Ad Valvas 1974-1975 - pagina 98
v>i^% I — ^ n »«
mKt*^mm^mt^m0^i^mfi*^¥'
^Wii^lrilimi'H»«^!"
ii«iiniiii n
»»•If^mm^'a^^m0m0t0mm^*i^¥'
»i^^i
De Vrije Universiteit heeft een gezondheidssentrum doen starten in de wijle AmsterdamOsdorp
In de bundel prozastukken 'Ket sadistisch universum' van W. F. Hermans is een tirade opgenomen onder het opschrift 'Dag dokter!' Naar de hem eigen ongenuan ceerde trant steekt Hermans daarin de draak met het beroep en de persoon van de huisarts. Het is een kolderieke vertekening van de relatie patiënthuisarts en van de huisarts als maatschappe lijk fenomeen. De teneur van het stuk is dat: a. de rol van de priser steeds meer door die van de dokter wordt ingenomen. De dokter ontleent daaraan een hautaine houding van allesweter en een materiële welgesteldheid waardoor de patiënt met be vend ontzag de spreekkamer van de dokter betreedt, zoals een godvruchtige een heilig dom; b. de dokter in feite niets weet ^ en dat ;St|n arbeid, zonder ex tra' risico, ook kan worden ge daan door somnabuel magne tiseurs, kruidenvrouwtjes, ge bedsgenezers, etc; c. e r h e e n controle is van over heidswege op de verrichtingen van de huisarts, omdat hij de man is met de hoge Ethos, de sacrosanote figuur, waardoor zijn falen nimmer in de open baarheid komt; d. aan deze belachelijke en weer zinwekkende toestanden alleen maar een einde Is te maken door de dokters in rijksdienst te nemen en de patiënten ge lijk over hen te verdelen. Voorwaar, een komieke en zeer negatieve visie op de gezondheids zorg in Nederland. W. P. Hermans heeft niet hele maal ongelijk. Hü schildert het terwille van de helderheid alleen zeer zwart wit.
Piemel Er zün een aantal beroepen waar toe ik mü niet in het minst aan getrokken voel. Ik zou bijvoor beeld geen kastelein willen we zen, hoewel ik overtuigd ben van de nuttige functie van de kroeg in het gemeenschapsleven; poUtie man zou ik ook niet willen zijn, hoewel wij de politie niet kunnen missen, geen dag; voor dominee )jen ik ongeschikt, ik zou te veel twijfelen aan mijn eigen bewerin gen, vooral aan de bewering dat ik het Woord Gods verkondigde. En dokter zou ik helemaal niet kunnen zijn. Mijn god, al die men selijke ellende, ik zou het mü te veel aantrekken, denk ik. Wat is dat nu feitelijk, een ge neesheer (of geneesdame) ? A ls him werkzaamheden zijn, het uit knijpen van steenpuisten, het te voorschijn peuteren van een kraal uit de neus van een kind, een vent met hamertenen verwijzen naar een chirurg, een jongetje verlos sen die zijn piemel in een medi cijnflesje heeft gestoken, het poepje inspecteren dat een ver ontruste maaglijder aanbiedt, of het constateren van schaamluis tot schrik van een argeloos pa tiënt, dan valt de narigheid nog wel mee. Er is niet veel kennis nodig om in zulke gevallen hulp te verlenen. Moeilijker wordt het, dunkt mij, als patiënten komen klagen over buikkrampen, schele hoofdpijn, stekende pijn in borst of rug e.d. Hier moet al onder scheid gemaakt worden tussen somatische en psychosomatische defecten. Geen nood, de universi teit heeft de huisarts min of meer vertrouwd gemaakt met dit onderscheid en hij zal daarom meestal wel adekwate hulp kun nen verlenen. Maar wat te doen voor de vrouw of man die voor het aangezicht van de dokter verschijnt met de mededeling dat zij/hij zich de laatste tiJd zo lus teloos voelt, op de gekste uren van de dag naar bed wil, geen eetlust heeft, de neiging heeft zich te bedrinken? Nog erger;
