Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 391

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 391

12 minuten leestijd

i

AD VAL VAS — 20 JUNI 1975

Prof, Gordijn

(lieh, opvoeding)

deed weinig

maar om het gedane, hoewel dit vaak niet haalbaar is in onze maatschappij. Het gedane mag natuurlijk niet inhoudsloos zijn: de prestatie mag je doel niet zijn, maar je moet wel iets prestelen."

science-onderzoek

'ik verkondig

Langs de lijn

de wereld die ik bezit"

„De bedoeling van God is geweest volgens mij, dat we allemaal vreugde hebben in het „er zijn". Het „zijn" is een gegeven, het „er zijn" moet worden gepakt. Daarom vind ik spelen en dansen erg belangrijk, omdat het op zich geen doel heeft. In vele spoiten heeft de mens een laak: de doelstelling is zo veel mogelijk punten te behalen. Spelen is heel andeis; je wilt ei geen einde aan hebben. Je vindt het fijn omdat je er bent. Bij een goede opleiding moet. de student gewoon blij zijn dat hij er is.

„Een prestatie mag je doel niet zijn, maar je moet wel presteren". Dit zegt prof. dr. C. C.>F. Gordijn, voorheen hoogleraar aan de Interfaculteil Lichamelijke Opvoeding van de VU, thans om gezondheidsredenen met emeritaat en alleen nog adviseur voor de Interfaculteit. Mede op zijn aandringen werd deze interfaculteit destijds opgericht. Eigenlijk wordt er geen lichamelijke opvoeding, maar meer lichamelijke opvoeding-k u n d e onderwezen. Nieuwsgierig n a a r de beweegredenen van prof. Gordijn, die op 27 september a.s. een officieel afscheid aangeboden krijgt, hadden wij een gesprek met de hoogleraar, waarbij de sherry niet ontbrak. Terwijl prof. Gordijn rijkelijk de glazen vol schonk, zei hij dat bij lichamelijke opvoeding niet alleen de beweging hoort, maar ook het streven naar een algeheel welbevinden van de mens. Prof Gordijn: „Je moet goed begrijpen dat de lichamelijke opvoeding, onderwezen op de VU, de zaak wetenschappelijk tiacht te benaderen. Wij leiden dus niet op tot sportleraar. Daarvoor zijn de academische opleidingen l.o. Ik zal de geschiedenis globaal schetsen, hoe een en ander tot stand gekomen is. Ik zelf ben begonnen als gymnastiekleiaar, wat tegenwoordig leraai lichamelijke opvoeding heet. We kenden in die tijd een autoritaire opvoeding van kinderen; je gaf een bewegingsopdracht, die uitgevoerd moest worden. In de lichamelijke opvoeding stond centraal het werken met anatomische en fysiologische data, dus spieren en vitale capaciteiten. In de vooropleiding l.o. stonden dan ook medische vakken centraal, hoewel we ook wel enige bemoeiing hadden met pedagogische en psychologische literatuui."

Theoretische

vorming

„Dan kom je in de praktijk te werken; ik heb in Amsterdam veel scholen gehad. Je ziet dan dat veel kinderen niet zo reageren als je gedacht had. Je mei-kt ook dat het erg moeilijk is resultaten te meten van je werk. Als ik iemand leer hoogspringen, wordt hij daar dan mééi mens van? En als een ander tien centimeter hoger springt, is die dan meer waard? Ik had het met dit soort problemen erg moeilijk en ik ben toen naar de VU gegaan om M.O.-A en B padagogiek te gaan studeien. Met die kennis beladen ga je weer terug naar je scholen en dan meik je, dat theoretische vorming nog lang niet altijd inhoudt, dat je in de practijk anders gaat handelen. Er blijkt dan een enorme kloof te zijn tussen het practische doen en het theoretische bezinnen. Je moet in de practijk altijd conti oleren of de mensen die je begeleid tot een gedragsverandering gekomen zijn, die je hebt gewild, hetgeen ook erg lastig meetbaar is. Daarom heb ik begrepen dat het eigenlijk gaat om een stuk artisticiteit van de kant van de leraar. Je moet altijd kinderen artistiek bewogen mee-begeleiden, adem inhoudend en niet steeds je wil opleggend. Je doet dat kind een voorstel tot een beweging, waarin het naar je vermoeden zichzelf kwijt kan. Als het zich niet in die beweging kwijt kan, dan ben ik op het veikeerde spoor."

