Ad Valvas 1974-1975 - pagina 285
5
AD VALVAS — 7 MA A RT 1975
Aanbod en behoefte academici
Reëele schatting vrijwel niet mogelijlc Door Jan De werkloze bouwvakkers zullen in de toekomst vervangen worden door werkloze academici. Er zal in de toekomst namelyk een tekort ontstaan aan lager geschoolden en een overschot aan hoger geschoolden. Dit zal tot gevolg hebben dat er in 1980 voor zo'n 25.000 afgestudeerden geen baan zal zgn die in overeenstemming is met hun opleidingsniveau; in 1990 zal dat voor zo'n 120.000 afgestudeerden het geval zijn. Deze cijfers zyn te vinden in een studie van een werkgroep van deskundigen die enkele weken geleden verschenen is. Deze werkgroep was het vorige jaar door staatsecretaris Klein ingesteld met het doel een terreinverkenning op te stellen t.a.v. toekomstige ontwikkelingen van de arbeidsmarkt voor academici. Het rapport van de werkgroep verscheen de afgelopen maand en de conclusies ervan zgn reeds uitvoerig in de landelijke pers aan de orde geweest. Hoe komt die werkgroep nu aan deze verontrustende getallen? Men heeft twee dingen gedaan: 1. een schatting gemaakt van het te verwachten aanbod van acade mici; 2. een schatting gemaakt van de te verwachten behoefte aan acade mici. Om een schatting te kunnen maken van de in de toekomst te verwach ten aantallen academici is het no dig eerst de ontwikkelingen in het secundair onderwijs te bekijken; immers daar moeten ' toekomstige studenten en nog weer later toe komstige academici vandaan ko men. Uit de cijfers die de werk groep heeft verzameld over de af gelopen jaren blijkt dat een groei end deel van de Nederlandse jeugd secundair en tertiair onderwijs is gaan volgen. Met name de laatste tien jaar is er een sterke stijging waarneembaar bij het algemeen voortgezet onderwijs (M A VO, HAVO en VWO) die ten koste is gegaan van de deelname aan het lager beroepsonderwijs. Het ziet er naar uit dat op korte termijn meer dan 40% van de Nederlandse jeugd een diploma zal hebben dat toe gang geeft tot de universiteit. Voor het schatten van toekomstige aantallen studenten is nog een tweede factor van belang: namelijk hoeveel van diegenen die een diplo ma hebben dat toegang verschaft tot een universitaire opleiding ma ken daar ook daadwerkelijk ge bruik van. Was het in het grijs verleden in het begin van deze eeuw nog zo dat vrijwel iedereen die het VHMO met vrucht had gevolgd ook ging studeren, na de tweede wereldoor log was dat niet meer zo. In 1950 schreef maar de helft van de abitu riënten zich in aan de universiteit maar ook in die situatie is de laat ste tien jaar een drastische verande ring gekomen. De nieuwste cijfers wijzen er op dat het percentage abituriënten dat gaat studeren de 100 begint te naderen.
Oorzaken In dit licht gezien is het niet ver wonderlijk dat de aantallen studen ten de laatste jaren zo geweldig zijn
toegenomen en te verwachten valt dat die stijging doorgaat. Verklaringen voor de toegenomen deelname aan het onderwijs zijn: de toegenomen welvaart, de verste delijking, de behoefte aan mensen met een goede opleiding en het overheidsbeleid dat er na de tweede wereldoorlog bewust op gericht' ge weest is ieder zoveel mogelijk kan sen op verder onderwijs te geven. Illustratief zijn in dit verband de volgende gegevens: • het beschikbare budget voor stu dietoelagen is enorm gestegen, • de toelatingsnormen zijn versoe peld: van de nu studerenden zou één op zes in 1945 niet tot zijn hui dige faculteit zijn toegelaten, • nieuwe studierichtingen: één op de zes studenten volgt colleges in een studierichting die in 1945 als zodanig niet bestond, • reusachtige uitbreiding van ge bouwen en personeel: één op de driestudenten is gehuisvest in een naoorlogse vestiging. Op grond van de bovengenoemde gegevens komt de werkgroep tot schattingen van de te verwachten studentenaantallen. Door deze te combineren met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over doorstroomsnelheid en nume riek rendement komt men tot schattingen van de toekomstige aantallen academici. Men gaat er daarbij van uit dat in de studie keuze geen grote verschuivingen te verwachten zijn.
