Ad Valvas 1974-1975 - pagina 264
! ! I
viijslast, alsmede voor de ontwikkeling van nieuwe curriculumvarianten in studierichtingen en het opzetten van eventuele nieuwe „vrije studierichtingen" in het wetenschappelijk onderwijs. In verband met de wijziging van de inschrijvingswetgeving zullen de Studentenprognosen moeten worden herzien. De daling van studentenaantallen betekent overigens geen navenante daling van de onderwijslast; ratio's uit 1972 en de jaren daarvoor zullen dan ook gekorrigeerd moeten wordeij. Beslissingen over eventuele strukturele kapaciteitsbeperkingen op middellange termijn zijn eveneens nodig om randvoorwaarden te verduidelijken.
-
Tenslotte kan ook het beleid inzake de zgn. tweede geldstroom van belang zijn, met name voor het onderzoeksbeleid in de universiteit. Verschillende van de genoemde onzekerheden dragen bij tot de onduidelijkheid van de „sleutels", in het bijzonder de studentenpersoneelsratio's per faculteit. Voorlopige beslissingen daarover zijn het meest urgent voor de bepaling van de randvoorwaarden, waarbinnen een nieerjarenvisie ontwikkeld kan worden, maar die ook op hun beurt weer aan deze visie getoetst behoren te worden. Zonder dergelijke ,.sleute1s" wordt het samenstellen van ontwikkelingsplannen annex financiële schema's bemoeilijkt. D e reeds genoemde meerjarencijfers zijn beter bruikbaar, wanneer deze getoetst kunnen worden aan de hand van vastgestelde sleutels. Vooruitlopend o p de opbouw van het planning-systeem zullen ter zake in 1975 beslissingen genomen moeten worden. Aldus de meerjarenvisie. JvdV
Paula Freire eredoctor De R. K. universiteit van Leuven heeft een eredoctoraat verleend aan de bekende zuidamerikaanse pedagoog Paulo Freire. De toekenning is een uiting van waardering voor de persoon en het werk van Freire, wiens werk ook in ons land bekendheid en erkenning ondervindt. In Zuid-Amerika heeft hij belangrijke bijdragen geleverd op het gebied van volksopvoeding en vooral de vorming van volwassenen. Sinds enige jaren is dr. Freire als permanent adviseur verbonden aan de Wereldraad van kerken in Geneve. (ANP) /"
VOSO-enquête boekhandels De afgelopen maand heeft de VUSO een kleine enquête in het hoofdgebouw gehouden als onderdeel van een onderzoek bij Amsterdamse boekhandels. Men wilde onder meer nagaan wat het asssortiment was, wat er door studenten, leden van het wetenschappelijk korps en anderen werd gekocht. Er werden 500 enquêteformulieren uitgereikt. De vragen werden beantwoord door 189 studenten, 13 leden van het wetenschappelijk korps en 4 „overigen". In een volgend nummer van Ad Valvas wordt de uitslag gepubliceerd.
Mundusbulletin over Ramo Ramondt heeft effekt van laster
Ondergetekenden hebben met verbazing kennis genomen van een 'samenvatting' in Ad Valvas van 7 februari 1975 door A. van der Meyden van een artikel in het Mundusbulletin van 25-1-1975 betreffende de problemen in de vakgroep Bedrijfssociologie en de voordracht tot lektor van dr. J. J. Ramondt. Bevatte het Mundusbulletin al een aantal kontroleerbare onjuistheden op essentiële punten, van der Meydens ~, 'samenvatting' voegt er nog enkele aan toe. Op grond van' deze onjuistheden vindt vervolgens in de vorm van suggesties een evaluatie van de posities en personen van de stafleden dr. J. J. Ramondt en drs. J. H. Kuipers plaats, die het effekt van ontoelaatbare laster heeft. I'nntsgewijs stellen wij prqs op de volgende rechtzettingen, waarbij volledigheid uiteraard onmogelijk is. 1. Ramondt zou „als voorzitter van de wetenschapskommissie misbruik gemaakt (hebben) van aan hem bekende informatie" door twee student-assistenten aan te trekken. Echter: de aanstelling van deze asisstenten heeft nooit via enige wetenschapskommissie gespeeld, maar is rechtstreeks tussen het Bestuur SKW en de betreffende vakgroepvoorzitters behandeld. De heer Ramondt wilde deze tijdelijke plaatsen bovendien niet voor „eigen onderzoek" bestemmen, maar voor „onderwijs". Het seminar „komparatieve sociologie" was overigens wel degelijk in de staf B.S. aan de orde geweest. 