Ad Valvas 1974-1975 - pagina 331
AD VA LVA S — 25 A PRIL 1975
7
Universitair onderzoel(... (1) ^'-^ In de zichzelf in stand houdende serie rapporten over universiteit en onderzoek zijn de laatste tijd weer twee afleverigen verschenen: De voorrangsnota 'Wetenschapsbeoefening bhmen de universiteiten en Hogescholen' van de Werkgroep ad hoc Universitair Onderzoek van de A cademische Raad, uitgebracht september 1974 en de vr(j dikke 'Nota Wetenschapsbeleid' van minister Trip, uitgebracht aan de tweede kamer december 19Ï4. Deze nota's zullen zeker nu al enkele maanden tussen alle an dere papieren op de bureau's van universitaire en andere bestuur ders liggen. Ze vormen een deel van een eindeloze reeks rappor ten, nationaal en internationaal, de laatste tiental jaren geprodu ceerd. Lees je ze allemaal door, dan ontstaat er in je geest een homogene, gryze brij van woor den en vage ideeën; geen van die rapporten laat het gevoel achter van iets nieuws, iets onverwachts. Het taalgebruik (zoals het mijne dat er door geïnfecteerd is) is grauw en jsseudogeleerd, nog net dat van de advies en reclame bureau's. Mei'kwaardig genoeg is het agogischpsychologischsocio logisch jargon nog afwezig; met een enkele uitzondering zoals 'het bespreekbaar maken van ' Er staat natuurlijk hier en daar veel waai^devols en zinnigs in al die rapporten en ook in de boven vermelde twee, maar hebben de opstellers de illusies dat de, niet in besturen getrainde onderzoe ker.?, laat staan de gemiddelde burger er iets mee kan doen? Maar er is misschien nog iets ernstigers aan de hand. Onder
Fysisclte geografen over
Door C. J. V. d. Beri. (UKGUPD) zoekers zeggen dat ze onderzoe ken, dat ze pas nä onderzoek uit spraken doen, dat ze zich ter dege op de hoogte stellen van de be staande situatie en hun eigen wijze van waarnemen en evalu eren expliciet maken, uiteraard binnen het mogelijke. Dit soort rapporten bevat echter weinig waarnemingen, steunt nauwelijks op onderzoek en bevat erg veel (voor) oordelen, die diffuus over al doorheen gemengd zijn. Litera tuurlijsten ontbreken, behalve verwijzingen naar eerder ver schenen rapporten. Het geheel van deze raporten speelt zich af binnen een zeer beperkte en enge subcultuur.
Verandering Nu is er ook weinig literatuur en wordt er ook relatief weinig on derzoek gedaan over de, functie
ontwikkelingswerk
Hard ploeteren en weinig resultaat Op donderdag 17 april organiseerden de fakiilteitsvereBiging >an de fysische georgrafen Varenius en de wereldwinkel een avond met twee net lit een ontwikkelingsland teruggekeerde deskundigen, de heren Bos en Van Mourik. Z» waarschuwden tegen al te groot idealisme. Handen uit de mouwen en schipperen tussen de machthebbers enerzijds en de kleine boeren anderzijds lijkt het parool voor degene, die van plan is om een baan te zoeken in een ontwikkelingsland. De bedoeling van de avond was om met name studenten in de fysische geografie te konfronterea met de ervaringen van pas teruggekeerde deskundigen. Een dergelijke kon frontatie zou deze studenten ertoe aanzetten om weer eens na te den ken over hun studiedoel, studiekeus en hun houding tea opzichte van de tlerdewereldproblematiek. De heer Bos, die aan de GU af studeerde met als hoofdvakken geo morfologie en luchtfotointerpreta tie, kreeg via DITH <Dircktoraat Internationale Technische Hulp) een baan bij de Unesco. Uit een jobinstruction van zes regels las hij, dat hij te werk gesteld werd bij een instituut voor toegepas hydro logisch onderzoek in Brazilië. Kenroaal aangekomen in Brazilië bleek, dat het bepaald niet duide
VUkomité blijft protesteren Het VUkomitee 'Intrekking Wetsontwerp Hcrstrukturering' — een zeer divers samengesteld irezelsebap — bluft oek na de laatstelijk aangebrachte wijzigi gen in het wetsvoorstel protes teren. Besloten werd om op 39 üpril deel te nemen aan een demonstratie op het Spui in Amsterdam (aanvang 14 nur), teneinde nogmaals massaal dnidetijk te maken dat het ontwerp onaanvaardbaar moet «orden geacht. Het komitee heeft een verklaring opgesteld, die onder meer aan de ledöi van de Tweede Kamer zal worden verzonden. De belang rijkste punten hieruit zijn: « de wijzigingen veranderen het wetsontwerp niet fundamen teel, • de basiselementen van de wet, aoRls de selektieve propedeuse, tie koppelinir van de studie duur aan de inschrijvingsduur (n de scheiding van onderwijs ea «nderzoek hebben geen en kele vijaisring ondergaan, BBEL SMIDT, A .V.