Behoefte aan academici Vervolgens heeft de werkgroep een poging gedaan om de toekomstige behoefte aan academici te schatten. Men heeft daartoe verschillende wegen bewandeld. In de eerste plaats is getracht een verband te vinden tussen de aantallen acade mici op de arbeidsmarkt en enkele economische indicatoren. In de tweede plaats is per vakgebied ge probeerd prognoses te maken over de toekomstige behoefte. De uit komsten van de verschillende bena deringen ontlopen elkaar niet veel. Bij de eerste globalere benadering heeft men een vergelijking gemaakt tussen de aantallen academici en het nationaal inkomen. In de tijd
Verdam
Berekende aantallen academici en de hoeveelheid arbeidsplaatsen in 1980 en 1990. 1970 arbeids plaatsen Godgeleerdheid Letteren Geneeskunde Tandheelkunde Diergeneeskunde Wiskunde en natuurwetensch. Technische wetensch. Landbouwwetensch. Rechtsgeleerdheid Economisch wetensch. Sociaalcult. wetensch. Psychologie Pedagogie Aardrijkskunde Totaal Idem op grond van economische macrorelaties
gezien blijkt tussen deze twee een vrijwel lineair verband te bestaan. Omdat deze zeer grove benadering wat al te simplistisch lijkt heeft men ter controle een wat genuan ceerder benadering gekozen. Uit een studie van het Centraal Plan Bureau uit 1968 bleek dat er een sterk verband bestond tussen de scholingsgraad en de arbeidspro duktiviteit (produktie per werkne mer). Door de nu te verwachten stijging in arbeidsproduktiviteit te schatten kan ook een schatting ge maakt worden van de scholings graad van de werknemers. Daaruit kan de behoefte aan academici weer worden afgeleid. Via deze beide benaderingen komt men op een behoefte aan acade mici van 150.000 in 1980 en 210.000 in 1990. Bij de prognoses per vakgebied heeft men geprobeerd de behoefte per studierichting te schatten. Uit gegaan is daarbij op de resultaten van eerdere Volks en Beroepstel lingen (1930, 1947 en 1960; de ge gevens van de Volkstelling van 1971 zijn nog niet beschikbaar) en van kleinere onderzoeken die per vakgebied hebben plaatsgevonden. Zo wordt per vakgebied de geschat te behoefte aan academici gevon den, het totaal dat hieruit resulteert wijkt niet veel af van de eerder ge vonden getallen.
1980 acade mici
1990 arbeids plaatsen
acade mici
arbeids plaatsen
4.300 6.200 15.100 3.100 1.500 10.400 1.800 15.700 2.400 11.600 7.300 2.100 1.000 1.200
5.600 11.300 23.700 4.700 2.400 20.000 31.500 5.100 23.500 15.300 7.300 6.000 2.700 2.800
4.300 10.000 23.400 5.600 1.900 17.000 22.500 4.100 15.100 12.300 5.500 4.800 2.500 2.500
7.400 22.100 31.300 7.500 3.200 40.200 61.200 11.000 47.600 29.800 19.800 16.900 9.800 8.200
4.300 12.200 29.800 5 900 2.200 22.500 31.600 6.500 19.000 20.300 12.400 10.200 5.200 4.500
± 84.000
± 160.000
± 130.000 140 a 150.000
± 320.000
± 190.000 200 a 210.000
De resultaten van al deze schattin gen, zowel wat betreft het aantal academici als de behoefte, zijn weergegeven in de tabel.
Kritische
kanttekeningen
Met name bij de voorspellingen van de toekomstige aantallen aca demici zijn een aantal kanttekenin gen te plaatsen. Een groot aantal factoren maakt het namelijk nau welijks mogelijk in dit opzicht tot enige reële schatting te komen en de werkgroep noemt zelf ook een aantal punten die de voorspellingen op losse schroeven zetten. • de laatst bekende gegevens wa ren die van de volkstelling van 1960; de resultaten van de volks telling van 1971 waren nog niet bekend, • de laatst bekende studentenaan tallen dateren uit 1971; door de collegegeldboycot zijn geen latere gegevens beschikbaar, • cijfers over de afgestudeerden van de laatste twee jaar zijn niet beschikbaar; hoe is het numeriek rendement geweest? • de veranderingen van het VWO kunnen hun invloed hebben op het WO; hierover is nog niets te zeg gen, • binnen enkele jaren is de her structurering van het WO te ver wachten; de invloed hiervan, bijv.
