Ad Valvas 1974-1975 - pagina 364
AD VALVAS — 30 MEI 1975
Iif. G. Loggers op voedselsyniposium
VCSVU:
Interesse in voeding nog veel te gering Sinds de hongerwinter van 1945 heeft de voeding van de Nederlander belangrqke veranderingen ondergaan, zowel qua patroon van de voeding als de kwantiteit en kwaliteit. Er zgn talloze faktoren die invloed hebben gehad op de voedingsgewoonten, waaronder de stqgende weivaart, intensievere kontakten met het buitenland, de wqze van verkoop, de industrie, de konsument, de voedingsvoorlichting en wettelijke maatregelen. De verschillende wqzigingen en het gebrek aan aktiviteit van de mens hebben geleid tot welvaartsziekten, als vetzucht en atherosclerose. Het voedsel is ons duidelijk te machtig geworden. Aldus mevr. dr. ir. Th. F . S. M. van Schalk, sekretaris van de Voedingsraad op het kortgeleden door de VCSVU georganiseerde symposium „Voedsel, is 't je ook te machtig?" Uit onderzoekingen is volgens haar gebleken dat het voedingspatroon afhankelijk is van de gezinssituatie. Gezinnen bijvoorbeeld niet intellektuele werkende moeders, vooral artsen, blijken vaak maar wat aan te rommelen met de voeding. De kinderen krijgen 's avonds vaak wat geld voor snacks of „voor de chinees". rijdensHiet symposium kwamen de tegenstellingen tussen de producent en de konsument duidelijk naar voren. Vooral op het gebied van de reklame en het markonderzoek. Drs. A. M. Ruoff (Calvé - De Betuwe) vond dat wij mensen redelijk beperkt- zijn en- het vaak moeilijk vinden om belangstelling voor andermans interesse op te brengen, die nodig is om op z'n minst „tolerant" te zijn. Het is zijn ovei tuiging dat veel kritiek op het aanbod van artikelen en evenzeer al of niet geuite irritatie jegens de reklame, veroorzaakt wordt door het feit, dat bepaalde produkten slechts voor bepaalde groepen interessant zijn. Mensen, die een „.radiospot horen over een zakje soep „voor natrium arm dieet" en niet in de kategorie konsument voor dat produkt vallen, voelen zich niet aangesproken en zullen een licht gevoel van irritatie, wellicht nauwelijks bewust, voelen opkomen. Mevr. mr. L. Dommering (Konsumenten Kontakt) gaf als tegenvoorbeeld de wasmiddelen die, ondanks de wrevel die ze bij vele mensen opwekken, goed verkopen. Ze vond dat er te veel kreten zonder enige grond gebruikt worden in de reklame, als „gezond", „bevat hoogwaardige bouwstoffen", enz., terwijl er niets gezegd wordt over het vetgehalte, of over additiva, zoals kleurstoffen in rode jam. Ook de invoering van de tandenborstel bij de STER-reklame vDor snoepgoed op de t.v. blijkt zijn doel voorbij te schieten. Er zijn al vele mensen die denken dat het een keurmerk voor goed snoepgoed is.
emotioneel gebonden ' Het was de heer Ruoff opgevallen dat het denken van de konsument^ Dver hulpstoffen zeer emotioneel .gebonden is. „Al die Chemikalien", .al di^ synthetische stoffen", in die woorden ligt al een waardering op!;esloten, en dan geen positieve. Wat is „synthetisch", wat is „chemisch"? De konsument heeft niet een beeld van de natuur, als te zijn opgebouwd uit stoften, die alle „chemisch" zijn, en in het algemeen nog samengesteld ook. De konsument steil „natuurlijk" tegenover „synthetisch of chemisch" en is in deze mystieke opvattingen nog gestijfd door de leklame van de voedingsmiddelenindustrie. Ook in- de natuur komen bijzonder snel werkende dodelijke gifstoffen
voor en op natuurprodukten kunnen allerlei niilieukontaminanten voorkomen, zoals residuen van pes^ ticiden, terwijl er zeer synthetische verbindingen bestaan die aangetoond onschadelijk zijn. Zeer belangrijk voor dfr industiie vond hij de produktenontwikkeling. In de loop van de tijd veranderen de eisen, die aan de levensmiddelenindustrie worden gesteld, door zich wijzigende elementen in het levenspatroon van de konsument en niéuwe inzichten op het gebied van onze voeding. Om het aanbod van levensmiddelen te blijven verbeteren is wetenschappelijk onderzoek en marktonderzoek noodzakelijk, terwijl ook ekonoraische overwegingen hun rol spelen.