Toerusting

en

bestemming

„Toen heb ik gedacht dat ik moest zorgen een wetenschappelijk betrouwbaie deskundigheid te verwelven omtrent datgene wat ik doe. Dat heb ik gezocht en daar zoek ik nog steeds naar. Door dit alles speelt nog iets andeis heen: ik ben gegrepen door een evangelische inspiratie, hoewel dat wel erg duur klinkt. Als ik die kindeien help te gaan bestaan, een bestaanswereld geef waarin ze zich kunnen bewegen, hoe voldoen ze dan aan een zekere bestemming? Er bestaat volgens mij een relatie tussen bestemming en toerusting;

Door Guus

Eigenlijk had ik eerder de mogelijkheid en de wenselijkheid moeten ontdekken van het echte, duidelijke, haide, experimentele onderzoek. Men verwijt mij vaak dat ik te dogmatiseiend ben, niet genoeg waarde hecht aan datgene wat in het e\peiiment duidelijk wordt, wat dus navolgbaar is. Zo zou men tot ontwijfelbare zekeiheden komen. Maai ik zeg altijd: dat zijn ontwijfelbare zekerheden van een gereduceerd stuk werkelijkheid. Vóór elk onderzoek moet je een hypothese stellen, die dan geverif iceid moet worden. Maar zo'n hypothese kan alleen voortkomen uit het contact dat je hebt met de hele werkelijkheid, je leefwereld, het kijken naar mensen die bewegen.

Herbschleb

iemand heeft het recht om debiel te zijn, omdat zijn bestemming dan ook is debiel te zijn in een debiele wereld. Ik wilde toen een opleiding maken voor leraren l.o., die gericht was op dit bestemmings-toerustmgs-patioon. In 1947 is een christelijke academie voor lichamelijke opvoeding opgericht, die een afdeling vormde van de Vrije Leergangen aan de VU. Vanaf 1945 had ik ook de leiding van de sport voor de studenten op de VU; ik heb de ASVÜ mede opgericht. Later werd me dit alles te veel en wijdde ik mij geheel aan het weik voor de academie."

Existen

Nu ik weggegaan ben uit de Interfaculteit als hoogleraar, ben ik eigenlijk alleen maar door een paar mensen op te volgen, nietdoor één. Historisch gezien is de interfaculteit gegroeid en ik ben meegegroeid. Da problematiek heeft zich in de loop van de jaren verdiept en gedifferentieerd. Ik zou het dus ook allemaal niet meer kunnen en daarom is het misschien goed dat ik mijn hoogleraarschap beëindigd heb, hoewel ik natuurlijk wel als belangstellende langs de lijn blijf staan."

tialisme

„Dan komt er weer een ander punt naar voren: wat zijn nou bewegende mensen, zün dat dingen die alalleen maar zichzelf verkondigen, of verkondigen ze ook tegelijkertijd de wereld waarin zij leven? Ik zelf verkondig ook, zoals ik nu tegenover u zit, niet alleen wie ik ben, maar ook de wereld die ik bezit, hoe ik die wereld bewoon. Als je didactisch bezig bent op een school, onveischillig welk vak, dan gaat het elke keer hierom, dat je het kind bij de hand pakt op zijn ontdekkingsreis door de wereld. Elke keer als er iets aan toerusting te kort komt, dan is dat een belemmering van het plezier van God in die mens. God wil de mensen graag zien in volle toerusting; de mensen moeten zijn toegerust met de mogelijkheid op stap te gaan, om antwoord te geven aan de motorische tegenwereld en hier moet ik mijn vakgebied bij helpen. D a t is mijn hele vakdidactiek, opdat de mensen niet alleen m a a r „zijn", m a a r ook „er zijn". Hier kom ik dus in a a n raking met h e t existentialisme; Heidegger e n Sartre zett«n de mens ook in relatie tot zij'n wereld; zij erkennen een coherentie. Je k u n t niets zinnigs over de mens zeggen zonder daai-bij de hele wereld te betrekken."

