Ad Valvas 1974-1975 - pagina 154
s
Jong hoogleraar zou van 5 mille
Binnenkort zal het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen in een brief aan staatssecretaris Klein een aantal opmerkingen maken op hef voorstel tot (weder)invoering van een salarisschaal voor gewone hoogler;iren, een voorstel dat Klein in september rond heeft gestuurrl aan de universiteiten en hogescholen. Dit voorstel moet gezien worden als en tijdelijke voorziening. \ oor een meer definitieve regeling is het vrachten op de commissie Van Trier, de stuurgroep structuur wetenschappelijk corps, die bezig is te bekijken of er structurele wijzigingen in het wetenschappelijke corps moeten worden aangebracht. Vanaf 1962 wordt het ambt van gewoon hoogleraar gesalarieerd met een vast bedrag dat gelijk is aan het maximumbedrag van schaal 154 (nu 7842 gulden). Dat hing sa men met de moeilijkheden, die zich toen voordeden bij de werving van hoogleraren op de arbeidsmarkt. Dat ging niet al te best, terwijl er toen juist nogal wat hoogleraren nodig waren, omdat het weten schappelijk onderwijs aan het begin stond van een explosieve ontwikke ling. En dat is momenteel nogal wat ver anderd. Het hoogleraarssalaris is sinds 1961, volgens Klein in zijn voorstel, al aanzienlijk gedenivel leerd en daarnaast zijn door de ster ke groei van het wetenschappelijk corps de universiteiten en hogescho len zelf een belangrijk recruterings gebied geworden voor de vervulling
van docentenplaatsen. „Hierdoor zijn de mogelijkheden en behoeften tot salarisaanpassing van docenten anders komen te liggen dan in het begin van de zestiger jaren", aldus Klein. „Voorts heeft deze ontwikke ling ertoe geleid dat in toenemende mate ook jonge kandidaten voor een benoeming tot (lector of) hoog leraar worden aanbevolen, die, hoe zeer soms ook onmiskenbaar weten schappelijk begaafd, nog slechts op een zeer beperkte ei varing kunnen bogen", aldus gaat Klein verder in zijn voorstel. „UITGEBALANCEERDE KWALITEITEN" „Deze kandidaten kunnen veelal nog niet blijk hebben gegeven te beschikken over voldoende uitgeba lanceerde kwaliteiten als inspire
beginnen met salaris
rend vermogen, organisatietalent, leidinggevende hoedanigheden, „levenswijsheid" e.d. kwaliteiten die bij een benoeming tot een ambt met een daaraan verbonden vast salaris bedrag toch tot volle ontplooiing zouden moeten zijn gekomen", meent de staatssecretaris, die verder zegt, dat hij tegen benoeming van dergelijke kandidaten tot hoogle raar in de gegeyen situatie bezwaar heeft. T E R U G NA A R SCHA A L 152 Kortom Klein wil terug naar een schaal voor gewoon hoogleraren en daarbij meent hij, dat een terugkeer naar schaal 154 van het Bezoldi gingsbesluit Burgerlijke Rijksambte naren 1948, de schaal die vóór 1962 voor gewoon hoogleraren gehan teerd werd, niet voldoende zou zijn om aan elk van de vermelde over wegingen recht te doen. (Die schaal begint bij 6.322 gulden). Klein ziet de schaal liever beginnen bij 152, die als aanvangssalaris 4966 gulden aangeeft. Dat betekent, dat een gewoon hoog leraar na 14 aciënniteiten de top van 7842 gulden kan bereiken. „Bij een hantering van dergelijke schaal kan een situatie worden bereikt die
ISO: Commissie Polalc gaat te ver
NIEUWE REDAKTIERAAD UBLAD UTRECHT
De commissiePolak g a a t t e ver. Ze zou slechts technischJuridische wijzigingen en aanvullingen v a n de wet universitaire bestuursher vorming (WUB) voorstellen, z y grijpt even el ook principieel in in ^j bevoegdheden van 't college v a n bestuur. Door te stellen, d a t h e t college ook h e t personeelsbe leid tot t a a k heeft, gaat de com missie rechtstreeks in tegen de by de meeste instellingen levende o p vattingen. Dit stelt h e t Interuniversitair S t u denten Overleg (ISO) in een eer ste commentaar op h e t r a p p o r t van de commissie Polak. Het ISO meent, d a t de positie van h e t col lege van bestuur op te ver gaande wijze wordt verstärkt. Trouwens, de commissie is op verschillende p u n t e n verder gegaan, d a n zy
De Utrechtse universiteitsraad heeft en dezer dagen een nieuwe redak tieraad voor het universiteitsblad „ U " benoemd. Zoals bekend (zie Ad Valvas van 4 oktober j.1.) ver klaarde de oude redaktieraad in de URvergadering van 25 september zich niet meer verantwoordelijk te achten voor het Utrechtse universi teitsblad zoals dat toen verscheen, nadat een konflikt binnen de redak tieraad ertoe had geleid, dat hoofd redakteur Willem Kuipers werd ge schorst. Deze schorsing werd later ongedaan gemaakt.
