Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 139

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 139

12 minuten leestijd

AD VA LVA S — 15 NOVEMBER 1974

Vervolg van pag, 6

Wat betreft Wenckebach's werk is op de V U­tentoonstelling een over­ zicht van zijn werk te zien van zijn vroegste houtsneden tot zijn late kleine bronsfiguren. AKAßEMISME Wenckebach is van sommige kan­ ten verweten te vaak in akademis­ men te vervallen. jOud schrijft hier­ over: „Zijn knap kunnen bleef zijn expressiviteit^ heel lang dwars zit­ ten. Het waren aanvankelijk kleine uitschieters die het traditionele van zijn vormgevoel doorbraken. Op de duur werd deze doorbraak groter. Als men denkt aan het beeld van dr. Philips, waarin hij de „gewone man" het gewone liet en hem toch op een buitengewoon plan wist te brengen, dan dringt zich steeds duidelijker de verandering op, die zich in de loop der jaren in zijn werk voltrok en die na de oorlog culmineerde in zijn ironische, m a a r , monumentale figuren, waarvan het Mannetje Jacques een zo uitmun­ ten4 — en wel het meest uitmun­ tende — voorbeeld was. (.. .) Mij doet het altijd goed te zien hoe het Mannetje Jacques te midden van éénzijdig kunst­tumult zich weet te handhaven in het Rotterdam­van­ het­beeld­van­Zadkine. Zadkine boeiend door zijn expres­ siviteit, maar goedkoop in zijn vormgeving. Jacques in zijn dood­ gewone, maar zeldzaam knap ge­ synthetiseerde gestalte, die het in alle nuchterheid in Rotterdam steedj'meer gaat doen."­ KARIKATURIST Wenckebach's eigenschappen als karikaturist hebben enkele koppen opgeleverd die over het algemeen gerekend worden tot de schitte­ rendste portretten die de Neder­ landse beeldhouwkunst heeft voort­ gebracht. Het meest bejubeld is die van de dichter A lbert Verwey uit 1937 met zijn wenkbrauwen als vleugels en expressieve haren, „wapperend in den windstoot van het ideaal". Eveneens op de ten­ toonstelling te zien het portret van zijn vader K. F . Wenckebach, van de kunstkritikus A lbert Plasschaert en van de architekten Berlage en Granpré Molière. Minder spectaculair en anekdoti­ scher zijn Wenckebach's kleine bronzen als de Stoclsmijter, Dan­ sende Negerin en de Fluitspeler. Hier blijven oude Griekse principes van zuivere verhoudingen de onder­ bouw vormen waarop deze sierlijke figuren worden gevarieerd." Over één .ervan, de Stevende Haan die bij de ingang van het Kröller­Mül­ lermuseum pronkt, vertelt mevr. Wenckebach: „We hadden krielkip­ pen daar in Noordwijk en o p een goeie morgen kwam ik bij het kip­ penhok en daar waren die kippen de haan öm zeep aaiï het brengen, die voldeed waarschijnlijk niet meer. Die zat er zo bij als deze Stervende Haan en dat maakte bij mijn man dan ineens als een klap die impressie." WILFRED VA N LEEUWEN

Een gedeelte van h e t werk van bovenomschreven kunstenaars k a n aangekocht worden. Inlichtingen hierover k u n t u krijgen bij Co­ r i n n e Souwer, B u r e a u Pers en Voorlichting, kamer 1 D­0^.

Snel betere opleiding leraren nodig De universiteiten en fakulteiten zul­ len er alles aan moeten doen om snel tot een meer verantwoorde be­ roepsopleiding van leraren te ko­ men. Aldus luidde de konklusie op het onlangs aan de Vrije Universiteit gehouden landelijke kongres over de opleiding van leraren voor gym­ nasium, atheneum en havo. v Het kongres besloot tot de oprich­ ting van een samenwerkingsverband van docenten die aan de universiteit leraren opleiden. Het beraad wordt in het voorjaar met een tweede kongres voortgezet. D e onderwijskundige opleiding van leraren omvatte in het verleden slechts een periode van een paar weken. Een verlenging van deze op­ leiding tot één jaar zal betekenen, dat de studieduur in totaal langer wordt. A . V.

PROF. VA N BRA A M:

«8M*.*{i**59*'j^^^»'^p'jr;^'.V** .