2. Ramondt en Kuipers zouden de aanwezigheid van de drie andere stafleden bestreden hebben. De werkelijkheid is als volgt. Er is een diskussie geweest over de status van een speciale „unit", de zgn. Bedrijfssociologische Adviesgroep. De kern van de zaak was in hoeverre deze, gezien haar bijzondere taken, al of niet geïntegreerd zou moeten worden met de staf. Vanuit het Subfakulteitsreglement was deze interne diskussie overigens zeer irrelevant, omdat geizen de toenmalige samenstelling van de staf in totaal slechts 1 staflid in tijdelijke dienst stemrecht had mogen hebben. H o e dat zij, ook volgens Van der Meydens „samenvatting" werd er interne bij B.S. een „oplossing" bereikt, zodat het volstrekt niet ter zake is e.e.a. nu in-inkrirainerende zin op te halen. 3. Ramondt zou een „herziening van gemaakte afspraken inzake de verdeling van onderwijstaken" geeist hebben, zodat „de door het verlangde verlichting . . . over de andere stafleden verdeeld" werd. De werkelijkheid is dat bij het maken van afspraken bleek dM, mede t.g.v. het vertrek van prof. van Zuthem, het overgrote deel der onderwijstaken bij Ramondt zou komen te berusten en dat zulks ook zo gebleven is. 4. Van der Meyden raakt het spoor volledig bijster als hij „samenvat": „In verband met de vakature-Van Zutherti besloot de staf dat hiervoor naar een organisatiesocioloog gezocht moest worden". Op dat ogenblik was reeds enkele maanden een benoemingskommissie doende de vervulling van de vakature-Van Zuthem (waarvan de leeropdracht luidde: ekonomische- en organisatiesociologie) voor te bereiden. Hij doelt vermoedelijk op twee andere vanuit de vakgroep gevraagde lektoraten, waarvan ejr één (in de organisatiesociologie) reeds maanden te voren door het C.v.B. was afgewezen, en>het andere buitengewone betrekking zou hebben op de „toepassing van de bedrijfssociologie". De staf B.S. sprak tenslotte uit dat aan deze laatste omschrijving toegevoegd zou worden
Begroting 1976 dinsdag in UR
De pocketcorner handel.
van de
VU-boek-
Naschrift A.v.d. Meyden
BESTUUR SOCIAAL-KULTURELE WETENSCHAP WETENSCHAPPEN:
De koncept-begroting voor voor 1976 van het College van Bestuur zal aanstaande dinsdag m de Universiteitsraad worden besproken (informatieve ronde). In zijn vergadering van 11 maart neemt de raad een besluit over het stuk (beslissingsronde).
„i.h.b. voor organisatieproblemen". 5. Met betrekking tot konflikt en woordenwisseling is de staf B.S. inzake twee Projekten is op verzoek van het Bestuur Sociale-Kulturele Wetenschappen inmiddels een rapport uitgebracht door prof. dr. J. A. de Jongen en dr. D. Th. Kuiper, dat na een analyse van de voorgeschiedenis konkludeert „dat drs. Ramondt bij de behandeling van beide Projekten geen bestuurlijke fouten heeft gemaakt, al kan betreurd worden dat hij in de allerlaatste fase op 12-12-74 een onjuiste kwalifikatie heeft gebezigd". Op basis van de feitelijke gegevens van dit rapport kan zonder mer gesteld worden dat de weergave van de voorgeschiedenis, zoals die door Van der Meyden wordt „samengevat" onjuist is. 6. De dekaan van de Subfakulteit Sociologie, dr. D. Th. Kuiper, heeft dr. Ramondt bindend geadviseerd „gedurende twee maanden geen stafvergaderingen te houden", teneinde verdere komplikaties te voorkomen. Hij heeft daaraan toegevoegd „dat daarmee overigens niets afgedaan wordt aan Uw rechten en plichten als wnd. voorzitter van de vakgroep B.S." Dit betreft dus — i.t.t. de „samenvatting" van Van der Meyden — geen beslissing van Ramondt en er is evenmin sprake van een „dienstbevel" aan deze „zich gedurende enkele weken niet op de afdeling te vertonen". De heer D. Th. Kuiper is overigens geen „volle neef" van de heer Ramondt; genoemde personen hebben elkaar voor het eerst aan de V.U. ontmoet en kwamen op een gegeven moment tot de verrassende konklusie dat zij gemeenschappelijke overgrootouders hadden. 