Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 251

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 251

12 minuten leestijd

AD VA LVA S — 14 FEBEIJARI 1975

Het hoger militair onderwijs in Nederland

De wereld van kadetten en adelborsten Door Piet van Asseldonk, THB Het hoger militair onderwijs in Nederland omvat de opleidingen tot officier voor de landmacht, de luchtmacht en de marine. A an de Konink­ Iqke Militaire A cademie (KMA ) in Breda worden de studenten — kadetten geheten — opgeleid tot officiersfunkties in land­ en luchtmacht. Het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder leidt adel­ borsten tot marine­officieren op. Beide instituten werken nagenoeg geheel onafhankelijk van elkaar. Voor de opleiding, die met inbegrip van de praktijkstages vijf jaar duurt, zijn bijna dezelfde vooropleidingen verplicht als voor een universiteit of hogeschool. K M A en K I M beschouwen zich­ zelf als wetenschappelijk gerichte hogere beroepsopleidingen.

Niettemin staan beide instituten, afgezien van de nodige persoonr lijke kontakten, erg geïsoleerd bin­ nen het Nederlands hoger onder­ wijs­wereldje. D e officiersopleidin­ gen vallen onder het ministerie van defensie en hebben alleen met het ministerie van onderwijs te ma­ ken voor zover de benoeming van hoogleraren aan beide militaire akademies de goedkeuring behoeft van een speciale O + W­kommissie. Wel staat er al jarenlang een Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs in de krijgsmacht op stapel, die aan de militaire akademies een wette­ lijke status zal geven. "In die wet moet ook de relatie tussen de universiteiten en hoge­ scholen enerzijds en de K M A en het KIM anderzijds geregeld wor­ den", zegt het Hoofd Wetenschap­ pelijke Voiraing van het KIM, ka­ pitein­luitenant ter zee ir. J. Riet­ man, ons in zijn werkkamer te Den Helder. Tevens wijst hij op de goe­ de kontakten met de TH's en de Erasmusuniversiteit, waar de adel­ borsten meer en meer universitaire kolleges volgen. "A ls de wet op de herstrukturering van het weten­ schappelijk onderwijs (Posthumus) met zijn vijfjarige kursus een feit zal worden, dan ontstaan er voor ons overigens aantrekkelijke aan­ sluitmogelijkheden bij het universi­ tair onderwijs", aldus kapitein­ luitenant ter zee Rietman.

Sociale herkomst Aan de K M A studeren zo'n 500 personen en aan het K I M zo'n 150. Gemiddeld komen er jaarlijks zo'n 150 kadetten (50 voor de lucht­ macht, 100 voor de landmacht) naar Breda en 50 adelborsten naar Den Helder. Vooral voor de ma­ rine is de toeloop naar het KIM al ruim tien jaar lang te gering. Men wil veel aandacht aan rekru­ tering besteden, maar kommandeur

Rabbani op LANX

,}(i5ii.

^Sü'^^

Voor de leden van de vereniging l.A.N. is de heer Rabbani, consul­ honorair van de oliestaat Koeweit, naar de sociëteit LA NX gekomen om er te spreken over het onder­ werp 'Het Midden­Oosten, brand­ punt van de wereldpolitiek'. Na zijn inleiding was er gelegenheid om al dan niet kritische vragen over de oplossing voor de Palestijnse kwes­ tie te stellen. De heer Rabbani was uitgenodigd door de o.v. Boreas van l.A .N. (foto: Jaap Bakker)

J. G. C. van de Linde heeft in het marine­blad "A lle Hens" al de waarschuwende vinger geheven met zijn uitspraak: "Het laatste wat we daarbij willen, is een niveau­ver­ laging. Het is nu al zo, dat 30 % tijdens de opleiding afvalt; dat cij­ fer mag zeker niet hoger worden". Het afvalpercentage op de KMA in Breda is eveneens 30. Vooral de lichamelijke eisen doen veel lieden de das om. De meeste kadetten en adelborsten blijken afkomstig uit de zogenaam­ de middengroepen, al valt het bij de marine (vroeger nog veel meer dan thans) op, dat men relatief veel mensen uit de betere milieus, de gegoede kringen (vaak van vader op zoon) aantrekt. Op de K M A noemt men het opvallend, dat er nogal wat zonen van onderofficie­ ren officier willen worden. "Maar daar zal wel een sociaal­psycholo­ gische verklaring voor zijn", tekent luitenant­kolonel W. Vogelesang (hoofd van de wetenschappelijke vorming binnen de KMA ) aan.

