Ad Valvas 1974-1975 - pagina 82
z Vervolg van pagina 1
in die je goed moet 'onder scheiden. Dat zijn de meerjaren cijfers over all, waaruit blijkt d a t het accres d a t de regering p l a n t uitermate mager is. Dit is een duidelyke prioriteitsbeslissing v a n de regering. J e k u n t je d a n natuurlijk afvragen wat voor risico's we g a a n lopen m e t h e t niveau van het wetenschappelijk onderzoek, doch je k u n t n i e t zonder meer zeggen, d a t h e t geld, d a t aangewend wordt, te weinig is. Er moet dan eerst optimaal herverdeeld worden. Een T.H. draait met student/staf ratio van 2:1 (d.w.z. één staflid op twee studenten, g.h.) En een alpha faculteit draait met een ratio van 8:1. A ls men dus een formatieplaats over , hevelt van een T.H. n a a r een alpharichting, d a n worden er ineens zes studenten méér geholpen, mits studenten daar natuurlijk heengaan. E n dit is nu juist een tendens: op de T.H.'s zaKt h e t studentenaantal; a l p h a en gammafaculteiten groeien snel. Je moet dus onderschelden: geling accres, waarover niemand zal juichen; ten tweede de verdeling van de middelen. Instellingen met een grote achterstand in personeel (Utrecht, Nijmegen, Groningen, VU) krijgen formatieplaatsen er bij en zullen dus hoera roepen. Deze formatie plaatsen worden weggehaeld bij de andere instellingen, die dus duidelyk minder tevreden auUen zijn.' SLEUTELS B r i n k m a n (lid College v a n Bestuur V U ) : 'Op lange termijn moet er per studierichting een soort begroting gemaakt worden om uit te zoeken hoeveel geld, personeel, ruimte, etc. er in gestopt moet worden om de zaak redelijk te laten draaien. Zoiets hebben we op het ogenblik niet en zoiets is er nooit geweest. Misschien wel impliciet dankzij de beslissingen binnen de universiteit, m a a r landehjk ligt d a t er niet. E r moeten dus landelijke normen gemaakt worden in h e t kader v a n de planning en dit is een geweldige operatie, die zeker j a r e n duurt. I n iiet verleden zijn op bepaalde vage sleutels formatieplaatsen a a n de instellingen toebedeeld, die d a n verder zelf voor interne verdeling zorgden. Een moeilijk heid is d a t de laatste twee j a a r de studentenaantallen niet betrouwbaar zijn. De s t a a t s secretaris wil nu dus a a n die sleutels gaan dokteren, met als uitgangspunt d a t de meest recente gegevens gehanteerd moeten worden. A llerlei landelijke gemiddelden, die tot nu toe tot sleutels leidden, zijn op zich niet .io'n beroerde basis, omdat ze de beslissingen die in h e t veld genomen zijn weerspiegelen.' Brinkman: 'Ik wil ook nog een algemene opmerking kwijt. Het Hele systeem d a t in deze meerjarencijfers zit, de hele wijze van benadering correspondeert neel exact met het systeem d a t wij hier intern op de VU ontwik keld hebben, waardoor h e t voor ons niet zo moeilijk is om daar op in te spelen. Alle informatie die we moeten opspuiten zal ons erg veel werk kosten, m a a r a a n de andere k a n t sluit dit alles a a n op h e t systeem dat we hier hebben. Voor mij is dit een indicatie d a t h e t systeem d a t we hier zo'n beetje ni'^t vallen en opstaan ontwik keld hebben blijkbaar niet zo gek is. I k wil niet zeggen, d a t het departement h e t overgenomen heeft, m a a r h e t is kenneiyk h e t enig mogelijke. Vooi de nabije toekomst ben ik benieuwd n a a r een mogelijke spanning tussen universiteiten onderling moet men gegevens verstrekken en men weet d a t deze aanleiding zyn tot inkrimping van middelen of formatieplaatsen, dan zal m e n zich waarschijnlijk niet zo haasten. Verwacht m e n positieve ontwikkelingen n.a.v. verstrekte gegevens, d a n zal m e n wat ijveriger zijn. Dit k a n misschien wel leiden tot con flicten tussen universiteiten onderling, zodat er wellicht stof zal komen voor eerï vervolg verhaal.'
