Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 369

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 369

11 minuten leestijd

AD VALVAS - - 30 MEI 1975

Universitair onderzoelc... (3, slot) In de twee voorafgaande stukjes heb ik aandacht besteed aan de Voortgangsnota van de Werkgroep ad hoc Universitair Onderzoelc Nu wat aandacht voor het universitair onderzoek als mogelijk deel van het landeiyk onderzoeks- en wetenschapsbeleid. Dit mede t.a.v. de al genoemde Nota Wetenschapsbeleid van Minister Trip. De Nederlandse universiteiten spelen al jaren lang een grote rol in het „fundamenteel" onderzoek, direct of indirect door de overheid gesubsidieerd. Niet-universitaire instituten waar hoofdzakelijk fundamenteel onderzoek gedaan wordt zijn er niet-veel. In vele landen komen heel andere situaties voor, in Duitsland b.v. spelen de Max Planck instituten een grote rol. Waarom de situatie in Nederland zo gegroeid is, is niet gemakkelijk aan te geven; misschien is de overheid wat passief geweest en konden de universiteiten profiteren van de vooral na de tweede wereldoorlog enorm gegroeide geldstroom voor het onderzoek.

Door C. J. V. d. Berg Zo is, met uitzondering van de natuurkunde, voor het grootste deel een alternatieve financier van universitair onderzoek, ze voorziet de universiteiten van_zo'n 10% van de middelen voor onderzoek. Zoals de Werkgroep al vermeldt, is de feitelijke invloed groter. ZWO en de daarbij behorende stichtingen als SON, BION, FUNGO e.a. leggen een groter accent op salarissen dan op alle andere middelen nodig voor een project. Maar de invloed ft^nog groter. De SON, BION en FUNGO kennen het systeem van werkgemeenschappen. Via die werkgemeenschappen worden ingediende projecten beoordeeld en eventueel gefinancierd. Lidmaatschap van zo'n werkgemeenschap verhoogt de kans op subsidie en levert daarnaast

extra prestige op. In een universitaire wereld waar onderzoeksucces zo belangrijk is, een goed motief om lid te willen zijn van die werkgemeenschappen. Deze werkgemeenschappen kennen een aantal voordelen: men kan beter over eikaars werk oordelen omdat men het kent. Maar er zijn ook nadelen. De normen en waarden binnen zo'n werkgemeenschap bepalen dikwijls wat men al of niet goedvindt. Een ander nadeel is dat de open wetenschappelijke communicatie die zich traditioneel binnen de wetenschappelijke verenigingen afspeelt, zich verplaatst naar 'de veelal besloten werkgemeenschappen. Me dunkt dat het zinvol is deze voor- en nadelen eens tegen elkaar af te wegen, alvorens dit werkgemeenschappen-systeem algemeen te maken en vrij veel geld via dit kanaal, via projecten (zie Ad Valvas 2 mei) te distribueren. ZWO dient een belangrijke rol te spelen in de subsidiëring van duur onderzoek, en in onderzoek vati beperkte en lange duur. Het zou o\ erweging verdienen een landeiyk net van onderzoeksintsituten, voor fundamenteel en toegepast onderzoek in het leven te roepen in de verschillende sectoren van het maatschappelijk leven. De verschillende ministeries, maar ook de lagere autoriteiten en groepen burgers kunnen bij die instituten aankloppen om hulp. TNO, de NRLO (landbouw-onderzoek) en nog andere organisaties bestaan al, maar het is de vraag of de toegankelijkheid voor ieder voldoende is. Een moeilijkheid is natuurlijk dat het niet zo gemakkelijk is met een probleem in zo'n instituut binnen te komen, de taal van de meeste onderzoekers is nogal verschillend van de dagelijkse omgangstaal. Maar zo'n communicatieprobleem is wel uit de weg te ruimen. De evt. ZWO-instituten zouden een deel van dit systeem kunnen vormen. Het kan dikwijls "erstandig zijn

Merlijn in open brief aan CvB:

