Ad Valvas 1974-1975 - pagina 295
AD VALVAS — 14 MAART 1975
3
Linnemann-studie
wijst uit:
Er is voedsel genoeg, maar het blijft een Icwestie van verdelen Door Hans van Gerven en Henk Jan Kuypers In 1972 werd onder auspiciën van de Club van Rome aan VU-hoogleraar Hans Linnemann de opdracht verstrekt om studie te verrichten naar de bestaansmogelijkheden van de mensheid rond het jaar 2000, wanneer de huidige wereldbevolking naar verwachting zal zijn verdubbeld. Aan deze studie is het bekende Meadows-rapport „Grenzen aan de groei" voorafgegaan. Deze studie kondigde nagenoeg het einde der mensheid binnen de komende honderd jaar aan bij ongewijzigd beleid. Het Het Linnemann-team trachtte aan deze gerede bezwaren tegemoet te komen door uit te gaan van een minimumpakket van voedsel, kleding, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg. Dit pakket vormt zodoende het bestaansminimum voor de mens. Uitgaande van de huidige situatie en gegeven de verdubbeling van de wereldbevolking in de komende dertig jaar wdde men nagaan hoe voor iedereen dit bestaansminimum te realiseren zou zijn. Al spoedig bleek deze opzet te ambitieus gegeven de beschikbare mankracht en tijd. Daarom besloot men om zich in eerste instantie te beperken tot het voedsel- en daarmee het landbouwprobleem. Daartoe wordt nauw samengeweikt met het Ministerie van Landbouw en Visserij en de Landbouwhogeschool in Wageningen. Daarnaast wordt voor wat de beleidsadviezen betreft regelmatig overleg gevoerd met de Wereldvoedselorganisatie (FAO) in Rome.
Genoeg voor iedereen Het model, dat bij de studie wordt gebruikt, is op dit moment nagenoeg gereed. In de komende maanden zullen de diverse simulaties op de computer worden uitgevoerd. De definitieve studie zal in het najaar verschijnen. Het is daarom nog te vroe? om al met harde resultaten en konkiusies te komen. Maar één ding lijkt nu al vast te staan: er is genoeg voedsel voor iedereen. L : Onze studie laat sterk zien, dat adekwate voeding voor iedereen, landbouwtechnisch gesproken mogelijk is. Op dit moment wordt er in de wereld al voldoende geproduceerd om iedereen een goed menu te geven. Ook is er in de nabije toekomst nog geen grens aan de 1 andbou wproduktie. Toch komen dagelijks mensen om van de honger. Neem Bangla Desh bijvoorbeeld. Van de vier miljard mensen op de wereld beschikt 2,5 miljard over te weinig voedsel. Hoe verklaart u dat? L.: Dat zit vast op het verdelingsprobleera. Het voedseldistributieprobleem is in de grond een inkomensverdelingsprobleem. D e konsumptie van voedsel is direkt gekoppeld aan de verdeling van het inkomen. Het gaat om koopkracht. En de koopkracht is in de rijke landen veel groter dan in de Derde wereld. Als bijvoorbeeld Rusland zelf te weinig giaan heeft dan gaat het koren kopen in Amerika, terwijl Bangla Desh niet over deviezen beschikt om hetzelfde te doen en is aangewezen op voedselhulp. L.: Juist. D e centrale vraag is dan ook hoe je ervoor kunt zorgen dat re voldoende landbouwprodukten geproduceerd worden, terwijl iedereen voldoende koopkracht heeft om die artikelen af te nemen.
Inkomensklassen De inkomensverhoudingen in de wereld nemen daarom een belangrijke plaats in bij de studie. Om daarin een goed inzicht te krijgen onderscheidt prof. Linnemann landbouw- en niet-landbouwinkomens, dat wil zeggen inkomens die door de landbouwsector worden gegenereerd en de overige inkomens (bijv. industrie-inkomens). Deze onderscheiding geeft meer informatie dan het inkomen per hcofd zonder meer, waar o.a. Meadows en Mesarovic-Pestel (Mensheid op een kruispunt) vanuit zijn gegaan. Het voordeel van de onderscheiding is, dat men zodoende een reëler beeld krijgt in beide sectoren. Ter verdere verfijning worden in beide sectoren ieder zes klassen van inkomens onderscheiden, van de hoogste tot de laagte inkomens. Door computeiimulaties kan men
Meadows-rapport kreeg zeer veel aandacht. De kritiek er op was zwaar. Zo werd de onderzoekers onder meer aangerekend dat zij by hun berekeningen tezeer waren uitgegaan van de materiële levensstandaard van de gemiddelde inwoner van de rijke industrielanden. Deze standaard ligt, zoals bekend, vele malen hoger dan in de ontwikkelingslanden. In de derde wereld ligt het verbruik aan voedsel, energie en grondstoffen per hoofd veel lager.
