t ontwerp niet h e t juiste m i d del is om h e t doel te berei ken, terwijl een minderheid ervan v a n m e n i n g is, d a t de Tweede K a m e r h e t domweg niet moet aanvaarden. Als h e t nieuws van h e t a d vies van de A B a a n de be windslieden Van K e m e n a d e en Klein bekend is, wacht nog de parlementaire b e h a n deling op 29 april. We zullen zien..,
lil
r. ME ia4Ä.ii;fsi
r liiliSS» Va7i Keme?iade
wijzigingen,
nou ja.
mcei vei nomen. Men is zijn heil toen meer gaan zoeken in macro economische bei ekeningerr. Zoals het Centraal Plan Büro deze cijfers op tafel legt zijn de bezuinigingen indeidaad gigantisch. Maar het vooi behoud waarmee dat gedaan wordt is pi aktisch van dezelfde om vang. Ook de beiekeningen van het toekomstige aantal studenten waren altijd te laag. Dat wil zeggen: vie len altijd tegen. Dat zou ook wel eens hel geval kunnen zijn met de berekeningen van het CPB. Want wie kan wat voorspellen over de ontwikkeling van de kosten per stu dent, als in de beschouwingen niet de eventuele verbeterinng van het ondel wijs wordt betiokken.
Vrijheidsbeperking Het wetsontwerp herstructurering is een eerste inperking van een groot aantal vrijheden op de univer, siteit. Studenten'kunnen niet meer onbeperkt van het onderwijs ge bruik maken. A ndere beperkingen zijn daarna gekomen. Bijvoorbeeld een numerus fixus voor het weten schappelijk onderwijs. Ook op ander gebied zijn de uni versiteiten aan beperkingen onder hevig. Een personeelsstop en een uitstel van de bouwactiviteiten gel den al lang. En zo liggen er nog wel een aantal plannen meer om het wetenschappelijk onderwijs in het gareel te krijgen. Tegen deze achtergrond moet de herstructurering gezieff worden. De regeling doet dat trouwens zelf ook. De herstrukturering is vooral de laatste lijd verdedigd met het argument van de als maar groter wordende stroom studenten. Hier voor heeft men, zoals in het vooraf gaande uiteengezet, in het wetsont werp herstiTicturering, w.o. al heel wal laten vallen. De kritiek van de afgelopen jaren op het wetsontwerp blijft bestaan, maar daar komt nu nog bij de con text, waarin het wetsontwerp zal moeten worden uitgevoerd. De studenten zijn altijd voortrek kers geweest in de kritiek op de herstrukturering. Zo organiseerde het LOG voor Pasen in Utrecht een grote manifestatie tegen de her structurering. iJat men al jarenlang strijd voerde tegen de herstructure ring lag duimendik op hetverloop van de bijeenkomst. Veel moeite om nog eens alle argumenten zorg vuldig op een rijtje te zetten werd er niet gedaan. Gezang en bekende toespraken, die al jaren worden ge houden, waren er meer om het
eigen gelijk te onderstrepen, dan om nog eens twijfelaars te overtui gen. De herstructurering is trouwens een belangrijk kristallisatiepunt .geweest bij de hergroepering van de studen tenbeweging, nadat deze rond 1970 aan sectarische twisten haast was oveileden. Gelijktijdig met de ver schijning' van De Brauw werd in Gioningen aanzet gegeven tot de oprichting van het Landelijk Over leg Grondraden (LOG). In de loop van 1972 herstelde de studentenbe weging zich aanzienlijk en een gro te demonstratie tegen het college geld en Posthumus was de eerste uiting van een nieuwe aanzienlijke aanhang van de studentenbeweging. Terug naar het begin van dit stuk. Van Kemenade dacht de bezwaren tegen de herstructurering behoorlijk ondervangen te hebben met zijn wijzigingsvoorstellen. W e P g a f hij desgevraagd toe dat aan de eis van intrekking van het wetsontwerp niet tegemoet is gekomen. Daarentegen zo merkt hij op, is er nu meer ruimte voor de herprogrammering en dat is toch iets waar de univer siteiten altijd om hebben gevraagd. Aldus de bewindsman. A ls tegen wicht tegen dit optimisme de opinie van de werkgroep van de A R: „De Academische Raad wil met klem stellen dat hij ook nu een herpro grammeriug van het wetenschappe lijk onderwijs noodzakelyk acht. Hij is echter van oordeel dat het wetsontwerp, ook in de gewijzigde vorm, te veel onduidelijkheden Iaat bestaan en onvoldoende ruimte biedt om een optimale herprogram meriug — een ingrijpend, in hoge mate experimenteel en overigens continu verlopend proces — moge lijk te maken." Nee, eens is men het over de herstructurering niet ge worden. Binnenkort gaat het parle ment het nu maar uitmaken.