Marktonderzoek Vooral tegen het marktonderzoek had mevr. Dommering bezwaren. Het marktonderzoek is een uiterst gebrekkig middel voor de kOM.sument om invloed uit te oefenen op de nieuwe ideei;n van de levensmiddelenindustrie. De" konsument kan alleen een negatieve keu/e maken: produkt ja, of nee. Het is een methode van de industrie om verliezen en tegenslagen te voorkomen. Uit een Amerikaans onderzoek is gebleken dat 90 % van de ideeën binnen de industrie ontstaan. Iets wat de heer Ruoff niet wilde ontkennen. Mevr. Dommering vond dat de invloed van de konsument op het voedingspakket vergroot moet worden. Daarom bestaat' er grote behoefte aan voorlichting, bijvoorbeeld via het onderwijs, en aan etikettering va» levensmiddelen. Het wordt tijd dat de belangen en aktiviteiten van de konsumenten gebundeld worden. De konsumentenorganisaties moetten een pressiegroepfunktie Tiebben, die scherpe aktic moeten kunnen voeren om meer inspraak en invloed te krijgen^sn als uiterste middel tot een koperstaking moeten kunnen overgaan. Het v/ordt tijd dat, nu de publieke belangstelling voor voeding groeiende is, en ook de pers meer aandacht aan de voeding gaat besteden, ook het parlement belangstelling voor deze zaken gaat krijgen.
Weinig interesse Volgens ir. G. Loggers (Inspekteur van de Volksgezondheid) valt deze belangstelling onder de bevolking tegen en is daarom ook het parlement nog weinig geinterescerd. Ook hij hoopte dat deze belangstelling bij het parlement spoedig zal komen, want het wordt tijd dat de Warenwet op korte termijn uitgebreid wordt, om mogelijkheden tot etikettering te geven. . Deze kwestie van de etikettciing was eigenlijk het enige strijdpunt
De SECTIE PEDAGOGISCHE EN ANDRAGOGISCHE WETENSCHAPPEN van de ACADEMISCHE KAAD roept sollicitanten <mnl /vrl.) op voor de functie v a n
SECRETARIS van de sectie. ^ -^ De a a n te trekken functionaris zal formeel in dienst treden van de Academische Raad en uitsluitend werkzaam zijn ten behoeVe van ^ e sectie.-Hij/zij zal worden aangesteld op basis van een arbeidsovereenkomst voor 2/5 werkweek in de rang van referendaris tweede kïasse (schaal 112), tegen een salaris van — afhankelijk van leeftijd en ervaring — minimaal ƒ 961.20 en maximaal ƒ 1.333,60 per maand. Gegadigden voor de functie dienen een universitaire opleiding te hebben voltooid,',bij voorkeur in een der sociale wetenschappen dan wel m de rechtsgeleerdheid. Telefonische Inlichtingen kunnen worden ingewormen bij de heer drs. K, H. Buikstra, Bureau Academische R a a d te 's-Gravehage, tel. 070-652925. Schriftelijke sollicitaties binnen twee weken na het verschijnen van dit blad te richten a a n de voorzitter van de Sectie Pedagogische en Andragogische Wetenschappen, prof. dr. W. J. Bradenburg, Westerhaven 16, Groningen.
tussen de overheid en de producent dal, na een gerichte vraag uit het publiek ter discussie kwam. Loggers en de levensmiddeleninspektie vinden dat spoedig op alle levensmiddelen aanduidingen over de hoeveelheid nutriënten moeten staan (etikettering). En dan niet zoals de levensmiddelenindustrie wil, onder druk van de EEG, een vrijwillige etiksttering van de drie hoofdnutriënten (eiwitten, koolhydraten en vetten) en het aantal kaloriën. Ook hij vreesde, net als mevr. Dommering, dat deze vrijwillige etikettering als reklame zal worden gebruikt. Loggers ging verder in op de kwaliteit van de levensmiddelen. We leven bij de gratie van ongelukjes, als het botergeel (karcinogeen) en de Planta-affaire. Sindsdien zijn er voor de voedseladditiva, uitgezonderd de aromastoffen, positieve lijsten opgesteld dit zijn lijsten waarop stoffen staan die als additivum toegelaten zijn). Zouden weTlu ook voor de aromastoffen positieve lijsten willen hebben, dan zou binnen enkele jaren de gehele kapaciteit van toxikologen op de wereld bezet zijn, om de op het ogenblik gebruikte aromastoffen ( ± 3000) te testen. Aan het stellen van eisen aan levensmiddelen, zowel op het terrein van schadelijkheid als op dat van voedingswaarde, wordt het zorgvuldig afwegen van een aantal faktoren vereist. Inspraak van de deskundige konsument kan op dit gebied van veel nut zijn voor de overheid.
