Ad Valvas 1974-1975 - pagina 339
AD VALVAS — 2 MEI 197^
Hoofd J. C. Heidoorn vraagt in brief om hulp
Scheuring in onbevangen sticliting
Hoog aantal vakatures bij Personeelzaken Het aantal vakatures bij, Personeelszaken van de VU is momenteel zo verontrustend hoog en de kans op vervulling ervan zo klein, dat het hoofd van de hoofdafdeling PZ, de heer J. C. Heidoorn, deze week ten einde raad een brief aan verschillende instanties binnen de VU heeft geschreven met het verzoek hem te helpen. Van de 71 — inclusief de Bedrijfsgeneeskundige Dienst — plaatsen zgn er niet minder dan 13 onbezet (pim. 20%). De heer Heidoorn vraagt in de brief of men eens in zijn kennissenkring of bij zijn relaties wil uitkijken naar geschikte kandidaten. De vakatures zijn zeer divers van aard. Vooral zijn er veel open plaatsen voor hoger gekwalificeerd
personeel, zoals een hoofd peisoneelsbegeleidlng, een hoofd pensioenzaken en een ekonoom ten behoeve van personeelsfoimatievraagstukken. De heer Heidoorn verbaast er zich over dat in deze tijd van een ruimere arbeidsmarkt zo weinig reakties op de advertentiekampagnes binnenkomen. Het huidige gebrek aan mankracht belet PZ om tot een betere dienstverlenging te komen. In feite is het op deze manier niet of nauwelijks mogelijk om te voldoen aan de onder andere in de universiteitsraad geuite wens de personeelsafdeling meer te professionaliseren en het werk aldaar een grotere diepgang te geven, zodat er minder administratief-regitsrerend wordt opgetreden, zoals in het verleden gebeurde.
•
*\i
liiitiMf'
\
De heer J. C. Heidoorn en meer inhoudelijk — beleidsvoorbereidend en beleidsadviserend — wordt gewerkt. Tenslotte wijst de heer Heidoorn nog op een ander aspekt van de zaak. Als bepaalde personeelsleden wegens ziekte enige tijd uitvallen dreigen er onmiddellijk achterstanden te ontstaan die moeilijk meer zijn in te lopen. Alleen het meest dringende werk kan dan nog aandacht krijgen. JvdV
TH'Delft tot ministerie:
Taakvervulling in gevaar door bezuinigingen De taakvervulling van de TH Delft is in gevaar als het departement van onderwijs en wetenschappen voortgaat het personeel te verminderen en de middelen te beperken. De relatie van de TH met verwante sectoren van maatschappelijke bedrijvigheid, zowel in onderzoek als onderwijs, is zodanig dat een terugslag op een voortgaande vernieuwing en daarmee op de positie van belangrijke bedrijfstakken en overheidsdiensten niet, zal uitblijven, tenzq het huidige niveau van toewijzing aan de TH ten minste gehandhaafd blijft. Het College van Bestuur van de TH heeft dit voor de tweede maal, nu in de vorm van een nota 1), waarin ca. ingegaan wordt op aard en plaats van het technisch wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, aan het departement kenbaar gemaakt. Vermindering van personeel komt vooral ten laste van de groep jonge wetenschappelijke onderzoekers in tijdelijke dienst en de promovendi, door dat de TH een groot bestand aan technisch ondersteunend personeel in vaste dienst kent, waarbij het natuurlijk verloop van geringe betekenis is. De verantwoordelijkheid voor de dan overmijdelijke beslissing om bepaalde taken niet langer te verrichten of vernieuwin-
gen niet tot stand te brengen, met ernstige gevolgen voor werkgelegenheid en maatschappelijke bedrijvigheid, ligt naar de mening van het College van Bestuur mede bij de regering. Het College verzet zich ertegen dat de regering tot nu toe alleen cijfert, zonder de gestelde zaken in de discussie te betrekken. Tegenover de,tendentie tot beperking staat een vraag naar een verhoogde inspanning, omdat er nieuwe, g>ótê technische vraagstukken in de maatschappij ontstaan. Het CvB noemt talrijke voorbeelden. Het CvB is zeer bezorgd dat als gevolg van de verminderde toewij-
zing van peisoneel en middelen de TH niet in staat zal zijn deze voor de economie en werkgelegenheid essentiële bijdragen door de ingenieursopleiding en het daarbij behorende technisch-wetenschappelij k onderzoek tijdig en op adequate wijze tot stand te brengen. Het CvB is van mening dat het belang van de techniek in het algemeen en van de ingenieursopleiding en het technisch-wetenschappelijk onderzoek voor de oplossing van de grote en knellende maatschappelijke vraagstukken wordt onderschat en dat een kortzichtig beleid in deze zeer ernstige gevolgen kan hebben. (TH Delft)
Verkle^ingsbijdrage KVP. niet verhoogd
Op de bij het college ingediende begroting werd de grootste post gevormd door het drukwerk van pamfletten en verkiezingskranten (meer dan ƒ 2000,—). Ook was opgevoerd het verwachte tekort op het PKVverkiezingsfeest ten bedrage van ƒ450,—. Het College van Bestuur was van mening dat de bestaande middelen om publiciteit voor het programma te verwerven voldoende uitgebreid waren. Voor zover de te maken kosten de begroting zouden overschrijden werd aangeraden deze door inkomsten van derden te dekken. H. B.