nu nagaan wat veranderingen in de inkomensverdeling tussen landbouw en niet-landbouw voor effekt hebben op de landbouwontwikkeling en daarmee op de ovedselproduktie. De studie doet geen uitspraken hoe veranderingen in inkomensverdeling worden bewerkstelligd. Zij laat alleen de gevo'gen van wijziging zien. Daarnaast wordt in het model uitgegaan van de bestaande voedselsamenstelling, zoals die in de verschillende landen worden geconsumeerd. Die samenstelling is van land tot land verschillend onder meer als gevolg van klimatologische omstandigheden, culturele waarden en traditie. Ze reflekteert het voedselpakket daarmee ook een aantal sociaal-culturele waarden. Daarmee is voor een deel tegemoet gekomen aan de roep om bij deze computersimulatie meer aandacht te schenken aan sociale en politieke variabelen. Zoals de studieopzet oorspronkelijk werd gedacht zou daar nog meer rekening mee gehouden zijn, maar het blijkt erg moeiüjk om deze variabelen op hanteerbare wijze in het model op te nemen. U heeft al gezegd dat het centrale probleem het opvoeren van de koopkracht is, met name in de derde wereld In het voortgangsrapport aan de Club van Rome wordt gesteld, dat bij de onderzoekers voorop staat wat de rijke landen konkreet kunnen doen bil het oplossen van de voedselprobtcmaiiek. Kunt u al iets daarover zeggen? L.: Niet veel nog. Eén ding lijkt echter wel vast te staan. D e werking van het vrije marktmechanisme is voor zover het de landbouwproduktie en -konsumptie betreft niet meer acceptabel. Dat leidt tot instabiliteit en negatieve prikkels in de ontwikkelingslanden. We moeten toe naar een gekontroleerde wereldmarkt op het terrein van de landbouw. Zo onderzoeken we een aantal varianten bijvoorbeeld de instelling van buffervoorraden om op de markt tussenbeide te komen. Kortom, we wi len dat het beleid van de rijke landen meer dienstbaar wordt gemaakt aan dat van de arme landen. Welke variant, of welke kombinatie van varianten er uiteindelijk als beste uitkomt is nog niet te zeggen. Wel zal het konsekwenties op andere terreinen hebben. Tinbergen is daar met een team van geleerden aan bezig in het kader van de „New International Economie Order". Hoe moet je de ekonomische orde veranderen zodat de ontwikkelingslanden meer kans krijgen op het gebied van grondstoften, internationale arbeidsverdeling en kapitaalsverdeling?
Geavanceerde technologie AV: Over arbeid en kapitaal gesproken. In het voortgangsrapport wordt met betrekking tot de landbouwontwikkeling in de derde wereld gesproken over een 'advanced technology'. Hoe moeten we ons dat voorstellen? Als een produktieproces met veel kapitaal en weinig arbeid? Daarnaast denken we aan het stuklopen van de Groene Revolutie op een aantal politieke en sociale faktoren, bijvoorbeeld landhervormingen bleven tut en de inkomensongelijkheid in de derde wereld zelf nam niet af. L.: Het antwoord is ja en neen. De technologie die wij voorstellen is geavanceerd in die zin, dat het gebruik van kunstmest wordt aanbevolen . . . Maar Meadows heeft toch gezegd, dat gebruik van veel kunstmest de grond uitput? L.: Inderdaad Maar volgens Wageningen is dit niet juist. Integendeel,
Prof. Hans Linnemann: Voedseltekort is een door de mens gereguleerde Gebruik van kunstmest is ekologisch verantwoord. Een probleem kan wel ontstaan als blijkt dat door het gebruik ervan bijv. het oppervlaktewater sterk wordt verontreinigd. Een goed management kan dit volgens Wageningen voorkomen. Overigens zeggen we in onze studie niet veel over ekologische kwesties. Wel zien we het gevaar onder ogen, dat mono-kultures kunnen ontstaan. Biologisch is dit een gevaarlijke zaak. Om dit zoveel mogelijk te voorkomen denken we aan gencnbanken. We bedoelen daarmee dat bepaalde gebieden met een grote verscheidenheid aan vegetatie bewust niet in kuituur worden gebracht. Dus de te gebruiken technologie is geavanceerd voor zover
zaak
zij het gebruik van kunstmest betreft. Maar zij is niet geavanceerd ten aanzien van het gebruik van kapitaalintensieve machines zoals kombines. Immers de ontwikkelingslanden beschikken over een enorm potentieel aan arbeidskrachten. Door arbeidsintensieve produktie te bevorderen kan de geweldige werkeloosheid worden bestreden. In welke mate dat het geval zal zijn is niet te zeggen. Dat hangt af van de ontwikkelingen in ondermeer de niet-landbouwsektor. Een probleem, dat het Linnemannteam zelf bewust heeft ervaren is, in hoeverre er ook in deze studie toch weer door een aantal westerse wetenschappers uitspraken worden gedaan over de toekomst van de ontwikkelingslanden.