CONGRES CENTRA LE INTERFA CULl'EIT
VREDE MET DE REDE?
„Het bleek dat de revisionistische (vrijzinnige) koers van het marxisme in de OostblokIanden veel radikaler was doorgevoerd dan wij aanvanke lijk aannamen. Dit laatste geldt in het bijzonder van de beroemde Praxisgroep uit Joegoslavië:' deze filosofen bleken de (gehele) traditionele leer van Marx, Engels en Lenin overboord te hebben gegooid en slechts de humanistische groudimpuls van de jonge Marx te handhaven. Wat verder opviel was de ongewone openheid van de marxisten voor de ~" filosofische ontwikkelingen in de 20ste eeuw. Voor mij persoonlijk was het meest verrassend de ontdekking, dat er bijvoorbeeld in Joegoslavië een leerstoel voor godsdienstfilosofie bestaat die wordt bezet door Bosnjak. Deze Bosnjak heeft eens in een referaat voor de MarxismeCommissie gesteld, dat in Joegoslavië de godsdienstfilosofie van de ouopliefbaaiheid van het religieuze bewustzijn uitgaat. Dit betekent dat het religieuze besef niet langer als een nog niet opgeheven vorm van een verkeerd of vervreemd bewustzijn wordt beschouwd. Misschien mag ik samenvattend stellen, dat de richting van het heroriënteringsproces in de genoemde landen geheel tegengesteld is aan die van de filosofische en theologische ohtwikkcling in het Westen. Het is denkbaar dat een marxistisch theoreticus van deze ligging ontvankelijker is voor de onopgeefbare waarheden van het christendom en vooral die van de reformatie, dan menig modern christentheoloog in het Westen!" A ldus prof. dr. Günter Rohrmoser in een interview dat dr. J. Klapwijk en drs. S. Griffioen onlangs met hem hadden ter voorbereiding voor het congres van de Centrale Interfaculteit, dat binnenkort wordt gehouden. Prof. Rohrmoser is een van de meest gelezen filosofen in West Duitsland. Hij doceeit wijsbegeerte aan de Pädogogische Hochschule te Münster en de Universiteit "van Keulen. Voorts is hij lid van de MarxismusKommission van de Evangelische. Studiengemeinschaft en had als zodanig veel contact met moderne marxistische filosofen en moderne politieke theologen. Hij heeft vooral bekendheid gekregen door het ook in het Nederlands verschenen boekje .,Das Elend der kritischen Theorie". Hierin geeft prof. Rohrmoser een filosofische doorlichting van het neomarxisme van de Frankfuiter Schule (Hork heimer, A dorno, Marcuse en Ha bermas). Hij stelt dat de kritische theorie niet kritisch genoeg is en dat de krisis van de huidige maat schappij radikaler moet worden
aangepakt. Hij laat doorschemeren, dat een radikale omkeer enerzijds afhangt van een vernieuwing van het christelijk geloof, anderzijds (en in samenhang hiermee!) van het herstel' van een filosofie van de rede. LUSTRUM Prof. Rohrmoser is een van de re ferenten op het congres van d e ' Centrale Interfaculteit, die dit jaar tien jaar bestaat. Organiseerde de interfaculteit bij haar eerste lus trum een congres over „Weten schap in sleutelpositie", nu 'ze een tx^eede periode van vijf jaar achter de rug heeft, is het thema van het lustrumcongres „Vrede met de rede?", over het vraagstuk van rede en religie, van autonomie en heil. Het congres wordt van 16 tot
Prof. dr Günter
Rohrmoser.