Het College van Bestuur heeft besloten de door de PKV aangevraagde verhoging van de verkiezingsbijdrage niet te honoreren. De PKV had gevraagd deze bijdrage te verhogen van ƒ 2500,— tot ƒ 3500,—.
„Democratisch onderwijs vind ik onzin, dat is net zo'n onzin als een democratisch broodje". Aldus dr. I. van der Sluis, die onlangs zijn uittreden uit het bestuur van de Stichting ter bevordering van een onbevangen beoefening van onderwijs en onderzoek bekendmaakte. Van der Sluis nam begin vorig jaar het initiatief tot het oprichten van deze stichting, „uit ergernis om het misbruik van het begrip democratie door anti-democraten", zoals hij nu zegt. „Daarom wilde ik zoiets als de Bund Freiheit der Wissenschaft, zoals die in West-Duitsland bestaat, oprichten. Maar met dat initiatief kwam ik in gezelschap te verkeren van lieden, waar ik me minder bij thuis voelde. Ik bedoel mensen, die van oorsprong rechts zijn. Ikzelf was vroeger zeer links. Van m'n twaalfde tot mijn zestiende jaar, van 1944 tot 1948, sympathiseerde ik met de CPN. Later kreeg ik kritiek op het marxisme, maar ik heb er toch niet volledig afstand van genomen. Ik ben eigenlijk oudlinks." De reden van het uittreden van Van der Sluis is, zoals gemeld, een peisoonlijke ruzie met de (voorlopige voorzitter van de stichting, prof. A. Heertje. „Het initiatief tot oprichting van de stichting is afkomstig van mevrouw Joren en mij", aldus Van der Sluis. „Heertje kwam er pas in april, mei vorig jaar bij. De term 'onbevangen' is overigens wel van hem. Die had ie, denk ik, uit het woordenboek ge-^ haald."
Uitgedrukt Van der Sluis had de laatste maanwilde hebben. „Hij heeft me er min hem liever uit dan in de stichting den de in^iruk gekregen, dat Heertje of meer uitgedrukt. De rest van het stichtingsbestuur, hele nette rechtse mensen, waren daarbij niet opgewassen tegen Heertje. Hij is een beroepspoliticus, die alle methoden van een ambitieus en actief politicus toepast. Ik ben in grote boosheid opgestapt, ik wilde niet langer de behandeling ondergaan, die Heertje me had toegedacht." Over het doel van de stichting zegt Van der Sluis: Wij zijn niet voor iets, dat is onzin, wij zijn tegen iets, namelijk tegen de orthodoxie en de 'confessionalisering', zoals die vooral in de sociale wetenschappen naar boven komt. Niet het marxisme op zichzelf is een gevaar, maar wel de bigotte, partijgebonden vorm, waarin het woidt gebracht. Het marxisme, een Duitse filosofie, heeft z'n verdiensten, maar moet wel openlijk bediscussieerd kunnen worden. Het marxisme in de CPN-vorm vind ik een groot, totalitair gevaar. En dat vind ik gevaarlijker dan de maatschappijkritische kanten van het marxisme, waar ik wel mee kan instemmen. Zelfs de meerderheid van de rechtse wetenschapsbeoefe-
Universitair onderzoelc... (2) Wat is wetenschappelijk onderzoek? Waar speelt het zich af? Wat heb je eraan? Hoe organiseer je het? Moeilijke vragen, waarop al eeuwen lang verschillende antwoorden op gegeven worden. Bacon geeft in zijn „New Atlantis" (1627) het volgende antwoord: „The end of our foundation is the knowledge of caused and secret motions of all things possible". Bacon stelde voor dat de „geleerden" op een eiland zouden leven en daar inzichten en oplossingen voor alles zouden denken. Swift in zijn „Gullivers Reizen" (1726) toonde de absurditeiten aan waartoe dit soort geïsoleerde geleerden kunnen komen; maar wij lezen Gullivers Reizen alleen nog als kind! In de loop van de 18-19e eeuw begint „het idee van de vooruitgang", „the effecting of all things possible", een steeds belangrijker en overheersend idee te worden in de ontwikkeling van de westerse wereld. De overal rondzwevende conceptie over de mens, de natuur en de cultuur werden steik gekleurd door dit sooit vooruitgangsgeloof: vooruitgang op basis van bewust en rationeel weten en kennen. Wetenschappelijk onderwijs en onderzoek stegen absoluut en relatief in omvang. De laatste jaren lijkt deze en dit zeker niet alleen als gevolg stijging tot stilstand gekomen te zijn van de huidige economische moeilijkheden. Het idee van vooruitgang vindt steeds minder aanhangers en gelovigen. De vooruitgang kan volgens velen niet langer ongelimiteerd doorgaan; de vorm die deze vooruitgang heeft aangenomen is te eenzijdig rationeel en verstandelijk, met uitschakeling van andere zeer menselijke eigenschappen gewor-
