Ad Valvas 1974-1975 - pagina 81
22e JAARGANG ^ ^ NUMMER 8
11 OKTOBER 1974
DEZE WEEK:
W E E K B L A D VRIJE UNIVERSiTEf
•
UNIAC lokt o n d e r valse n a a m u i t s p r a a k kodekommissie u i t , p a g . 3.
•
D e colleges ' o n t w i k k e l i n g s p r o b l e m a t i e k ' ; w a a r e n w a a r o v e r , p a g . 4.
•
J. B o u m a 25 j a a r a a n de VU, p a g , 5.
•
M e e r o v e r de a c t i e VU voor, V i e t n a m , p a g . 5,
•
D e SRVU beschrijft zichzelf, p a g . 10.
Ministerie geeft meerjarencijfers
OVERLEG D e verdeling in de n o t a is slechts voorlopig. Derhalve is aanvullende informatie en vooral ook overleg noodzakelijk om te komen tot een definitieve verdeling voor 1975 en vooruitzichte» voor de volgende jaren. O p basis van deze gegevens kunnen de instellingen h u n begroting '76 en de financiële schema's '77 tot en met '80 opstellen. Deze nota k a n d a n ook gezien worden als een aanzet voor h e t opstellen v a n een algemeen financieel schema. ERG P L E Z I E R I G
Guus
Herbschleb
Op 23 september 1974 heeft het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen een werkstuk uitgegeven met de volgende titel: 'Wetenschappelijk Onderwijs Meerjarencijfers 1975-1978. Aanzet tot een middelenverdeling voot de komende jaren.' Het belang hiervan is duidelijk: in de toekomst zal er relatief minder geld besteed worden a a n wetenschappelijk onderwgs, zodat een optimale verdeling van de beschikbare middelen van zeer grote importantie is. I n deze nota, die door staatssecretaris Ger Klein (O W) reeds in h e t begin van dit j a a r was beloofd, wordt gesproken over bepaalde verdeeldsleutels, die moeten dienen als uitgangspunt voor nader overleg. Duidelijk is echter d a t deze sleutels, die ontwikkeld zijn uit vaak onvolkomen informatie, moeten worden verbeterd. Ook zien wü in de nota, dat een deel van de jaarlijkse middelenstijging is ondergebracht op zgn. parkeerartikeleu. Het betreft hier nader te verdelen bedragen, die zo spoedig mogelijk, n a zorgvuldige afweging van de behoeften, a a n de instellingen worden toegewezen. De nota begint met het geven 'Onderwijscontourenplan' met 1980. Een greep hieruit: 1. Rond de jaarwisseling verschijnt h e t 'Onderwijscontourenplan' met h e t beleid op lange termijn voor het gehele onderwijsbestel. I n de eerste helft van 1975 zal een nader uitgewerkt voorstel volgen voor h e t hoger onderwijs. 2. De doelmatigheid v a n h e t wetenschappelijk onderwijs behoeft verbetering. 3. E r zal een beleidsnota verschenen over de s a m e n h a n g W.O.-H.B.O. 4. Een evaluatie van de studentenvoorzieningen is gaande. 5. E r wordt gestreefd n a a r een invoeren van een nieuw studiefinancieringsstelsel In 1976. 6. Er moet een nadere bezinning p l a a t s vinden op de taak, functie en plaats van academische ziekenhuizen. 7. W a t h e t personeelsbeleid
betreft: een nieuwe regeling van h e t overleg tussen departement en instellingen is in voorbereiding.
