Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 172

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 172

5 minuten leestijd

4 rechterlijke macht. Deze zou even­ redig moeten zijn met de diverse bevolkingsgroepen. Dit gebeurt ech­ ter niet en de spreker wilde dit ver­ klaren.

PROF. LANGEMEYER: n

einvio Door Guus Herbschleb AV „Ik sta huiverig tegenover buiten­parlementaire acties, ie weet namelijk nooit of degenen, die de actie voeren gelijk hebben of niet. Iedereen vindt zijn eigen grieven natuurlqk gerechtvaardigd. We moeten proberen buiten­parlementaire acties min of meer overbodig te maken, omdat er anders een groot gevaar bestaat, dat er ook acties gevoerd gaan worden door mensen die absoluut ongelijk hebben. Er zijn echter altijd uitzonderingen te maken: soms móet men wel overgaan tot harde acties, want die dringen dan foeter tot de overheid door dan betogen." A ldus prof. mr. G. E. Langemeyer, oud­procureur­generaal van de Hoge Raad en buitengewoon hoogleraar in de wijsbegeerte van het recht aan de Gemeentelijke Universiteit van A msterdam in zqn rede over Recht en Rechtspraak. Hij was de vijfde spreker, die een college gaf in het kader van het Studium Generale „Recht en Macht", welk college ongetwijfeld het predikaat 'zeer geslaagd' mag hebben. Het sprankelend taalgebruik van de hoogleraar, zön gevoel voor humor en vooral ook de relatieve eenvoud van zijn betoog, verlucht met allerlei annecdotes (zodat ook niet­juristen zeer gemakkelijk de gedachtengang konden volgen) waren er de oorzaak van dat Langemeyer na afloop een stormachtig applaus moest incasseren. De hoogleraar, die begon met de verhouding Recht en Macht op de korrel te nemen, vond de vraag naar die verhouding vergelijkbaar met de zeer bekende vraag van de „kip en het ei": recht en macht zijn ongelooflijk ingewikkeld verstren­ geld. In de geschiedenis zien wij dat de macht zich steeds meer on­ derwerpt aan de rechtspraak, maar deze rechtspraak roept zelf weer een macht op. Het recht geeft be­ paalde mensen of groeperingen macht. Zonder enige vorm van macht zou het recht niets zijn. Week de macht in de loop van de geschiedenis geleidelijk terug ten gunste van het recht, de laatste ja­ ren zien we, dat ook macht het recht kan veranderen of aantasten! Hierbij dacht prof. Langemeyer

aan studentenacties en de acties van de vrachtwagenchauffeurs be­ treffende het rijtijdenbesluit. Het Parool gaf enkele dagen later het volgende commentaar op de con­ cessies van de regering: „Een wei­ nig indrukwekkend verweer tegen­ over een niet­toelaatbare vorm van pressie, en toch wel een overwin­ ning op punten van de macht over het recht."

in de maatschappij diverse vormen van macht zich doen gelden in de rechtspraak. Het geldende recht kan beïnvloed worden door bijvoor­ beeld de overheid, die (hoewel zeer zelden) kan ingrijpen in de recht­ spraak. Bovendien kunnen mensen zelf rechters onder druk zetten. Bij het Baader­Meinhof­proces zal de rechter te maken hebben met een bepaalde achterban. De macht kan zo de rechtspraak doorkruisen. Er zijn echter ook andere factoren te noemen, die wat reëler zijn die van hierboven. In de eerste plaats is er de economische macht. Iemand met veel centen kan een rechter omkopen en als dit niet ge­ beurt (Langemeyer achtte omko­ ping vrijwel uitgesloten, maar ja, je weet 't n o o i t . . . ) kan hij toch met zijn kapitaal een betere advo­ caat krijgen, waar hij voordeel van kan hebben. Er is dus sprake van een indirecte macht met geldmid­

delen. In de tweede plaats is te noemen de ongelyke ontwikkeling van de mensen, die voor het ge­ recht verschijnen. De geleerde, ge­ wiekste man is duidelijk in het voordeel vergeleken met de kleine man, die van toeten noch blazen weet. Hier geldt dus wel degelijk: „Kennis is macht". Ten derde de klassejustitie: prof. Langemeyer achtte het uitgesloten dat rechters mensen ongelijk zouden geven, wanneer dezen uit lagere sociale milieus kwamen. Iets anders is, dat de rechter de maatschappij, door zijn gecompliceerdheid, vanuit een bepaald perspectief ziel en het wel­ licht moeilijk is voor de rechter zich ten volle in te leven in de kleine