wat doet de huisarts voor de pa tiënt waarvan hij weet dat deze sterven gaat na een langzaam, vernielend, ziekteproces; wat doet hij voor de naaste familie van de stervende, die hem, de dokter, zien als een afgezeant van God de Vader? ,
Ambitie
of
roeping
Nee, ik zou geen huisarts willen ziJn. Waar zou ik de moed van daan halen? Deze laatste vraag roept bij mij een andere vraag op: Wat brengt iemand er toe zich als huisarts te vestigen? Wat heeft zijn beroepskeuze bepaald? Het maatschappelijk aanzien, het hoge inkomen (niet alle huisart sen hebben een hoog inkomen; dat weet ik toevallig), de behoef te om mensen te helpen? Bü be roepskeuze is er groot verschil tussen ergens zin in hebben om de aantrekkelijke aspekten van het beroep, of uit kracht van ge aardheid niet anders kunnen. Het een is 'ambitie', het andere 'roeping'. Hoewel ik de beweeg redenen van medischstudenten niet ken lijkt het mij niet te ver gaan om te beweren dat hun stu diemotivatie niet voorkomt uit idealisme, doch meestal uit tri viale overwegingen, geleld door toevallige, bijkomstige faktoren, evenals dit het geval is met de mensen in andere studierichtin gen.
Relationele omstandigheden Niettemin, het zijn deze mensen die, verzadigd van een niet ge ringe natuurwetenschappelijke kennis en een geringe (theore tische) informatie over de rela tionele omstandigheden waarmee hun toekomstige patiënten moe ten leven, de praktijk in gaan; de farmaceutische industrie schiet gretig te hulp. Zo'n huisarts ech ter, als hij z]jn taak serieus op vat, beseft aldra dat hij weiiüg kan beginnen met zijn biologische wetenschap en het aanbod van de farmacie, tegenover een patiënt die met een schijnbaar somati sche klacht, hem in feite een psy chosociaal probleem ter behan deling voorlegt. De huisarts is er echter in de eerste plaats om so matische klachten te kureren. Hij mist ten enemale de tijd om zich diepgaand met alle psychosoina tische klachten van ziJn patiën ten bezig te houden, d.w.z. de oorzaak van het ontstaan van die klachten op te sporen, laat staan die oorzaken te helpen op heffen of verminderen (de huis arts heeft gemiddeld 3000 pa tiënten in zijn register geno teerd) .
Onvrede Met deze konstatering raken we de kern van de problematiek in de eerstelijnsgezondheidszorg. Wanneer iemand beheerst wordt door een hardnekkig gevoel van onbehagen, omdat het thuis of op zijn werk 'niet lekker zit', kan hij zijn heil zoeken in de kroeg, om in alkohol ziJn problemen tij delijk op te lossen. De kans is echter groot dat zijn onbehagen ontaard in een gevoel van ziek zijn. Hij verzuimt zijn werk en verschont bij de huisarts. Wan neer iemand in konflikt leeft met zijn buren of met zijn werkgever of met zijn familie of met een of meerdere instanties over aller lei zaken, kan dat zijn gezond heid aantasten. Vroeg of laat verschijnt hij bij de dokter, niet bij de ombudsman. Warmeer ie mand in geestelijke nood geraakt bijv. door een van de 'normale' normen afwijkende seksuele be geerte, door een 'ongeoorloofde' liefdesverhouding, door fruste rende studie kwesties, of louter door het lezen en zien van de niet
aflatende stroom wereldleed, dan raadpleegt hij niet de zielszorger, doch hij gaat zich ziek voelen en komt bij de dokter.