Onze macht gevaarlijker dan vierde macht Het is gemakkelijk en goedkoop om ambtenaren te betichten of te verdenken van machtsmisbruik. Dit is vaak een spiegelbeeld van burgerlijke of politieke onmacht. Kritiek op het ambtelijk apparaat is dan een ideologische manoevre om de aandacht van de eigen onmacht af te leiden. Deze onmacht, dit falen is iets dat gevaarlijker kan zijn dan de vierde m a c h t zelf. A ldus prof. dr. A . v a n Braam, hoogleraar in de bestuurskunde aan de rijksuniversiteit te Leiden, in zijn toespraak in het kader van de ­Studium Generale „Recht en Macht . Prof. van B r a a m was de derde spreker in de cyclus van dit jaar. Hij begon zijn betoog met de op­ merking, dat velen in de ban van de vierde macht — het ambtena­ renapparaat, dat in de trias politica geen plaats heeft — leven. Die macht zou er feitelijk niet mogen zijn. Het is een ziekte, een symp­ toom van deraokratie. De macht van dè ambten^iren zou aldus van Braam, effektiever moeten worden gekontroleerd. Wat is macht? D e ambtelijke macht is een macht om anderen iets te laten doen (of niet doen), wat door de ambtenaar in functie wordt na­ gestreefd. De hoogleraar maakte een onderscheid tussen de man­ daatsmacht van een ambtenaar (de voorgeschreven macht, de normale macht die vastkleeft aan de func­ tie, zonder welke die functie on­ mogelijk zou zijn) en de ambtelijke macht. A mbtenaren bezitten v a a t méér dan de normale mandaats­ macht, zij hebben vaak een voor­ sprong op politici en burgers. Dit is o.a. te verklaren door de continuï­ teit die we in het ambtelijk appa­ raat aantreffen. Politici zitten slechts voor tijdelijk aan het roer en zijn toch altijd afhankelijk van ambtenaren. Een staatsbestuur kan zonder ambtenaren niet functione­

TEVEEL M A C H T Als we zeggen dat ambtenaren te­ veel macht kunnen uitoefenen o p burgers en politieke bestuurders^ dan gaan we uit van subjectieve maatstaven. Trouwens, wat is te­ veel? Opvallend is, dat de opvat­ ting dat ambtenaren teveel macht hebben vooral leeft bij mensen, die er hinder van ondervinden of ge­ schaad worden, bij principiële men­ sen, maar ook vaak bij politieke bestuurders, die hun eigen gebrek iets klaar te spelen interpreteren als m a d i t van anderen. Van Braam zei, dat het vaak de eigen onmacht is, die men er toe brengt te gaan spreken van „teveel macht" bij het ambtenaren­apparaat. Men zoil die vierde macht eigenlijk zelf willen bezitten. Ook wordt vaak gezegd, dat amb­ tenaren, gegeven een bepaalde hoe­ veelheid macht, vaak verkeerd ge­ bruik maken van die macht: wie kent niet de dikwijls inefficiënte werkwijze van ambtenaren, het bu­ reaucratisme, de starheid in de or­ ganisatie, het „van het kastje naar de muur gestuurd worden", het af­ schuiven van verantwoordelijkhe­ den. Van Braam tekende aan, dat men dikwijls een functioneel ge­ bruik van paparassen ten onrechte paparasserie" noemt. De ambtena­ rij is nu eenmaal traag vaA aard, doch dit hoeft niet meteen bureau­ cratisme in te houden. Dat dit wel gezegd wordt komt doordat allerlei procedures moeilijk zijn te over­ zien; ^ i e geschaad wordt, koelt zijn woede door op de amtenaren te gaan schelden. Maar hij vergeet dan dat wat voor hern irrationeel lijkt, voor de amtenaar zeer ratio­ neel is. Een en ander neemt natuur­ lijk niet weg, dat de macht nóóit verkeerd gebruikt zou worden. Er moeten natuurlijk wel eens uitzon­ deringen gemaakt worden op re­ gels, die dan toch door de ambte­ naar plichtsgetrouw worden nage­ leefd. Volgens prof. Van Braam zit er nog veel ingebakken starheid in het ambtelijk apparaat.

,'^

.^ f

,,^­

f

J

^~­v.