•* 'K*M ­1:

if

i

III fi»

f

iï«

"

f'

It

Officieren De straffe opleiding van vakbe­ kwame legerofficieren is al eeuwen­ lang een zorg der autoriteiten. De huidige militaire akademies werden al in het begin van de vorige eeuw gesticht. Van beide instituten is Prins Bernhard president­kurator. In het kuratorium van de KMA ko­ men we behalve militairen en een lid van de Hoge Raad de Leids hoogleraar Lammers, de VU­hoog­ leraar Van Riessen en de Delftse hoogleraar In 't Veld tegen. Het kuratorium van het KIM in Den Helder wordt bevolkt door militai­ ren en door de hoogleraren Gep­ paart (Tilburg), Lambers (Rotter­ dam), Wieringa (VU, A msterdam) en Westerdijk (Delft). De kuratoria der militaire akade­ mies hebben een algemene, toe­ zicht­houdende taak. Het dagelijks bestuur wordt uitgeoefend door de gouverneur of vlagofficier, die rechtstreeks onder de minister van defensie gesteld is, en zijn raad van assessoren. Van inbreng der kadet­ ten en adelborsten, van enige de­ mokratisering derhalve, is geen sprake. Behalve wetenschappelijke, ideolo­ gische en lichamelijke training heb­ ben de militaire akademies (het zijn ook internaten) voor de studenten een persoonlijkheidsvorming in pet­ to. "Immers, voor zijn toekomstige taak is naast een gedegen kennis, een krachtige en harmonieus ont­ wikkelde persoonlijkheid onont­ beerlijk", schrijft de Prins der Ne­ derlanden in het inlichtingenboekje van de KMA. "Ik zweer/beloof trouw aan de ko­ ningin, gehoorzaamheid aan de wetten en onderwerping aan de krijgstucht", belooft de jonge offi­ cier na zijn benoeming tot tweede luitenant. Volgens het KMA ­inlich­ tingenboekje blijkt uit deze formu­ le, dat de jonge officier "op bijzon­ dere wijze verbonden is met het Huis van Oranje, met ­onze natie en met de krijgsmacht". De vorming tot leider van de aan­ komende officier wordt erg belang­ rijk geacht. "Leiderschap is geba­ seerd op wederzijds respekt tussen de officieren, de onderofficieren en manschappen. Het houdt in dat de officier een levendige belangstelling moet hebben voor het persoonlijke wel en wee van ieder die onder hem werkt. Het impliceert ook dat de officier een gedegen kennis moet hebben van de sociale weten­ schappen en blijk moet geven van inzicht in de sociaal­maatschappe­ lijke strukturen", legt de brochure

KMA­kadetten

excerceren op het terrein van de KMA te Breda.

"Officier bij de Koninklijke Mari­ ne" uit.