Duivelskunstenaar Is de dokter een duivelskunste naar die alle ongemakken in een handomdraai weet te verhelpen? Een man met een kast vol tover dranken? Een exorcist? Welnee. Het is een gewone man, meestal met een gezin, die zijn brood moet verdienen en evenals ieder mens zijn eigen sorus heeft die hem dwars zit. Hij heeft het beroep huisarts gekozen, nauwelijks we tend wat hem te wachten stond. In enkele vertrekken, meestal ver bonden met zijn woonhuis oefent hij zijn praktijk uit. Hij geniet maatschappelijk aanzien, een re delijk (vaak meer dan redelijk) inkomen en is geliefd bij zijn pa tiënten. Er is echter niet veel fantasie nodig om te veronderstellen dat de huisarts, geplaatst tegenover een haast grenzeloze diversiteit van probleempatiënten, meer dan eens de Lutheriaanse verzuchting slaakt: hier sta ik (of zit ik) enz ..) Conclusie: er Is duidelijk iets mis in de eerstelijngezondheidszorg. Maar w a f
Stoornissen De problematiek schuilt niet in de specifiek somatische klachten waarmee de patiënt op het spreekuur komt. De arts heett ruime theoretische en praktische ervaring om de juiste diagnose te stellen en de middelen om tot adekwate behandeling over te gaan. In twijfelgevallen of indien technische diagnostiek gewenst is kan hij de patiënt naar de po likliniek verwijzen (tweede eche lon). Het probleem is ontstaan door het' besef dat minstens 50 pet. van de aandoeningen die patiën ten ter behandeling de huisarts aanbieden veroorzaakt wordt door wat men onder één noemer ka^ samenvatten: Relationele stoor nissen. Lang niet altijd uiten stoornissen In het intermenselijk verkeer zich in breuken of barsten; dikwijls is het een hoeveelheid, voor de patiënt en zijn dokter niet of nauwelijks merkbare haarscheur tjes, die een uiterst complex pro bleem vormen, waaraan de pa tiënt zijn gezondheid opteert. Bo vendien is de patiënt ook lang niet altijd bereid om openhartig te zijn tegen zijn huisarts over sociale moeilijkheden; hiJ vindt het gênant om zich meer bloot te geven, dan wat hij denkt dat strikt nodig is voor de behande ling van ziJn lichamelijk onge mak,, waarvoor hij naar het spreekuur is gekomen. Dat maakt het voor de arts niet gemakke lijker. De huisarts kan deze problemen ontwijken door een medikament voor te schrijven, verder niet. HiJ laat dan waarschijnlijk een stress veroorzakendesituatie voortwoe keren. Bewust, want hiJ weet dat hü zijn patiënt met een pilletje in het riet stuurt. Hij kan zijn 'pro bleempatiënt', ook verwijzen naar de een of andere specialist in een polikliniek, met het risico dat er een medisch kaatsbal wordt ge . speeld met die patiënt, want de wachtkamer in de poliklinieken zitten barstens vol. Hij kan echter ook trachten zoveel mogelijk de oorzaak van psychosomatische klachten te achterhalen (de goede huisarts zal dat doen) en zelfs de taken op zich nemen van de sociaalpsycholoog, de maat schappelijk werker, de pastor, de jurist etc. Het is te verwachten dat deze veelvoud van taken hem onder grote geestelijke druk zal brengen, omdat de bereidheid te willen helpen het al te vaak moet
verliezen van de onmacht om te kunnen helpen.