op het doctoraal, is niet te voor spellen. Er zijn in deze geest nog wel meer opmerkingen te maken die de waar de van de resultaten sterk relative ren, al zal de tendens op zichzelf niet onjuist zijn. Het moment van verschijnen van het rapport — vrijwel tegelijk met het wetsvoorstel tot verlenging van de machtigingswet — doet echter vermoeden dat politieke motieven op zijn minst een belangrijke rol gespeeld hebben bij het uitbrengen ervan. Het voorstel van de be windslieden om de minister van OW de bevoegdheid te geven de situatie op de arbeidsmarkt te be trekken bij zijn besluitvorming over numeri fixi sluit hierbij aan. Het is de vraag of een structurele zaak als de behoefte aan acade mici — met zoveel onzekerheden — via een noodwet als de Mach tigingswet moet worden geregeld. De A cademische Raad heeft er in ieder geval scherp tegen geprotes teerd. Tenslotte, volgens opgave van het ministerie van O W waren er per 1 december jongstleden 106.000 stttdenten ingeschreven; dat is 30.000 minder dan de laagste ra ming van datzelfde ministerie van O W uit september jl. En het aantal eerstejaars was in 1974 19.400; 1.900 minder dan in 1971...
Boekenaktie voor Suriname Voordat wy een verslag geven van het verloop van de Surinameweek, willen we een oproep doen om alsnog boeken in te leveren, wy voeren nu geen aktie meer ssonder ook aan de VUbevolking de mo geiykheid te bieden konkreet iets te doen. Domweg geld geven la niet bewustmakend en geeft bo vendien een onterecht tevreden gevoel. Mensen zijn meer gehecht aan hun boeken en zodoende vra gen wij nu ledereen om in de boe kenkast te zoeken naar goede boeken, opdat deze, na selektie door het SuriiiamekxMnitee, naar Siuiname kunnen worden verzon den om dienst te doen in de völksbibliotheken. Er is een enorm tekort aan boeken. Onder wys geven aan kinderen en vol wassenen is niet funktioneel, als men geen leestraditie kan opbou wen. Boeken, die gewenst zijn: • Goede Nederlandse, Engelse en Spaanse romans, waar u zelf aan gehecht bent, maar, die u over heeft voor dit werk. (Boeken zyn
in SurUiame ontzettend duur.) • Middelbare schoolboeken, voor ai wiskunde, scheikunde en bio logie. Liever geen aardr^kskunde en geschiedenisboeken, want die zün niet gericht op de problemen in Suriname. • Maatschappykritische boekeni en atudieboeken van vorige jaren. 0 Jeugdboeken om de leestraditie by jongeren te ontwikkelen (som mige mensen zeggen deze by hun ouders thuis te hebben staan). De komen twee weken staat by de ingang van het restaurant een boekenbus, waar u uw boeken in kunt deponeren. Ook op kamer 12A18 kunt u ze brengen. Hebt u problemen met het vervoer van deze boeken, belt u dan even Nel leke van Klooster, tel. 456992. Er zyn nog maar 100 boeken bin nen. Voor een Vübevolking van 10.000 man is dit wat mager. Het een en ander mag best ten koste gaan van de (meestal aanwezige) stattis van uw boekenkast. Wereldwinkel VU
Farce Majeure bij QBD Op uitnodiging van de juridische fakulteitsvereniging QBDBD heeft Farce Majeure vorige week donderdag haar televisieopnamen op het binnenterrein van de VU gemaakt. Oorspronkelijk was de bedoeling dat Farce Majeure een optreden zou versorgen in het kader van de onder wijsdag voor juridische studenten, die op dinsdag 4 maart is gehouden. Door drukke werkzaamheden was dit niet mogelijk. Farce Majeure wilde echter wel de opnamen op de VU komen maken. Ongeveer 500 mensen hebben kunnen zien dat het veel moeite kost om een uitzending een spontaan karakter te geven. De vragen werden gesteld door het QBDbestuur. Een student biologie (uitgeloot voor medicijnen) klom nietsvermoedend het schavotje op, in de veronder stelling dat vragen vrij stond. Onda7iks dat door Farce Majenrq §en snedig antwoord werd gegeven'is de J (PB.) i passage niet uitgevonden. C.J ii a
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's