7. Het laatste punt van Van der Meydens „samenvatting" bevat een aantal suggesties m.b.t, het staflid drs. J. H. Kuipers (ten overvloede: geen familie): — de klacht van enkele stafleden m.b.t. diens notulen -van 12-12-1974 is door de heren J. A. de Jonge en D. Th. Kuiper onderzocht aan de hand van een vergelijkende analyse met door één dezer stafleden ter beschikking gestelde „kanttekeningen". Gekonstateerd is dat op een tweetal punten korrektie, resp. aanvulling gewenst zou zijn, maar dat beide stellen notulen op de relevante hoofdpunten geen verschillen van belang vertoonden. — drs. Kuipers is op volstrekt Juiste wijze door het toenmalige Bestuur SKW benoemd in de benoemingskommissie voor de opvolger van prof. van Zuthem. — afgevaardigden van de „kleine" subfakulteiten naar de „grote" sub-„ ' fakulteitsraad SKW worden niet na raadpleging van de vakgroepen aangewezen, maar krachten hun recht 'door de raden der „kleine" subfakulteiten. De dekaan Sociologie heeft dan ook na de kandidaatstelling van de heer Kuipers de leden van de Raad gelegenheid gegeven tot het stellen van tegenkandidaten, zoals ook bij de andere kandidaten. Ook de heer Van der Meyden die, behalve student bedrijfssociologie, tevens lid van de Subfakulteitsraad Sociologie is, heft daar geen be- _ hoefte toe «gevoeld, zodat hij gedeeld heeft in de unanimiteit waarmee alle kandidaten, docenten zowel als studenten, zijn afgevaardigd. 8. Tenslotte: De Subfakulteitsraad Sociaal-Kulturele Wetenschappen heeft op 3 februari 1975, naar aanleiding van het advies van de benoemingskommissie en de positieve adviezen van de zusterfakulteiten in den lande — zoals Ad Valvas reeds elders vermeldde — dr. J. J. Ramondt met een overtuigende stemmenverhouding voorgedragen als
lektor in de ekonomische en organisatie-sociologie.
Publikatie Tot zover onze reaktie o p h e t artikel van A. van der Meyden. Het is ons gebleken dat de redaktie van Ad Valvas, na ontvangst van het artikel, niet heeft getwijfeld aan de feitelijke juistheid van het daarin geschrevene en op grond daarvan het niet nodig heeft geoordeeld, de inhoud bij de betrokkenen te verifiëren of anderszins hoor en wederhoor toe te passen. Wij menen dat de redaktie zich kritischer had moeten afvragen, of het overeenstemt met het journalistiek fatsoen in het algemeen en met het karakter van de Vrije Universiteit in het bijzonder, dat leden van onze universitaire gemeenschap op deze wijze in diskussie worden gebracht. Gezien de toon waarop het artikel was geschreven en de vele feitelijke onjuistheden menen wij, dat dit artikel niet geplaatst had mogen worden. Wij hebben dit onmiddellijk na het verschijnen van Ad Valvas aan de redaktie meegedeeld, en aan de redaktie verzocht, in het eerstekomende nummer van AV op een voor ieder duidelijk zichtbare plaats mee te delen dat de redaktie de juistheid van de inhoud van het betrokken bericht niet heeft geverifieerd; dat de redaktie het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft toegepast; dat de redaktie tegen die achtergrond zich van de betrokken publikatie distantieert; dat de redaktie betreurt dat het artikel van A. van der Meyden is gepubliceerd; en dat de redaktie de in het artikel genoemde personen haar verontschuldiging voor de door haar gevolgde handelwijze aanbiedt. Zeer tot onze spijt heeft de redaktie geweigerd, aan dit verzoek te voldoen. De redaktie meende dat als wij bezwaren hadden tegen de inhoud van het artikel, wij die bezwaren dan maar in een artikel onzerzijds moesten uiteenzetten. Wij waren het hierin niet met de redaktie eens; wij vonden dat met een openbare reaktie onzerzijds op de lasterlijke mededelingen in het artikel van Van der Meyden geen enkel belang is gediend. N u de redaktie ons in een dwangpositie heeft gebracht, bleef ons geen andere keus dan de bovenstaande feitelijke rechtzetting. Maar wij hebben die met grote tegenzin geschreven. Wij vinden dat wij in onze universitaire gemeenschap niet op deze wijze met elkaar" moeten omgaan. En wij menen dat het mede tot de verantwoordelijkheid van de redaktie van Ad Valvas behoort, bij de beoordeling van de haar voorgelegde kopij daarop zorgvuldig te letten, zorgvuldiger dan nu is gebeurd. Namens het bestuur van de iubfacuheit der sociaal-kulturele wetenschappen, dr. J. VAN PUTTEN, decaan dr. D. M. SCHUT, sekretaris
