Ad Valvas 1974-1975 - pagina 113
1 NOVEMBER 1974
|22e JAARGANG — NUMMER 11
DEZE WEEK: • Prof. Berthe Sierlsema is voor apart onderwijs a a n zwarten en blanken, pag. Z. •
11 studenten verlaten de VU, pag. 3.
« Een verslag v a n de openingsavond 'VU voor Vietnam', pag. 4. • Interview met prof. Boeker over kernenergie, pag. 5.
WEEKBLAD VRIJE UNIVERSITEI"
9 Een verslag v a n de eerste voordracht i n h e t kader v a n het Studium Generale, pag. 11.
'4%;r-':y
Iniversiteiten gaan zelf meerjarencijfers verbeteren De instellingfen van wetenscbappelük onderwijs, zullen zelf een werkgroep instellen om de meerjarencyfers 1975—1978 van staatssecretaris dr. G. Klein exacter te maken dan ze nu zyn. In de werkgroep zou per instelling één man uit de planningsecior zitting moeten bebben. De werkgroep zou moeten werken binnen het kader van de Academische Raad en niet gerelateerd moeten zijn aan het Planning Overleg Orgaan, waarin het hele post-secundaire onderwijs aan de orde komt. Dit is naar voren gekomen tydens de bespreking van afgelopen maandag tussen de staatssecretaris en vertegenwoor« digers van de imiversiteiten en liogescholen. Onderwerp van bespreking waren de begrotlngsbnef 1975 en de genoemde meerjarencijfers. Deze meerjarencijfers, 'een aanzet tot een middelenverdeling voor de komende jaren,' zoals de ondertitel luidt, zijn door de Instellingen op een groot aantal punten gekritiseerd. De nu geschetste middelenverdeling gaat uit van niet voldoende getoetste sleutels, onvoldoende oyfermateriaal, en niet geheel eensluidende (per instelling) defmities. De instellingen stonden stonden wel positief tegenover een langere termijnbegroting, waarom ze ti'ouwens zelf eerder dit jaar hebben gevraagd. Ernstige ki-itiek hadden de instellingen op de volgende punten: — onderwijs: in 1976/77 moet de lierstructurering begiiuien, maar er worden vrijwel geen extra middeleij in het vooruitzicht gesteld; weer worden door Klein de veronderstellingen van de werkgroep De Vries (streng selectieve propedeuse) gebruiktr ondanks het feit dat deze al vaak bestreden zijn; nog steeds is onduidelijk hoe het post-doctorale onderwijs wordt gefinancieei-d. — onderzoek: dit wordt In de meei-jarencüfers ernstig onderbelicht, de ontwikkeling van zwaartepunten wordt bemoeilijkt. — toelatingsbeleid: de onderwyslast moet volledig worden opgevangen, behoudens waar numeri fixi blijven gelden (medicijnen, tandheelkunde, diergeneeskunde) hoewel de uitbreiding van personeel relatief minder wordt. — begroting 1975: bezwaar wordt gemaakt tegen de zogenaamde parkeergelden (Klein houdt het het een en ander in portefeuille om op bedreigde punten bij te kunnen springen). De instellingen willen die parkeergelden snel laten verdelen en verder Klein de zorg laten voor het komende begrotingsjaar; 1975 zou dan gebruikt kunnen worden om de samenhang tussen meerjarencUfers en beleidsuitgangspunten beter te doortimmeren en de mformatieverwerking zorgvuldig op te bouwen. Klein heeft toegezegd zeer snel met de besteding van de parkeergelden af te komen. ~ studentenaantallen: Klein gaat uit van de gegevens per 15 oktober, maar die zijn onbetrouwbaar (nog geen 70 procent van de studenten is ingeschreven). Men heeft nu uitstel voor het leveren van de cijfers tot 6 december.
— huisvestit^: aanvankelijk moesten de gegevens vóór 15 november biimen z^Jn, nu is uitstel gekregen tot 1 januari. — Studentenhuisvesting: gevreesd werd dat de subsidies voor studentenhuisvesting in de parkeerpot waren gestopt, om de huurboycot te kxmnen breken. Klein ontkende dit. HU zou de gelden nog voor januari bestemmen.
Het was de eerste keer dat de instellingen gezamenlijk hun begrotingen ten departemente hebben doorgepraat. Daardoor is ook voor het eerst duidelijk „ geworden welke (aanzienlijke) verschillen in de middelenverdeling over de instellingen in het verleden gegroeid ztjn. Wat het aantal formatieplaatsen betreft wil Klein die verschillen langzaam gaan reduceren met behulp van een gemiddelde, een zogenaamde nullijn. De grote instelImgen zitten daaronder, vooral de TH's zitten er ver boven. Vooral Tilburg heeft heftig geprotesteerd tegen de voorgenomen beknotting van de personele middelen. Het is niet duidelijk hoe die nullijn precies tot stand is gekomen.