18 oktober in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit gehouden en staat onder voorzitterschap van prof. dr. J. van der Hoeven. Be halve door de referenten, wier na men in nevenstaand programma vermeld staan, wordt aan het con gres bovendien meegewerkt door prof. dr. M. F. J. Marlet S.J., hoog leraar te Nijmegen, Innsbruck en aan de Katholieke Theologische Hogeschool te A msterdam. Bij de Centrale Interfaculteit van de V U is een zeer uitgebreide con gresmap verschenen, waarin naast het volledig programma, inleidin
gen tot de referaten, literatuurover zichten, biografieën en interviews (o.a. met prof. Rohrmoser) staan. Deze map is ä raison van ƒ 5,— af te halen op het studiesecretariaat van de Centrale Intel faculteit (ka mer hg 13A 14), waar men zich te vens als deelnemer aan het congres kan opgeven.
De uitvinding van de kookkunst is één van de belangrijkste stappen geweest in de ontwikkeling van de mensheid. (C. Janse V.U.)
PROGRAMMA kerkzaal, 16e verdieping: woensdag 16 oktober: 9.30 uur opening door de congresvoorzitter 10.00 uur Prof. dr. M. C. Smit: „A utonoom of transcendentaal" 14.30 uur Prof. dr. H. Berkhof: „Pleidooi voor heteronomie" kerkzaal, 16e verdieping: donderdag 17 oktober: 10.00 uur Drs. S. Griffioen: „Voorbij autonomie en heteronomie: Ricoeurs ontwerp van een eschatologische zijnsorde" 14.30 uur Dr. J. Klapwijk: „A utonomie, heil en geschiedenis: een kritische confrontatie met Troeltsch en Pannenberg" / aula: vrijdag 18 oktober: 10.00 uur Prof. dr. G. Rohrmoser: „De problematiek van de rede in het perspectief van het neomarxisme" 14.30 uur paneldebat van de spekers en prof. dr. M. F . J. Marlet
HET DERDE WERKSTUK VA N WIEGERSMA :
PREEKT DE VOS DE PASSIE? Zoals in A d Valvas d.d. 21 sept. al stond, is de Commissie Wiegersma laatstelijk alweer met Ihaar derde werkstuk uitgekomen. Ditmaal over de propedeuse, naast de kursusduurverkorfing tot 4 jaar één van de felst bestreden elementen van hef wetsontwerp herstrnkturering W.O. Wat het werkstuk voorstelt stond in de genoemde aflevering van Ad Valvas: de programmering van het eerste jaar moet strakker opgezet worden, om te bereiken dat het percentage uitvallers in en na het eerste jaar minder wordt dan nu. De kommissie maakt zich er zorgen om, dat het percentage uitvallers nu zo hoog, n.l. 4 0 % is, terwijl volgens baar het percentage studenten dat geschikt is om de studie met snkses af te ronden gemiddeld waarschijnlijk boven de 8 0 % ligt. De kommissie is dus hevig bewogen, maar wat zijn nu feitelijk de voorstellen die ze wil doorvoeren? In het, overigens wel leesbare, stuk wordt in feite de selektieve en pre diktieve propedeuse zoals de oude Posthomus die in '68 had voorge steld, onmogelijk verklaard, om hem onmiddellijk daarna toch weer ten tonele te voeren! Langzaam maar zeker is het inzicht in de on mogelijkheid van prediktiviteit (voorspelbaarheid) doorgebroken, aldus de redenatie van de kommis sie; daarom moeten wij die toch bij de jongste onderwijskundige ont wikkelingen niet ten achter willen blijven, ook radikaal met het prin cipe van prediktiviteit breken, maar,' omdat we toch de garantie willen hebben dat de potentieel geschik ten worden toegelaten (d.w.z. dat de ongeschikten worden afgewe zen!!) voeren we een propedeuse 'op die de eigenschap heeft dat hij bij de student toetst of hij aan de 'entreevoorwaarden' voor de dok toraalstudie voldoet! Wat de kom missie hier uit haar grote werk stukkenhoed tevoorschijn goochelt, is een propedeuse die kan toetsen of je vodloet aan de entreevoor waarden, d.w.z. de minimumeisen, die garanderen dat je de opleiding met sukses verder zult kunnen vol gen: daar hebben we de prediktivi teit weer terug!
