Ad Valvas 1974-1975 - pagina 275
3
A D V A L V A S — 28 F E B R U A R S T^
WERKGROEP HET GROENE HART KRIJGT SUBSIDIE
Milieu-onderwijs aan de VUteveel versnipperd De
De werkgroep Het Groene Hart, een werkgroep aan de VU die zich bezig houdt met het bestuderen van het milieu in het groene hart van Holland, heeft van het ministerie avn Volksgezondheid en Milieuhygiëne een subsidie gekregen van ƒ 280.000. Deze subsidie, die bedoeld is voor twee jaar, moet het mogelijk maken dat begonnen wordt met een geïntegreerd milieukundig onderzoek naar de hogere planten en naar de vastzittende wieren in hef polderwater van het Groene Hart met de bedoeling de effekten van menselijke invloeden op deze organismen aan te tonen. De subsidie voor de werkgroep is aangevraagd door het Instituut voor Milieuvraagstukken. Ad Valvas had een gesprek met drs. S. Klapwijk, medewerker van de op te richten projektgroep en met dr. J. W. Copius Peereboom, scheikundige en directeur-coördinator van het Instituut. Onze eerste vraag was waarom speciaal voor dit onderzoek was gekozen. Klapwijk: Voor wat het hydrobiologisch -gedeelte van het onderzoek betreft hebben wij gekozen voor het polderwater omdat dat een enigszins beperkt onderwerp is. In dat polderwater onderzoeken wij de vastzittende wieien omdat je, in te-
genstelling tot de planktonische wieren er zeker van bent dat ze er altijd gezeten hebben, waardoor je een betere indruk krijgt van het water ter plaatse. Copius P.: Deze subsidie is bedoeld als een aanmoediging. Het ministerie hoopt dat daarna het onderzoek aan de VU kan worden voortgezet. Historisch gezien is dit onderzoek een voortzetting van het Groene Hart onderzoek uit 1970. Dit onderzoek zou een multidisciplinaire aanpak krijgen, maar de sociale wetenschappen hebben onvoldoende
meegewerkt. De enigen die er eigenlijk wat aan gedaan hebben zijn de subfakulteit scheikunde (zware metalen) en de subfakulteit biologie. Het gevolg van dit onderzoek is dat vijf instituutpublikaties zijn verschenen. Voor een nieuwe impuls is het Gioene Hartonderzoek heeft het instituut voor het onderzoek een subsidie aangevraagd. Worden wel vaker dergelijke sidies verleend?
" ~-
.
^-'^
'-.As
;-. ,.f>»
'^'i.-A^':
J!
v^.'.
sub-
Copius P.: Het probleem is dat milieuprojekten aan een universiteit pas goed gaan lopen als ze gesubsidieerd worden. Gelukkig krijgen projecten wel vaker subsidies door middel van deze derde geldstroom. Alleen worden deze subsidies zelden verleend door het ZWO (Zuiver Wetenschappelijk Onderzoek), want milieu-onderzoek is vrijwel altijd toegepast onderzoek en dat is vaak voor het ZWO niet fundamenteel genoeg.
Probleem
cln. S. Klapwijk
Wat is de relatie tussen het instituut en de werkgroep? Is er een taakverdeling? Copius P.: In 1970, het natuurbe^chermingsjaar, is het begonnen. De universiteiten wilden ook een steentje bijdragen omdat er veel belangstelling was voor het milieu. De Universiteit van Amsterdam is toen begonnen met het onderwijs. Daar is later de cursus milieukunde uit voortgekomen. In Utrecht zag men meer in een projekt-aanpak. Mede met geldelijke steun van het ministerie heeft men daar met succes het Kiomme Rijnpiojekt van de grond gekregen. Aan de VU koos men zowel voor de projektaanpak (de werkgroep het Gioene Hart), als voor een lesearchinstituut (het IVM), maar de werkgroep is het eerst ontstaan, Dverigens is het milieu-onderwijs aan de VU een probleem. Oorspronkelijk zou het onderzoek aan de VU plaatsvinden en het onderwijs aan de GU. In de piaklijk blijkt echter dat weinig VU-studenten het onderwijs aan de GU volgen en er geen GU-studenten aan de VU onderzoek doen. Op dit moment is het zo dat men op de GU aan eigen onderzoek wil gaan doen. Aan de VU willen wij ook meei aandacht besteden aan hel onderwijs. Daarvoor is een plan ingediend bij het College van Bestuur dat nu in behandeling is bij het College van Dekanen. Klapwijk: De werkgroep en het instituut hebben naast elkaar gewelkt. De laatste tijd zijn zij verregaand geïntegieerd. De werkgroep was namelijk opgezet door studenten terwijl het instituut meer van bovenaf gestimuleerd
UR verdeelt restant formatieplaatsen
Turfloop • De niet-blanke Zuidafrikaanse studentenorganisatie SASO is op de Bantoe-imiversiteit in Turfloop verboden. Vorig j a a r werden op de Bantoe-universiteit. felle demonstraties geliouden. Om 'liet klim a a t en de omstandigheden te sclieppen, waarin de universiteit in staat zal zijn h a a r taak uit te voeren' is de SASO voorlopig geschorst. De SASO is tegen de apartheidspolitiek. Budget-onderzoek • H e t dagelijks bestuur van de Uilenraad heeft h e t voorstel ged a a n om een budget-onderzoeii te laten houden onder alle VXIstudenten. De financiering hiervan zou moeten geschieden door de RSA.