lijk was waarvoor hij gekomen was. Pas na twee weken kwam er de op dracht om een kollege te geven over een onderwerp, waar hij zelf weinig van af wist en wat boven dien in het Portugees gegeven moest worden. Ongeveer een half jaar na aankomst besefte hij wat er precies van hem verwacht werd. Voor de heer Van Mourik lag het wel makkelijker. A fgestudeerd aan de GU (ook als fysisch geograaf) kreeg hij een baan als karterings deskundige in Kenya. De opdracht is dan veel duidelijker: het veld in en maar meten.
Basis of top? Dat bij dit werk het kontakt met de boeren ontzettend belangrijk was besefte hij heel goed: „A ls je daar staat te boren kcmien ze vanzelf wel een praatje met je maken om te vragen wat je nu precies aan het doen bent.'' Hij had het idee, dat de man, die daar zijn handen vuil durfde te maken meer kon bereiken dan de socioloog, die wapperend met zijn vragenlijstje in een land lover het dorp in komt rijden. „Toch kom je met de benadeirng vanaf de basis niet ver. A ls de kon takten met de machthebbers ont breken kan het bijvoorbeeld gebeu len, dat je niet aan je materiaal kunt komen, of dat je van bovenaf tegengewerkt wordt. Het is even belangrijk om met de grote boer goed op te kunnen schieten als met zijn pachters. De mensen, die zich volledig met de plaatselijke bevolking willen ver eenzelvigen kunnen met grote moei lijkheden te maken krijgen. Ook al beheers je de taal nog zo goed, dan ben je nog niet in staat om het dialekt van de arme bevolking te spreken. Daarnaast heb je te ma ken met een bepaald verwachtings patroon van de bevolking. Men ziet je al snel als degene, die alles weet en als je laat merken, dat je het soms ook niet weet, verspeel je een stuk vertrouwen. Bovendien zijn een groot aantal Projekten vooral opgezet om het prestige van het land of de internationale organisa tie hoog te houden. Daarnaast kom je er niet onderuit, dat je lichame tijkc mogelijkheden als westerling
van onderzoek, over de interacties van onderzoek en de samenleving, en over mogelijke vormen van on derzoeksorganisatie aan de uni versiteiten en elders. Hier is ech ter wel verandering in aan het komen, vooral vanuit een dik wijls (extreem) linkse hoek. In de offiqiéle wereld van de imiversi teit en het onderzoek is er echter nog weinig van te merken, tenzij een steeds toenemende nadruk op de sociale betekenis van on derzoek, de maatschappelijke ver antwoordelijkheid van de onder zoekers, het milieu £n een aantal zaken die ieder in de krant kan lezen. De wei'kgroep van de A cademische Raad vat in haar samenvatting de belangrijkste problemen, die het wil helpen oplossen als volgt samen: 'De problemen liggen volgens de werkgroep op het gebied van de onderzoekbeschrijving, het bepa len van aard en omvang van het onderzoek, het verhelderen van externe en interne invloed op het onderzoek, het ontwikkelen en operationeel uitwerken van een organisatiestructuur voor het on derzoek, het plannen en budget teren, informatiesystematiek en personeelsbeleid.' M.a.w. alles is een probleem; al deze problemen komen in de nota inderdaad aan de orde, d.w.z. worden wat toe gelicht en soms 'oppervlakkig' ge analyseeerd. Suggesties voor op lossingen worden op vele plaatsen
veel kleiner zijn dan die van de autchtoon." Bos noemde nog als „eigenschap" van de Brazilianen, dat ze niet be leid zijn om verantwoordelijkheid op zich te nemen, „waardoor je er altijd zelf voor komt te staan."