VERLEIDING De vraag of niet­functionele mticht van ambtenaren gevaarlijk is, lijkt empirisch moeilijk te beantwoor­ den. We moeten ons gaan afvragen, hoe ambtenaren tot machtsuitoefe­ ning verleid worden. Er zijn be­ paalde factoren (denk aan kabinets­ wisselingen) die de aanleiding ge­ ven, dat ambtenaren de macht min of meer overnemen. Dit kan zelfs ontaarden in pu<schachtige maat­ regelen. Bovendien kunnen politie­ ke interventies in het ambtelijk apparaat als onredelijk worden er­ varen, hetgeen tot gevolg kan heb­ ben, dat ambtenaren proberen wat ­macht aan zich te trekken. Belang­ rijk is ook, dat ambtenaren soms monopolisten zijn en zekerheid heb­ ben niet ontslagen te kunnen wor­ den. Ten slotte zou ook de een­ heid van opleiding en afkomst ver­ leidend werken. TEGENKRACHTEN Er zijn echter ook factoren te noe­ men die de hierboven genoemde verleiding temperen of neutralise­ ren. De hoogleraar noemde hier de ambtelijke ethiek: de beginselen van integriteit, neutraliteit en loyali­

, Pro/, dr. A . van

­^­^>­'4 M

Braam,

teit. In de tweede plaats de poli­ tieke desoriëntatie door specialisa­ tie: ambtenaren zijn vaak specialis­ ten, die op hun eigen terrein wer­ ken en niet zo zeer gericht zijn op het nemen van verstrekkende be­ leidsbeslissingen. Bovendien kan hun deskundigheid verouderen. Ten laatste is te noemen de politieke heterogeniteit van het ambtenaren­ corps. De verleidingsfactoren en de tegen­ krachten houden de weegschaal volgens prof. Van Braam aardig in balans. Zodoende achtte hij het ge­ vaar van de vierde macht voorals­ nog niet erg groot, mtis natuurlijk allerlei controles gehandhaafd blij­ ven en "eventueel verder ontwikkeld worden. De Leidse hoogleraar noemde een aantal zaken die naar zijn mening zouden moeten veran­ deren. A mbtelijke procedures moe­ ten doorzichtiger, de ambtelijke uit­ rusting van volksvertegenwoordi­ gende organen moet verbeterd wor­ den. Voorts noemde Van Braam

het scheppen van een eigen veiant­ woordelijkheid van hogere ambte­ naren t.o.v. volksvertegenwoordi­ gende organen. De ambtelijke top zou met andere woorden gepoliti­ seerd moeten worden. De hoogle­ raar wilde een meer deelnemende demokratie bij de beleidsvoering. Burgers moeten meer mogelijkhe­ den hebben om over zaken mee te denken en te praten. Een perma­ nente kruistocht tegen bureaucra­ tisme achtte Van Braam zeer ge­ wenst. VANAGT Ten slotte zullen we vele mensen moeten teleurstellen: de minister van Justitie, mr. A . A . M. van Agt, die op 21 november zou spreken, heeft laten weten dat hij hiervan afziet wegens „ambtelijke omstan­ digheden". Hij wordt vervangen door drs. mr. C. J. M. Schuyt, lec­ tor in de rechtssociologie aan de katholieke universiteit Nijmegen. GVÜS HEBBSCHLEB A . V.

Hllaritas steunt Didaktiekstudenten Graag zouden we willen reageren o p de brief van elf studenten, die wegens moeiIiJkhedenl>p de afdeling didaktiek van de sub­ fakulteit der Pedagogiese en Andragogiese wetenschappen uit geweken zijn naar andere univer­ siteiten. (Deze brief stond op pag. 3 van de Ad Valvas van 1 nov.). Uit deze brief blijkt duidelijk dat er op de afdeling didaktiek sprake is van een chaotiese situatie. De studenten beklaagden zich in hun brief zowel over het onderwijs, (een b ^ e r k t aangeboden onderwijs­ programma, het ontbreken van re­ levante onderzoeksprojekten etc.) als over de bestuurlijke struktuur van de afcfeling; er is geen demo­ kratiese struktuur zodat studenten, noch de staf een gerechtvaardigd aandeel in de besluitvorming kun­ nen hebben. Overigens werken deze problemen ook door in het kandidaatsprogram­ ma pedagogiek. Het moet voor stu­ denten die later didaktiek of onder­ wijskunde willen gaan studeren wei­ nig motiverend zijn om met dit perspektief hun studie hier te ver­ volgen. Bovendien hebben de on­ derdelen in het kandidaats pro­ gramma, die door de afdeling di­ daktiek worden verzorgd onder de problemen te lieden. Al in juni is er in de subfakulteits­ raad P.A .W. gesproken over deze zaak. Vanuit Hilaritas is toen aan­ gedrongen op de instelling van een demokratiese vakgroep. Dat is nu, een half jaar later nog steeds niet gebeurd, X)ndanks de toezeggingen van de (Jesbetreffende hoogleraar. Wel zijn er elf studenten wegge­ gaan van de V.U. Des te bescha­

