Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 315

11 minuten leestijd

AD VALVAS — 18 APRIL 1975

Volgens rapport inventarisatie

onderzoehprojekten

VU:

Tijd voor onderzoek laatste jaren niet verminderd D e veelgehoorde opvatting als zou er de laatste jaren minder tgd voor onderzoek beschikbaar zijn gekomen, UUkt niet op waarheid te berusten als men let op het gemiddelde aantal uren hieraan door fakulteiten of groepen van fakulteiten van de VU besteed. Dit is een van de belangrijkste — weliswaar met een voorbehoud gemaakte — konklusies, vyaartoe dr. G. D . Thijs (Bureau Planning VU) komt in een afsluitend rapport naar aanleiding van de vorig jaar gehouden inventarisatie van onderzoekprojekten, die vergeleken met andere universiteiten bruikbare informatie over aard, omvang en diversiteit aan de onderzoekaktiviteit aan de VU opleverde. Het voorbehoud zit hierin, dat met 'onderzoek' bij de VU-inventarisatie hetzelfde werd bedoeld als bij de CBS-enquête 'Universitair onderwijs en ondeizoek' van 1969-'70, waarmee werd vergeleken. Daarbij werd gedacht aan uitgesproken speur- en ontwikkelingswerk. Het gemiddelde aantal onderzoeks- uren lag in 1974 op 600 per lid van het wetenschappelijk personeel, voorzover in dienst van de VU (1240 leden per 1 juli). Dit is ruwweg een kleine vier maanden. Dit getal komt ongeveer overeen met het gemiddelde binnen de diverse fakulteiten of groepen van fakulteiten. Uitschieters zijn de fakulteit wiskunde en natuurwetenschappen (830 onderzoekuren) en de centrale interfakulteit (870). Bekijkt men de subfakulteit apart, dan blijkt dat dq onderzoektijden soms aanmerkelijk uiteenlopen. Bij de subfakulteit tandheelkunde ligt het gemiddelde uitzonderlijk laag op 180 uren. Binnen wiskunde en natuurwetenschappen is het minimum te vinden bij wiskunde met 5P0 uren, terwijl het maximum' bij natuurkunde/sterrj-nkunde ligt met 1060.

Summiere gegevens werden verkregen op de vragen naar de organisatie van het onderzoefe Van de geneeskundefakulteit en de subfakulteit der pedagogische en andragogische wetenschappen kwam'zelfs helemaal geen antwoorden binnen.

\ Uit het vergaarde materiaal weid \ duidelijk, dat bij een aantal (sub/ 1 inter)fakulteiten het vorig jaar nog Door Jan van der Veen I geen vakgroepstruktuur funktioƒ neerde en het vaststellen van een I onderzoekprogramma door het begoedgekeurd (zoals ^e WUB voor- H stuur van een vakgroep of afdeling y achterwege bleef (volgens de WUB schrijft). Opvallend is, dat bij 40% van de^ I berust de programmaverantwoorProjekten geen jaarlijkse rapportage Jl delijldieid bij de vakgroep), en wordt gedaan, variërend van de /) voorts dat onderzoekprogramma's promotor, het vakgroepbestuur e n ||1 niet door de fakulteitsraad werden de fakulteitsraad tot het bestuur van ' t a a k , druk op het tijdschema en ber perking van de vrijheid van ondereen ZWO-stichting. Externe personele steun genieten I zoek. Voordelen werden door sommige fakulteiten gezien in de ververder slechts enkele fakulteiten ruiming van de onderzoeksmoge(wiskunde en natuurwetenschappen, lijkheden. ekonomie en sociale wetenschappen). Niet-personele externe finanIn een slotbeschouwing vindt dr. ciering komt bij alle fakulteiten Thijs het moeilijk de algemene; voor, maar niet overal even gelijk. vraag naar de achtergrond van de Als bezwaren tegen externe finanf r i n g e ZWQ-participatie te beantciering .(ZWO e.a.) werden aangewoórden, waarbij hij aantekent dat voerd aantasting van de onderwijs-/ de vragen bij de inventarisatie hier wetenschappelijk aspekt werd ook- ook niet direkt op waren gericht. gewezen op het belang voor het De bedoeling wa.»; in de eerste onderwijs, althans in de meeste ge- ^ pTaats er achter te komen hoe het | vallen. Afhankelijk van het vakgemet dië~participatie s t o n d ~ I bied werd tevens het maatschappe-j JNaast het algemene doel een overlijk belang of het belang in hetI zicht van de onderzoekaktiviteiten kader van de doe'.stelling van d e ' aan de V U te verkrijgen werd het VU benadrukt. Ten aanzien van de inventarisatie-onderzoek gehouden keuze werden bovendien andere om aangrijpingspunten voor een aspekten genoemd, zoals de bemeer inhoudelijk begrotingsbeleid schikbare ervaring en specifieke op tafel te brengen. De noodzaak deskundigheid, de aanwezigheid van een goede rapportering over van bepaalde onderzoekfaciliteiten het onderzoek op univeisiteitsnien het passen in het onderzoekproveau wordt dan ook onderstreept. gramma. In dit verband wijst dr. Thijs erop, dat de inventarisatie 1974 „slechts een momentopname" is, die eerst perspektief krijgt als die regelmatig, '*'.*•' bijvoorbeeld met een tussenpoos van een jaar wordt herhaald. Pas dan kunnen ontwikkelingen op het terrein van onderzoek naar voren komen. Op welke wijze een periodieke rapportage moet plaatsvinden is nog een open vraag. Zij zou kunnen worden gerealiseerd door -gestan, daardiseerde jaarverslagen van (sub/inter)fakulteiten. Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn rapportage in het kader van een landelijke registratie van onderzoekprojekten, waar minister Trip van Wetenschapsbeleid blijkens zijn beleidsvoornemens naar toe wil. Tenslotte zou inventarisatie vanuit een centraal punt binnen de universiteit kunnen geschieden, en wel op een soortgelijke manier als^bij die van 1974. Mocht er over de toepassing van de eerste twee manieren aan het eind Dr. G. D. Thijs, Bureau Planning van dit jaar nog geen duidelijkheid VU. bestaan, dan zou, aldus dr. Thijs, het volgend jaar op een zelfde manier als in 1974 geïnventariseerd moeten worden.

