Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 171

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 171

14 minuten leestijd

AD VALVAS — 6 DECEMBER 1974

SIERT KNIGGE IN PROEFSCHRIFT OVER SOWJET-ECONOMIEi

Meer gebruik maken van „De ontvvikkeling van de Sovjet-economie en enige aspecten van haar relatie met de ontwikkelingslanden" is de titel van het proefschrift waarop Siert Knigge op vrijdag 22 november promoveerde tot doctor in de economische wetenschappen. Dit proefschrift geeft o.a. een historische beschrgving van de economische ontwikkeling in de Sovjet-Unie vanaf 1861. Aan het einde van het historische gedeelte zegt Siert Knigge dat naar zijn mening vergaande hervormingen noodzakelijk zijn in het economische stelsel van de Sovjet-Unie. In het tweede gedeelte wordt gesteld dat de vraag naar de toepasbaarheid van het Sovjet-stelsel in de ontwikkelingslanden, mede op ethische gronden, overwegend negatief beantwoord dient te worden. Ook de economische hulp van de Sovjet-Unie aan de ontwikkelingslanden kan niet de goedkeuring van Siert Knigge wegdragen. Siert Knigge is 30 j a a r en sinds kort als bedrgfseconoom werkzaam op het Ministerie van Financiën na 4 jaar als wetenschappelijk medewerker verbonden te zijn geweest aan de economische faculteit van de VU. Ad Valvas had een gesprek met hem over zijn proefschrift. A.V.: Waarom dit onderwerp

bent U speciaal op gepromoveerd?

S.K.: Als je in je studie bezig bent met de hulp van de Sovjet-Unie aan de ontwikkelingslanden dan stoot je er direct op dat in die hulp — de manier waarop het gegeven wordt, de doeleinden waarvoor, tegen de opvatting aanloopt dat het Sovjet-model een oplossing kan zijn voor de problemen in de Derde Wereld. Ik heb in dit proefschrift geprobeerd de vraag of dit wel zo is te beantwoorden, waarbij je natuurlijk eerst moet bekijken wat het Sovjet-model nu eigenlijk is. Bij een nadere analyse ontdek je dat men in de Sovjet-Unie na de revolutie niet alleen Stalin-model heeft gehad maar ook het oorlogscommunisme en de Nieuwe Economische Politiek. En dit alles is niet los te zien van de Russische traditie. Bovendien is er nog niet zoveel onderzoek gedaan naar de economische relaties tussen de SovjetUnie en de derde wereld. Vandaar dit proefschrift. A.V.: In het eerste hoofdstuk probeert U een zeker verband te leggen tussen het eerste begin, dus het Bolsjewisme en de periode daarvoor, onder de tsaren. Ik dacht dat U tot de êonclusie was gekomen dat er in beide regimes ontwikkelingen zaten die elkaar nu niet bepaald tegenwerkten. S.K.: Je vindt in het Stalin-model een aantal trekken terug die je ook al onder de tsaren vond, bijvoorbeeld grote aandacht voor de zware industrie, de factor dwang en de verwaarlozing van de landbouw. Je vindt ook onder de tsaren al een grote staatsinvloed in de economie. Dat zijn factoren geweest die het voor de bevolking acceptabeler hebben gemaakt om een systeem van imperatieve (gebiedende) planning te krijgen waarbij die staat een allesoverheersende invloed zou krijgen. Men was daar als het ware al min of meer aan gewend. A.V.; Is er sinds de tsaren dan eigenlijk wel iets aparts gebeurd? S.K.: Op economisch gebied zeer zeker. Met name de invoering van de planning. Ik kan mij echter wel voorstellen dat sommige auteurs het systeem karakteriseren als zouden er nieuwe tsaren gekomen zijn. CONSUMENT A.V.: Wat ik slechts in beperkte mate in Uw proefschrift ben tegengekomen is de rol van de consument in dit Sovjet-model. Hoe komt dat? S.K.! Het speelt toch een belangrijke rol in mijn dissertatie. Alleen het is niet de hoeveelheid. De rol van de consument komt wel in mijn hervormingsvoorstel naar voren. Onder Stalin had je de regel dat de vraag altijd groter moest zijn dan het aanbod. Dat was erg gemakkelijk want je had nooit afzetproblemen, Sinds 1950 is de Russische consument er echter op vooruitgegaan. Op dit moment kan de consument die kritisch is het aanbod wel degelijk van de hand wijzen. Bovendien geldt in alle socialistische landen de basiswet van het socialiime; een universele wet voor alle tijden. Die wet houdt in dat men streeft naar alzijdige bevrediging van alle behoeften, van alle ledeK van de gemeenschap. Dat betekent consumptie en dat kun je