Internaat De kadetten en adelborsten worden mede tot "leiders gevormd" door hun leven in internaatsverband. Aan politiek of politiek vormings­ werk wordt op de militaire akade­ mies niet gedaan. Toegegeven wordt dat de meeste kadetten en adelborsten bijna uiteraard gezags­ getrouw zijn en zich, om een under­ statement te gebruiken, politiek niet ter linkerzijde ophouden. Kapitein­luitenant ter zee Rietman zegt: "Ik denk trouwens dat de krijgsmacht als geheel rechts van het midden zit". Op de KMA en het KIM bekleedt het studenten­ korps­oude­stijl met zijn vele on­ derverenigingen (elke kadet en adelborst is daarvan verplicht lid) daarbij een belangrijke rol. De vijf­ koppige senaat van het kadetten­ of adelborstenkorps vertegenwoordigt de aankomende officieren naar bui­ ten, zorgt voor de handhaving van de korpsgewoonten en treedt, zo meldt de studiegids van het KIM, "stimulerend of korrigerend op om de koUegialiteit, de loyaliteit en de eerlijkheid jegens de leiding en je­ gens de medekorpsleden te be­ houden en te versterken". In Breda legt de public­relations­ officer van de KMA , majoor P. A . K. A vé, ons uit: "De senaat is ver­ antwoordelijk voor het leefklimaat en kan kleine tuchtstraffen uitdelen^ ter handhaving van de afgesproken huisorde. Elke kadet belooft loya­ liteit ten opzichte van de gekozen senaat". Tot de afgesproken huis­ regels behoort ook de erekode, dat er bij examens en tentamens niet gespiekt wordt. Elk jaar spreekt men in korps­verband af hoe de haardracht der kadetten zal zijn, nu deze in het leger vrij is. Majoor Avé: "Voor dit jaar heeft men tot een gedekt model besloten. Onge­ veer tot aan de kraag". Het intemaatsysteem der militaire akademies staat nu nauwelijks se­ rieus ter diskussie, omdat het de zo

nodige militaire korpsgeest en dok­ trine zou aankweken. " E n dat is van belang bij een organisatie als het leger. Het zou hoogst ongeluk­ kig zijn een krijgsmacht te hebben zonder doktrines, maar met een voortdurende noodzaak tot onder­ ling overleg en diskussie", legt ka­ pitein­luitenant ter zee Rietman uit. De internaatsperiode voor kadetten en adelborsten beslaat drie jaar van de vijfjarige opleiding. N a het der­ de jaar kunnen de aankomende of­ ficieren bij voldoende studieresul­ taten en met goedkeuring van de minister in het huwelijk treden. De eigen bijdrage in de studie­ en in­ ternaatskosten is vrij gering (onge­ veer ƒ 500,— per jaar) en men heeft een redelijk zakgeld (onge­ veer ƒ 300,— per jaar), goede sala­ risvooruitzichten en pensioen bij de leeftijd van 55 jaar. Wel moet men zich telkens kontraktueel voor een aantal jaren aan de legerdienst ver­ binden. N a het derde studiejaar volgt beëdiging tot officier (laagste rang) en geniet men de daaraan verbonden wedde.

Wetenschappelijke

vorming

De laatste jaren is men in het Ne­ deilandse hoger militair onderwijs naar eigen zeggen steeds meer tijd gaan inruimen voor wetenschappe­ lijke vorming ten kosten van speci­ fieke militaire training. In een ar­ tikel over militaire akademies in Europa schreef "Die Deutsche Uni­ versitätszeitung" begin dit jaar over Nederland: "Die rein militärische Ausbildung trit zugunsten einer in­ tensiven wissenschaftlichen Bildung merklich zuriick. Die königliche Militärakademie in Breda — in ihr werden die Offizieranwärter ausge­ bildet — beherbergt 5 wissenschaft­ lichen A bteilungen, zwei militäri­ sche, drei zivile". Dp de Nederlandse militaire aka­ demies blijkt men overduideiyk universitaire aspiraties te koesteren en men vergelijkt de officiersop­ leiding dan ook gretig met de op­ leiding tot arts of advokaat. Luitenant­kolonel