Stuur geen delegatie naar Potchefstrooi Merlijn, de organisatie van geschiedenisstudenten aan de VU, zou graag zien dat het College van Bestuur op zijn besluit een tiental leden van de universitaire geraenschap naar de konferentie van christelijke universiteiten in Potcbefstroom te sturen terugkomt. Dit sclu-ijveii Bert Altena en Hans van Dijk namens Merign in een open brief aan het CvB en de Universiteitsraad. De briefschrijvers zeggen „met leedwezen en verwondering" van het besluit te hebben kennisgenomen. Zij zijn eveneens teleurgesteld door de bekrachtiging van het besluit door de Universiteitsraad. Mocht het CvB niet op zijn besluit terugkomeh, — wat het jneest waarschijnlijk is — dan verklaren de geschiedenisstudenten zich uitdrukkelijk te distanciëren van de deelname vanuit de VU. Zij gaan ervan, uit, dat de konferentiegangerÄ hun standpunt in Zuid-Afrika bekend zullen maken. Reden voor het standpunt van de Merlijn-studenten is dat zij de argumentatie voor het besluit niet kunnen volgen. Overigens vinden zij dat het nooit genomen had mogen worden, omdat het in tweeerlei opzicht Inkonsequent zou zün. Ten eerste omdat de Universiteitsraad besloot tot opschorting van het verdrag met de Potchefstroomse universiteit en tot het zoeken van kontakt met de zwarte Zuidafrikaanse bevolking. Ten tweede omdat de steun aan dr. Beyers Naudé door de verlening van een eredoktoraat „op zijn zachtst gezegd op losse schroeven" wordt gezet door het besluit. -^ JvdV

De SECTIE WIJSBEGEERTE van de ACADEMISCHE RAAD roept, sollicitanten op (mnl./vrl) voor de functie van

SECRETARIS -van de sectie. De aan t« trekken functionaris zal formeel in dienst treden van de Academische Baad en uitsluitend werkzaam zijn ten behoeve van de sectie. Hij/zij zal worden aangesteld op basis van een arbeidsovereenkomst voor 3/10 werkweek in de rang van referendaris tweede klasse (schaal 112) tegen een salaris van — afhankelyk van leeftijd en ervaring — minimaal ƒ 720,80 en rriaximaal ƒ 1.000,20 per maand. Gegadigden voor de functie dienen een universitaire opleiding te hebben voltooid, bij voorkeur in de wijsbegeerte dan wel in de rechtsgeleerdheid. Telefonische Inlichtingea kunnen worden ingewonnen bij mevr. M. van Rijn—van Hezewijk, tel. 071-20155. Schriftelijke sollicitaties binnen twee weken na het verschijnen van dit blad te richten aan de voorzitter van de Sectie Wijsbegeerte, dr. M. F, Fresco p/a, Filosofisch Instituut, Witte Singel 71, Leiden.

deze instituten, indien mogelijk in beter' verminderen. -De overheid de periferie van de universiteit op kan veel beter via de boven gete zetten. Men kan dan gemakke- schetste instituten ervoor zorgen lijk van eikaars kennis en van de dat onderzoek, indien nodig, beaanwezige apparatuur en literatuur reikbaar wordt voor alle maatgebruik maken. Studenten kunnen schappelijke groepen. De industriijle stage lopen en stafleden kunnen laboratoria zouden ook deel moezich wat verfrissen in een andere iten zijn van dit systeem. omgeving. De Nota Wetenschapsbeleid bevat voorstellen die hier sterk op lijken, Doorstroming met uitzondering misschien van het Vaste financiering is noodzaak, te sterk betrekken van de universiteiveel contract-arbeid kan desastreus ten bij het landelijk onderzoeksbezgn, wel zal doorstroming in alle leid. Dit verschil is zeer fundamenrangen en standen nuttig kunnen teel. De Nota zou ook wel wat dieper hebben kunnen ingaan op de zön. veelheid van bestaande instituten, Het lijkt me niet verstandig als de hun huidige rol en betekenis en universiteiten een dominant deel eventuele veranderingen in de toevan het landelijk onderzoeks/we- komst. Er ligt in de Nota wel erg tenschapsbeleid blijven, hun rol kan sterk accent op allerlei landelijke