Met 31 stemmen voor, 2 tegen, bij 4 onthoudingen heeft de universiteitsraad afgelopen dinsdag het voorstel van het college van bestuur over de verdeling van de 35 resterende personeelsplaatsen uit het accrès 1975 met een kleine wijziging aanvaard. De wijziging hield in, dat sociale geografie een plaats minder en letteren een plaats meer krygt. De plaatsen zijn nu als volgt verdeeld: sociale geografie 2, centrale interfakulteit 2; blokkering van 2 plaatsen t.b.v. de Vrije Leergangen VU; letteren 4; pedagogische en andragogische wetenschappen 2; geneeskunde 16; en wiskunde en natuurwetenschappen 7. De wijziging kwam tot stand op voorstel van h e t wetenschappelijk personeel, d a t h e t toewijzingsvoorstel van 3 plaatsen voor let-
teren m a a r een karige bedeling vond. De r a a d verwierp twee andere verdelingsvoorstellen, afkomstig van respektlevelijk mej. G. van Dijk (TASlid) en drs. W. Brussel (staflid) en de PKV-fraktie. Het eerste ervan hield in, d a t alle 35 plaatsen zouden moeten toekomen a a n de medische fakulteit, omdat de andere fakulteiten reeds voldoende plaasen h a d d e n verkregen. Een voorstel van het wetenschappelijk personeel om er bij het college van bestuur op a a n te dringen een a a n v r a a g voor een aanvullende formatietoewijzing voor 1975 bij het ministerie van onderwijs en wetenschappen in te dienen, werd door de r a a d a a n vaard. I n h e t voorstel werd overwogen, dat het toegewezen formatieaccrès van 109 plaatsen ontoereikend is om alle aanwezige knelpunten op te lossen, terwijl bovendien zelfs een goed benutte en verantwoorde flexibiliteit op alle niveaus niet voldoende is om in deze knelpunten te voorzien. Drs. H. J. Brinkman (cvb) zei, dat Den H a a g nog wat plaatsen In petto heeft en dat de VTJ d a a r voor zeker ook in aanmerking dient te komen. JvdV
dr. J. W. Copius was. Het sterke punt bij de werkgroep was de motivatie van de studenten; het zwakke punt was de continuïteit.
Totalere aanpak 7,ï het de bedoeling dal de weikgroep ziih ook met onderwijs gaal bezighouden? Klapwijk: Nee, de werkgroep heeft geen plannen in die richting. Er doen natuuilijk wel veel studenten aan mee, een sooit onderzoeksgebonden onderwijs. Wat zijn de plannen van hel instituut met betrekking tot het onderwijs? Copius P.: Het instituut wil enige coöidinerende en stimulerende bevoegdheden krijgen om de activiteiten aan de verschillende fakulteiten te bundelen. Ik hoop dat we in de toekomst een algemene cursus milieu problematiek kunnen oiganiseren met een eigen verantwoordelijk-
Peereboom
heid van het IVM. Een soort bijvak, analoog aan de cursus ontwikkelingspioblematiek, in samenwerking met de faculteiten. In het verleden is de bemoeienis van enkele fakulteiten niet zo intensief geweest, maar hopelijk wordt het beter als er meer concrete plannen op tafel komen. Zijn er gegevens over de stand van zaken aan de andere universiteiten? Copius P.: Ook aan de andere universiteiten is de ontwikkeling achtergebleven bij de verwachting. Als er al instituten zijn bevinden die zich nog in de beginfase. Qua structuur van het instituut slaat de VU echter geen slecht figuur, zeker als we de gevraagde uitbieiding krijgen. Coördinatie van milieu-onderwijs in de verschillende disciplines is vrij moeilijk, iedereen benadeit het probleem vanuit zijn eigen vak. WIJ hopen dat via het instituut een totalere aanpak mogelijk wordt. De zaak is nu nog teveel veisnipperd.
ISO: gevlogen loting maakt grote kans 'Wij vermoeden dat de gewogen loting een grote kans maakt, temeer omdat de Academische Raad er ook voor is,' aldus Lex Oude Weernink over het gesprek dat het ISO (Interuniversitair Studenten Overleg) de afgelopen week met de vaste kamerkommissie voor O W had over het wetsontwerp Verlenging en Wijziging Machtigingswet Inschrijving Studenten, waarvan de kamerbehandeling binnenkort zal plaatsvinden. Oude Weernink, die n a m e n s de VUSO voor h e t ISO a a n het gesprek deelnam, voegt h i e r a a n toe: 'We zijn vierkant tegen verlenging v a n de machtigingswet, zoals de minister die blijkens zijn memorie van antwoord heeft voorgesteld, omdat wij vinden d a t ieder j a a r een bijstelling van de normen mogelijk moet zijn.' Zoals bekend wordt verlenging voor-
gesteld tot 31 augustus 1978 in plaats van 31 augustus 1977. Het ISO sprak ook over de rol van de arbeidsmarkt. Oude Weern i n k : 'Die mag wel een rol spelen, m a a r met een afwijkingspercentage van ongeveer 25 procent, omd a t bijvoorbeeld ingeval van een eventuele beperking by medici,;nen financiële middelen vrijkomen die binnen de universiteit n a a r andere studierichtingen kunnen worden doorgeschoven Het ISO denkt hierbij a a n de goedkopere studierichtingen zoals geschiedenis. Zes studenten geschiedenis kosten evenveel als één medicijnenstudent. Daardoor wordt het recht op tertiair onderwij. voor een zo groot mogelijke groep studenten mogelijk gemaakt.' JvdV
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's