Tom de Greef (FCGUPD)
Taalkundigen niet in vier jaar op te leiden
I n A d Valvas van 14 m a a r t heeft een interview m e t öe rector over h e t wetsontwerp her structurering gestaan. D a a r i n komt ook een uitspraak voor over de mogelijkheid om t a a l k u n d i g e n ' in vier j a a r op te leiden. Indien de tekst van h e t interview een getrouwe weergave van de mening van de rector bevat, is h e t nodig om n a m e n s de faculteit der letteren enige correcties a a n te brengen. Volgens het vraaggesprek heeft de rector gezegd: „ wat betreft de moderne talen hangt het ervan af of men de absolute spreekvaardig heid tot eis stelt; als dat norm woidt, dan zal men wat langer dan vier jaar nodig hebben; als het er om gaat om het kunnen „verstel len" van de taal en het op didak tisch verantwoorde wijze bijbren gen van grondbeginselen van de grammatika, dan zou men zeggen dat het ook wel in vier jaar kan." Het beeld dat de rector van een stu die in moderne vreemde taal geeft, heeft alleen betrekking op een op leiding tot leraar spreekvaardigheid Frans, Duits e t c , waarbij onduide lijk blijft of ook aan andere aspec ten gedacht is. Het is daarom goed om een overzicht van deze talenstu dies te geven, waarbij we ter wille van de duidelijkheid ons tot de stu dies Frans, Duits en Engels beper ken en de tien andere studierichtin gen in de letterenfaculteit aan de Vrije Universiteit buiten beschou wing laten. Aan deze drie talenstudies kunnen we drie hoofdaspecten onderschei den, n.1. taalbeheersing, linguistiefe en letterkunde. Wat de taalbeheer sing betreft, het is en blijft een ah noodzakelijk gevoelde eis dat elke afgestudeerde Romanist het Frans goed spreekt, schrijft en vertaalt, of hij nu leraar wordt of tolk, vertalel of wat dan ook. De universitair»; studie is met de taalbeheersing ech» ter nog niet voltooid. Dit punt wil* len we duidelijk laten uitkomettj omdat mensen die zelf goed Engeh spreken zonder de studie Engelst taal en letterkunde gevolgd te heb ben, vaak de noodzaak van die stu die niet inzien. Naast de taalbeheer sing staat namelijk ook nog de be studering van de taal, de linguïstiek of de eigenlijke taalkunde. Hier gaat het om de vragen naar het functioneren van talloze taalver schijnselen, ook in hun historisch verband. De beantwoording van die vragen hangt nauw samen met de methoden die men hanteert en met de daaraan ten grondslag lig gende theorieën. Van de eerder genoemde Romanis ten verwacht men alweer, niet dat ieder van hen deze theorieën en methoden perfect beheerst, maar wel dat bij hem een zekere vaardig heid in toepassing en beoordeling ervan bestaat.
Tenslotte het derde hoofdaspect, de bestudering van de literatuur. Ook hier is het weer zo vdat in de litera tuurwetenschap verschillende theo rieën en methoden bestaan waar mee de student in aanraking moet komen. Daarnaast zal hij vele lite raire werken zelf gelezen moeten hebben. Van een leraar in een zes de klas v.w.o. mag men namelijk verwachten dat hij over een Duits gedicht meer kan zeggen dan dat het „mooi" is. Het hoeft geen betoog dat bij de bestudering van deze drie onderde len ook kennis van de toestanden van het land nodig is; vandaar een onderdeel als „Deutschlandkunde". Het is nog steeds en eis van de wet dat de universiteit haar studenten wetenschappelijk schoolt. Deze eis houdt in dat de studenten opgeleid worden in het vragen naar het waarom en hoe van de bestudeerde objecten en het vinden van ant woorden, niet alleen maar in het le ren dat iets zo en zo is. Bij de dis cussies over de cursusduur zal men daarom aandacht moeten geven aan deze eis van wetenschappelijkheid en niet slechts mogen letten op een beperkt onderdeel van de studie in de moderne talen. Bestuur Faculteit der Letteren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's