lasten worden gesplist in enkele onderdelen: h e t voor 1975 beschikbare bedrag voor huisvestingslasten zal verdeeld worden volgens de aanvaardbare voorstellen van de instellingen. Alvorens tot een definitieve toewyzing van gelden voor studentenhuisvesting over te gaan, zullen de mogelijkheden tot normering van h e t exploitatie tekort worden onderzocht. Voor overige studentenvoorzieningen zijn gegevens v a n de Instellingen nodig. Wat de academische ziekenhuizen betreft:
MEERJARENCIJFERS Tn h e t aangeboden werkstuk wordt uitgegaan van de meerjarencijfers, zoals die onlangs door het kabinet zijn vastgesteld. Deze cijfers belopen voor 1975 (ontwerp begroting) in totaal 3060 miljoen gulden, voor 1976 3360 miljoen, voor 1977 3540 miljoen en voor 1978 3720 ' miljoen gulden. D a a r de b e groting voor 1974 2671 miljoen bedraagt, is h e t accrès in 1975 t e n opzichte van dit j a a r 389 miljoen. Het grootste deel hiervan is geplaatst op begrotingsartikelen voor gelden ter nadere verdeling (zogenaamde 'parkeerartikelen'). Het doel v a n deze parkeerartikelen is een beter beleid mogelvjk t e m a k e n inzake h e t opvangen van fluctuaties, ioals deze uit de meest recente informatie n a a r voren komen, en t e n behoeve van h e t realiseren van nieuwe activiteiten. Zodoende wordt de nodige ruimte verkregen om op basis v a n voorgenomen beleidsdoelstellingen bij t e sturen en de mogeiyk o p tredende knelpunten weg t e nemen. Voorts verkrijgt m e n hiermee de ruimte om de gevolgen van onvoorziene omstandigheden (b.v. een plotselinge verschuiving binnen h e t studentenaanbod) op te vangen. I n de genoemde begrotingsbedragen is begrepen een jaarlijkse toename van h e t totale personeelsbestand voor de universiteiten en hogescholen met 415; daarenboven zün voor 1975 nog 170 personeelsplaatsen voor versterking van h e t beheer beschikbaar. SLEUTELS Op h e t ogenblik bestaan geen algemeen a a n v a a r d e sleutels om beschikbare formatieplaatsen over de instellingen te verdelen. I n afwachting van de ontv/ikkeling en toepasbaarheid v a n betere methoden zal m e n blijven u i t g a a n van student/staf ratio's per studierichting of groep van studierichtingen. Voorzover nodig k u n n e n daarop zekere correctiefactoren per instelling worden toegepast. De overige
AAN ALiE STUDENTEN Uit de t h a n s t e r beschikking komende gegevens over de s t a n d v a n de Inschryvingen blijkt, d a t nog veel studenten niet of niet volledig hebben voldaan a a n h u n betalingsverplichtingen. Opmerkeiyk is d a t velen wel gebruik hebben gemaakt van de promesse m a a r h e t inschrijvingsgeld ad. ƒ 100,— en de bijdrage bijzondere voorzieningen ad. ƒ 25,— nog niet hebben overgemaakt. Bij deze m a k e n wij u erop a t t e n t d a t de collegekaart niet eerder wordt verstrekt d a n n a d a t h e t collegegeld én h e t inschrijvingsgeld is ontvangen. Voorzover u h e t door u verschuldigde nog niet hebt voldaan r a d e n wiJ u a a n e.e.a, per omgaande te doen, d a a r h e t bureau studentenadministratie de tot nog toe soepele houding tegenover h e n die niet of te laat betalen m.i.v. 15 oktober a.s. zal laten varen. Bureau studentenadministratie
de verwevenheid van gezondheidszorg, onderwijs en onderzoek, alsmede de individuele bepaaldheid van ieder ziekenhuis, m a k e n vergelyking en evaluatie van h u n beslag op middelen uiterst moeilijk. Meer informatie is nodig om tot een goede verdeling te komen. Dit laatste geldt ook voor de aanschaf v a n apparatuur. Resumerend wordt vastgesteld d a t nog heel wat informatie nodig is om de gelden, die op de parkeerartikelen gesteld zijn, vóór 1 j a n . '75 t e k u n n e n verdelen.