In het bilateraal overleg tussen departement en instellingen die reduktie-kandidaat zijn, zal nog kwalitatief gewogen worden, (met name ten aanzien van Tilburg en Rotterdam) De VU echter kan rekenen op formatie-accrès en zich daarop preparereiL Het College van Bestuur heeft er bij deze bespreking nogmaals op aangedrongen dat op korte termijn betere sleutels voor de verdeling van de middelen moeten komen. De bewijslast voor deze verdeling ligt bij de instellingen, aldus Klein. BÉLANQ
Het belang van de nota meerjarencijfers van staatssecretaris Klein ligt in de manier waarop
deze binnen de instellingen vertaald moeten worden in prioriteiten. Voor de VU betekent dit dat er binnenkort een voorstel komt aan de UR. In dit voorstel zal de meerjarennota doorvertaald worden in een meerjarenpla,nning voor de verschillende budgethouders van fakulteiten en afdelingen. De grote vraag zal dan zijn of de imiversiteit haar begroting af moet stemmen op het regeringsbeleid of niet. Deze vraagstelling belooft een politieke discussie. Men kan er niet omheen om in deze tijd waarbij van alle kanten op versobering wordt aangedrongen de relatieve welvaart van het wetenschappelijk onderwijs op zijn merites te beoordelen. 'U'-A.V.
SPORTDAGEN VU VAN 18 t/m 22 NOVEMBER 18 t.e.m. 22 november Inschrijfmogelijkheden tot en met 7 november voor iedereen! Pak deze laatste gelegenheid aan/ Voor het definitieve programma zie in de mededelingen onder A.S.V.U.
VAWO niet in zee met NW De Vereniging van academici bij het wetenschappelijk onderwijs (VAWO) gaat niet in zee met het NVV. De VAWO-Iedeuraad verwierp op 24 oktober in Utrecht een voorstel van de Amsterdamse afdeling om een samenwerkingsverband aan te gaan met de ABVA, de ambtenarenbond van het NVV. In plaats daarvan blijft de VAWO aangesloten bij de CHA, de centrale voor hogere functionarissen bij overheid en onderwgs. Op zijn beurt is de CHA weer via een federatie verbonden met de NCHP, de Nederlandse centrale voor hoger personeel. Deze federatie kwam in december 1973 tot stand, zeer tegen de zin van met name de Amsterdamse VAWO. Deze federatie was voor Amsterdam de directe aanleiding om na te gaan of de ABVA wellicht een alternatief kon zijn. Op de ledenvergadering van 24 oktober waren de Amsterdammers met uitgewerkte voorstellen gekomen voor een samenwerking met de ABVA. De typische vakbondsactiviteiten zouden naar de ABVA moeten worden overgeheveld, terwijl de VAWO zelf als beroepsorganisatie moest blijven bestaan. Voorzien werd in een „contactorgaan", in vertegenwoordiging in de verschillende overlegorganen en in regelingen voor VAWO-leden die niet tegelijk lid van de ABVA wilden zijn. De algemene overweging van de Amsterdammers was dat de belangen van het wetenschappelijk personeel op één lijn moeten worden Advertentie
typistes magazijnkrachten paramedisclie l<raciTten uitzendbureau
Heiligeweg 22.02.41'
gezien met die van het tertist|re onderwijs als geheel. Men "Wees op de positieverslechtering van de tijdelijke medewerkers, de bezuinigingen, de herstructurering en zo meer. Wantrouwen bestaat er tegen de NCHP, die zich al eens vóór herstructurering van het onderwijs heeft uitgesproken. , LANDEIJJK BELEID De Amsterdamse VAWO geeft toe dat de CHA net zo goed als de ABVA voor de directe belangen van het wetenschappelijk personeel kan opkomen. Het gaat echter, aldus de VAWO-Amsterdam, om het landelijke sociaal-economische beleid. Bij het N W is men meer geneigd het belang in te zien "Van de universiteiten als maatschappelijke instellingen, aldus het Amsterdamse voorstel; daarom zou een NVVbond als de' ABVA ook meer aangewezen zijn als belangenbehartiger van het personeel aan de universiteiten. Overigens bestaat er in de Amsterdamse ABVA jiogal wat huiver voor een al te innige omarming door wetenschappelijke personeelsleden; bij besprekingen is men ook niet verder gekomen dan enige oriëntering. De Amsterdamse ABVA was er niet van op de hoogte dat bij de VAWO een uitgewerkt voorstel was ingediend. In Utrecht werd tegen de Amsterdamse voorstellen ingebracht dat in een massale organisatie als het NVV de VAWO helemaal zou verdrinken. Voorts bestond er vrees
voor een al te duidelijke politieke „Op zich ben ik met die CHA ook stellingname, die door de niet-Am- niet zo gelukkig, maar je moet tensterdammers bij ABVA veel duide- slotte bij het georganiseerd overleg lijker aanwezig zou zijn dan bij de worden betrokken. Als ik moest CHA. Idezen tussen CHA en ABVA vind ik de CHA van twee kwaden de SAMENWERKING Vervolg op pag. 3 •Voorzitter I. Molenaar tegen FC:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1974
Ad Valvas | 404 Pagina's