W-student

wint jubileuniprijsvraag

raden en overlegstructuren. Het is de vraag of deze raden enz. niet een aanzienlijke traagheid en logheid tot gevolg hebben. Misschien kunnen democratische verkiezingen, zoals bijv. door de BWA voorgsteld, hier aan doen; een ander« oplossing is om deze topstructuren klein te houden en te vullen met mensen voor slechts enkele jaren, maar dan full-time. Deze mensen zouden dan zeer actief rond moeten reizen en voor de noodzakelijke communicatie zorgen. Het is ook hard, nodig dat het parlement, maar ook de lagere overheid, zeer actief is. De Minister van Wetenschapsbeleid zou een coördinerende en stimulerende rol kunnen vervullen. Maar hij moet dan wel zichtbaar zijn!

met:

„Werkoverleg op de bouwplaats" De betekenis van het begrip werkoverleg, dat momenteel in het centrum van de belangstelling staat, kan men het best omschrijven als overlegr, dat gepleegd wordt op pn over het werk. 'Op het werk' heeft betrekking op de feitelijke situatie (byv. de bouwplaats), waar het overleg plaatsvindt; 'over het werk' duidt op het onderwerp van overleg. Tevens wordt met werkoverleg in het algemeen dat oveleg bedoeld, dat aan de basis van de werkgemeenschap of organisatie plaatsvindt. Vooral na de tweede wereldoorlog ontwikkelden zich .stromingen, die voornamelijk hun aandacht besteedden aan het proces van de humanisering van de werkinhoud en werkomstandigheden en het democratispringsproces. Beide processen vinden voor een groot deel hun vei-wezenlijking in het werkoverleg. De plaats van de mens (met name de arbeider) in de steeds sterker gemechaniseerde bedrijven en in de maatschappij door de enorme technische ontwikkelingen sterk veranderd. Vele bedrij fspsychologische scholen hebben zich met deze veranderingen bezig gehouden. De Scientific Management-school, de Bureaucratie van Weber (beide eind 19e eeuw) en de X-theorie van Mc Gregor (1960) hanteerden de zg. oude mens-opvatting. De mensen werd weinig of geen ruimte gelaten voor enig initiatief en voor het dragen van varantwoordelijkheid. Volgens de X-theorie van McGregor handelde de mens in^het algemeen als een homo-economicus: hij is erop uit op de gemakkelijkste maniet zoveel mogelijk geld te verdienen, reageert slechts op financiële aansporingen en is van nature lui en niet geneigd tot weiken. Deze oude opvatting maakte gelukkig plaats voor een nieuwe optimistischer kijk op de mens, die meer ruimte aan het uiten van gevoelens en aan het bevredigen van behoeften geeft. Voorbeelden van theoriën, die zich hiermee bezighouden, zijn: de Ytheorie van McGregor (de mens heeft geen aangeboren afkeer van werken, hij is in staat tot zelfdiscipline en tot het dragen van verantwoordelijkheid), de „Human Relations" beweging (de werkende mens is een steik sociaal-gevoelig wezen en voelt zich pas door zijn contacten met anderen tot zijn recht komen) en het socio-technisch systeem van het Tavistock Instituut. Het werkoverleg, dat uit deze nieuwe mens-opvatting ontstaan is, levert een belangrijke bijdrage tot het scheppen van een betere plaats voor de mens in het proces van de maatschappelijke voortbrenging.