gemaakt. Het volgende citaat geeft een voorbeeld. 'Een van de typische kenmerken van het we tenschappeiyk personeel van een universiteit is dat het uit sterk uiteenlopende specialisten bestaat, die elkaar slechts in zeer beperk te mate kunnen vervangen en die ook slechts zeer beperkt omschool baar zijn Wil men by deze geringe flexibiliteit in de inzet baarheid van het personeel toch voldoende flexibiliteit handhaven om op veranderingen in het stu dentenaanbod en in maatschap peiyke belangstelling voor de ver schillende vakken te kunnen rea geren, dan moet noodzakelijker wijs een aanzienlek deel van de wetenschappelijke staf uit door stromers bestaan en moet de om vang van de vaste staf klein ge houden worden. Die vaste staf moet dan wel heel goed van kwa liteit zijn.' Is dit niet op ingewikkelde wijze gezegd dat de meeste vaste staf leden (hoogleraren, lectoren en andere) zeer beperkte mensen zijn? Maar hoe houden ze dan de ontwikkelingen in hun vak bij? Flexibiliteit bezitten ze niet, wel goede kwaliteiten! Zou het niet beter zijn dat b.v. chemici ook biologie of natuurkunde of wis kunde zouden geven? Trouwens, welke hooggeschoolde onderzoe ker is thuis in het geheel dat hij doceert zonder er zich speciaal in te verdiepen? Hoeveel docenten hebben, terecht, de tekstboeken
Dit is het eerste van een sent van drie artikelen. De andere twee zullen in volgende nummers worden gepubliceerd.
niet even hard nodig als de stu denten? Schort er niet iets aan de vaste staf en de wijze van do ceren als de Werkgroep gelijk heeft. Maar er is nog meer: die nen de doorstromers, die kenne lijk van geringer kwaliteit zijn, zich bezig te houden met nieuwe studieprogramma's, iets dat juist veel ervaring vereist?
Merkwaardige visie Misschien gebruik ik evenveel vooroordelen als de werkgroep, maar het lijkt me op z'n minst redelijk te constateren dat de werkgroep uitgaat van een merk waardige visie op de wijze van uitvoering van de taak van een universitair docent. Natuurlijk, er is te veel specialisatie, de Werk groep heeft vermoedelijk gelijk als ze constateert dat er een te geringe flexibiliteit is, maar als de doorstromers dat probleem moeten gaan oplossen is er iets fout. Gelukkig zijn er nu in veel studiegebieden doorstromers die deze problemen oplossen; geluk kig voor vele studenten. Maar de universiteit gaat eraan als men dit gaat versterken en niet op lossen. Onderzoek eist dikwijls een sterke specialisatie, maar het on derwijs en de universiteit liieraan opofferen lijkt me verkeerd. Door stroming kan zeer nuttig zijn, maar dan voor het gehele weten schappelijk personeel. De sala rissen van de vaste staf zijn ech ter wel erg hoog!
Dr. K. van Nes op WUOkongres:
Universiteiten moeten zeff tot onderzoeks beleid komen
Alles zelf doen Er staan de toekomstige fysische geograaf, die in een ontwikkelings gebied terecht komt genoeg moei lijkheden te wachten. „Ook al denk je dat je na het beëindigen van je studie zelfstandig bent, de zelfwerk zaamheid die in een ontwikkelings land van je geëist wordt is velp malen groter dan die tijdens de stu diefase. Ben je niet bereid om zelf erop uit te gaan, om desnoods werk te zoeken, dan kan je beter in Ne derland blijven." Het laatste geldt volgens Bos ook voor de zogenaamde idealisten. „Als je denkt dat je door een paar jaar in een ontwikkelingsgebied te zitten dat gebied enorm kunt hel pen, dan zal je bedrogen uitkomen. Als je honderd procent denkt te bereiken, raag je blij zijn als je daarvan één procent echt kunt rea liseren." EBEL SMIDT, A .V.
