Ad Valvas 1974-1975 - pagina 239
3
ÄD VA LVÄS — 1 FEBRUA RI 1975
MEER INHOUDELIJK BELEID UNIVERSITA IRE TOP IN DE TOEKOMST?
VU brengt onderzoeksaktiviteiten op nieuwe wijze in kaart Boekje met gegevens voor belangstellenden
Door Jan van der Veen
Wat gebeurt er aan wetenschappelijk onderzoek aan de Nederlandse universiteiten? Het is een vraag waarvan de beantwoording alle belang heeft. Niet alleen voor de wetenschappers zelf, maar ook voor degenen die zich bezighouden met de ontwikkeling van een beleid waarbg goed onderzoek wordt bevorderd, op landelijk en universitair niveau. En tenslotte niet het minst voor de samenleving, die er recht op heeft te weten wat er gaande is op onderzoeksterrein. Immers, het is de samenleving die er belasting voor betaalt en de studenten levert die op basis van de resultaten van het wetensdiappelijk onderzoek onderwijs ontvangen. Door de sterke vervlechting van onderwijs en onderzoek ^al de kwaliteit van het onderwijs (mede) afhangen van de mate waarin onderzoek van goed gehalte wordt verricht, v. Om er achter te komen wat aan wetenschappelijk onderzoek gebeurt is h ^ nodig te inventariseren, dat wil zeggen de onderzoeksaktivitei ten in kaart te brengen. Nu staat de inventarisatie nog in de kinder schoenen. Er is (en wordt) wel ge ïnventariseerd, maar de gegevens zijn vaak in een grote kast verdwe nen. A an het inventarisatiepro bleem zal echter de komende tijd wel meer aandacht worden besteed. Minister Trip (Wetenschapsbeleid) heeft erop aangedrongen, dat er spoedig van regeringswege wordt begonnen met de samenstelling van een „onderzoekskaart". Ook aan de Vrije Universiteit is het inventarisatieprobleem langzamer hand in de schijnwerpers komen te staan. Men is zich bewust geworden van het grote belang van een zo volledig mogelijke inventarisatie. Het afgelopen jaar is voor het eerst een dergelijke poging op universi tair niveau gedaan. „Er is eigenlijk nog nooit een in ventarisatie van onderzoeksprojek ten op grote schaal geweest," zegt dr. G. D, Thijs van het Bureau Planning van de VU, die ermee be last is geweest. „De enige voorlo per is de inventarisatie van 1972— '73 geweest, waarbij men de fakul teiten heeft gevraagd wat de the ma's van onderzoek waren. Men kon volstaan met het aangeven van gebieden waarop men werlczaam was. Het was bepaald geen inven tarisatie op projektbasis zoals deze. Bij een projekt denk je aan een ge struktureerde onderneming: in een bepaalde tijd en een bepaalde vraagstelling trachten te beantwoor den. Dat is een heel andere invals hoek dan wanneer je zuiver en al leen vraagt naar de gebieden waar op men werkzaam is. De laatste is veel vrijblijvender en geeft geen en kele indruk van intensiteit van het onderzoek, de mankracht die er voor nodig is en de tijd die eraan wordt besteed. Dat hebben we nu wel proberen aan de weet te ko men." Het is de eerste keer dat er aan de VU op deze wijze (op universitair niveau werd geïnventariseerd. Bij de opzet was het nodige aan „pio niersgeest" nodig, omdat er nog geen ideale inventarisatiemodellen voor het gevarieerde veld van het universitaire onderzoek bestaan. Thijs: „De voorloper van de inven tarisatie van onderzoeksprojekten is de reeks overzichten van de Stich ting voor Zuiver Wetenschappe lijk Onderzoek (ZWO). ZWO heeft als landelijke organisatie nationaal bepaalde wetenschapsgebieden ge ïnventariseerd (ZWO begon in 1964 met als model de Engelse publika tie „Science Research in British Universities and Colleges", vdV). We hebben gekeken hoe men het bij ZWO deed en bij andere univer siteiten. Daar hebben we een soort gemene deler uitgehaald. Kijk, overal voelt men belröefte om te in ventariseren, maar de vraag is wel ke vormgeving je kiest. Ook ZWO is zich aan het bezinnen over de vraag welke gegevens voor inventa risatie in aanmerking komen. Er is nog geen algemene lijn en in die situatie zitten wé. Je hoopt natuur lijk, dat, als er nog eens een be paald standaardtype inventarisatie komt, je daar met het hier gehan teerde model op kunt aansluiten." Spoorboekje Behalve de (nieuwe) wijze van in ventariseren is ook een novum dat de resultaten ervan zijn neergelegd in een boekje dat voor iedere ge interesseerde ter beschikking staat. Het boekje bevat de'^kerngegevens van de Projekten. Het is een soort spoorboekje. Er Js nog geen enkele