Het bestuur SKW heeft gemeend te moeten reageren n.a.v. een door mij ondertekend artikel in jVd Valvas van 7 febraari 1975. Dit hoewel in het betreffende artikel niets vermeld stond, dat niet aan eerdere, uitgebreidere en niet van mij afkomstige publicaties was ontleend. Het is dan ook vreemd dat het bestuur zich niet wendt tot de bron van zijn irritaties. Alvorens mijn samenvatting te publiceren heb ik kontakt opgenomen met de redaktie van het Mundusbulletin. Op dat moment had de redaktie geen reakties ontvangen; niet van de kant van het bestuur, evenmin van in het artikel genoemde personen. Van de partijdigheid van het artikel ben ik mij bewust. Wat betreft de feitelijke weergave heb ik mij bekende onjuistheden (t.a.v. een enkel detail) buiten de samenvatting gehouden. De onjuistheid van de in het bulletin genoemde verwantschapsrelatie was mij onbekend. Ik betreur overname. Mij bekende ontkenningen n.a.v. het artikel in het bulletin heb ik evenens vermeld (het betrof hier de ontkenning van D. Th. Kuiper inzake een „dienstbevel"). Moeilijk kan mij verweten worden niet geciteerd te hebben uit het interne en op dat moment nog niet bestaande rapport van D. Th. Kuiper en J. A. de Jonge. Alleen t.a.v. punt 4 ben ik met het bestuur van mening onzorgvuldigheid in de samenvatting betracht te hebben. Hierme wordt, echter het belangrijkste verwijt aan de heer Ramondt in die alinea nl. dat hij gehandeld heeft in strijd met bestaande afspraken) niet ontkracht. T.a.v. de lieer Kuipers meent het bestuur enkele zaken te moeten recht zetten, die door mij in het geheel niet „kromgetrokken" zijn. Overigens zijn het niet zozeer de publicaties over de konflikten als wel de konflikten zelf die een smet werpen op de afdeling bedrijfssociologie en het waarnemend hoofd. Het bestaan van deze konflikten kan moeilijk ontkend worden. Niet voor niets heeft D. Th. Kuiper „dr. Ramondt bindend geadviseerd gedurende twee maanden geen stafvergaderingen te houden, teneinde verdere komplicaties te voorkomen". De studenten hebben er — ook bij het bestuur SKW — herhaaldelijk op aangedrongen dat alle konflikten grondig onderzocht moeten worden en de voordracht van de heer Ramondt — hangende dit onderzo-ek — opgehouden diende te worden. Tevergeefs echter. De benoeming moest zonodig voorrang hebben: een weinig overtuigende handelwijze... A. v.d. MEYDEN
• Naschrift redaktie Het ware i;iderdaad juister geweest, wanneer de redaktie het beginsel hoor en wederhoor tijdig had toegepast. Overigens had toepassing ervan niet noodzakelijkerwijs behoeven te betekenen, dat publikatie over de' kwestie-Ramondt uitgebleven zou zijn. Wij betreuren de gang van zaken. Wij betreuren echter ook, dat ons als gevolg van de publikatie een eisenpakket werd gepresenteerd in de vorm van een brief zonder enige uiteenzetting van de „lasterlijkheid" in het artikel van Van der Meijden. Zoiets gaat toch ook niet aan. REDAKTIE
informatiecentrum Hoofdgebouw kamer lD-03, tel. 483711
Ter inzage Verslag van de werkzaamheden over de periode 1 september 1973 tot 1 september 1974 van de Commissie voor de bestuurshervorming. 3 dln. In de bijlagen van dit verslag van de cie. Polak en van de Universitaire kiesraad, zijn de adviezen van de commissie en de beslissingen van de staatssecretaris opgenomen, evenals de wetten, Koninklijke besluiten en parlementaire stukken betreffende het hoger onderwijs die in de verslagperiode tot stand kwamen. Studiefinanciering; memorie van antwoord. 64 blz. (Kamerstuk 12 778; nr. 5-6) Verlenging en wijziging Machtigingswet inschrijving studenten; memorie van antwoord. 50 blz. (Kamerstuk 12 929; nr. 7-9) Struktuurplan informatica wetenschappelijk onderwijs; opgesteld door de sectie Informatica van de Academische Raad. dec. 1974. 70 blz. * Informatie over praktika; samengesteld door H . M. van Strien, Afd. Onderwijsresearch VU, jan. 1975. 51 blz.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's