Deze hele argumentatie komt neer op wat vve zouden willen noemen een 'depolitisering van een politie ke beslissing'. Eén van de redenen waarom de oppositie tegen Posthu mus op het punt van de selektieve propedeuse ook nogal wat steun buiten de studentenbeweging kon vindeii, was de zwakte van Posthu mus' rationalisatie van de selektie. Die rationfi'isatie bestond hierin, dat de ju or cleutiese selektie 'pre diktief' moest zijn, in die zin dat 'slagen voor de propedeuse' moest gaan betekenen: 'geschikt voor de studie' en 'zakken': 'ongeschikt'. Deze veronderstelling heeft van onderwijskundige zijde veel kritiek ontmoet en kan ook inderdaad als weerlegd beschouwd worden. Maar het politieke bedrijf is niet gebaseerd op onderwijskundige ar gumentaties alleen. De kritiek vond destijds wel gehoor bij de toen in de oppositie zittende PvdA , maar niet bij de partijen van het kabinet Biesheuvel, die keihard vasthielded aan het principe van de prediktiviteit. Dat standpunt is nu door de 'huidige bewindslieden' verlaten, en dat is ook logisch ge zien het feit dat het ministerie van OW op het ogenblik^ bemand wordt door PvdA 'ers. Een duide
^ lijk politiek bepaalde zaak dus, en niet alleen het doorsijpelen van mo derne onderwijskunde, zoals de commissie het voorstelt. Verder zouden we willen opmer ken dat het wel heel opvallend is dat werkelijk bijna alle aspekten van en rondom de propedeuse aan gestipt worden, behalve één, en dat is het aspekt van de éénjarigheid van de voorgesteld propedeutiese fase. Zeker als we alle funkties van een basisopleiding serieus willen nemen (ori'entatie in de studie, het verwerven van de noodzakelijke basiskennis, het kennismaken met de grondslagen en metoden van het vak, het verkrijgen van inzicht in wat men zelf kan), dan is het toch wel uitgesloten dat na één jaar een zinvolle caesuur kan worden aan gebracht. A ls laatste, maar mis schien wel belangnjkste kritiekpun ten op het werkje: de commissie doet alsof we voor het eerst aan het programmeren van een eerste jaar slaan, alsof we geen enkele er varing hebben met een propedcu ties jaar! D e hele universitaire wereld ligt zo bezaaid met ervarin gen met het programmeren van eeiste jaren (selektief of niet), dat op dit moment het systematies eva lueren van de verschillende vor men van inrichting van een eerste jaar, op basis van ervaringen van studenten en. staf, een bezigheid zou zijn die stukken zinvoller zou zijn dan het opvolgen van receptjes van een commissie, die veel te dui delijk laat doorschemeren wat ze eigenlijk wil: de universiteiten op warmen en klaarstomen voor de voorgestelde herstrukturering. A RIE VERHA GEN EN BARTJE THIJS, SRVU
Cindredaktie: Hans Bos, Jan Verdam. Medewerking: Bureau pers en voorlichting. Guus Herbschleb. Eduard de Kam: foto's. F r a n s Vera tekeningen. G.U.P.D. Ad Valvas werkt samen met Folia Civitatis ( A msterdam), KUNieuws (Nijmegen), Qiiod Novum (Rotterdam), THB (Tilburg), Universiteitskrant Groningen en Utrechts Uni versiteitsblad in het kader van de G.U.P.D. (gemeenschappe lijke universitaire persdienst), het samenwerkingsverband van universiteits en hoge schcolbladen. Redaktie'adres: De Boelelaan 1105 Postbus 7161 Amsterdam, telefoon 48 26 71. Kopij, niet bestemd voor de mededelingenrubriek, moet (getypt) uiterlijk maandagmor gen''om 10 uur binnen zijn. Toezending Ad Valvas kan ook per post worden toegezonden. Wie van deze mogelijkheid gebruik wil maken kan dat — uitsluitend per briefkaart — melden aan: Administratie toezending A d Valvas, Vrije Universiteit, postbus 7161, Amsterdam; on der vermelding van naam en adres en de mededeling of hij/zij student is of lid van het personeel. Advertenties: J. G. Duyker, Noord,wolde (Fr.) Postbus 40 Tel. 05612541.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's