Toch jubileumnummer Pharetra Pharetra heeft van de Raad Studenten Aangelegenheden (RSA) een garantiesubsidie van 10.760 gulden gekregen om de uitgave van het jubileumnummer mogelijk te maken. Dat houdt in dat de RSA een eventueel tekort dat zou optreden bq de uitgave van dat nummer tot een maximaal bedrag van 10.700 gulden zal aanvullen. Dat is het bedrag dat de Phareta-redactie voorlopig als tekort begroot heeft. Zoals eerder bericht (Ad Valvas 31 jan.) wil de ledactie van Pharetra ter gelegenheid van het dertigjarig jubileum een forumavond organiseren over kritische openbaarheid aan de universiteit. Met name de positie van de universitaire bladen zal daarbij onderwerp van diskussie zijn. Het belang van het jubileumnummer zou liggen in het feit dat daarin onder andere de inleidingen van de diverse sprekers in weergegeven zouden worden. Het
jubileumnummer moet aan alle leden van de universitaire gemeenschap worden toegezonden. Voor de kosten van de adressering en verzending had Pharetra subsidie aangevraagd bij het College van Bestuur; deze is zoals wij destijds al meldden geweigerd. Vervolgens heeft de redactie van Pharetra zich pijlsnel tot de RSA gewend met het verzoek om de uitgave van het jubileumnummer — inclusief de adresseerkosten en verzendkosten — én de forumavond te willen subsidiëren. Het tekort op de uitgave van het jubileumnummer is begroot op 10.700 gulden, dat op de forumavond op 6.100 gulden. Een en ander is inmiddels al weer enige tijd geleden in de RSA aan de orde geweest; de RSA heeft besloten: — het College van Bestuur te verzoeken alsnog de kosten voor adressering en verzending voor rekening van de universiteit te nemen.
L.: De studie beoogt primair uitspraken te doen met betrekking tot de gehele wereld. Hierbij willen we benadrukken wat de rijke landen moeten en kunnen doen. D e studie geeft als het ware een raamwerk voor een mondiaal beleid waarbinnen per regio of per land specifieke beleidsmaatregelen getroffen kunnen worden. Ik ontken niet dat het gevaar van bevoogding aanwezig is. Daarom wordt er ook intensief samengewerkt met de F A O waarin veel vertegenwoordigers uit de derde wereld zitting hebben. Bovendien heeft het uiteindelijke rapport niet de pretentie om het laatste woord inzake de problematiek te spreken. Het wordt veel meer een visie, een diskussiestuk. Zou je de ontwikkelingslanden toch niet moeten wijzen op de gevaren die verbonden zijn aan een proces van ongebreidelde ekonomische groei? In de rijke landen komen ex steeds meer stemmen op die rebelleren tegen het materiële vooruitgangsgeloof. Zij wijzen ep de schadelijke gevolgen van deze ontwikkeling voor mens en milieu. L.: Ik heb daar grote moeite mee. Je kunt het niet maken om tegen de derde wereld te zeggen: Hoedt u voor de gevaren van ekonomische groei. Trouwens voor wat de landbouwproduktie betreft doet het probleem zich niet voor. Als wij nou in de rijke landen eens het voorbeeld gaven, ons bewust gingen matigen, niet eeuwig bleven mekkeren over de groei van ons inkomen dan zou ik me kunnen voorstellen, dat we na een paar generaties tegen de derde weield zouden zeggen: jongens pas op! Maar nogmaals, ik deins ervoor terug om op dit moment de waarschuwende vinger op te heffen. Als dergelijke geluiden uit die landen zelf kbmen dan ben ik daar erg blij mee. En trouwens die zijn er ook. Ik denk daarbij aan het Bhoeddisme en Hindoeïsme. Blijft u ondanks alle onheiUvoorspellingen waarmee we overspoeld worden in een oplossing van de problemen geloven? L.: Nogmaals, het kan! Het is geen natuurwet dat zoveel mensen moeten omkomen. Het is een verdelingsprobleem! Tegen verhalen van 'schrijf ze maar af, laten er eerst maar een paar miljoen doodgaan' kom ik in opstand. We moeten waken voor die mentaliteit. Er moet veel gebeuren. Ik zie ook wel de problemen. Maar we moeten voorkomen argumenten van 'Wir haben es nicht gewusst', we wisten niet dat het anders k o n . . . we dachten dat het allemaal... ja, de natuur, overstromingen. Flauwekul! We weten het wèl: het is een door de mens gereguleerde zaak!
— een garantiesubsidie van 10.700 gulden voor het jubileumnummer te verstrekken, — de subsidie-aanvraag voor de manifestatie in het Shaffy-theater wordt dooi-verwezen naar ACC en DRVU. De uitgave van het jubileumnummer is dus in ieder geval verzekerd, en de mogelijkheid dat ook de forumavond/manifestatie gesubsidieerd gaat worden is nog open. In ieder geval ziet zo iedere student weer iets terug van zijn verplichte studentenbijdrage ä raison van 25 gulden — want daaruit moet de subsidie komen — en nog wel in de meest letterlijke zin; van één van die 25 guldens weet hij waaraan die is besteed als straks het jubileumnummer van Pharetra bij hem in de bus rolt. Het College van Bestuur heeft de RSA deze week een brief gezonden, waarin het zegt, dat het by zijn standpunt geen subsidie te verlenen wil Woven zolang geen nieuwe argumenten zijn aangevoerd. Voorts verzoekt het CvB de RSA te willen aangeven waarop de beslissing de garantiesubsidie te verstrekken Is gebaseerd. I.V.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's