GEEN ZIN De hoogleraar kwam hier op het punt van de samenstelling van de

De helft van de rechteis wordt ge­ kozen uit mensen, die al een juri­ disch beroep hebben. De andere helft wordt door een selectiecom­ missie gerecruteerd uit pas­afgestu­ deerden. Men zou nu kunnen zeg­ gen, dat de mensen in deze commis­ sie weleens een afkeer konden heb­ ben van mensen uit lagere milieus, doch volgens prof. Langemeyer verdient de commissie 'dit verwijt niet. Hij wist zelfs gevallen te noe­ men dat mensen van adel werden afgewezen door de selectiecommis­ sie. Het feit dat de rechterlijke macht niet representatief is voor de gehele bevolking is volgens Lange­ meyer ook te verklaren, omdat ge­ studeerden uit lagere kringen ge­ woonweg geen zin hebben in een loopbaan bij de rechterlijke macht. Er zijn namelijk twee mogelijkhe­ den: of hij wil snel rijk worden, dan gaat hij niet werken bij de rechterlijke macht, doch duikt eer­ der het bedrijfsleven in; of hij voelt zich nog aangetrokken tot zijn eigen „groep", wil hervormingen tot stand brengen en in dat geval zijn er heel wat creatievere baan­ tjes te bedenken dan rechter. Bij de werving van rechters speelt uiter­ aard ook het karakter van de ge­ gadigden een rol. „Politiek zeer rechtse of zeer linkse mensen zul­ len zich doorgaans niet aanbieden voor de rechtsorde." A ldus prof. Langemeyer in zijn college op 26 november.

Advertentie

KENNIS IS M A C H T

ff|ë tijd en j<| zblén n

Volgens de hoogleraar is recht­ spraak een middel om recht onaf­ hankelijk te maken van de macht. Bij rechtspraak geeft iemand zijn macht uit handen aan een rechter, hetgeen duidelijk een winstpunt is. Nu is het echter vrij duidelijk dat

^; ;:S ^t5;töt,5p^ 5êê^ op vrijwel alles waf je hödlg h e b t 5;'; 4 Ä ïl­;'*^??^KP?'' '^öni je nergens uit. Loop even bij dèASA/ASR btnA eriylS 1 ^»ê|;,aj5::':%5.;,^';;Er is e e n kantoor ln'èlke::stiideritenslad:<' i i JsS's.'^'y ?SS'^­''^^''sSfe:">5;s/: Centrale

MR. H. P. KOOYMA NS:

Isdsreen tot zijn recht late Door Guus Herbschleb AV Mr. Kooymans vond, dat een actue­ ler onderwerp dan „internationaal recht" nauwelijks te bedenken was. Volgens velen is de V.N. het barre pad van de macht ingeslagen, daar­ bij de weg van het recht verlatend. Bij de resolutie over de PLO (de Palestijnse bevrijdingsorganisatie) zouden bepaalde machtsverhoudin­ gen hebben gezegevierd. Vanaf 1962 of 1963 heeft de derde wereld in de algemene vergadering van de VN een numerieke en dus een automatische meerderheid. Hier­ over zijn ook in het verleden al bezorgde geluiden gehoord. Thans kennen we ook het verschijnsel van de consensus: hierbij gaat men net zo lang rond de tafel zitten tot men het min of meer met elkaar eens is.

VOLKENRECHT

Ww^êr^ 'f

,,In de internationale samenleving zijn twee grote gebreken waar te nemen: in de eerste plaats is er geen centraal gezag, dat over eigen machtsmiddelen beschikt. Men is altijd afhankeljjk van een vrflwillige samenwerking tussen de lidstaten van de Verenigde Naties. Een tweede mankement is het feit, dat de macht zeer onevenredig verdeeld is over de verschillende participanten. Een betere spreiding van macht zou een basis kunnen leggen voor een gezondere maatschappij. Belangrqk is ook, dat we streven naar een internationaal „ethos": we moeten ons bewust z^jn van onze grote afhankelijkheid van andere landen en inzien, dat het algemeen belang méér is dan de som van de individuele belangen." Aldus mr. H . P . Kooymans, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, in zün toespraak over internationaal recht, die hij hield in het kader van het Studium Generale. Deze collegecyclus (dit jaar gewgd aan het onderwerp „Recht en Macht") is met de rede van de staatssecretaris afgesloten.