W. Vogelesang

van de K M A zegt dat zijn instituut "voor een beroep opleidt, maar meer is dan hoger beroepsonder­ wijs". Veel rechtstreekser verwoordt kapitein­luitenant ter zee ir. J. Rietman het: "We streven ernaar hier een wetenschappelijke oplei­ ding van de grond te krijgen en dat is eigenlijk pas goed begonnen in 1963". Blijkens woorden van kommandeur Van de Linde van het KMI wil men gaandeweg "be­ roepsofficieren kweken die normaal kunnen samenwerken met mensen van doktoraal­niveau, maar tevens echt marine­officier zijn". D e wetenschappelijke opleidingen van K M A en K I M worden meer dan eens met universitaire kandi­ daatsstudies vergeleken. Vaak wor­ den beroepsofficieren na een aan­ tal jaren praktijkervaring voor na­ dere specialisatie naar universitei­ ten of (vooral) technische hoge­ scholen gezonden. Marine­officie­ ren studeren zelfs aan Engelse uni­ versiteiten. D e goede verstandhouding tussen de Nederlandse en Britse marine ("We hebben wel eens wat geknokt, maar dat heeft nooit tot hard feel­ ings geleid") zou daaraan niet vreemd zijn. Bij het streven naar een universitair onderwijspeil zoekt de Bredase akademie het vooral in de aanstelling van gekwalificeerde docenten, terwijl men in Den Hel­ der "het Produkt voor verdere of tussentijdse studie aan een univer­ siteit of hogeschool wil toetsen aan het universitaire produkt".

Krijgskunde Behalve burgerlijke vakken (en­ gels, ekonomie, elektrotechniek, recht, scheepsbouwkunde, werktuig­ bouwkunde, accountancy, enz.) worden er uiteraard op de militaire akademies veel militaire vakken gedoceerd. Krijgskunde bijvoor­ beeld. Zo bevat het K M A in Breda (ge­ huisvest in een vroeger Kasteel der Oranjes de grootste krijgskundige bibliotheek van Nederland. Daar wordt vanuit Moskou meer dan eens om de hand­geschreven krijgs­ kimdige aantekeningen van Mau­ rits gevraagd. "Maurits is in", zegt de KMA ­bibliothekaris en hij voegt er aan toe: "Overigens is de krijgs­ kunde op het gebied van de strate­ gie eigenlijk sinds A lexander de Grote niet wezenlijk meer veran­ derd". Merkwaardig aan doet ook het op de K M A nu door Prof. Dr. R. Kwant en vroeger door Prof. Dr. K. van het Reve gedoceerde vak "kommunisme", maar even­ goed raar kijk je aan tegen vakken als wapentechniek, zeemanschap, amfibische oorlogsvoering en be­ wegingsleer geleide wapens. Behalve aan burgerlijke en mili­ taire vakken, wordt er ook veel aandacht besteed aan zware licha­ melijk­militaire training als excer­ ceren, schieten, varen (bootjesreis), kaartlezen en vliegen. De specifiek lichamelijke training omvat alle soorten van sport (een gevechts­ sport is verplicht), hindemisbaan, parachutespringen, voetmarsen, ge­ vechtsschieten en zo meer. Op het KIM fs ook nog sprake.van een danskursus, "waarbij de adelborst de minimaal vereiste vaardigheid wordt bijgebracht, om zich op dit speciale gebied van representatieve aard naar behoren te kunnen be­ wegen".

Kritisch Slechts weinig buitenstaanders heb­ ben zich tot op heden diep en kri­ tisch in het hoger militair onder­ wijs verdiept. Soldatenorganisaties als VVDM en BVD bezitten niet eens dokumentatie over de militai­ re akademies. Het VVDM­hoofd­ kwartier in Utrecht weet slechts te melden, "dat de indruk bestaat dat de dienstplichtige soldaten vaak liever met officieren, afkomstig van KMA en KIM, te maken heb­ ben dan met onderofficieren". Majoor C. Hakkert (lid van de PvdA­partijraad en lid van de de­ fensiekommissie van de PvdA ) geeft als zijn "eerste en ongenuan­ ceerde indruk" over het hoger mili­ tair onderwijs in Nederland dit statement ten beste: "Nog steeds exklusief, indoktrinerend en elitair van karakter. Ik zou er sterk voor voelen die zaak meer open te gooien". Hoewel Hakkert erkent, dat de menswetenschappen in het hoger militair onderwijs de afgelo­ pen jaren meer kans kregen, zou hij het juister vinden om toekomstige officieren een studie op universiteit en hogeschool te laten volgen, om ze daarna een bedrijfseigen, mili­ taire scholing te geven. De leger­ officieren zouden dan meer in de burgermaatschappij geïntegreerd worden en de vermaatschappelij­ king van de krijgsmacht zou er wel bij varen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 251

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's