Behoeften Als men spr-eekt over de resultaten van het werkoverleg dan bedoelt men hiermee de mate waarin wordt tegemoet gekomen aan de behoeften (verlangens) van de werknemers. Maslow, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de afnerikaanse school „Humanistic Psychology", heeft een behoeftenschema ontwoipen dat loopt van lagere naar hogere behoeften: — fysiologische behoeften — behoeften met betrekking tot veiligheid „ | s, ^

— behoefte aan sociaal kontakt — behoefte aan zelfvertrouwen en erkenning (egoistic behoeften) — behoefte naar ontplooiing en verwerkelijking van zichzelf {zelfaktualisatie) Menselijke motivatie is ten nauwste verbonden met de bevrediging van de behoeften. Duidelijk is dat werkoverleg met name aan de drie hogere behoeften van Maslow's behoeftenhiërarchie tegemoet komt. De invloed van werkoverleg op de satisfaktie (tevredenheid met het werk) is dan ook zonder meer merkbaar al geldt dat niet voor iedere werknemer in dezelfde mate. Om tot een geslaagd werkoverleg te komen voldoen slechts bppaalde leiderschapsstijlen. Onderzoekingen

hebben uitgewezen, dat de participatieve leiderschapssijl (dit houdt o.a. in: de leider delegeert zoveel mogelijk bevoegdheden, hij schakelt alle betrokkenen in bij de besluitvorming; werken wordt meer beleefd als mogelijkheid tot zelfontplooiing) gecombineerd met een sterke betrokkenheid van de mensen bij het werk en gezamenlijke inzet voor het groeps-(bedrijfs-)doel op basis van wederzijds vertrouwen en respect een goede fundament vormt voor een succesvol werkoverleg.

De auteur Dit is in het kort de inhoud van „Werkoverleg op de bouwplaats" waarmee Dirk H. Bleichrodt, student aan de Vrije Universiteit te Amsterdam de jubileumprijsvraag „40-jaar Slokker" van het bouwbedrijf A. Slokker, Jluizen NH won. Drs. F. Haselhoff, wetenschappelijk hoofdmedewerker, docent organisatie en leiding aan de Economische Faculteit, VU in Amsterdam, was een van de juryleden. R.A.

Dr. Kuyper gedenkraar in VU-hoofdgebouw Binnenkort krijgt de universitaire gemeenschap van de VU de kans om haar oordeel te geven over twee belangrijke kunstwerken die in het hoofdgebouw zullen worden aangebracht. Zoals al in het eerste rapport van de commissie milieuverrijking en aankleding gebouwen (MVA) werd voorgesteld zal in het glasvak (phn. 13 m.) bij de uitgang van het restaurant aan de zuidzijde een kunstwerk van kleur en licht worden aangebracht, ter herinnering aan de stichter van de VU, dr. Abraham Kuyper. In hetzelfde rapport werd voorgesteld 'de hoofdingang van de aula te accentueren door op de vlakke betonstukken aan weerszijden van deze ingang schilderingen aan te bi engen met abstiacte kleurweiking. Om het beschikbare arsenaal aan kunstenaars enigszins in te perken heeft de commissie advies ingewonnen bij de stichting Kunst en Bedrijfje een onafhankelijke instelling die oemiddeling verleent tussen opdrachtgevers en kunstenaars. De stichting beschikt daartoe over een uitgebreide documentatie. Op gron^ y^n« veiiicht weik wer-

den voor het gedenkraam, waarvoor ƒ 50.000,— is uitgetrokken, drie kunstenaars geselecteerd, Joost van Santen, Cailo Andreoli en Piet Hein Stulemeyer. De commissie heeft echter ingezien dat dit een moeilijke_Dpdracht is en heeft aan het College van Bestuur voorgesteld de drie kunstenaars een schetsopdracht te verlenen a raison van ƒ ],S00,— per kunstenaar. Het CvB heeft dit voorstel overgenomen. Voordat de definitieve beslissing zal worden genomen zal mogelijk een kleine enquête onder de universitaire gemeenschap gehouden worden. Voor de wanden naast de hoofdingang van de aula zijn 2 kunstenaars geadviseerd. Jan Snoek en Frans en Maija de Boer-Lichtveld. Ook aan deze kunstenaars zal gevraagd worden een schels te ma- , ken voordat een uiteindelijke keuze wordt gemaakt. Documentatie over het werk bovengenoemde kunstenaars in verleden hebben vervjiirdigd cuige weken ter inzagt liggen het informatiecentrum.

dat het zal bij

H.B.

ii\

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 369

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's