mender is het dan ook om in het fcommentaar van prof. Schoorl, de dekaan van de elf vertrekkende studenten te lezen, dat hij het be­ treurt dat zo de zaak in de publici­ teit komt voordat de fakulteit zijn eindoordeel heeft gevormd. Hieruit blijkt hoe weinig de fakulteit zich gelegen laat liggen aan het lot der studenten: Het blijkt uit het kom­ mentaar dat de heer Schoorl zich vooral zorgen maakt over het feit dat de problemen in de publiciteit komen, maar veel minder over het feit dat deze studenten de V.U. moeten verlaten.

meer dan anderhalf jaar funktio­ nerende subfakulteitsreglement, dat al die tijd bij de U.R. op goedkeu­ ring heeft liggen wachten, eindelijk wordt goedgekeurd). Vervolgens achten we het van groot belang dat zo snel mogelijk voorzien wordt in het lektoraat pnderwijskunde, zodat het mogelijk zal zijn om vanuit één vakgroep onderwijskunde ­didak­ tiek een brede opleiding op te zet­ ten. Ook zullen snel de andere open plaatsen gevuld moeten worden op­ dat goede onderzoekspi­ojekten op­ gezet kunnen worden waaraan het onderwijs gerelateerd wordt.

SUGGESTIES In de brief van de elf studenten worden een aantal sugegsties ge­ daan voor het verbeteren van de si­ tuatie. Deze suggesties worden door Hilaritas volledig ondersteund. Ten eerste achten wij het dan nood­ zakelijk dat er zo snel mogelijk een demokraties vakgroepreglement komt, opdat aan de onbestuurbaar­ heid en eind komt. Het gaat er hier tenslotte om dat alle direkt betrok­ kenen een aandeel krijgen in het opzetten van" en goed onderwijs­ en onderzoeksprogramma. Deze hele zaak is tegelijk een le­ vensgrote ontkening van het argu­ ment van hoogleraren en lektoren aan de sociale fakulteit dat studen­ ten de universiteit onbestuurbaar maken. Juist in deze situatie, waar alle invloed en daarmede alle be­ stuurskracht van de studenten is geweerd, is overduidelijk sprake van onbestuurbaarheid. (A ls voor­ waarde geldt ook dat op subfalcul­ teitsnivo duidelijkheid over de be­ stuursstruktuur wordt geschapen. Daarvoor is het nodig dat het.'al

REGLEMENT Samenvattend kunnen we stellen dat we de oplosing zien in een de­ mokraties overleg over de inhoud van onderwijs en onderzoek, binnen één vakgroep onderwijskunde ­ di­ daktiek. Dit impliceert een demo­ kraties reglement en en snelle vul­ ling van de open plaatsen. Een andere bevredigende oplossing lijkt 'ons haast niet mogelijk. Onze subfakulteit is niet gediend met al­ lerlei bevoogding van fakulteitsbe­ stuur of K.V.B., hoe goed ook be­ doeld, omdat ^ dit de situatie alleen nog maar zou schaden. We hopen van harte dat de kommissie van goede diensten die door het fakul­ teitsbestuur is ingesteld om de zaak te onderzoeken tot dezelfde kon­ klusie komt. Namens Hilaritas­SRVU R. V. d. HOEK J. S. MULDER

Advertentie

^ ^ Verhoog^ je eigeti studiebeürs X:^ *

/

Met je toelage kan je soms 50% meer dóen dan jédehkl.^^^^>:­t^ De ASR geeft elke student namelijk kortingen van 15 tot 5Ó»/o, \ op alleswat ie nodig héeU<:;"::v : "X ­ Loop even bij dé ASA/ASR bjnnén. Er is een kantoor inelke studentenstad k^V; ; ; : ; ­ : Centrale infórmatier^OSO­33 34 4 4 ^ v i ^ ; ^ ­ ; ; : ; ^

Wijziging artsen De RSA ­Universitaire Gezond­ heidszorg deelt mee, dat H. G. Frenkel­Tietz, arts, Hemonvlaan 12, Amsterdam. Tel. 020 ­ 790109 ge­ durende 31 oktober en de maand november afwezig is. Waarnemer: M. M.van Oort, arts, Vrijheidslaan 38, A msterdam. Tel. »20 ­ 718718. Spreekuren: 7.30—9.00 uur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's

Ad Valvas 1974-1975 - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974

Ad Valvas | 404 Pagina's