universiteit in ons land die met een soortgelijk overzicht naar buiten is getreden. De VU is wat dat betreft dus een voorloper. Thijs: „Er zit deze filosofie achter: de universiteit moet zich waar ma ken, kunnen tonen waar men zich mee bezighoudt. De samenleving mag zoiets vragen.^Tot dusver heeft dit veel te weinig aandacht gehad. Nu is dit overzichtsboekje natuur lijk geen prettig leesbaar verhaal. Het is veeleer bedoeld als naslag werkje. En zoiets kan in nogal wat situaties een funktie hebben. A ls men bijvoorbeeld op het Bureau In ternationale Samenwerking bezig is te onderzoeken of er mogelijkheden zijn voor de oprichting van een in terfakultaire vakgroep Ontwikke lingsvraagstukken, rijst de vraag: waar werkt men binnen de VU nu aan dit soort problemen? In zo'n situatie kan zo'n boekje een hulp zijn. Datzelfde geldt voor de afde ling Pers en Voorlichting. Daar kunnen ze vragen krijgen als: wordt er aan de VU onderzoek verricht op dit of dat gebied? A lweer, dan werkt zo'n boekje." Streven naar volledigheid ^ Er is bij de inventarisatie gestreefd naar een zo groot mogelijke volle digheid. In april van het vorig jaar zond het College van Bestuur de diverse fakulteiten en instituten for mulieren waarop de gegevens over het onderzoek in projektvorm dien den te worden aangegeven. Men kan zich afvragen of zo'n inventa risatie op de een of andere manier, bijvoorbeeld door onvolledige in vulling, aan waarde kan inboeten. Thijs: „Er is zoveel mogelijk op volledigheid aangedrongen. A lle fa kulteiten hebben de formulieren ook ingestuurd. Het heeft natuurlijk wel heel wat moeite en telefonades gekost om de oogst te vergaren. Maar over de hele linie genomen is het resultaat, voorzover je dat kunt nagaan, niet onbevredigend wat volledigheid betreft: er is slechts een enkele afdeling of vakgroep die het in het geheel heeft laten af weten. Vergeleken met de negatieve ervaringen aan andere universitei ten is het resultaat nogal positief. Wat de volledigheid betreft: je hebt ten aanzien van de totale tijd die men aan het onderzoek besteedt ook een zeker referentiesysteem. Je kunt eens kijken hoe het ligt ten op zichte van de CBSenquête (lanck lijk) over de onderzoekstijd van de wetenschappelijke staf van een paar jaar terug, 1969—'70. In 1971 is er nog een steekproef geweest, die weinig anders uitviel. De globale indruk is dat een en ander wel in overeenstemming is met het beeld uit de inventarisatie. Definitie Op de invulformulieren stond het begrip onderzoeksprojekt als volgt omschreven: „Een onderzoekspro jekt is de wetenschappelijke arbeid die gericht is op de vergroting van wetenschappelijke kennis en inzicht en die zijn neerslag vindt in een pu blikatie of in meerdere onderling samenhangende publikaties. ..Met publikatie is bedoeld een bijdrage aan de valcliteratuur, hetzij in de vorm van een boek, een artikel in een vaktijdschrift of een extern rap port." Thijs: ,,Puur door naar publikaties te verwijzen, breng je het projekt in een realistischer kader. De kans be staat dat men anders allerlei akti viteiten opvoert, gewoon uit ondui delijkheid over wat men precies onder onderzoek moet verstaan. Dat is door die definitie enigszins genormeerd. Maar het is overigens
De vraag is ook of dat zo nodig is." Onderzoeksbeleid De bg deze inventarisatie verkregen gegevens zouden kunnen worden gebruikt als achtergrond voor het uitstippelen van een eventueel on derzoeksbeleid. Eventueel, omdat het nog de vraag is of het universi teitsbestuur ëen onderzoeksbeleid kan voeren. Alle programmaverant woordeHjkheid op het~ gebied van het onderzoek ligt immers bjj de vakgroep (vaststelling onderzoek) en de fakulteitsraad (goedkeuring programma) volgens de Wet Uni versitaire Bestuurshervorming (WUB).