niet voortdurend negeren. In het verleden heeft men de Russische consument zoet gehouden met de belofte dat er gespaard moest worden om het in de toekomst beter te krijgen. De consument gaat er nu wel op aandringen om die belofte in te lossen. En daar heeft men in de Sovjet-Unie wel oog voor. A.V.: V heeft een historisch overzicht gegeven van de economische ontwikkeling in de Sovjet-Unie. Wat is in deze ontwikkeling nu terug te vinden van het marxisme? S.K.: De invloed van het marxisme is vrij groot, hoewel niet zo groot als sommigen zouden verwachten. De huidige Sovjet-economie is nog steeds een typische Russische economie en je kunt hem dus niet alleen vanuit Marx verklaren. Dat komt hoofdzakelijk doordat Marx nooit een blauwdruk van een socialistische economie heeft gegeven. Je vindt bij hem wel een aantal kenmerken van een socialistische economie, bijvoorbeeld de afschaffing van de particuliere eigendom van de produktiemiddelen. Ook zover in een socialistische economie geen gebruik van geld meer zijn. Bovendien zou er dan geen marktmechanisme meer zijn, iets waaraan Marx de uitbuiting toeschrijft. H o e je dit nu in concreto moest uitvoeren heeft Marx nooit gezegd. Het is duidelijk dat men in de Sovjet-economie op deze punten heeft ingehaakt. De latere concrete organisatie vind je volgens mij niet in de werken van Marx terug. HERVORMINGEN A.V.: U heeft aangegeven dat in de Sovjet-Unie dringend hervormingen moeten worden doorgevoerd. Welke is volgens U de meest wenselijke en wat is de kans dat het ook, inderdaad gebeurd? S.K.: Ik heb een aantal veranderingen opgenoemd die moeten gebeuren en nauw met lekaar samen hangen. Je kunt niet het een doen en het ander laten. Wat op het niveau van de bedrijven zeer dringend is is het opheffen van de bruto-produktienorm. Dit is de hoeveelheid die een bepaald bedrijf moet produceren. Dit is een hoge drempel voor de technologische ontwikkeling. Bedrijven hebben op dit moment geen belang bij het invoeren _van vernieuwingen omdat bij de omschakeling altijd stagnatie optreedt. Doordat men in zo'n geval de norm niet haalt betekent dit vermindering van inkomen. Ook moeten de bedrijven meer zeggenschap krijgen omdat je ze anders niet verantwoordelijk kunt stellen over de gang van zaken, en kunt verwachten dat de mensen zich ervoor in gaan spannen. Men moet dan ook af van het huidige systeem van bevoorrading en door middel van een of ander handelssysteem de mogelijkheid scheppen om zelf te laten beslissen wat er in de bedrijven gebeurt. In feite ben je dan al een heel eind op weg om de huidige „gebiedende" planning te vervangen door een planning die zich richt op aangetoonde vraag en aanbod. Het afschaffen dus van een centrale instantie die voor alle economische eenheden exact wil voorschrijven wat er nu moet gebeuren. Het hervormingsvoorstel komt er op neer dat die gebiedende planning wordt afgeschaft. A.V.: Wat zal op de lange duur