de zaak loch echt interdisciplinair moesten gaan benaderen. De problematiek zou zo in een strak wetenschappelijk kader gevat kunnen worden. Derhalve heb ik vanaf 1963 gepleit voor een interfaculteit L.O., en vanuit mijn visie ging mijn voorkeur natuurlijk uit naar de Vrije Universiteit. Dit heeft als resultaat gehad (zo'n universiteit is een voorzichtig lichaam), dat ik eerst werd aangesteld als lector aan de pedagogische faculteit. Ik wilde toen al beginnen met een groepering van wetenschapsmensen rondom deze problematiek. Dit is echter niet zo erg goed gelukt, ook al omdat de meeste faculteiten zelf genoeg problemen hebben en te weinig mankracht. Toch ben ik door gegaan met overal te blijven vragen en instanties aan te klampen." „Vier jaar geleden ontstond de Interfaculteit Lichamelijke Opvoeding, waarvoor uit diverse facultei-

ten mensen bij elkaar gehaald werden. Je kreeg toen een optelsom van piobleemgebieden, die de wetenschappers uit hoofde van hun discipline interesseerden. We kregen zo verschillende benaderingen en vooral in het begin moest de student zelf maar de verschillende theorieën tot een eenheid maken. Dat is een nadeel, hoewel het steeds beter gaat. Trouwens, op andere faculteiten gaat het precies het zelfde. Er zijn verschillende afstudeerrichtingen: één naar de didactische kant, één die handelt over het afwijkende bewegingsgedrag; er worden mensen opgeleid als onderzoeker speciaal op het gebied de lichamelijke opvoeding binnen het kader van de functiepsychologie, of ginnen de anatomische en fysiologische sector. Het gaat mij altijd om: niet wat iemand weet, maar dat hij het weet. Niet dat hij werkt om het produkt.

Interdisciplinair „Er zeggen mensen tegen mij: je bent niet echt wetenschappelijk. Ik heb nl. heel weinig gedaan (vrijwel niets) aan het echte science-onderzoek. Dat kan mij niets schelen, als ik maar een waarheid gevonden heb, die hanteerbaar is en leidt tot emancipatie van bestemmingsweten. Onderwijs is: leren waai toe en waai voor iemand er is, zijn bestemming aan hem laten zien. Hiermee moet je de kinderen confronteren en dat is dus een heel andere manier van lichamelijke opvoeding dan vioeger vaak gebiuikelijk was. Tegenwoordig wordt die samenhang mens-wei eld overal wel meer ondeikend. Maar is die samenhang zodanig te bestudei en of te analyseren, dat ik op grond hiervan ook inzicht krijg in mijn handelen? Hieruit trok ik de conclusie, dat we

HER-INSCHRIJVEN?? STUDIEJAAR 1 9 7 5 / 7 6 Denk aan 3 juli en 14 augustus a.s. Zie pagina 5 Ad Valvas 3 0 mei J.l.