MM.,
/
.^
«M«***,^
Or. G, D. Thijs in zijn werkkamer op de VU. een moeilijke zaak wat je onder pu blikatie moet verstaan. Een boek bespreking in Intermediair? Ik ben geneigd te zeggen: nee, dat is geen publikatie als bedoeld. En verder, iets kan in boekvorm zijn uitgege ven zonder dat het een wetenschap pelijke waarde heeft. Het heeft dus een beetje een open zaak. Overi gens, we hebben wel gezegd: de ak tiviteit moet gericht zijn op publi katie, maar dat wil niet zeggen, dat er altijd een publikatie uitkomt. Je kan moeilijk zeggen: de publikatie is uitgebleven, dus kunnen we dit niet als onderzoeksprojekt beschou wen. H«t gaat om datgene waarop men mikt, de ambitie waarmee men werkt. Daar hebben we een beeld van proberen te krijgen." zyn er nu ook onderzoeksprojekten die niet in het onderzoek werden betrokken, boewei ze wel bestaan, byvoorbeeld omdat ze geheim zijn? Thijs: „Die indruk heb ik niet. A ls WUBstruktuur funktioneert is ge heimhouding van het onderzoek na tuurlijk niet goed mogelijk. Maar vanuit de inventarisatie kan ik uw vraag niet beantwoorden. Men kan zijn aktiviteiten immers op allerlei manieren omschrijven... Ik ben zelf fysicus en de term driedeeltjes probleem zegt mij iets. In principe kan daar heel wat onder vallen na tuurlijk, wat een argeloze niet be seft." Externe promovendi Er zijn ook buiten de universiteit werkende wetenschappers die naast hun baan aan een proefschrift wer ken, externe promovendi. Is er met hen rekening gehouden bij de in ventarisatie? De omschrijving op het invulformulier vermeldde: „A l le onderzoeksprojekten, die minder dan een manmaand aan tijdsbeste ding vergen van alle deelnemende wetenschappelijke stafleden teza men, kunnen... buiten beschou wing blijven. Onder manmaand wordt verstaan 160 werkuren." Thijs: „Sommige fakulteiten hebben te maken met promovendi die eigenlijk in het normale fakulteits leven niet meedraien, leraren of do minees in een pastorie, die af en toe een koncept van een proef schrift komen doorspreken. De band met zo'n externe promoven dus is natuurlijk veel lichter en je kunt je afvragen of zijn onderzoek nog onderdeel mag heten van het universitaire. Dat is een probleem dat met name bij de afakulteiten speelt. Een heel andere situatie zie
je bij de Fakulteit Wiskunde en Natuurwetenschappen, waar men in het algemeen werkt met de infra struktuur van het laboratorium. Door het definiëren van een onder drempel in de tijdsbesteding hebben we geprobeerd de al te externe pro movendi buiten beschouwing te la ten. A ls de promotor tenminste een maand (160 uren) steekt in het be geleiden van de te promoveren pre dikant uit Bedum, dan valt dat bin nen de inventarisatie." Zijn de externe promovendi alle maal boven water gekomen bq de inventarisatie? Thijs: „Dat is moeilijk na te gaan. De vraag is, of elke promotor er aan gedacht heeft al zijn wijd ver spreide promovendi te noemen. Een volledig beeld zal de it^ventarisatie niet opleveren. Dan zou je wel erg scherpe richtlijnen moeten geven.