(

Opm,erkelijk Opmerkelijk is verder dat waar de gemiddelde onderzoektijd hoog ligt bij een fakulteit, dit niet steeds betekent dat de onderwijstijd laag is. Bij wiskunde en natuurwetenschappen ligt het gemiddelde aantal onderwijsuren voor 1973/74 op 970 per w.p.-lid, terwijl het gemiddelde aan onderzoekuren idem hoog ligt op 830. Dit zou er, volgens het rapport, op kunnen wijzen dat het onderzoek voor een deel wordt betrokken in de berekening van de onderwijslast. Uit het inventarisatie-onderzoek bleek voorts, dat er grote verschillen per (sub/inter)fakulteit bestaan ten aanzien van de grootte van een onderzoekprojekt (aantal dee'.nemers, bestede tijd), de duur van een projekt, de deelname van studenten aan het onderzoek, de mate waarin het technisch en administratief personeel bij de onderzoekprojekten betrokken is en het aantal promovendi m verhouding tot het aantal studenten. Zeer verschillend waren ook de antwoorden op de vragen naar het doel en de motivering van de keuze van het projekt. Behahe op het

Summiere gegevens

\

informatiecentrum Hooldgebouw Itamer lD-03, tel. 483711

T E R INZAGE Wet herstructurering: Nota n a a r aanleiding v a n h e t eindverslag en Tweede nader gewijzigd ontwerp van wet. 91 en 12 blz. (Kamerstuk 11 281; nr. 24-25 e n 26).

*

Grenzen a a n Se vryheid v a n wetenschappelijk onderwas e n onderzoek; 7 essays geschreven voor h e t forum academicum dat op 23 mei t e Leiden gehouden wordt i n h e t kader v a n de viering van h e t vierhonderdjarig bestaan van dé~"Leidse Universiteit. 60 blz. I n h o u d : Botsing v a n v r y h e d e n ; door J. H. M. Loenen. — Universiteit en ideologie; door D. J. Roorda. — Academische vrijheid en h a a r grenzen; door H. J. Heering. — Juridische aspecten van de academische vrijheid onder de Wet Universitaire bestuurshervorming; door C. H. v a n Alderwegen. — Vrijheid van wetenschappelijk onderwijs en de beroepenstructuur v a n de samenleving; door H. Philipsen. — Universitaire vrijheid en gebondenheid van onderwijs en onderzoek in de m a i s c h e faculteiten; door A. Querldo. — H e t wetenschappelijk onderzoek in dienst van de samenleving; door A. J. Staverman. * Tweede rapport van de Affiliatie-adviescommissie inzake de affiliatie v a n universiteiten (faculteiten der geneeskunde) m e t niet-academische ziekenhuizen, aug. 1974. 59 blz.

Het rapport Inventarisatie 1974, dat volgt op een in januari uitgebracht 'spoorboekje', waarin de kerngegevens van de ongeveer 900 Projekten worden vermeld (zie Ad Valvas 7 februari), zal in de vergadering van de universiteitsraad van aanstaande dinsdag worden behandeld.