Door C. J. V. d. Berg (UK-GUPD)
den. Er is een veel te eenzijdige aandacht voor technologische ontwikkeling met voorbijgaan van het gehele leefklimaat in al zijn vormen.
Organisatie Vanaf het begin van de 19e eeuw hebben de universiteiten een belangrijke rol gehad in de ontwikkeling van het wetenschappelijk onderzoek. De universiteit werd van onderwijs- en vormingsinstituut een onderzoeksinstituut. Onderzoek, in al zijn facetten, werd een van de belangrijkste taken van de universiteit, zeker in Nederland. Nu o.a. via de Voortgangsnota van de Werkgroep ad hoc Universitair
Onderzoek van de Academische Andere weg heter Raad, de aan de gang zijnde invoering van de WUB en de komende Wat nu met de organisatie van het herstructurering de discussies over onderzoek? De Werkgroep hecht rol en organisatie van het universi- veel waarde aan projectbeschrijvintair onderzoek weer op gang is ge- gen — onderzoek moet beschreven komen, lijkt het van belang niet worden, de duur vermeld, de veralleen over de oiganisatie te pra- wachtingen, enz. — en aan toewijten, maar ook over de rol en de zingen van middelen aan het onderinvloed van het onderzoek. Veel zoek, via die projecten. Er zijn wetenschappelijk onderzoek is zeer zeker een aantal onderzoekingen, specialistisch geworden en het is de die men op deze wijze kan benadevraag of het onderwijs niet te veel ren, maar er is een zeer groot gevoor dit specialistisch onderzoek , vaar. Zo'n project zal dikwijls een wordt gedomineerd. De oiganisatie geïsoleerde, eigen werkelijkheid van dè universiteit volgt eerder de worden, het kan de vrijheid beperdominante onderzoeksindeling dan ken. Dikwijls zal het onmogelijk die van het onderwijs. De leerop- zijn goed te foi muleren wat men di achten van vele leerstoelen slaan wil weten of onderzoeken. Literadikwijls alleen maar op een zeer tuurstudie, praten met anderen, klein onderzoeksgebied. Onderwijs actieve studenten die met iets onover brede gebieden, over relaties verwachts aan komen "zetten; dit tussen de vele vakken komt daar- alles kan een onderzoek alle richdoor dikwijls in de verdrukking. Dit tingen opsturen. Projecten kunnen te specialistisch onderwijs moet in soms het beste gefoimuleerd worvele gevallen fnuikend zijn voor het den voor „hard onderzoek" dat onderwijs. De student zal zich dik- duidelijke resultaten biedt, maar wijls in een vreemde, enge weield ook dan kan een project de horizon opgesloten voelen, waarin alleen verkleinen, want men dient er zich nog vragen aan de orde kunnen aan te houden, voor dat project komen binnen die weield. De we- heeft men steun gehad. De resultareld kan dan alleen nog maar van- ten moeten de geldgever vredig uit dat enge perspectief woiden ge- stemmen, opdat men steun krijgt zien. Er zit zeker wat overdrijving voor meer onderzoek. in deze beweringen, op vele plaat- Let wel: ik wijs projectbeschrijving sen wordt zeker wel geprobeerd die niet in alle gevallen af, maar wel ingebouwde, onzichtbare, maar ef- lijkt het me beter bijzonder voorfectieve barrières te doorbreken, zichtig te zijn. maar er valt nog veel te verbeteren. Men kan, lijkt me, beter een ande-
naren schijnt zich er echter niets van aan te trekken, dat de vrijheid om te discusisëren in gevaar komt."