zichzelf t e n doel h a d gesteld, al dus h e t I S O . H e t studentenoverleg vindt een vernietigingsregeling voor beslui t e n v a n faculteitsraden gewenst, m a a r de commissie bUjft onduide lyk over een algemene geschillen regeling, waarvoor een adequate beroepsprocedure zou moeten wor den ingesteld. Het I S O deelt ook niet de opvat ting v a n de commissie, dat de p o sitie van de secretaris van de u n i versiteit nader in de wet geregeld dient te worden. Deze is by iedere instelling duideiyk genoeg. Het I S O vraagt zich verder af in h o e verre de voorgestelde wyzlgingen van bevoegdheden van de vak groep besturen en faculteitsraden niet te ver gaan. A NP
KLEIN SPRAK MET STUDENTEN ORGANISATIES staatssecretaris dr. G. Klein vef v/acht rond de Jaarwisseling de memorie van antwoord uit t e brengen n a a r aanleiding van h e t
I n veel gevallen tshijnt de a a n koop van een beiaard meer op h e t aanschaffen van een statussym bool t e UJken d a n op de vervulling v a n een wezenlijke behoefte n a a r een bijzondere en van oudsher zo aangename muziek. Een uitzon dering is zeker de Campusbeiaard van de T.H. Twente. (Tj. Plomp — VU)
voorlopig verslag van de vaste commissie voor onderwys en we tenschappen vaal de Tweede K a m e r over de n o t a studiefinancie ring. De bewindsman m a a k t e dit op 8 november bekend tydens h e t (gescheiden) overleg d a t h y voer de m e t h e t Interunlversiteir S t u dentenoverleg (ISO), h e t L a n d e l y k Overleg G r o n d r a d e n (LOG) en h e t Landelijk Overleg Hoger Beroepsonderwys (LOHBO). I n de gedachtenwisseling, die in een openhartige sfeer verliep, stonden h e t door de staatssecretaris voor gestelde nieuwe systeem van s t u diefinanciering e n de uitgangs p u n t e n daarvan centraal.
struktuur die voor het blad werk De nieuwe redaktieraad bestaat uit: T. Groenman, adj. beheerder insti tuut voor pedagogische en andra gogische wetenschappen; dr. P. H. Kylstra, fysicus, direkteur Universi teitsmuseum, hoofdredakteur van het tijdschrift „Registratie" (audio visuele onderwijshulpmiddelen); prof. dr. J. Mansfeld, Centrale In terfakulteit, kolumnist „U"; mej.^J. M. C. Mostert, studente sociologie, lid redaktie sociologenkrant, afge studeerd aan de School voor Jour nalistiek; R. M. Soeter, lid Uraad, student geschiedenis, redakteur „Troof", exmedewerker „U"; dr. P. Spaander, buitenuniversitair lid Uraad, farmaceut; J. de Witte, journalist A .N.P., voorzitter afde ling Utrecht van de Nederlandse Vereniging van Journalisten. Wanneer de redaktieraad eenmaal funktioneert, zal de kommissie van vertrouwenslieden die zich nu nog bezighoudt met de bestudering van de problemen rond het universi teitsblad als begeleidingskommissie gaan fungeren. D e bedoeling is dat de redaktieraad op die wijze kan komen tot het aanvaarden van een baar is. Tezijnertijd zal de huidige redaktie raad dan door een definitieve wor den vervangen. A( .V.„U")
Advertentie
.;^,,£H:dé;Student die4o%;,m^ . '^:géniet ;«Br v o o r 140%'van ..;".'.:; ,
De ASR geeft je op vrijwel al je spullen 15 tot SOVo échte korting.
Da's veel mirider geld uitgeven en dus veel meer gehieteri. Loop even bij de ASA/ASR.binnen. Er Is een karitoórin elke studentenstad. ^ : ! ,; ':.. Centrafejnfqrmatieï030 33 34 44. , v >
bij de huidige verhoudingen als be ter passend kan worden be schouwd", meent Klein verder. In dit kader vindt hij de benoeming tot gewoon hoogleraar van een jon ge kandidaat, die nog slechts over een beperkte ervaring beschikt, maar die wel al overtuigend blijk heeft gegeven over wetenschappelij ke en didactische kwaliteiten op hoogleraarsniveau te beschikken, acceptabel en hoeft in afwachting van eventuele herstructurering van het wetenschapelijk corps dan ook niet langer op overwegende bezwa ren te stuiten. ADVIES COLLEGE VA N DEKANEN Het college van dekanen van de K.U.N, heeft over dit voorstel van de staatssecretaris aan het college van bestuur een advies uitgebracht. Daarin zeggen de dekanen het niet onaanvaardbaar te vinden dat voor hoogleraren weer een schaal wordt Ingevoerd met een maximum be drag, voorop gesteld, dat de rechts positie van hoogleraren, die reeds zijn benoemd op de dag van de in voering van bedoelde schaal, hier door niet wordt aangetast.