De heer B. ter Borch, voorzittei van h e t College van Bestuur van de universiteit te Groningen reageerde zeer positief op de n o t a : 'Het ziet er allemaal erg plezierig uit, zeker als je h e t stelt tegenover de sombere verwachtingen die we h a d d e n ! ' I s h e t CvB van de VU even optimistisch? Om dit te weten t e komen h a d ik een gesprek met drs. H. J. Brinkman. B r i n k m a n : 'Er zitten twee dingen
Vervolg op pagina 2
Nieuwe raming studentenaantallen tot 1980 V
( Het Ministerie v a n Onderwijs en Wetenschappen heeft een nieuwe schatting gemaakt van de a a n t a l len studenten op middellange t e r mijn bij h e t wetenschappelijk onderwijs. Deze schatting heeft betrekking op de ingeschreven en onderwijsvragende studenten per studierichting en per universiteit/ hogeschool. Het betreft hier een herziening van de prognose van de Commissie Dalmulder uit 1970. De nieuwe cijfers zijn vermeld in een bijlage bij de n o t a met meerjarencijfers voor de periode 1975/ 1978 voor de instellingen van wetenschappelijk onderwijs en de academische ziekenhuizen. De schatting is gebaseerd op de te verwachten vraag n a a r onderwgs de zgn. 'sociale vraag'. Geen rekening is~gehouden met eventuele knelpunten in de opleidingscapa.^iteit. Wel is aangenomen, d a t de n u m e r i fixi voor geneeskunde, tandheelkunde en diergeneeskunde blyven gehandhaafd op h e t huidige niveau. Voorts is voorondersteld d a t de herstructurering WO in 1976 ingevoerd zal "worden. Bii de vooruitberekening is o a . uitgegaan van dè recente ontwikkeling bij h e t AVO* (als belangrijkste voedingsbron voor h e t WO), de nieuwste ontwikkeling in h e t studiekeuzepatroon en de r e cente verandering in de verdeling v a n de eerstejaars over de instellingen WO. De uitkomsten laten een groei zien v a n h e t a a n t a l i n geschreven studenten van ruim 110.000 in 1971 tot 170.000 in 1979 bij een hoge overgang en tot 150.000 bij een lage overgang van atheneum-abituriënten n a a r h e t WO. Deze uitkomsten wiiken af van die v a n de Commissie D a l mulder. Voor onderwijsvragende studenten wordt een groei ger a a m d v a n 75.000 in 1971 tot 120.000 in 1979 bij h e t hoge alternatief en tot ruim 100.000 bil h e t lage alternatief. De uitkomsten per studierichting, die wel verschillen met de prognose van de commissie Dalmulder, geven de sterkste toename v a n h e t a a n t a l ingeschreven studenten t e zien by letteren t.w. van 10.000 in 1971 tot 30.000 m 1979 bü h e t hoge a l t e r n a tief. Ook een sterke groei wordt
verwacht voor pedagogie en a n dragogie (van 5.000 n a a r 14.000), psychologie (van 7.500 n a a r 14.500), landbouwwetenschappen (van 3.500 n a a r 5.500) en wijsbegeerte (van 1.000 n a a r 2.000). Een m i n der sterke groei wordt geraamd voor rechtsgeleerdheid t.w. van 14.000 n a a r 21.000, aardrijkskunde v a n 3.000 n a a r 4.000, godgeleerdheid van 2.500 n a a r 3.000 en wiskunde en natuurwetenschappen van 14.000 n a a r 19.000. OMV.ANG Een stabilisering van de aantallen ingeschrevenen wordt verwacht bij de technische wetenschappen (-t 18.000), de sociaal-culturele wetenschappen ( ± 9.000) en uitera a r d ook op grond van de numeri fixi bij de medische richtingen ( i 16.000). De economische wetenschappen daarentegen zullen een lichte achteruitgang verton e n van 11.000 n a a r 9.000.
Voor wat betreft de omvang van de instellingen WO zal Utrecht in 1979 h e t grootste a a n t a l inge«ïtu-even studenten omvatten t.w. 29.000, gevolgd door de GU Amsterdam (24.000), Nijmegen (22500), Groningen (20.500), liCiden (19.000), de VU Amsterdam (16.000) en R o t t e r d a m (8.000). De technische hogescholen zullen in 1979 ongeveer evenveel studenten tellen als in 1971 t.w. Delft 11.000, Eindhoven 5.000 en Twente 2.000. Wageningen en Tilburg tenslotte zullen toenemen van resp. 3.500 n a a r 6.000 en van 3.500 n a a r 5.000 ingeschrevenen. De bovenstaande uitkomsten h e b ben alle betrekking op de ingeschreven studenten volgens het hoge alternatief. De uitkomsten v a n de berekeningen volgens h e t lage alternatief en van die van de onderwijsvragende studenten, hoog en laag, vertonen overeenkomstige tendenties. • Algemeen voortgezet onderwas
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's