Ad Valvas 1974-1975 - pagina 138
8
NIEKE EXr>OSITIE I N MENSAHUIIV^TEN De Exposoriumcommissie van de Vrije Universiteit organiseert van 7 november t'm 2 december a.s. in de restauratieruimte van he Hoofdgebouw aan de Boelelaan te Amsterdam (Buitenveldert) een tentoonstelling van werken van Johan Briedé (1885-), Herman van den Boogaard (1891) en Oswald Wenckebach (1895-1962).
nitfRMAS VAN DES BOOGAARD (1891) In het leven van v. d. Boogaard zijn twee nogal versc-hillende perioden te onderscheiden: resp. een profane en een sterk religieus getinte. In de eerste periode werd v. d. Boogaard, na zich eerst op de Quellinusschool bekwaamd te hebben in de lithografie en het handtekenen, in 1913 door de Bijenkorf te Amsterdam aangetrokken als „sierkunstenaar". Zgn werkzaamheden bestonden uit het ontwerpen van advertenties en affiches en het verzorgen van de inrichting van het v^arenhuis, alles in samenwerking met de reklametekenaar Pieter Das. Twee foto's op de tentoonstelling laten iets zien van de inventiviteit, waarmee v. d. Boogaard te werk ging: de wanden van de tot een oosterse tempel omgebouwde lichthal van de Bijenkorf zijn versierd met in kippegaas gestoken papieren ?akdoekjes. In de economische malaise van de vioege jaren '20 accepteerde v. d. Boogaard een betrekking bij de boekbinderij Proost Brandt, eveneens als sierkunstenaar. Proost Brandt had ook moeite het hoofd boven water te houden en besloot zich tijdelijk bezig te houden met het vervaardigen van meubels, bestemd voor de export naar Amerika. V. d. Boogaard leverde toen de ontwerpen voor een sex ie Art Deco-meubelen van een sublieme artistieke kwaliteit. _. Naar alle waarschijnlijkhëfd bevin-
den deze meubelen zich nog steeds in Amerika, het enige wat wij hiervan kunnen laten zien, zijn foto's. Bij dezelfde firma ontwierp v. d. Boogaard in 1931 een boekband (het werk, waarvoor hij feitelijk aangenomen was) voor de gedenkbundel van prof. A. H. de Hartog, die in zijn kring vermaarde kanselredenaar, waarop hij één van diens preken in de door v. d. Boogaard zo meesterlijk beheerste, aan het Kubisme en het Italiaanse Futurisme verwante Art Deco-stijl, verbeeldde. Prof. de Hartog's geloofsbeleving en zijn vriendschap met v« d. Boogaard zijn bepalend geweest voor de verdere ontwikkeling van deze kunstenaar, getuige zijn" diep-religieuze tweede periode. Na zijn vertrek bij Proost Brandt in 1931 heeft hij zich, naast zijn werkzaam-
heden als reklametekenaar, uitsluitend gewijd aan het schilderen van panelen van protestants-christelijke aard, waarbij de geometrisch-zinderende dynamiek van de' Art Deco zijn militant-christelijke symboliek dezelfde intensiteit ~ schonk, als
waarmee hij zijn geloof ook nu nog steeds beleeft: de kunstnijveraar wordt schilder. Echter, door de onontvankelijkheid van de Nederlandse kerkeraden voor religieuze kunstuitingen, hebben de schilderijen van v. d. Boo-
gaard nooit de plaats gekregen, die hij er voor bedoeld had, namelijk in de kerk. Was v. d. Boogaard katholiek geweest, dan had hij misschien de erkenning gekregen, die hij zo verdient. DICK BORSm
leveren voor de uitgeverij van zijn vrienden W. L. en J. Brusse in Rotterdam. In het bloeiend fonds van deze uitgeverij voor publikaties op het terrein van cultuurgeschiedenis verzorgde Briedé samen met de graficus S. H. de Roos de ontwerpen voor boeken van o.a. H. F. Berlage (zoals Studies over Bouwkunde, 1910, Beschouwingen over Bouwkunst, 1911), bandontwerpen voor de auteur Adama van Scheltema, evenals de 130 sobere pen-