juist door nieuwe technieken. Ook het gebruik van kreten als „langer vers" duidt alleen op een technologie die het produkt langer houdbaar maken. Wat de voedingsleer betreft vond hij dat, ondanks het feit, dat er al jaren aan geknutseld is, het nog steeds geen voedingswetenschap is. Deze discipline wordt minimaal beoefend. Het gevolg is, dat we meer weten van diëten bij vee dan bij mensen. Medici krijgen bij hun opleiding nauwelijks enige kennis o p dit terrein. Diëtisten krijgen bij hun scholing'ZO weinig fundamentele vakken, dat zij het gevaar lopen niet meer te zijn dan wandelende kaloriëntellers en receptenboeken.
Bijdrage? Misschien heeft dit symposium er wat toe bijgedragen, dat ook de Vrije Universiteit in de toekomst een aandeel zal leveren in de voe-
dingswetenschap. Voor een diepere aanpak van de problemen rond de voeding is het nodig dat we wat meer fundamentele kennis krijgen over de rol, de funkjie, en de benodigde hoeveelheid van de verschillende nutriënten. Het moet dan echter niet op het niveau zijn van onderzoek dat bijvoorbeld onlangs in Wageningen werd verricht. Mevr. Dommering haalde een geval aan van een levensmiddclentechnoloog, die in Wageningen afstudeerde op het troebel maken van jus d'orange (troebele jus d'orange verkoopt beter). De universiteiten kunnen ook een rol spelen in het verhogen van het algemene kennisniveau over voeding van de bevolking, want voor de zo broodnodige inspraak en invloed van de konsument op het voedselpakket is kennis een eerste vereiste. Ook hier geldt als altijd: „kennis is macht". Wim Tennissen, VCSVU
Technologie Rob Sömons (BWA) ging o.a. wat meer in op de technologie en de wetenschap. De stelling, dat de technologie het voedingspakket verbetert, stoelt, volgens hem, voornamelijk op een 19e-eeuws vooruftgangsgeloof. De praktqk is, dat een „beter" produkt voornamelijk „beter verkoopbaar" is. Van een aantal produkten daalt de kwaliteit
Het forum op liet voedselsymposium in aktie. V.l.n.r. ir. Loggers, Ruoff, prof. Planta (voorzitter), mevr. v. Schaik, mevr. Dommering Rob Sijmonds.
dn. en
Wetenschappelijk medewerlcer in tijdelijke dienst Vooruitlopend op de totstandkoming van een op artikel bij van de W.W.O. gebaseerd rechtspositiereglement voor het personeel is ba K.B. van-25 februari 1975 (stb. 81) een regeling getroffèii met beti-ekking tot de aanstelling in tqdelüke dienst op proef van een bepaalde categorie der wetenschappelijke medewerkers. Als overweging voor de totstandkoming van de K.B. kunnen worden genoemd: . a. dat het bijzondere karakter van de functie van een bepaalde categoiie wetenschappelijk medewerkers het gewenst doet zijn ten aanzien van hun aanstelling in tijdelijke dienst op proef eigen voorschriften, afwijkend van die van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, vast te stellen (met andere woorden een formele basis te geven aan de bij de instellingen gegroeide praktijk van een proeftijd van langer dan twee j'^aren waarbij een oneigenlijk gebruik werd gemaakt van bepaalde aanstelilngsbepalingen uit het ARAR). b. dat de formele regeling van deze wijze van tijdelijke aanstelling met het oog op de rechtszekerheid zó urgent is, dat daaraan de hoogste prioriteit gegeven dient te worden. Over de tekst van het K.B. is met de staatssecretaris van O. W. zeer intensief overleg gevoerd in het Centraal Overlegorgaan Personeelszaken Wetenschappelijk Onderwijs (C.O.P.W.O.). Als gevolg van dit overleg konden belangrijke wijzigingen (verbeteringen) in de oorspronkelijke tekst worden bereikt. De N.C.B.O. heeft zich in het C.O.P.W.O. op het standpunt gesteld twijfels te hebben over de noodzaak van een proeftijd van langer dan twee jaar, doch de voorkeur te geven aan de in het K.B. neergelegde regeling boven de huidige praktijk van eigenlijke toepassing van ARA-voorschriften. Een praktijk waarin op gronden als „werk van kennelijk tijdelijk karakter" of „ter Verdere wetenschappelijke vorming en opleiding" toch — zij het niet officieel — een proeftijd bestond met al dan niet vage mondelinge toezeggingen van de betreffende hoogleraar of het vakbestuur. Dit standpunt gaf ons aanleiding slechts dan akkoord te kunnen gaan met de'vóor-gestelde regeling indien