Het Volkenrecht van vóór de Eer­ ste Wereldoorlog wilde minder­be­ deelden een plaatsje onder de zon geven en garanderen. Er kleefden echter diverse bezwaren aan dat Volkenrecht: in de eerste plaats werden staten uitgesloten, die niet behoorden tot de club van christe­ lijke en geciviliseerde staten. Bo­ vendien werd dit rechtsstelsel niet gehanteerd door een centraal ge­ zag, maar door degenen, die er on­ der vielen. Schender was dus tevens handhaver van het recht. Landen aanvaardden bepaalde rechtsregels pas, als ze er voordeel bij zouden hebben. Ten slotte was het be­ zwaarlijk, dat het Volkenrecht zich in die tijd beperkte tot verhoudin­ gen tussen staten onderling. Men keek niet naar situaties in bepaalde landen. De Volkenbond van na de Eerste Wereldoorlog hield zich vooral be­ zig met het voorkomen van nieuwe oorlogen. GROTE M O G E N D H E D E N De staatssecretaris vertelde dat na de Tweede Wereldoorlog in de VN de kring van deelnemers werd uit­ gebreid. Voor één facet (nl. de handhaving van internationale vre­ de en veiligheid) ontstond een cen­ trale hantering van het rechtsstel­ sel: de Veiligheids Raad. Deze krijgt wel bevoegdheden, maar kan

pas besluiten nemen als de grote mogendheden het goed vinden. Dat centrale gezag is dus niet veel meer dan de macht van de grote vijf. Op zich is dit niet erg; als er een echte centrale macht was geweest — gro­ ter bijv. dan die van de VS — bo­ ven de supermachten, dan hadden we volgens Kooymans allang een Derde Wereldoorlog gehad. Nu kunnen de groten zich geen gewa­ pend conflict veroorloven, omdat dit toch op niets uitloopt. Een grote verdienste van de VN is de nadruk die zij legt op de materiële aspec­ ten. De staatssecretaris dacht hier­ bij aan de codificatie van de rech­ ten van de mens en van economi­ sche en sociale rechten. De uitbreiding van de internationale samenleving is een soort democra­ tisering; bij de verdeling van de macht is er nog geen sprake van democratisering. De macht is zeer onevenredig verdeeld en bleef voor­ al bij de oude clubleden van vroe­ ger. CONSENSUS De economische macht bepaalt de politieke macht en is tegenwoordig beter te benutten dan de militaire macht. Denk alleen al aan de be­ kende en o zo venijnige oliekraan. De numerieke macht van de derde wereld in de algemene vergadering van de Verenigde Naties leidde tot de consensus. Nu kan ook de min­ derheid door praten regelingen pro­ beren door te drijven. In A merika gelooft men dat door het toene­ mend zelfbewustzijn van de derde wereld de consensus op losse groe­ ven komt te staan: immers, op een gegeven moment kan de derde we­ reld in de algemene vergadering zeggen: „Dit is onze uiterste con­ cessie. A ls jullie die niet accepte­ rren, komen we met een nog be­ roerder plan, dat we dan in stem­ ming brengen. En dat winnen we altijd met onze numerieke meer­ derheid." Een nieuwe macht ontstaat bij de landen, die in het bezit zijn van schaarse grondstoffen. A ls we deze toch nog de derde wereld noemen, dan zijn landen zonder enige rijk­ dom aan te duiden als de vierde wereld.

Het Volkenrecht van nu houdt zich wel bezig met problemen in de staten. Dit is ook een duidelijk winstpunt. De heer Kooymans defi­ nieerde recht als volgt: „Het recht heeft tot taak een ieder tot zijn recht te laten komen." Hij zei met nadruk, dat voor de effectiviteit dat recht moet rusten op een grote cen­ trale macht, die zelf weer gecon­ troleerd moet worden door de rechtsgenoten. Bovendien moet de macht evenredig verdeeld worden. REGELRECHT Het heeft sommigen wellicht ver­ baasd, dat de heer Kooymans niet werd aangekondigd door iemand namens de VU, zoals altijd gebrui­ kelijk is. Dit komt, doordat de spre­ ker zelf regelrecht naar KC­07 is gelopen, in plaats van zich te be­ geven naar een afgesproken kamer, waar de heer W. van Raamsdonk zat te wachten. De nogal hinderlijk galmende mi­ crofoon was er mèt bovengenoemd feit de oorzaak van, dat dit laatste college in het kader van het Stu­ dium Generale een onverzorgde in­ druk maakte. A ch ja, een samen­ loop van omstandigheden.

VAN) ; l i . i V s ­ IE. oti uuj^­":;

GRGELCQNCERT:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 172

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's