tekeningen in E. Wiersma en Jac. v. Gils, Oude Huizen van Rotterdam, 1915. In die verband mogen zijn bijdragen voor de jaarboeken van de Vereeniging van Ambachts- en Nijverheidskunst niqt onvermeld blijven. Zijn stijl venaadt de invloed van Berlages opvattingen over stijl en ornamentiek, maar is persoonlijk en tot op zekere hoogte uniek. In deze jaren tussen 1910 en 1920 ontwikkelt hij echter ook veel florale motieven in zijn ornamentele stijl. Hij is dan een gevraagd ontwerper op het gebied van bedrijfsreclame (b.v. voor Van Houten Cacaofabrieken) en affiches, zie b.v. zijn „Tentoonstelling en Congres op Gemeentelijk Financieel Gebied" in het Stedelijk Museum te Amsterdam in 1916. In de 20er en 30er jaren sluit hij zich aan bij de internationale stijl die meestal wordt aangeduid met de naam Art Deco. Hierin toont hij zijn klasse opnieuw getuige o.a. het ontwerp (dat nu weer voor het affische van onze tentoonstelling is gebruikt) voor het schutblad van Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij. In dezelfde periode ontwikkelt Briedé zich als zelfstandig schilder. Van 1915-1917 dateren een aantal werken in de divisionistische techniek die in dezelfde tijd door beroemde kunstenaars als J. Toorop, Hart Nibbrig en L. Gestel wordt toegepast. Briedé valt onder hen op door zijn heldere lichte toon. Wij zijn onwillekeurig geneigd bij
zo'n landschap aan een zuidelijk klimaat te denken. Dan verbazen ons de'vele reizen in het buitenland,, die Briedé ondernam niet meer; hij heeft landen als Italië, Zwitserland, Frankrijk en Spanje dertiger jaren, alsizijn landschapsgeregeld bezocht. In de twintiger en stijl qua techniek conventioneler is (zij doen ons aan de Bergense School, denken) blijft hij zich concentreren op de weergave van het spel van het zonlicht op de kleuren die het landschap hem voortovert: het frisse groen "van de lente, maar ook het vermoeide groen van de nazomer. Het werk dat na de 2e wereldoorlog ontstaat sluit hierbij aan. Zijn stijl ondergaat begrijpelijkerwijs geen invloeden meer van de nieuwe ontwikkelingen van groepen als Cobra. Een belangrijk facet binnen het werk van Briedé, dat een plaats tussen zijn grafische en schilderwerk inneemt, wil ik hier nog met nadruk noemen: zijn soms minitieus precieze tekeningen, aquarellen en paneeltjes, een soort close-ups, van bloemen en planten. Deze detailstudies naar de natuur, ontstaan in een sfeer van vriendschap met de natuurvorser Jac. P. Thysse, verraden Briedés grote aandacht en liefde yoor de natuur. Voor mij persoonlijk vertellen zij over het diep-menselijk karakter van deze kunstenaar, zoals ik dat in de afgelopen twee jaren van vriendschap heb mogen ervaren. JAAP W. BROUWER
JOHAN ßHIEDE ( I S 8 3 ) Johan Briedé is een verdienstelijk schilder en een belangrijk ontwerper, wiens naam, even verwonderlijk als ten onrechte, bij weinigen bekend is. Verwonderlijk zodra men het milieu leert kennen waarbinnen hij werkt, wanneer men de namen van zijn vrienden, zijn persoonlijke collega's verneemt. Hij is aoed bevriend met de kunstenaars T.ebeau, Nieuwenkamp, Wenckebach, ook echter met de schrijver H. G. Wells voor wie hij op diens persoonlijk verzoek de illustraties verzorgt van o.a. The house of Usher en The Invisible Man; op goede voet zowel met de steeds meer in de belangstelling komende J. Voerman Jr., als met de bekende natuurhistoricus Jac. P. Thysse. Toch komt zijn naam niet voor in het terecht als zodanig bekend staande standaardwerk over de Nieuwe Kunst van dr. L. Gans. Deze tentoonstelling is de eerste sinds lange tijd die hem weer de aandacht schenkt die hem toekomt. lohan Briedé werd geboren op 2 mei 1885 in Rotterdam. Zijn eerste Wenckebach. Zijn vroegste zelflessen in de schilderkunst ontving standige ontwerpen sluiten in stijl hij van de toentertijd niet