tegelijk met het veischijnen van het KB aan de mstellingen een circulaire (aanwijzing) zou uitgaan waarin de overige mogelijkheden van een tijdelijke aanstelling van wetenschappelijke medewerkers zou worden omschreven. Aan deze vooiwaarde heeft de staatssecretaris voldaan bij zijn circulaire dd. 2 april 1975. Tevens werd bepaald dat deze regeling ook van toepassing is op het zittend personeel, waardoor het mogelijk is „schoonschip" te maken met de huidige vaiieteiten van aanstellingsnormen en kan worden nagegaan welk effect deze maatregel in de praktijk sorteert,' zodat h i e r m e e bij de totstandkoming van het rechtspositieleglement op basis van de W.W.O., rekening kan.worden gehouden. Met het verschijnen van het K.B. van 25 febiuari 1975 (stb 81) en de Ministeriele ciiculaire"-dd. 2 april 1975 is geregeld in welke gevallen bepaalde aanstellingen in tijdelijke dienst moeten weiden gegeven. Met opzet spieken wij hier van „moeten", omdat de aard van de tijdelijke aanstelling niet alleen kan of mag afhangen van mensen of beslissingen van hoogleraren, (vakgroepen) raden of besturen. De gevallen waarin tot een tijdelijke aanstelling kan woideri overgegaan en de vorm waarin deze dan moeten worden gegeven is limitatief omschreven en vastgglegd in het ARAR, het KB van 25 februari 1975 (stb 81) en toegelicht in de circulaire dd. 2 april 1975. Deze regelingen verplichten tot een duidelijk omschreven aanstellings--beleid. Een beleid waarin in de toekomst geen meningsverschil meer behpeft te ontstaan over de vraag wat het doel is geweest van de tijdelijke aanstelling' (vaste dienst o£ ontslag na ommekomst van het vailgestelde, tijdelijk of, fecpciald diènstverbattd).
Wat betekent dit nu voor de tijdelijke medewerkers bij de V.U.? De vooromschreven regelingen kunnen voor wat betreft de rijksinstellingen van wetenschappelijk onderwijs worden beschouwd als algemeen verbindende voorschriften. Gelet op het bijzondere karakter van de- bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs, waarbij het personeel geen ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet of Algemeen rijksambtenarenreglement is, doch de rechtspositie wordt beheerst door de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, zijn deze nieuwe voorschriften niet zondermeer van toepassing. De circulaire van 2 april 1975 is door de staatssecretaris met verwijzing naar artikel 94, Ie lid van de W.W.O. onder andere gezonden aan het College van Bestuur van de V.U. Dit voorschrift houdt onder meer in dat het C.v.B. regelen moet treffen m.b.t. de rechtspositie waarbij zoveel mogelijk overeenkomstige toepassing van de onderwerpen welke krachtens artikel 64 W.W.O. (rechtspositie personeel aan rijksinstellingen van wetenschappelijk onderwijs) zijn geregeld. Dit houdt naar onze mening in dat het C.v.B. van de V.U. zoveel mogelijk naar aard en strekking de onderhavige voorschriften zal moeten toepassen. Daartoe zullen in de Commissie van Georganiseerd Overleg de nodige initiatieven worden ondernomen. Gelet op de beschikbare ruimte is het ons niet mogelijk uitvoerig in te gaan op de tekst van het KB en de circulaire alsmede op de verdere uitwerking daarvan met name bij de bijzondere instellingen. Zij die daarvoor belangstelling hebben kunnen een exemplaar van deze voorschriften aanvragen bij de N.C.B.O., Bankaplein 3, te Den Haag. Verder zal de N.C.B.Ogroep V.U. op 3 juni a.s. te 14 uiii in zaal 2A-05 van het hoofdgebouw een bijeenkomst beleggen met de wetenschappelijkernedewerkei s teneinde over deze materie van gedachten te wisselen. _, E J. Anne'i elil, hoojdbestunider N.C.B O
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's