het effect zijn van het niet doorvoeren van deze veranderingen? S.K.: Als men het niet gaat doen dan zou dat wel eens kunnen inhouden dat de economische groei van de Sovjet-Unie blijvend op een la^er niveau komt. Dat zou hele ernstige consequenties kunnen hebben. Het stelsel in de Sovjet-Unie is altijd op basis van twee argumenten verdedigd. Het eerste was dat dit socialistisch stelsel wetmatig komt, dat geldt voor ieder land. Dat tegen houden is gewoon dom, kortzichtig, reactionair. Het andere argument is dat het socialistische stelsel van de Sovjet-Unie superieur is aan het kapitalistische. Als nu in de toekomst een situatie zou ontstaan waarin die groei stagneert en de grenzen toch enigszins opengaan en die stagnatie aan de eigen bevolking duideüjk wordt, dan vervalt daarmee de rechtvaardiging van dat stelsel. Dat betekent dat, en nu speculeer ik een beetje, de ideologie dan ontmaskerd wordt. De handhaving van de macht door de politieke top zal dan veel duidelijker naar voren komen als doelstelling. KEUZE A.V.: In de toon waarop U dat zegt, „ontmaskeren" bespeur ik een afkeuring van het Russische stelsel. S.K.: Ik heb ook zeer duidelijk gesteld dat je een economisch stelsel niet alleen moet beoordelen op basis van economische criteria, maar ook op politieke en ethische criteria. A.V.: V ziet meer in het kapitalistische stelsel qua ethische achtergrond? S.K.: Dat hangt ervan af wat U onder het kapitalistische stelsel verstaat. A.V.: Laat ik het zo zeggen: Ziet V meer in het stelsel zoals dat in de praktijk in westerse landen wordt toegepast? S.K,: Htet h a n g t ervan af wat Je m e t elkaar vergelijkt de theoriën of de praktijken. Als Ik d a n de p r a k t i k vergelijk en d a n m a g kiezen tussen een imperatief geplande economie en een economie waarin h e t m a r k t m e c h a nisme nog een belangrijker rol speelt, gecorrigeerd door overheidsoptreden en beperkt door allerlei andere wettelijke maatregelen zoals in het westen, dan kies ik voor het laatste. A.V.: Wat bedoelt U met: „Wellicht dat evenals in Tsjechoslowakije in 1968 een wisseling van de wacht in de Sovjet-Unie een belangrijke voorwaarde is om te komen tot een meer efficiënte en meer up-

to-date functionerende

economie?"

S.K.: Ik heb daarbij gerefereerd aan de situatie in Tsjechoslowakije. Daar heb je namelijk dezelfde problemen als in de Sovjet-Unie. In '62—'63 was daar ook totaal geen economische groei. Daaruit zijn de ideeën van Ota Sik naar voren gekomen. Alleen, dat kon niet verwezenlijkt worden onder Novotny, daarvoor was een politieke machtswisseling nodig, dus de vervanging van Novotny door Dubjek. Dat zou in de Sovjet-Unie ook wel eens kunnen gebeuren. Daarbij moeten we niet vergeten dat de top nu bestaat uit een vrij oude generatie, die carrière heeft gemaakt onder Stalin. Als die wacht wordt afgelost komt er waarschijnlijk een jongere generatie aan het bewind, die voor een belangrijk deel na Stalin is opgevoed. Zij zijn bereid tot een vrijere discussie en een sterke afname van de terreur is dan wel te verwachten. ONTWIKKELINGSLANDEN A.V.: V heeft zich in Uw proefschrift beziggehouden met de toepasbaarheid van het Sovjet-model in de ontwikkelingslanden, om de mogelijkheden van eenzelfde sterke economische groei te onderzoeken. Tot welke conclusie bent U gekomen? S.K.: Men moet zich allereerst afvragen, wat de doelstelling van het ontwikkelingsland is. Wenst men economische ontwikkeling en zo ja, welke? Het Sovjet- of Stalin-model is vooral toegepast om industrialisatie tot stand te brengen, niet om de landbouw op een hoger peil te brengen. Een ontwikkelingsland zal zich moeten afvragen wat de verhouding consumtie. Als men wil gaan indu-

Extraneï-program geschiedenis voor uitgelote studenten Sinds in september 1974 een n u merus-fixus voor geschiedenis is vastgesteld, is a a n h e t Historisch Seminaritun van de Universiteit van Amsterdam uitvoerig gediscussieerd over mogelijkheden om uitgelote adspirant-studenten toch gelegenheid t e geven exam e n t e doen. Tot n u toe bestond er a a n de Universiteit van A m sterdam geen p r o g r a m m a voor examen- e n t e n t a m e n s t u d e n t e n ; ieder die zich voorbereidt op h e t kandidaatsexamen moest deelnemen a a n een a a n t a l werkcolleges. Dit j a a r k a n m e n zonder p l a a t singsbewijs niet a a n werkcolleges deelnemen. Een weg n a a r h e t kandidaatsexamen was voor uitgelote a d s p i r a n t - s t u d e n t e n d u s versperd. De r a a d van de studierichting geschiedenis heeft nu echter besloten een speciaal extraneï-prog r a m m a op te stellen. I n dit prog r a m m a komen alleen t e n t a m e n s en werkstukken m a a r geen collegeverplichtingen voor. Deelna-