Verscliijning Ad Vaivas I n verband met bevrijdingsen hemelvaartsdag verschijnt Ad Valvas niet op vrqdag 9 mei. Voor h e t n u m m e r v a n 16 mei dient de kopü b e stemd voor de rubriek Mededelingen uiterlqk woensdag 7 mei 's morgens om tien u u r op de redaktie t e zijn ingeleverd (hoofdgebouw, k a m e r lD-08). De redaktie

Kunst De VU heeft sinds enige tijd h a a r eigen watergat. Een slepende m a a r ook boeiende zaak die hopelijk binnenkort tot klaarheid gebracht zal worden. Wat is namelijk het geval. Op dinsdag 22 april om 10.00 uur zal de officiële overdracht plaatsvinden van de „vyver met watermuur" in de filosofenhof, een pleinachtig binnenplaatsje tussen het hoofdgebouw en d? A-vleugel. (De naam is vermoedelijk ontstaan in een grijs verleden toen het er nog n a a r uitzag d a t student en personeel tijd zou hebben om t e filosoferen.) Voor alle duidelijlcheid, de vijver met watermuur (in de wandeling al omgedoopt tot VUrinoir) is een kunstwerk, ontworpen door P. A. M. Siegers uit Velp, die volgens zijn staat van dienst toch ook leuke dingen gemaakt schijnt te hebben. De oorsprong van het plan ligt in het voorjaar van 1973 een maand voor de opening van het hoofdgebouw toen een aantal dankbare personeelsleden het plan opvatten om aan de VU namens het gehele personeel een geschenk a a n t e bieden. Bij de daarop volgende inzamelingsaktie bleek dat slechts weinigen die dankbaarheid deelden, men kwam niet verder dan 1461 gulden. De bedoeling was dat van dit geld in de hal van het hoofdgebouw een „klassieke" fontein zou worden gebouwd, overigens best een levensvatbaar idee. Volgens de architect van het hoofdgebouw was dit plan echter-niet esthetisch veiantwoord, hetgeen meestal het geval is volgens architecten. (Ik heb wel eens iemand horen zeggen dal pas na de dood van een architect een gebouw leefbaar kan worden gemaakt).

De uiteindelijke keuze viel op de filosofenhof. (die ze dus beter de architectenhof hadden kunnen noemen). Het ontwerp van P. A. M. Siegers zou, inclusief de uitvoering, op ƒ 15.000,— komen. Dit bleek geen onoverkomelijk bezwaar want twee bedrijven die hadden meegewerkt aan de bouw van het hoofdgebouw verklaarden zich bereid ƒ 7.500,— op tafel te leggen. Het ontbrekende bedrag is vermoedelijk door de V U zelf betaald. En nu was dat nog allemaal niet zo erg geweest. Je moet er niet te lang over zeuren dat dit niet de bedoeling van het personeel was, dat het een nietszeggend maaksel is, dat de plaats verkeerd is, dat de openingsplechtigheid een besloten karakter draagt, Neen, dat zijn allemaal onbelangtijkè zaken. Het grote, ja het grootste probleem is dat de vijver (of zoals het ook genoemd wordt „de dooi smeerbrug") zo lek is als een gieter. Per uur verdwijnt er ongeveer 200 liter water. Kijk, dat is een trieste zaak, dat je voor je 15.000 gulden niet eens een waterdicht aquarium kunt kopen. Een watergat schandaal, dat is het. H.B.

Nog tien extra plaatsen voor onderzoei( in 7 6 De Commissie Beleidsruimte O n derzoek, op voorstel w a a r v a n de universiteitsraad kortgeleden tien specifiek voor onderzoek bestemde personeelsplaatsen toewees, dringt er b g de r a a d op a a n nog eens tien onderzoeksplaatsen beschikb a a r t e stellen in 1976. De kommissie vindt d a t h e t ef fekt v a n de eerste aanzet om te komen t o t een meer inhoudelijk onderzoeksbeleid op zowel universitair als (sub)fakultalr niveau teloor gaat als h e t bU een eenmalige toewijzing blijft. Dit biykt uit h e t zojuist gepubliceerde r a p p o r t van de kommissie, waarin een evaluatie van de aanvragen, gevoerde procedure en kriteria met betrekking tot het eerste toewijzingsvoorstel wordt gegeven. Het rapport zal a a n s t a a n d e dinsdag door de r a a d worden behandeld. De kommissie a c h t h e t verder 'om continuïteitsredenen' gewenst in funktie te blijven, als er eventueel nieuwe onderzoeksplaatsen voor 1976 zouden bijkomen.

Experiment De kommissie zegt in h a a r evaluatie, d a t h e t geheel v a n de a a n vragen voor een onderzoeksplaats duidelijk h e t k a r a k t e r v a n een eerste experiment droegen. De verschillen i n de presentatie v a n de onderzoekaktiviteit waarvoor steim werd gevraagd waren groot. Soms werd h e t bijzondere k a r a k t e r v a n de onderzoeksplaatsen miskend en dacht men meer a a n extra formatieplaatsen zonder meer. De beoordeling en toetsing van h e t in k a r a k t e r verschillende onderzoek vindt de kommissie blijkens h a a r ervaring geen onmogelijke zaak. Het opstellen van een toewijzingsvoorstel zal echter wel moeilijker ( m a a r ook billijker) worden, als alle aaijvragen via een standaardformvilier — wat de kommissie voorstelt — worden gedaan, aldus h e t rapport. Tenslotte m e r k t de kommissie op, d a t een goede evaluatie pas n a enige j a r e n , als de resultaten van de onderzoekinjektie bekend zijn, k a n worden geboden. JvdV

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's