Sociëteit Uilenstede 40 % groter Onlangs is bij notariële acte opgericht de 'Stichting Sociëteit-Café Uilenstede', hetgeen m i n of meer een fusie betekent tussen de Stichting Ontmoetingsruimte Uilenstede en de Stichting Sociëteit Uilenstede. Door één en a n d e r k u n n e n een verbouwing en verhuizing binnen het Combinatiegebouw gerealiseerd worden. Het dagelijks bestuur van de nieuwe stichting heeft onder de studenten een clrkulaire verspreid met de volgende inhoud: 'Het zal niemand ontgaan zijn, d a t binnen liet combinatiegebouw bepaalde wijzigingen hebben plaats gevonden. Door de herindeling van h e t combinatiegebouw wordt de sociëteit in de gelegenheid gesteld een, zo langzamerh a n d noodzakelijk gewoi'den, verbouwing te realiseren Om in de verbouwing die dingen, w a a r a a n gebleken is, het beste te kunnen de behoefte m de loop der jaren verwezenlijken moet de sociëteit echter n a a r een ander gedeelte van h e t gebouw verhuizen. I n de nieuwe opzet zal de kleine sociëteit 40% .groter worden. Aankleding en ruimtelijke indeling zullen er zorg voor dragen d a t

aan sfeer en gezelligheid gewonnen wordt. I n de grote sociëteit kunnen feesten m e t minder geluidsoverlast voor de thuisblijvers (dubbele r a men, geluiddempend plafond) op nog grandiozere wijze gehouden worden. Doordat er een projektiekamer en een vast scherm komen, k u n n e n films professioneler vertoond en gerieflijker bekeken worden. Voor diegenen die van plan zijn een feest of een borrel te geven zal het a a n g e n a a m zijn te horen dat ook de verhuur-mogelijkheden verruimd worden. Het ligt in de bedoeling dat de nieuwe sociëteit vóór oktober in gebruik genomen k a n worden. Ter geruststelling kunnen wij -meedelen, dat de kleine sociëteit in de tussenperiode hoogstens een paar dagen gesloten zal zijn.'

Vliegen veel veiliger autorijden

dan

Liever de luclit in Vliegen is momenteel ongeveer 30 maal veiliger als autorijden. Dit blijkt uit het afscheidscollege van ir. 3. van Buuren, die zqn ambt van lector in de Onderafdeling der vliegtuigbouwkunde aan de T.H. te Delft, heeft neergelegd. Hij zei onder meer: 'Veiligheid is het vrij zijn van gevaar, h e t gewaarborgd zijn tegen ongevallen. I n deze zin opgevat zal geen enkel verkeersmiddel ooit volkomen veilig zijn. De passagier zal zich voornamelijk Interesseren voor h e t getal dat een m a a t is voor zijn persoonlijke veiligheid. Uit ongevallenstatistieken blijkt dat bij h e t luchtverkeer een voortdurende verbetering v a n h e t veiligheidsgetal is opgetreden. Het a a n t a l dodelijk verongelukte passagiers per geleverde vervoersprestatie van één miljard passagierskilometer daalde v a n vijftig omstreeks 1935 n a a r tien omstreeks 1955 en is sindsdien nog verder afgenomen t o t ongeveer twee in onze dagen. T e r vergelijking diene dat in h e t privéautoverkeer dit a a n t a l t h a n s ongeveer zestig is. Het luchtverkeer is echter zo sterk toegenomen dat h e t a a n t a l slachtoffers van j a a r tot j a a r nog steeds groter wordt. Uiteraard mogen vliegtuigfabrikant en -exploitant en de overheid hierin niet berusten De ontwerpers en constructeurs zullen nog veel i n genieurswerk moeten verzetten teneinde voor een aanvaardbaar constructiegewicht oplossingen te vinden om bij een noodlanding van het vliegtuig het gevaar van breuk en brand nog verder te beperken. N a a r m a t e de vliegtuigen groter worden en meer personen vervoeren nemen de evacuatieproblemen in ge'val van nood toe.' Ir. van Buuren achtte h e t d a n ook belangrijk, dat er tijdens de opleiding tot ingenieur a a n verschillende aspecten van e e n , v e r groting van de veiligheid grondig a a n d a c h t wordt geschonken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 391

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's