Presentieve gezondheidszorg Genoemde taken worden de huis arts min of meer opgedrongen, verzwaren zijn eigenlijke taak aanzienlijk en geven geen uitzicht op optimale hulpverlening; om over de preventieve gezondheids zorg nog te zwijgen. Eenvoudig, omdat deze en nog een onbepaald aantal andere sociale en paramedische taken, die tot de eerstelijnsgezondheidszorg behoren, een specialistische scho ling vereisten, zowel theoretisch als in het praktykveld. De reeds lang praktiserende huisarts is stellig bekend met het bestaan van de werkers in deze deeltaken in de algemene gezondheids en welzijnszorg. De persoonlijke kon takten zijn echter incidenteel en oppervlakkig.' Als men denkt dat de hierboven beschreven situatie 'het grote pu bliek' in hoge mate verontrust; dat binnenkort betogingen zijn te verwachten op het Binnenhof, waar spandoeken worden ontrold, waarop kreten geschilderd als: Wij eisten herstrukturering van de gezondheidszorg! De huisart sen in rijksdienst! Weg met de dokterspraktijken!', dan heeft men het lelijk mis. De behoefte aan verbetering van de gezond heidszorg in Nederland leeft al lerminst bij de feitelijke en po tentiële konsument; men heeft hoogstens de pest in als men lang moet wachten tijdens het spreek uur. Het zijn de werkers in de eerste lijnsgezondheidszorg, en met name een klein deel van de huis artsen (een gideonsbende) die uit onbehagen over hun tekortko ming in de relatie patiëntarts naar alternatieven zochten voor de huidige struktuur, en pogin gen deden om tot nauwere sa menwerking te komen met kolle ga'artsen en met andere disci plines, om meer en betere hulp te kunnen verlenen aan hun pa tiënten, en om zichzelf te behoe den voor frustrerende situaties. Samenspraak en samenwerking in multidiscipltnair verband en centralisatie van meerdere spe cialiteiten in één gebouw, met het oog op de gemakkelijker bereik baarheid voor de patiënt en voor de werkers onderling, leek nood zakelijk. De overheid en semi overheidsinstellingen hebben aan vankelijk met een zekere argwaan de kat uit de boom gekeken en die alternatieve mensen wat aan laten modderen. Toen echter bleek dat hetgeen zij tot stand brach ten meer betekenis had dan het broddelwerk van een aantal we reldvreemde idealisten, dat deze mensen met grote persoonlijke offers van tijd en geld hun doel stellingen wisten te verwezenlij ken, werd de overheid bereid'ge vonden mondjesmaat financieel steun te verlenen. Struktureel doet de overheid echter niets.
groepspraktij khuisartsen zal ook dikwijls, een gezond! centrum ontstaan. In de opsomming van het mis ik het gezondhejdscenti de wyk A msterdamOsi zijn de doelstellingen ervan' De Vrije Universiteit heefjl begin gemaakt met de verbel van de opleiding, van studj aan de medische fakulteit. De medische opleiding heefl| teruggebracht tot zes jaar, i gaat men zich specialiseren artsen krijgen na deze zes éen jaar een specifieke opli tot huisarts. De wenselijkheid, beter gez^ noodzakelykheid, dat toekoi artsen beter voorgelicht j over de andere aspekten vi gezondheidszorg, zowel, licl lijke, als geestelijke, als si heeft tot deze wijziging in i leiding doen besluiten. De komstige huisarts zal moeten zijn op het interdis nair samenwerken, in nauw band, met deskundigen ii maatschappelijke en i welzijnszorg en met werkers paramedische beroepen. Dat eist niet alleen kennis vai bestaan en funktioneren vai disciplines, maar vooral ooi leren er mee samen te M Wat dit laatste betreft zun ei belemmerende faktoren dn derkend en overwonnen j worden. Voor deze opteiding in de artsgeneeskunde werd als benoemd dr. H. J. van A ali die als huisarts, te zamen een drietal kollega's deelgen had aan de oprichting en on keling van een gezondhei(l trum in Hoensbroek. (In Elsi
Groepspraktijk
y
Dit is, In het lang, de geschiedenis van het ontstaan van gezond heidscentra in ons lieve vader land. Voor zover bekend biJ het NJI.I. Nederlands Huisartsen Instituut) was eind 1973 het aan tal functionerende (aan niet funk tioneren heb je niets, dat is als een envelop zonder inhoud) groepspraktijken en gezondheids centra in Nederland 58 in getal; 23 groepspraktijken en 35 gezond heidscentra. De zaak is dus wel in beweging. Een groepspraktijk is heel wat anders dan gezondheids centra. Een groepspraktijk van huisartsen is een samenwerking huisartsen is een samenwerking mingsvorm meestal de maatschap, zoals advokaten, accountants, ar chitekten etc. die hebben. Uit de iiinlM»»—»Ml HlfH' (t T i l
glCAAO^
I (
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's