Andere opzet SSH
'Als de onderzoekers zelf geen initiatieven nemen om tot een universitair onderzoeksbeleid te" komen, dan moet er in de huidige situatie mee worden gerekend, dat de overheid zelf min of meer dwingende maatregelen voor schrijft'. Dit zei prof. P. Zandber gen, lid van de Werkgroep Uni versitair Onderzoek van de A cade mische Raad (WUO) en reetor magnificus van de THTwente, vorige week op een symposium in Utrecht, waar de problematiek van de 'eigen beleidsruimte voor universitair onderzoek' ter discus sie werd gesteld. Ook dr. K. van Nes, lid van dt WUO vanuit de Vrije Universiteit, bepleitte, dat de universiteiten zelf initiatieven zouden moeten nemen om tot een onderzoeksbeleid te ko men. Enerzijds von' hij het jstmmer dat de nota wetenschapsbeleid van minister Trip (Wetenschapsbeleid) geen aandacht besteed aan het onderzoek, dat gefi.iancierd wordt via de 'eerste geldstroom', het geld dat vi.i de universiteitsbestui'en biJ
het onderzoek terecht komt, Daar door biijven de universiteiten zit ten met de huidige onoverzichte lijke situatie. Aan de andere kanc geeft dat de universiteiten de ruimte zelf initiatieven te nemen om tot een onderzoeksbeleid te komen, aldus dr. Van Nes. Ook pleitte dl'. Van Nes voor een grotere samenwerking tussen de universiteiten en hogescholen 'Probeer niet als universiteiten el kaar vliegen af te vangen, maar universiteiten en hogescholen van Nederland verenigt u, en maak in die vereniging 'Ven Haag' duide lijk dat we goed onderzoek doen en dat we nog meer onderzoek zouden kunnen en moeten doen', zei hij. In een discussie die op de inleidin gen volgden, toonden verschillende onderzoekers zich voorstander van een structurering van het onder zoeksbeleid via de stichting voor zuiver wetenschappelijk onderzoek (ZWO), die de tweede geldstroom beheert. Dat zou een vrijwel vol ledige loskoppeling betekenen van onderwijs en onderzoek, ANP
Als gevolg van het vertrek van de keer Ed. Buitink hebbeu per 1 april 1973 enige wijzigingen in de organisatie van de Stichting Studentenhuisvesting aan de Vrije Universiteit pUats ge vonden.
Vergoedingsregeling bestuurs aktiviteit bezwaarlijk
Het aan de SSH opgedragen be heer over percelen wordt voorlaan uitgevoerd door de afdeling Be woningszaken en de afdeling Ma teriële Voorzieningen en Onder houd (M.V. O.). De afdeling Bewoningszaken is belast met de verhuur van kamers en flats met de daarbij behorende administra tie en de portiersdienst op Uilen stede. De afdeling M.V. O. is belast met de technische en huis houdelijke zaken. Tot hoofd van de afdeling bewo ningszaken is benoemd de heer D. A . Maat (tel. 548 42 74) en tot hoofd van de afdeling M.V. O. de heer P. Kramer (tel. 548 42 58). De boekhouding wordt onveran derd gevoerd door de financiële administratie van de raad stu dentenaangelegenheden. Bovengenoemde wijzigingen hou den in dat de commissie van be heer haar werkzaamheden heeft beëindigd.
De door staatssecretaris Klein getroffen uniforme regeling met betrekking tot de vergoedingen voor in het kader van de Wet Universitaire Bestuurshervorming ontplooide bestuursactiviteiten heeft de Dagelijkse Raad van de Academische Baad aanleiding gegeven om in een brief nog maals de aandacht van de be windsman te vragen voor een in oktober 19Ï4 ter zake door de Baad uitgebracht advies. In dit advies ontraadt de A cademische Baad een uniforme vergoedings regeiing. Hy wijst erop, dat aan de bij de universiteiten en hogescholen be staande vergoedingsregelingen veelal verschillende visies ten grondslag liggen, die op de speci fieke plaatselijke verhoudingen en ontwikkelingen berusten. A an de universiteiten en hogescholen moet dan ook een zo groot mogelijke
vrijheid worden gelaten om, bin nen de door de staatssecretaris vast te stellen budgettaire gren zen, hun eigen vergoedingsrege ling verder te ontwikkelen. In de brief aan staatssecretaris Klein staat tevens dat de gedach ten ten aanzien van de hoogte van de vergoedingen uitgaan naar een honorering op het niveau van stu dentassistenten. De Dagelijkse Raad is namelijk van mening dat de waarde van de bijdrage die door de studenttaestuurders aan het functioneren van de universi teit of hogeschool wordt geleverd met die van studentassistenten kan worden vergeleken. Bovendien is nogmaals benadrukt, dat ver goedingen ook zouden moeten kunnen worden verleend aan le den van andere bestuursorganen dan imiver^teitsraden en (sub) fa culteitstoesturen, zoals (sub) facul teitsraden en vaste conunisses.
(AR)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's