m e a a n dit p r o g r a m m a is dus mogelijk zonder plaatsiiigsbewijs. I n h e t nieuwe extraneï-programm a komen voor elk der hoofdvakken van h e t kandidaatsexamen een of meer t e n t a m e n s en een werkstuk voor. Verwacht wordt d a t de studieduur tot h e t k a n d i daatsexamen ongeveer drie j a a r zal bedragen. Na h e t behalen van het kandidaatsexamen kunnen deze studenten a a n h e t n o r m a l e doctoraalprogramam deelnemen. De Studierichtingsraad heeft t h a n s een principebesluit over h e t extraneï-programma genomen d a t in de komende weken n a d e r uitgewerkt zal worden. Mensen die h i e r a a n willen deelnemen kunnen op korte termijn beginnen. N a d e re inlichtingen zullen worden verstrekt door W. t e n Have (spreekuur op dinsdagen vanaf 12 u u r op h e t Historisch Seminarium, kamer 202), die is a a n gewezen als voorlopig consulent voor h e t extraneï-programma.

strialiseren heeft men daarvoor investeringsmiddelen nodig. Dat beis tussen toekomstige en huidige tekent dat de huidige generatie zich iets zal moeten ontzeggen ten behoeve van de komende generatie. E n het ziet er niet naar uit dat men dat in de ontwikkelingslanden wil toepassen omdat men uiteraard meer in het heden wil consumeren. De klimatologische omstandigheden maken het er ook niet gemakkelijker op een zodanige overproduktie te creeëren dat men kan investeren. Een ander punt is dat de SovjetUnie beschikt over een enorme hoeveelheid natuurlijke hulpbronnen, in tegenstelling tot de meeste ontwikkelingslanden. Op grond van deze gegevens acht ik het onwaarschijnlijk dat het Sovjet-model toepasbaar is in ontwikkelingslanden. A.V.: Maar wat kunnen die ontwikkelingslanden dan wel doen, want in Uw laatste hoofdstuk, geeft U al aan dat de hulp die door de Sovjet-Unie verstrekt wordt aan de ontwikkelingslanden ook niet puur positief benaderd kan worden. S.K.: Ik dacht dat een dergelijk probleem meer op de weg ligt van de ontwikkelingseconomen dan van de sovjetologen, maar ik dacht dat de gedachten tegenwoordig meer de kant op gaan van een hoge prioriteit voor de landbouw zeker gezien de huidige consumptie. Dus afzien van een al te sterke industrialisatie juist om middelen vrij te krijgen voor de landbouw. Men wil ook veel meer aansluiten bij de methode die Bukharin heeft aangewezen n.1. het werken met economische prikkels. In de Sovjet-economie heeft men deze altijd een beetje veronachtzaamd. Men heeft in het verleden de hond te veel slaag gegeven (Stalin) in plaats van hem een worst voor te houden. A.V.: Een aantal Sovjet-economen zal dit ongetwijfeld een kapitalistische methode vinden. S.K.: Dat laat ik graag voor hun rekening. Ik dacht niet dat het kapitalistisch was om gebruik te maken van eigenbelang van de mensen. Ik dacht dat er dan een discrepantie zou optreden bij het socialistische verdelingsprincipe: elk naar zijn p r e s t a t i e . . . E n d a t wordt in de Sovjet-Unie volledig onderschreven. A.V.: Wat ik me heb zitten afvragen: bent U vaak in de Sovjet-Unie geweest? En heeft U veel kontakten met Sovjet-economen? S.K.: Het is nogal prijzig om daar regelmatig heen te gaan. Mijn kontakten met Sovjet-wetenschappers heb ik hoofdzakelijk via internationale conferenties. Dat is een belangrijke bron voor de kontakten. Een vakantiereisje naar de SovjetUnie geeft qua economische problematiek weinig houvast. A.V.: U bent er dus nog nooit geweest? S.K.: In de Sovjet-Unie zelf nooit, nee.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 171

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's