onbeken- geheel aan bij de heersende Art de hoewel wat conventioneler land- Nouveau ofwel Jugendstil. Een zeer schaps- en portretschilder D. G. geslaagd voorbeeld daarvan is zijn Ezerman. Hij bezoekt de Academie ontwerp voor een affiche voor de voor Beeldende Kunsten te Rotter- „Tentoonstelling van Nederlanddam en later de dan toonaangeven- sche Vogels" in het gebouw Calede kunstnijverheidsscholen van donia in Rotterdam uit 1907. Haarlem en Amsterdam. Hij raakt daar bevriend met zijn leraars en Vanaf 1908 begeeft hij zich op het 'ater collega's Chris Lebeau en de gebied van de boekillustratie. Hij als stadsschilder bekende L. W. R. is een van de kunstenaars die werk
L. O. WENCÜEBACH
(1895)
In 1914 vertrok hij naar de Akademie voor Vrije Kunsten in Wenen, die bekend stond om haar degelijke kolleges in anatomie. Als afgestudeerd graficus en kunstschilder vestigde hij zich na de oorlog in SchoorU In zijn begintijd maakte hij voorbach' in handen: op onze gulden namdijk litho's, etsen en houtsneen rijksdaalder prijks linksonder de den. Vooral deze laatste — met beeltenis van de koningin nauwe- veelal bijbelse thema's — zijn eenvoudig en direkt in hun vormgelijks zichtbaar de letter W. ving, zoals de Toren van Babel en het triptiek met het lijden van BEGINTIJD Christus, waarbij de drang om uit De in 1895 geboren kunstenaar het beeldvlak te treden, om de fivierde op de HBS nipt zijn grootste guren vol plastisch, te behandelen, triomfen en in 1910 ging hij in opmerkelijk is. Haarlem in de leer bij zijn oom Via het snijden van sierstukken in L. W. R. Wenckebach — bekend-- hout en hoorn komt hij dan tot het van de Amsterdamse stadsgezich- beeldhouwen in brons en zandten en zijn illustraties in de Ver- steen, waartoe zijn buurman Raekade-albums. Later volgde hij twee deker hem de belangrijkste impuljaar de Haarlemse Kunsta}:ademie. sen geeft. In zijn vroege jaren krijgt
De in 1962 overleden beeldhouwer en graficus prof. Oswald Wenckenbach behoort tot de generatie van John Raedeker, Hildo Krop en Mari Andriessen, die de Nederlandse beeldhouwkunst op en nieuw peil gebracht heeft Als niet-Amsterdams geschoold beeldhouwer berusten zyn iiitdnikldngsmiddelen niet op expressionistische deformaties of bouwkunstige stilering, maar op de beheerste klassieke vorm, die hij op zijn vele reizen door Griekenland van dichtbij heeft bestudeerd. Wenckebach is een kunstenaar die over het algemeen minder bekend is bij het grote publiek, maar die ongemerkt toch een belangrijke plaats in ons -dagelijks leven inneemt. Rotterdammers kennen hem van het Mannetje Jacques, Zeeuwen van zijnjeven van Borssele-beelden aan het gerestaureerde raadhuis van Veere, Eindhovenaren van het beeld van Anton Philips, Arnhemmers van het Lorentz-monument, Utrechtenaren van . de Spoetnikkijker en iedere Nederlander die aan het ruilverkeer deelneemt heeft dagelijks 'een Wencke-
hij opdrachten voor o.a. gedenkpenningen, het ontwerp van de Olympiadezegels voor de posterijen in '28, het borstbeeld van Hippocrates in de tuin van het Akademisch Ziekenhuis in Leiden en gevelstenen in de AmsterdamscKrusemanstraat en de Amsteldijk. De opdracht voor het Veerse raadhuis brengt hem in kóntakt met de Rijkscommissie voor de Monumentenzorg, waarin hij zitting neemt naast o.m. de grote archtiekt Oud, die zijn beste vriend wordt. In 1935 wordt hij benoemd tot hoogleraar in de vorm- en ruimteleer en boetseerkunst aan de Technische Hogeschool in Delft. In deze funktie heeft hij een hele generatie bouwkunde-studenten opgeleid en esthetische normen bijgebracht voor het scheppen van vorm en ruimte.
Vervolg op pagina 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's