Schade Van der Sluis zegt, dat hij geen nieuwe stichting gaat oprichten. Ook is hij niet van plan weer toe te treden, als Heertje zou opstappen. „Het conflict tussen Heertje en mij heeft er ook toe bijgedragen, dat het sinds de officiële oprichting van de stichting in november vorig jaar nogal stil is gebleven. Het heeft de zaak binnenskamers schade gedaan. En ik weet niet of de stichting deze ruzie overleeft." „Heertje en ik hadden ook verschil van mening over de internationale contacten van de stichting. Ik was daar vóór; er zijn ook persoonlijke contacten geweest met de Bund Freiheit der Wissenschaften. Heeitje voelde er niet zoveel voor. De contacten zijn tegenwoordig in de ijskast gezet." Van der Sluis is van mening, dat er maatregelen getroffen moeten worden tegen de anti-democratische infiltratie. „Een beroepsverbod, zoals dat in West-Duitsland bestaat, daarvan zeg ik: het is treurig dat het nodig is. Ik ben er niet gelukkig mee, maar ik ben het er mee eens. Of zoiets ook in Nederland op dit ogenblik wenselijk is, of zelfs maar in overeenstemming met de Nederlandse grondwet, weet ik echter niet." GERBRAND FEENSTRA <' (F.C.-GÜPD)
Verschijning Ad Valvas In verband met bevrijdingsen hemelvaartsdag verschijnt Ad Valvas niet op vrijdag 9 mei. Voor het nummer van 16 mei dient de kopij bestemd voor de rubriek Mededelingen oiterlijk woensdag 7 mei 's morgens om tien uur op de redaktie te zijn ingeleverd (hoofdgebouw, kamer lD-08). De redaktie
Dit is de tweede van een serie van drie artikelen. Het laatste artikel sal in het nummer van 16 mei worden gepubliceerd. re weg bewandelen. De universiteit zorgt ervoor dat er voldoende faciliteiten voor normaal onderzoek in allerlei mogelijke richtingen zijn. Men fcan denken aan goede, uitgebreide bibliotheken, waarin de meeste boeken en tijdschriften vrij voorhanden zijn. Laboratoria, beschikbaar voor stafleden en studenten, niet gebonden aan een leerstoel of vakgroep van zeer specialistische aard; zit-, werk- en vergaderruimten voor werkgroepen, individuen, enz. Door het organiseren van werkbesprekingen in beperkte en ruime kring kan men redelijk gemakkelijk op de hoogte raken van wat anderen doen, zoiets kan zeer inspirerend zijn. M.a.w. er dient een goede infrastructuur te zijn; de werkgroep zou best eens na kunnen gaan of hier iets aan valt te doen. Daarnaast zijn er projectbeschrijvingen en toekenning op basis van die projecten voor duur en bijzonder onderzoek; gedeeltelijk kan dit via de universiteit, gedeeltelijk via een landelijke organisatie als ZWO. Het zal echter noodzakelijk zijn deze activtieiten aan de periferie van de universiteit te houden. De grote moeilijkheid echter is dat het prestige verbonden aan puur ondeizoek veel te groot is; Wie weet daar een oplossing voor? Maar hoevelen zouden niet opgelucht ademen en rustiger vei,der leven als de onderzoeksprestatie-competitie duk verdwenen is?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's