Maar ze verschillen, aldus genoemd advies, met Klein van mening over waar die schaal moet beginnen. Zij vinden wederinvoering van schaal 154, de schaal die ook gold voor hoogleraren vóór 1962, de juiste ge volgtrekking (aanvangssalaris 6322 gulden). Onjuist vinden zij de ge dachte van Klein dat de schaal zou moeten beginnen bij het aanvangs salaris van schaal 125 (ƒ4966). „Invoering van liefst 14 anciënni teiten zou naar ons oordeel o.a. te grote onzekerheid doen ontstaan of de betrokkene rond de 45jarige leeftijd zijn maximum zal bereiken. Dat dit laatste regel zal zijn, be hoort naar ons ooordeel te worden verzekerd", aldus het advies van de dekanen. Ook achten de dekanen het onjuist als de eerste 6 anciénniteiten voor hoogleraren ook voor wetenschap pelijk hoofdmedewerkers bereikbaar zijn. „De selectiecriteria van hooglera ren liggen beduidend hoger dan die voor wetenschappelijk hoofdmede werkers; voor de instellingen van wetenschappelijk onderwijs is het van groot belang dat dit zo blijft", vinden ze. K.V. Nieuws
ADVIESKOMMISSIE BIBLIOTHEEKWEZEN:
Stroom wetenscliappelijice literatuur opvangen
Onlangs werd in „Uitleg", weekblad van h e t Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, een coördinatieplan voor een aanvullende voorziening van buitenlandse wetenschappelijke literatuur gepresenteerd. Het plan, dat opgesteld is door de Rijliscommissie van A dvies inzake het Bibliotheek wezen, heeft tot doel om de zeer sterk groeiende toevloed van weten schappelijke literatuur in een samenwerking van verschillende instellingen op een aangepaste manier op te vangen. De directeurgeneraal voor het we tenschappelijk onderwijs, dr. mr. G. J. Leibbrandt, heeft het coördina tieplan onlangs namens staatssecie taris dr. G. Klein in ontvangst ge nomen. Het plan is te beschouwen als een grondplan: een uitwerking in bijzonderheden komt later. De Rijkscommissie wil eerst het oor deel inwinnen van het universitaire onderwijs en onderzoek. Het plan zal voornamelijk uitge voerd moeten worden door biblio theken die een directe binding heb ben met het wetenschappelijk on derwijs (universiteitsbibliotheken, hogeschoolbibliotheken) en door nietgebonden bibliotheken (Ko ninklijke Bibliotheek en de Biblio theek van de Koninklijke Neder landse A kademie van Wetenschap pen). D e taak van externe dienst verlening krijgt door het plan een
CULTURELE AHTROPOLOGIE De dageiykse r a a d heeft op voor stel v a n de sektie culturele a n tropologie van de A cademische R a a d besloten n a m e n s de plenaire r a a d de staatssecretaris v a n o n der wUs en wetenschappen spoed heldshalve te adviseren de specia lisatie 'kulturele antropologie v a n religies v a n nletwesterse volken' a a n de VU t e kontinueren. De leerstoel i n deze specialisatie werd sedert 1962 bezet door prof. dr, J. Blauw, die tot hoogleraar in de filosofie der sociaalkulturele wetenschappen a a n de y i l j s b e noemd, A . R.
zwaarder en duidelijker accent. Te vens wil de Rijkscommissie door middel van het plan komen tot een doelmatiger besteding van de mid delen die voor de wetenschappelijke literatuurvoorziening beschikbaar dienen te zijn. Drie „eisen" formuleert de Rijks commissie in haar rapport: Het plan dient onder de zorg te vallen van het georganiseerde wetenschap pelijke bibliotheekwezen in Neder land; de rijksoverheid dient richtlij nen ervoor uit te vaardigen, finan ciële middelen ter beschikking te stellen en toe te zien op de uitvoe ring ervan. Verder is centrale sub sidiëring een voorwaarde voor het slagen van het plan. Het plan, aldus luidt een van de uitgangspunten, moet overzichtelijk en bestuurbaar zijn. D e verzamel gebieden en de verantwoordelijke bibliotheken mogen niet te klein zijn. Bovendien moeten de biblio theken een continuïteit in het aan schafbeleid kunnen garanderen. Een eventuele samenwerking van bibliotheken binnen een ruimer vakgebied dient geregeld te worden door aan één bibliotheek h o o f d v antwoordelijkheid en aan een ö" meer andere een nevenverantwo^ ^ delijkheid toe te kennen. Verder i \ een verdelingsplan zo goed moge lijk moeten aansluiten bij de in de bibliotheken aanwezige collecties en in verband daarmee bij de daar aanwezige collecties en in verband daarmee bij de daar aanwezige des kundigheid. Tevens dient een ge leidelijke overgang in acht geno men te worden van een verdeling volgens 'vakgebieden naar een ver deling in geografische gebieden.
H e t is maar goed dat onkruid niet vergaat! «_ _ (Marcus Hemminga Groningen)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's