Met die vaststelling en goedkeuring is de zaak eigenlijk rond. Voor het universiteitsniveau blijft er dan wei nig meer over. Wel is het volgens de WUB mogelijk dat de Universi teitsraad in overleg met het College van Dekanen richtlijnen geeft ten aanzien van de organisatie en koör dinatie van onderwijs en onderzoek. Wat nu precies die richtlijnen in kunnen houden is geen uitgemaak te zaak. Er is — ook landelijk ge zien — nog nauwelijks gebruik van gemaakt. Thijs: „Het universiteitsbestuur heeft er wel behoefte aan te weten hoe de situatie in alle fakulteiten ligt, temeer daar je nogal eens de opmerking hoort dat het onderzoek in gedrang komt. Het bestuur zou graag bij het toewijzen van forma tieplaatsen (personeelsplaatsen, vdV) met de falctor onderzoek re kening willen houden. Een heel moeilijke zaak. Die formatieplaat sen worden momenteel toegewezen op basis van stafstudentenratio's (verhouding aantal stafleden — aantal studenten, vdV). En ja, daar zit wel in weerspiegeld, dat men in een bepaalde fakulteit aan een be paald type onderzoek doet, dat er meer of minder personeel voor het onderzoek nodig is, maar niet op «en heel direkt gekoppelde manier. Niet zo, dat je kunt zeggen: hier, in deze vakgroep gebeurt onderzoek van die en die belangrijkheid en daarom wijzen we daar plaatsen toe. Dat is bepaald niet het geval." Budgetrecht — De vraag is nu, of je zo inhoudelijk bezig mag zijn als univetsiteitsbe stuur. Het enige dat je eigenlijk kunt zeggen is, dat je als Universi teitsraad het budgetrecht hebt, het recht om begrotingen goed of af te
NATUURKUNDE EN STERRENKUNDB
WETENSCHAPPELIJKE AFDELINa i EXPERIMENTELE KERNFYSICA*
Optisch modtl; nMctltm«ch«nl«m« *. Prof dr J. Blok; dr O. Spaargaren w.p. 6 (FOM 2) fn.m. 39 1970.1979 Weinig daaltja* raaeti«t * Prof dr C.C. Jonker W.p. 4 (FOM .1) 1967.1979 Imtrumantati* varanallai« Dr J, Pethmcisr (FOM 2) w.p. 4 1967.
minrt. 2S
Statlacha momantai Momaira bundait * Prof dr J. Btotc, 4l |M4>< 4 .t97,1f197i9 KwrocfMfnw ' Prüf dr H. Varttaul, w.p. 3 1973 • 1979 8«aitalaktfOAOfrt»«ii
Prof dr J. blok w.p. 3 19631979.
mrn. 16
Totala doonnada voor anatta nabUOnan Prof dr CC. Jonkar, dr J. Rathmsiar
WETENSCHAPPEL THEORETISCHE IS Karnmodal(an *
Een gedeelte van een bladzijde uit het 'spoorboekje' waarin de kerngege vens van de inventarisatie van onderzoeksprojekten zijn vermeld. De afkortingen betekenen: w.p. = het totaal aantal leden van het weten schappelijk personeel dat aan het projekt deelneemt; hoevelen van dit aantal in dienst van ZWO (stichtingen) of derden werkzaam zijn staat tussen haakjes vermeld; m.m. = het totaal aantal manmaanden aan het projekt besteed in het afgelopen jaar (eenheden van 160 werkuren)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's